Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Ruilverkaveling en natuurbeheer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Ruilverkaveling en natuurbeheer

5 minuten leestijd

De weidevogels in Noord-Holland worden ernstig bedreigd. Zo stond het pas nog in onze krant. Als oorzaak wordt genoemd de intensieve landbouw. Daarbij wordt vooral de ruilverkaveling genoemd, die zeer nadelige gevolgen heeft voor de weidevogels, maar die voor de agrarische bevolking vaak van levensbelang is.

In de Oosthoek Encyclopedie van het Milieu staat: „Ruilverkaveling, landinrichtingsproject, waarbij een gebied met (overwegend agrarisch) grondgebruik volgens wettelijk voorschrift opnieuw wordt ingericht ten behoeve van de land- en tuinbouw. Daarbij krijgen ook andere belangen aandacht, zoals landschap, natuur, openluchtrecreatie en verkeersveiligheid".

Het gaat om allerlei werkzaamheden die met elkaar de natuur ter plaatse kunnen aantasten en verarmen. Ruilverkaveling verandert het landschap drastisch. Toch zullen we ook deze zaak van twee kanten moeten bezien en beoordelen. Het is namelijk even duidelijk dat die maatregelen in het belang zijn van de agrarische bevolking. Dat moet ook in het oog worden gehouden.

Landinrichting

Ruilverkaveling is een landinrichtingsproject met als algemeen doel verhoging van de produktiviteit en verbetering van de werkomstandigheden. Voor landbouw, tuinbouw en veeteelt zijn dit belangrijke zaken. Door het trekken van nieuwe grenzen krijgt het agrarisch bedrijf de grond zoveel mogelijk aaneengesloten bij de bedrijfsgebouwen. Dit bespaart tijd. Ook aanleg en verbetering van wegen maakt de landerijen beter bereikbaar en laat zwaar transport toe. In ons land is de ruilverkaveling geregeld door de Ruilverkavelingswet van 1954. De Landinrichtingsdienst heeft bij het maken van de plannen en het uitvoeren ervan een grote taak. De Ruilverkave- lingswet biedt meestal een goede basis om aan de agrarische behoefte tegemoet te komen. In de Landinrichtingswet komen naast ruilverkaveling ook andere vormen van landinrichting voor. Hierbij treden landschappelijke, recreatieve, natuurwetenschappelijke en ecologische aspecten meer naar voren. Veel agrariërs menen echter dat hierdoor hun belangen weer worden bekort. En die mogen zeker niet op de tweede plaats of nog lager terechtkomen. Daarmee moeten milieu- en natuurinstanties voluit rekening houden.

In het begin van 1981 was in ons land 800.000 ha verkaveld en meer dan 500.000 ha in uitvoering, terwijl er nog eens bijna 400.000 ha in voorbereiding was. Tussen 1970 en 1980 werd er per jaar ongeveer 40.000 ha ruilverkaveling uitgevoerd. Dit gaat nog steeds door.

Mechanisatie

Ook in de landbouw drong de mechanisatie na 1950 snel door. De drang tot verhoging van de arbeidsproduktiviteit vroeg om meer en grotere machines. En die kwamen er ook. Grond en landschap waren echter niet daarop berekend evenmin als ons wegennet toereikend was voor het groeiende autopark. Het laatste werd enorm uitgebreid. Ook in landelijk gebied ging men drastisch veranderen en aanpassen. Ruilverkavelen. Percelen werden vergroot en samengevoegd. Sloten werden als overbodig gedempt. Houtwallen werden vervangen door puntdraadafscheidingen. Door dergelijke maatregelen kon men snel en efficiënt gaan werken.

