Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Scheepsbouw kan Steun van overheid niet ontberen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Scheepsbouw kan Steun van overheid niet ontberen

Bedrag blijft voorlopig het geheim van het Bezuidenhout

6 minuten leestijd

Blijft Nederland een natie van scheepsbouwers of zullen binnen een paar jaar de laatste scheepswerven hun poorten moeten sluiten? Het antwoord op deze vraag weet op dit ogenblik alleen de minister van economische zaken, Van Aardenne. Voor het eind van deze maand zal hij bekendmaken hoeveel steun de overheid de zeescheepsbouwwerven in ons land verleent. Wordt het 80 of 42 miljoen gulden? Het juiste bedrag blijft voorlopig het geheim van het Bezuidenhout.

De scheepsbouw in Nederland bevindt zich ai jaren in een moeilijke situatie. Na de diepe inzinkingen in 1956 en 1962 had de wereldscheepsbouw zich in 1965 geheel hersteld, maar de Nederandse scheepsbouw volgde deze opgang niet. Belangrijke orders gingen aan de Nederlandse werven voorbij en hun aandeel in de totale wereldscheepsbouw daalde van 7,4 procent in 1960 tot beneden de drie procent in 1965. In 1983 bedroeg dit aandeel nog slechts 1,3.
Nog duidelijker dan deze percentages wordt de achteruitgang van de scheepsbouw benadrukt door de plaats die Nederland inneemt op de wereldranglijst van scheepsbouwlanden. In 1930 stond Nederland na Engeland en Duitsland op de derde plaats en in 1962 nog op de vijfde plaats. In 1975 kwam ons land nog op deze lijst voor om vervolgens negen jaar niet tot de twintig grootste scheepsbouwlanden te behoren. Vorig jaar in het derde kwartaal behoorde Nederland weer tot de top twintig.

Achteruitgang
Toch is een negentiende plaats op de;e ranglijst voor mr. ir. G. de Vries Lentsch, directeur van de Centrale Bond van scheepsbouwmeesters in Nederland, Cebosine, geen reden tot juichen. „Dat wij daar weer bijhoren komt door de grotere achteruitgang van de anderen. Wij zijn bezig met een overlevingspoging. Er is geen denken aan groei en expansie."
De sombere woorden van De Vries Lentsch zijn niet misplaatst: vorig jaar wist de Nederlandse scheepsbouw minder orders in de wacht te slepen dan in 1983. De orders vertegenwoordigden in totaal een waarde van 1250 miljoen gulden, waarvan 400 miljoen gulden aan exportorders. In schepen uitgedrukt betekent dit dat de werven eind 1984 opdrachten hadden voor de bouw van 111 schepen, waarvan er 58 voor de export bestemd waren. Eind '83 waren dat er respectievelijk 103 en 37.
Dat de Nederlandse scheepsbouwers die orders konden verwerven ziet de Cebosinedirecteur als een gevolg van de verhoogde steun van de overheid vorig jaar. Deze steun kan de scheepsbouw volgens hem ook in de komende jaren niet ontberen.
Sinds 1977 heeft de overheid direct en indirect voor rond de drie miljard gulden in de scheepsnieuwbouw gestoken. Een groot deel van deze overheidsbijdrage was gegoten in de vorm van generieke steun, dat wil zeggen geld waarvan alle werven in gelijke mate profiteren. Om voortzetting van deze steun dit jaar en volgend jaar gaat het nu.
Om een leidraad te hebben bij het nemen van een beslissing heeft minister Van Aardenne het organisatiebureau McKinsey gevraagd een rapport op te stellen. Uit dit vertrouwelijke rapport dat sinds eind november bij de minister ligt blijkt dat afhankelijk van de hoogte van de steun 1000 tot 2000 banen in de scheepsbouw verloren zullen gaan. Bij de 28 werven werken nu 5500 mensen. Tot de 28 worden niet gerekend de werven Van der Giessen-De Noord en IHC waarvoor een aparte steunregeling geldt. Deze werven bieden aan 4700 mensen werk.
Omdat er nog steeds overleg met het ministerie gaande is wil De Vries Lentsch zich niet uitlaten over de hoogte van het steunbedrag. Een kleine indicatie vormt zijn uitlating dat hij blij zou zijn als het bedrag voor dit jaar hetzelfde zou zijn als dat van vorig jaar. Volgens Economische Zaken is er toen voor rond de 40 miljoen gulden in de scheepsbouw gestoken.

Ernstig
„Wij hebben geld nodig. Wij zijn geen ondernemers die bedelen om subsidie, maar we moeten of we willen of niet. Krijgen we geen steun dan heeft dat ernstige consequenties" aldus De Vries Lentsch.
De steun is volgens hem des te meer noodzakelijk daar de werven anders niet in staat zijn te concurreren met andere Westeuropese werven. Deze worden zwaar door de overheid gesubsidieerd en kunnen daarom goedkoop schepen bouwen. „Er is sprake van een subsidieoorlog. Het staat voor mij als een paal boven water dat als alle werven in Europa dezelfde faciliteiten zouden hebben, de Nederlandse werven de concurrentie binnen Europa de baas zouden kunnen zijn."
De Vries Lentsch heeft weinig vertrouwen in de EG-richtlijn die bepaalt dat na 1986 de lidstaten hun scheepsbouw niet meer mogen subsidiëren. De richtlijn voorkomt naar zijn mening concurrentievervalsing niet omdat niet alle landen haar rechtlijnig toepassen en omdat er geen maximale hoogte voor de steun wordt aangegeven. „Wat de afbouw en herstructurering betreft lopen de vele EG-leden drie tot vier jaar achter bij ons."

Financiering
Kan Nederland op Europees niveau nog aardig de strijd met de concurrentie aan, heel anders wordt dat als landen als Japan en Zuid-Korea meedingen naar een order. Dan loopt Nederland mede achter omdat deze landen gunstige financieringsvoorwaarden kunnen bieden. Dat is naast kwaliteit en snelle levering een factor die meespeelt. De kracht van de Nederlandse scheepsbouw is volgens de Cebosinedirecteur gelegen in de gespecialiseerde schepen. Daar is in tegenstelling tot de grote tankers waaraan een overcapaciteit bestaat, nog een markt voor.
De Nederlandse werven kunnen zo concurrerend werken omdat zoals uit een onderzoek van het Economische instituut voor onderzoek blijkt, men een maximum aan stroomlijning en efficiency heeft bereikt. Zou als gevolg van een drastische vermindering van de steunverlening nog verder geherstructureerd moeten worden dan zal dat ook voor de overblijvende werven grote problemen opleveren, meent De Vries Lentsch. „Voor de gespecialiseerde toeleveringsbedrijven is dat dan niet meer rendabel om voor een of twee afnemers te produceren. De scheepsbouw is een gemeenschap waarin men elkaar nodig heeft."
Het liefst zag de Cebosinedirecteur dat het scheepsbouwbeleid van de afgelopen jaren werd voortgezet. Het is naar zijn mening een goed en effectief beleid. Toch vreest hij een wijziging, mede beïnvloed door de RSV-enquête. „Het is niet eerlijk om de scheepsbouw over een kam met RSV te scheren. Het geld dat in de overige scheepsbouw is gestoken, is goed besteed. De prognose mag nu wel wat pessimistischer zijn, maar ze is wel realistischer dan dé voorstelling van zaken die bij de start van RSV werd gegeven. Hoewel er toen nog een oliecrisis kwam, waarop niemand had gerekend."
Bij de steunverlening gaat het volgens De Vries Lentsch nu in vergelijking met vroeger om bescheiden bedragen. „Het is een geringer bedrag dat nodig is om een arbeidsplaats in stand te houden, dan om hem te creëren. Het behoud van een arbeidsplaats in de scheepsbouw kost slechts 7000 gulden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 februari 1985

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Scheepsbouw kan Steun van overheid niet ontberen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 februari 1985

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken