Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Waar vallen slagen op herv. gereformeerden?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Waar vallen slagen op herv. gereformeerden?

Van het kerkelijk erf

10 minuten leestijd

De voorzitter van de Gereformeerde Bond binnen de Ned. Herv. Kerk, ds. L. J. Geluk, heeft zich tijdens de recente predikantenvergadering kritisch uitgelaten over het Reformatorisch Dagblad. „Vergis ik mij, dat daar het redactioneel beleid in elk geval iedere kritische opmerking in de richting van de synodale en buitenverbandse Gereformeerde Gemeenten en oud gereformeerden voorkomt, terwijl de slagen op de hervormde gereformeerden rustig kunnen neerdalen?" zo vroeg hij zich af. Een van zijn hervormd gereformeerde collega's heeft het eens iets anders verwoord. Maar de bedoeling is dacht ik dezelfde: ''Het Reformatorisch Dagblad is het landelijk dagblad van de Gereformeerde Gemeenten en wij mogen meelezen". <br />

Ds. Geluk stelde de vraag: „Vergis ik mij?" Dat lijkt een vermoeden. Ik prijs mij gelukkig dit vermoeden te mogen weerspreken. Niet omdat ik graag ds. Geluk weerspreek, maar om de zaak zelf. Het RD wil krant zijn voor de hele gereformeerde gezindte, ja voor heel het volk. Dat betekent overigens niet dat wat ons dagblad als opinie weergeeft, de grootste gemene deler is van de mening van onze lezers.

Beginsel
Het RD wil niet fungeren als krant van de Geref. Gemeenten. Net zomin als het RD wil fungeren als dagblad exclusief van de Geref. Bond. En hoewel menigeen ons dat predikaat tot heden onthoudt, wil het RD niet anders zijn dan een reformatorische krant. Dat wil zeggen, een krant, vanuit Gods Woord gebonden aan het beginsel van Reformatie en Nadere Reformatie — die ik niet zie als tegenstelling maar in eikaars verlengde — zoals verwoord in onze gereformeerde belijdenisgeschriften.
Het gaat bij de identiteit van ons dagblad om een beginsel. Dat beginsel vinden wij binnen de muren van diverse kerkgemeenschappen die zich tot de geref. gezindte rekenen. Waarmee niet automatisch gezegd is dat ds. Geluk dezelfde krant voor ogen staat als onze redactie. Zelfs indien in beider grondslag geen punt van discussie is kan interpretatie daarvan verschillen. Zodat er onenigheid bestaat over de te varen koers.

Leren
De vragen van ds. Geluk aan de redactie van het RD stonden in het brede kader van kritiek op andere media: de NCRV, de EO en Trouw. Deze vragen werden wel publiek gesteld. Dergelijke vragen halen daarmee diverse media. Wij mogen onszelf altijd afvragen of wij het beoogde doel bereiken door bepaalde zaken publiek te maken. Dat mag zich allereerst de redactie van een krant afvragen bij de totale invulling van de kolommen. Maar dat mogen ook onze critici zich afvragen. In elk geval pakt het lezerspubliek de kritische vragen veelal gretig op: Er zal toch in elk geval wel iets van waar zijn? Zo werkt dat door.
Ik wil niet graag polemiseren. Ik laat het bij het vreedzaam stellen van een enkele wedervraag. Ik wordt in dat voornemen gesterkt door een artikel van ir. J. van der Graaf in de zojuist verschenen Waarheidsvriend. Hij onderstreept terecht en met begrip: „De onderlinge verdeeldheid van de lezerskring is zo groot, dat het uiterst moeilijk is om het priesterlijke van een christelijke krant — het naast de lezer staan, het huisvriend zijn —geheel tot zijn recht te laten komen." En hij bepleit terecht omstreden zaken liever bespreekbaar te maken, dan te verzwijgen of te verdringen.
Ik mag wel vooropstellen dat onze redactie zich ervan bewust is een produkt te fabriceren met gebreken; verre van volmaakt. En dan: vreemde ogen zien die gebreken soms scherper. Waarom zouden wij daarvan niet willen eren?
De voorzitter van de Stichting Reformatorische Publikatie vroeg tijdens de jaarvergadering in 1981 niet slechts om en „krachtig geluid" in een tijd van toenemende vervlakking. Hij vermaande ook kritiek niet hooghartig van de hand te wijzen.

Kerknieuws
De vragen van ds. Geluk betreffen in de eerste plaats het kerknieuws. Een voor de hand liggende vraag is dan: Komt de hervormd gereformeerde richting soms onvoldoende aan haar trekken in het RD?
Ik denk dat hier geen sprake van is. Een zeer groot deel van de boekrecensies in onze krant is van hervormd gereformeerde theologen. En er worden er meer gevraagd dan dat er meewerken. Sommigen hebben geen tijd. Anderen weigeren. Helaas zijn er ook die een interview afwijzen. Daarmee laten zij een uitnemende mogelijkheid verloren gaan om publiekelijk hun visie te geven op iet brede kerkelijke leven. Er is wel gesteld dat het RD te veel aandacht besteed aan een beweging als het Gekrookte Riet. De eerlijkheid gebiedt echter toe te geven dat de Geref. Bond en aanverwante bonden in de sfeer van de verslaggeving veel meer ruimte ontvangen. Veel meer ruimte ook dan welke synode of gebeurtenis dan ook in de Geref. Gemeenten of Oud Geref. Gemeenten.