Het meest noodzakelijke echter, tevens het voor de natuur meest ingrijpende, was dat de grondwaterstand werd verlaagd. Daardoor kon gemakkelijker en meer worden geproduceerd. Kunstmest èn onkruidbestrijders zorgden voor land waar puur gras groeit, wat elke boer graag wil. In een ander verhaal wordt op de gevaren daarvan voor weidevogels ingegaan. Verarming van de natuur deed de vogelstand ook achteruitgaan. Die werd vooral veroorzaakt door ontwatering, kanalisering van beken, verdwijnen van sloten en begroeide slootranden, omhakken van de overbodige houtwallen en heggen en het verdwijnen van overhoeken en verwaarloosde terreintjes.

Grondwaterstand

Beheersing van de grondwaterstand is van belang voor een goede bedrijfsvoering. Het waterpeil wordt daarvoor belangrijk lager gemaakt. Het resultaat is dat de boer langer en gemakkelijker zijn land kan bewerken en daardoor een grotere opbrengst verkrijgt. Lagere waterstand, dus drogere grond, is ook absoluut noodzakelijk om gebruik van zware landbouwmachines mogelijk te maken. Het laatste is voor moderne bedrijfsvoering noodzakelijk.

Grote delen van ons land waren vroeger veel te nat voor agrarisch gebruik. Door verlaging van het waterpeil kon wel akker- en weidebouw worden uitgeoefend. Toen het agrarisch bedrijf nog niet was gemechaniseerd was die verlaging niet zo drastisch, wat de laatste jaren wel vereist was. Die lage waterstand blijft niet beperkt tot het gebied dat voor veeteelt of akkerbouw wordt gebruikt. Ook het omliggende gebied wordt droger. Dit heeft grote invloed op het milieu. Natuurgebieden gaan daardoor sterk in waarde achteruit. Met name die gebieden waar een hoge waterstand een bijzonder milieu in stand houdt.

Staan landbouw en natuurbehoud zo scherp tegenover elkaar? Zijn het eikaars tegenstanders? De tegenstellingen zijn de laatste tijd zo toegenomen dat dit vaak zo wordt gesteld. Toch is dit fout, want zo is het in werkelijkheid niet en mag het ook niet zijn. Altijd is de natuur sterk beïnvloed ? door allerlei agrarische activiteiten die een overheersend stempel hebben gezet op onze natuur en landschappen. Nu in deze sector mechanisatie en schaalvergroting zijn doorgedrongen, moeten deze zaken niet leiden tot verwijdering tussen agrarische invloed en natuurbehoud. Er zal moeten worden gezocht naar maatregelen om beide zaken voldoende tot hun recht te laten komen. Men mag geen eenzijdige nadruk leggen op natuurbehoud met voorbijzien van de belangen van veeteelt, land- en tuinbouw. Echter evenmin mag alle natuur worden opgeofferd aan efficiency en productieverhoging. Evenals in het verleden moet worden gestreefd naar een harmonische samenwerking. En die is mogelijk!

Een bevredigend beheer van natuur en landschap, waarbij de belangen van de agrarische bevolking niet in het gedrang komen, wordt door de huidige ontwikkelingen wel steeds moeilijker. Temeer is begrip voor elkaars standpunt en belangen noodzakelijk.

In 1979 schreef dr. Mörzer Bruyns in „De Lepelaar": „Het gaat om ontwikkelingen met behoud van de essentiële natuurwaarden. De natuurbescherming ziet daarvoor mogelijkheden en die zullen eerlijk moeten worden bestudeerd. Er moet daarbij ook worden bedacht dat bij het natuur- en landschapsbeheer de landbouw, zij het in aangepaste vorm, onmisbaar is, zelfs in natuurreservaten. Het gaat er daarom om een samenwerkingsverband te vinden en de tegenstellingen niet onnodig te accentueren." Met die instelling moet het mogelijk zijn tot resultaten te komen die beide partijen bevredigen. Agrariërs en natuurbeschermers hebben elkaar nodig; hun belangen raken elkaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 12 februari 1985

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Ruilverkaveling en natuurbeheer

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 12 februari 1985

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken