Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Uit de geschiedenis van het Urker Mannenkoor

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de geschiedenis van het Urker Mannenkoor "Hallelujah"

6 minuten leestijd

URK — „Toe ik zestien joar was 'ad je nog gien orgel in de kark, dustoe 'ad een vuurzinger: Jauwk van Pieter. Mar as Jauwk ut begin adde..., dat ie z'n moend eupen ding..., dan kon je Garrit Bakker in ouwe Kobus in Garrit van Maarten in nog zo'n stelletjen er boven eut oren! Nou, dat wazzen mar gien zingers!" Zo vertelt de 91-jarige Jan Korf, de enige nog in leven zijnde oprichter van het Urker Mannenkoor "Hallelujah"

Als de dag van gisteren herinnert hij zich namen en gebeurtenissen uit de beginperiode van het koor, waarvan hij in 1910 lid werd. De heer Korf is een van de geïnterviewden in het kader van de samenstelling van een jubileumboekje, dat het koor in oktober wil presenteren, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan. Toen in 1910 een twintigtal vissers het „Christelijk Mannenkoor Halleluja" oprichtte, wilde men zich in de eerste plaats oefenen in het zuiver zingen van de psalmen om zo de zondagse gemeentezang te ondersteunen. Het nieuwe koor zette daarmee de traditie voort van het mannenkoor „Oefening kweekt kunst", dat in 1898 was opgericht door dezelfde personen die later het eerste bestuur van „Halleluja" vormden. Mannen als de eerste directeur (dirigent) Gerrit de Boer (die door alle Urkers Gerrit Bakker werd genoemd), zijn opvolger Kobes de Boer, koster-voorzanger Jacob Neutjes en de onlangs overleden Auke Kapitein hebben een belangrijke rol gespeeld in de opbouw van de later zo geroemde Urker zang.

Stemgeluid
De laatste zanger van liet eerste uur, Jan Korf, vertelt over de manier waarop Gerrit de Boer, die bekend stond om zijn machtige stemgeluid, de jonge leden de juiste tonen bijbracht. „Als jongen van zestien jaar kreeg ik een plaats tussen Jan Gerssen en Jan van Derk van Naat aangewezen, bij de diepe bassen. Door goed naar hen te luisteren moest ik leren zingen.

Nu had oude Gerrit Bakker de dirigeerstok al spoedig aan Kobes de Boer overgedaan. Maar hij had de gewoonte om, als wij stonden te zingen, achter de rijen mannen heen en weer te lopen. Ja, dan liep hij te luisteren of je niet fout zong hè... En zo, op een zondagmiddag tijdens de wekelijkse repetitie, stond hij achter mij en op een gegeven moment bromt hij met z'n zware stem: „Doooo.... moet je er goed uithalen!' Enfin, dat had zich zo een paar zondagen herhaald, toen zei Jan van Derk: "Doar wor je toch ok beroerd van", waarop Jan Gerssen antwoordde: „As ie ut wier een keer dot, dan gief ik em een klap vor z'n waffel, in dan is ut in ien keer over". „Nou", zei Jan van Derk, diet kuun je toch niet doen..." „Dan moe ie z'n roare skreawen mar vorum ouwen", zo reageerde Gerssen.

Waarschuwen
Toen we later die middag naar huis liepen zei ik tegen Kobes, de directeur, dat hij oude Bakker maar eens moest waarschuwen, want wat Jan Gerssen gezegd had zou hij vast en zeker doen. Dat heeft Kobes toen gedaan en daar is de oude zeker flink van geschrokken, want hij heeft nooit weer achter ons gestaan", aldus Korf.

In de jaren dertig werd schoolmeester Gerardus Metz dirigent. Had men tot die tijd uitsluitend vierstemmige psalmen en Hazeuliederen gezongen, Metz voegde de bundel „Neerbosch' zangen" aan het repertoire toe. Later bracht hij ook wel andere muziekstukken mee.

Jan Korf: „We hadden 's zondags van Metz een nieuw stuk gekregen: de Deutsche Messe. Hij prentte ons in om dat maar eens goed te bestuderen en daarom namen wij de muziek mee aan boord van onze schepen. Maandagavond en dinsdag lagen we verwaaid in de haven van Terschelling en toen kwamen we met 25 koorleden bij elkaar in het vooronder (bemanningsverblijf) van de botter van Luut Kamper.

En toen zijn we aan het oefenen gegaan met dat nieuwe muziekstuk, stem voor stem. Dat lukte vrij goed en op een gegeven momenten zei Maarten van Gerrit van Maarten, die voor dirigent speelde: „Laten we eens vierstemmig zingen!" Zo gezegd, zo gedaan. En dat ging prima! Opeens klonk er applaus en toen bleek de hele kade vol Terschellingers te staan, die naar ons luisterden.

De zondag daarop kon Metz maar niet begrijpen dat we het al aardig kenden, terwijl hij het zelf nog maar ternauwernood op het orgel kon spelen".

Buiten Urk
Onder Metz viel ook het eerste concert buiten Urk. Dat was op Hemelvaartsdag 1930 in Den Oever. De Urkers waren met twee botters naar Wieringen gereisd, waar zij voor honderden toehoorders veel succes oogstten. Een van de botters was van Jan Korf.

Na Metz werd Jan van Dalfzen dirigent en onder hem begon reeds de naoorlogse bloeiperiode. Dat is echter een apart hoofdstuk in de geschiedenis van het koor, dat nu officieel „Het Urker Mannenkoor Halleluja" heet en niet langer het enige, maar een van de vier mannenkoren op Urk is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Uit de geschiedenis van het Urker Mannenkoor

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken