Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Militairen in Z.-Amerika geduchte machtsfactor

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Militairen in Z.-Amerika geduchte machtsfactor

Burgerregeringen in de schaduw van de kazerne

7 minuten leestijd

SANTIAGO — Vijf jaar nadat voor de laatste keer een burgerpresident door het leger aan de kant werd gezet, zijn de militaire regimes in Zuid-Amerika voor het merendeel naar de kazernes teruggekeerd. Maar de burgerregeringen, die in veel gevallen een failliete boedel hebben geërfd, voelen zich niet erg op hun gemak met de aanwezigheid van hun legers, die meer dan veertig jaar lang niet tegen elkaar hebben gevochten, maar des te intensiever tegen de eigen bevolking zijn „opgetreden."

De generatie van generaals die zich in de jaren zestig en zeventig geroepen voelde om dat vaderland redden van economische crisis en links gewroet", heeft moeten toegeven deze taak niet volbracht te hebben. Wijselijk kozen de geneeaals voor een bijtijdse terugtocht, voordat de volkswoede masale omvang zou aannemen. Voordeel van deze vrijwillige terugtreding was dat de militairen in veel gevallen hun invloed op de burgerregeringen veilig konden stellen. Alleen het Chili van Pinochet en het Paraguay van Stroessner zijn nog vast in de greep van een militaire dictatuur.

Sinds 1979 hebben de militairen in Ecuador, Peru, Bolivia, Argentinië en Uruguay de macht overgedragen aan burgerpresidenten. Medio maart kwam ook in Brazilië een burgerregering aan de macht. Dat gebeurde weliswaar niet door middel van vrije verkiezingen (de kandidaten werden gekozen door een door het regime ingestelde kiescommissie), maar volgens de opiniepeilingen schaart tachtig procent van de Brazilianen zich achter de regering.

Voorzichtig begin


In Brazilië begon in 1964 de opmars van de nieuwe militaire regimes, die veel dieper in de maatschappij ingrepen dan de dictators - oude - stijl die tussen de jaren twintig en vijftig de dienst uitmaakten. Tussen 1964 en 1980 sneuvelden tien burgerregeringen voor de aspiraties van de generaals, die in deze periode in veel landen de buitenlandse politiek, de olie-industrie, de wapenindustrie, het onderwijs en in het geval van Bolivia de cocaïnehandel beheersten. Binnenlands hielden de generaals zich voornamelijk bezig met het opdoeken van parlementen, het verbieden van politieke partijen en de meedogenloze vervolging van politieke tegenstanders. Tienduizenden mensen werden vermoord, gemarteld, zonder proces vastgezet of gedwongen in ballingschap te gaan. Nu de burgers het roer ovenemen, is een voorzichtig begin gemaakt met wat de Chileense analist Augusto Varas noemt „het terugdringen van een invasie van het leger in de burgerwereld, die zijn weerga niet kent."

Patriottische plicht

„De strijdkrachten zullen binnen het kader van de grondwet functioneren, dat kan ik verzekeren," zo zei de burgerpresident van Uruguay, Julio Maria Sanguinetti, in zijn inauguratierede op 1 maart. Maar hij erkende dat twaalf jaar dictatuur zijn sporen heeft nagelaten: „We kunnen de grote moeilijkheden niet negeren, die ontstaan bij de overgang van een regime dat alle macht aan zich had getrokken naar een regering die aan de wet gebonden is." Letterlijk op de achtergrond bij die toespraak zat generaal Hugo Medina, die enkele dagen tevoren nog had gezegd dat „er niets anders opzit dan een nieuwe staatsgreep," als het leger te hard zou worden aangepakt. Een dergelijke dreiging hangt veel burgerregeringen, die mede aan de macht zijn gekomen met de belofte de militairen ter verantwoording te roepen, boven het hoofd. Een duidelijk voorbeeld is Argentinië, waar burgerpresident Raul Alfons moet laveren tussen de eis om de militairen te straffen voor schendingen van de mensenrechten op grote schaal, en de dreigende houding van het militaire establishment, dat beweert maar zijn patriottische plicht te hebben gedaan.

Tegenwerking

Uit een groot aantal botsingen achter de schermen blijkt dat het leger in veel Zuidamerikaanse landen nog steeds een geduchte machtsfactor is. In Argentinië hebben civiele rechtbanken zaken aanhangig gemaakt tegen negen voormalige opperbevelhebbers. De ex-juntaleiders eisten door militairen te worden berecht, maar de krijgsraad hield hen de hand boven het hoofd. Het onderzoek wordt op allerlei manieren tegengewerkt. Zo pleegden in oktober vorig jaar vier mannen in uniform een overval op het kantoor van een rechter en ontvreemden een groot aantal dossiers over verdwijningen. De burgerpresident van Bolivia, Hernan Siles Zuazo, werd vorig jaar door mokkende officieren gedwongen zijn loyale opperbevelhebber te ontslaan. Het bezwaar van de officieren was dat de opperbevelhebber toestond dat de aanhangers van de linkse president zich bewapende. De nieuwe opperbevelhebber bleek minder zuiver op de graat. Hij werd al na drie maanden ontslagen omdat hij een staatsgreep voorbereidde. De burgerpresident van Colombia, Belisario Betancur, slaagde er tegen de wil van het leger in „vredesverdragen" te sluiten met vier guerillagroeperingen. Daardoor kon hij de defensie-uitgaven verminderen en de militairen hun supervisie over „ondervraging van verdachte elementen" afnemen. Maar pogingen van Betancur om de betrekkingen met Cuba te herstellen zijn tot nu toe door tegenwerking van de militairen mislukt. In Peru heeft de luchtmacht een voostel van de burgerregering getorpedeerd om de sinds mei opgeschorte lijnvluchten tussen Lima en de VS te hervatten. De luchtmacht aast op de exploitatie van de nationale luchtvaartmaatschappij, Aeroperu, die momenteel mede door het ontbreken van vluchten op de VS met verlies draait. Het regime in Uruguay herhaalde in november de uit 1979 stammende truc van de junta in Ecuador. Er werden weliswaar „vrije verkiezingen" gehouden, maar de populairste kandidaat werd uitgesloten. Sanguinetti heeft in ruil voor zijn beëdiging moeten beloven het opperbevel in stand te houden.

Arbeidsonrust

Ironisch genoeg helpt de economische crisis in veel landen, die onder het militaire „beheer" van de economie is uitgedijd, de handhaving van de machtspositie van het leger. De crisis heeft geleid tot arbeidsonrust in Bolivia en toenemende guerrilla-activiteiten in Peru. Daardoor zijn de burgerpresidenten in deze landen voor de ordehandhaving sterk afhankelijk van het leger en minder geneigd om de militaire top uit te dagen. Ontheven van „de zware regeerlast", die vaak tot onderlinge meningsverschillen leidde, sluiten de militairen in Zuid-Amerika de gelederen weer en presenteren zich met de traditionele arrogantie. Het uniform wordt weer gewaardeerd, zo zeggen sommige hoge officieren. „Tijdens de nadagen van de dictatuur (in 1982) konden we ons niet in uniform op straat vertonen zonder door de mensen te worden uitgemaakt voor dieven en incompetente uitbuiters," aldus generaal Raul Lopez Leyton, die in januari opperbevelhebber van het Boliviaanse leger werd. „Ik heb meegewerkt aan de machtsoverdracht door de militairen. Nu zien de mensen dat de politici geen haar beter zijn. We worden nu toegejuicht en mensen strooien zelfs met bloemen. Wij vormen de enige stabiele instelling in dit land." De burgers hebben wel vorderingen gemaakt met het terugdringen van de economische macht van de militairen, Fabriciones militares, een Argentijnse staalfabriek waar zowel wapens als ploegen worden gefabriceerd, staat tegenwoordig onder leiding van burgers. Tijdens de junta zwaaiden militairen de scepter over de fabriek, de grootste werkgever van Argentinië. De omvangrijke Braziliaanse computerindustrie wordt niet langer geleid door de door militairen geleide nationale veiligheidsraad, en militairen zijn verdwenen uit de directie van de staatsoliemaatschappij. In Bolivia zijn militairen die zich ten tijde van de junta met de cocaïnehandel bezighielden, zoveel mogelijk uit het leger verwijderd.

Niet definitief

Toch is de macht van de militairen op politiek en economisch terrein nog steeds groot. Behalve in Argentinië en Uruguay wordt de ministerpost van defensie nog altijd bekleed door militairen, al of niet in actieve dienst. Militairen' hebben nog steeds veel invloed in de wapenindustrie in Argentinië, Brazilië en Venezuela, in de door de staat beheerste mijnbouw (goud) en veeteelt in Bolivia en in de wegenbouw in Ecuador. De geheime politie, die zich in Argentinië, Brazilië en Uruguay schuldig heeft gemaakt aan moord en marteling, blijft onder militair bevel staan en houdt zich nog steeds bezig met de bestrijding van „subversieve activiteiten." „Niemand kan onderschrijven dat de terugtocht van het leger definitief is," aldus de Franse Zuid- Amerika-expert Alain Rouquie in een vorig jaar verschenen boek over het Latijnsamerikaanse militarisme. „De oost-militaire staat, hoe democratisch ook, leeft de schaduw van de kazerne."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 mei 1985

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

Militairen in Z.-Amerika geduchte machtsfactor

Bekijk de hele uitgave van maandag 20 mei 1985

Reformatorisch Dagblad | 10 Pagina's

PDF Bekijken