„In elk geval", zo stelde ds. Geluk, „kan niet ontkend worden dat vele dingen die tot voor kort zich beperkten tot de oud gereformeerde kring nu binnenkomen in onze gezinnen en dat met de mogelijk zelfs onbedoelde pretentie, dat deze dingen nu het echt reformatorisch kenmerk vormen." Mijn vraag is: Mag een krant die voluit de geref. gezindte wil dienen de lezers ook over deze sector van het kerkelijk leven informeren? Zeker indien dat gebeurt op bescheiden schaal? En in welke gevallen werden de lezers — bedoeld of onbedoeld — oud gereformeerde ideëen opgedrongen?
Neen, de vraag of de hervormd gereformeerde richting onvoldoende aan haar trekken komt moet ontkennend beantwoord worden. Niet zelden doet secretaris ir. J. van der Graaf ons reeds bij voorbaat een artikel van zijn hand toekomen dat van belang is en in de Waarheidsvriend geplaatst zal worden, zodat wij ook in onze kolommen vroegtijdig de kern van zijn artikel kunnen opnemen. En dat gebeurt dan ook in de praktijk.

Om de kwaliteit
Neen, hier kunnen de bezwaren van ds. Geluk nauwelijks liggen hoewel ze door velen wellicht zo uitgelegd worden.
Ons dagblad ontvangt niet slechts kritiek van de zijde van de Geref. Bond. De chr. geref. predikant ds. J. H. Velema zei tijdens de conferentie van het COGG vorig jaar dat het RD zich in bepaald opzicht „bij voorkeur richt op dat wat de grote katholiek gereformeerde lijn niet ziet". De zaak is dat er zijn die menen dat het RD ten onrechte het woord „reformatorisch" in de kop plaatst. Omdat de inhoud onvoldoende reformatorisch zou zijn. Ligt hier ook het in de predikantenvergadering geuite bezwaar?
De zaterdagse rubriek „Uit de kerkelijke pers" mag men als bewijs niet aanvoeren. De inhoud daarvan komt net zomin voor verantwoordelijkheid van de RD-redactie, als de juist zijn, dan nog rest mij de vraag: waar dan het verwijt „onvoldoende reformatorisch" juist zijn, dan nog rest mij de vraag: waar dalen — om de woorden van ds. Geluk te gebruiken — er slagen neer op de hervormd gereformeerden? In welke kolommen? In welke rubriek? Ik zou dat weleens concreet willen weten.

Verleden
Men zal nu toch niet meer met oude kwesties aan boord willen komen? De kwestie rond de voorkeursacties binnen de SGP is uitvoerig door een delegatie van het hoofdbestuur van de Geref. Bond met de hoofdredactie en directie van het RD besproken. Naar onze mening: verhelderend naar beide kanten.
Op een bepaald moment bleek er een alternatieve krant op stapel te staan, die nauw zou samenwerken met het Vrijgemaakte Nederlands Dagblad. (Een dagblad dat in de rede van ds. Geluk overigens niet genoemd werd.) Men voerde actie, hoewel nog niet onder het grote publiek. Er werd een aantal (niet slechts hervormde) predikanten gepolst. Officieel was ons dat onbekend. Zoiets lekt evenwel altijd uit. Lange tijd na de schipbreuk meldde oktober vorig jaar het blad Nota Bene van de Evangelische School voor de Journalistiek (ESJ) dat deze plannen definitief van de baan waren. Als reden voor de aanvankelijke plannen had volgens Nota Bene gegolden „een signaal van de kant van de Geref. Bond binnen de Ned. Herv. Kerk: men was niet in alle opzichten tevreden met het Reformatorisch Dagblad".
„Het RD kan momenteel niet meer doen dan in zijn nieuwsselectie aandacht geven aan wat leeft in kringen van de Geref. Bond, christelijke gereformeerden en (verontruste) synodalen", zo merkte hoofdredacteur drs. J. P. de Vries ten slotte op in Nota Bene. Ik meen te mogen antwoorden: het RD doet meer. Tegelijk trachten wij naar alle kanten toe kritisch in eigen vlees te snijden. Het zou met vele voorbeelden aantoonbaar zijn. Wij doen het misschien niet genoeg. Dat is dan onze zwakte. Daar mag men ons op wijzen. Maar moet dat gelijk en plein public? Zeker, er zijn schandaaltjes genoeg te vertellen uit de eigen kring, geen kerkgemeenschap uitgezonderd. Maar bewust hebben wij ons — zonder onderscheid — daarvan altijd verre willen houden.

Nogmaals beginsel
Men mag ons verwijten. Maar dan wel concreet. Die concreetheid konden wij niet bespeuren in de woorden van ds. Geluk. Ons rest de vraag: waar en in welk opzicht laten wij rustig de slagen neerdalen op de hervormde gereformeerden? Het RD wil krant zijn voor dé hele geref. gezindte. Noch exclusief gebonden aan de Geref. Bond. noch exclusief gebonden aan Geref. Bond, noch exclusief gebonden aan de SGP. Hoewel handhaving van het onverkorte artikel 36 consequenties heeft voor onze politieke stellingname.  Het RD acht zich gebonden aan een beginsel. Dat snijdt wel elke vorm van lezerssoevereiniteit bij de wortel af. Het verslag in Trouw van de predikantenvergadering meldde onder andere: „Het Reformatorisch Dagblad maakt het de bonders niet altijd naar de zin". Dat zal waar zijn. Wij voeren niet de pretentie het iemand bij voorbaat naar de zin te maken of deze tegen de haren in te strijken. Men vatte deze bijdrage niet op als rancuneuze reactie. Ik heb een enkele wedervraag gesteld. „Moet dat nu zo?" zo vroeg zich de bondsvoorzitter af? En ik vraag mij ook af: Moet dat nu zo?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 januari 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Waar vallen slagen op herv. gereformeerden?

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 januari 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken