Bekijk het origineel

Uitgevlogen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Uitgevlogen

krabbels van Maaike

3 minuten leestijd

  Gisteren zijn de jonge merels uitgevlogen. Ze waren laat dit jaar. De oorzaak was mijn boze buurman, die geen vogelnest in zijn tuin duldde. Zodoende zocht het merelechtpaar een ander stekje en belandde ten slotte in onze tuin. En druk dat ze geweest zijn. Ze vlogen af en aan om de verloren tijd in te halen. Zouden ze het nog redden? Ze deden zo hun best.
  
Op een morgen zat vader merel op de schutting. In zijn snavel had hij zeker een stuk of vijf wormpjes. Parmantig hield hij zijn bekje scheef. Blikte een paar maal om zich heen en vloog naar het nest. Ze hadden het gered. Voorzichtig hebben we in het nest gekeken. Vier jonge vogellijfjes. Zo klein, zo teer. En meteen verschrikkelijke honger. Ze sperden hun kleine bekjes wagenwijd open voor de volgende voedselvoorziening. Het leek wel of ze nooit genoeg hadden. En nu zijn ze gisteren uitgevlogen. Het nest is leeg.
  
Vader merel zat vanmorgen zo stilletjes op een dun takje van de boom. Hij had geen voedsel meer in zijn oranje snavel. Het was niet meer nodig. Hij hoefde niet meer te zorgen. Het leek me dat hij er helemaal niet zo blij mee was. Hij zat er zo verloren. Geen tsjilpende vogelstemmetjes meer. Zijn kinderen waren uitgevlogen. Weggegaan om niet meer terug te komen. Tóch zat hij daar nog. Misschien wel te wachten of hij nog een glimp van een van hen kon opvangen. Stilletjes alleen op een tak.
  
Op de een of andere manier voelde ik me een beetje met hem verbonden. De laatste week was het bij ons een drukte van belang geweest. De kinderen hadden vakantie. En we liepen elkaar allemaal voor de voeten. Piet en ik hadden dit jaar geen vakantieplannen. We wilden gezellig thuis blijven. Ons viertal vond dat helemaal geen bezwaar. Ze hadden allemaal hun eigen vakantieplannen gemaakt. Op een avond zaten we dat alles te bespreken. Alle voor- en nadelen werden nog eens onder de loep genomen. Uiteindelijk had ieder onze goedkeuring.
  
Het werden drukke dagen. Koffers pakken, inkopen doen en ga zo maar verder. Sietske vertrok als eerste. Ze ging bij een vriendin logeren. Twee weken maar liefst. Piet bracht haar naar de trein. Dat had hij als voorwaarde gesteld. Dochterlief had het wel net zo makkelijk gevonden als pa haar helemaal wegbracht. Piet had er echter geen oren naar. „Als je twee weken weggaat, moet je het ook zonder ons doen. Bovendien kun je jezelf behoorlijk redden, jongedame. Dus ik zet je op de trein en laat zien wat je in je mars hebt. Maar bel wel als je aangekomen bent".
  
Tjeerd vertrok een uur later. Op de fiets. Hij wilde een fietsvakantie. Samen met zijn neef Bert waren ze van plan om de familie in ons land per fiets langs te gaan. Uitgebreid had hij verslag gedaan. Ze wilden overal maar één nacht blijven. Behalve bij tante Mina en oom Jan. Die wilden ze wat helpen op de boerderij. Wanneer hij terugkwam wist hij niet. Hij zou in ieder geval vaak bellen. En daar ging 'ie. Nog een laatste armzwaai om de hoek van de straat. De tweede spruit was ook al verdwenen. Veel tijd om erover na te denken had ik niet. Jojanneke en Chieltje keken ons verwachtingsvol aan. Die waren nu aan de beurt. Jojanneke mocht met tante Gijsje mee op vakantie. Naar Zoutelande op een camping. Chieltje een week bij een vrindje van school. Vader zou deze twee zelf wegbrengen. Dit tweetal was nog te jong om alleen te gaan. Parmantig stonden ze te wachten tot vader de auto gehaald had. Jojanneke omhelsde me wel tien keer. Chieltje keek me een beetje angstig aan. Ik knuffelde hem nog eens en drukte hem tegen me aan. En daar gingen ze. Ik zwaaide tot ze mij allang niet meer konden zien en liep het huis in.
  De kinderen waren uitgevlogen. Net zoals de merels. Wat was hei huis leeg. En toen ik vader merel daar zo zielig op de tak zag zitten voelde ik me net zo verloren. En de kinderen waren pas twee dagen weg. Ik troostte mezelf met de gedachte dat ze in ieder geval niet voorgoed waren uitgevlogen. Het was maar voor een tijdje.
  Op dat moment ging de telefoon. Het was Chieltje. Een snikkende Chieltje. „Mamsie, komen jullie me halen. Ik heb zo'n heimwee". .Jongske, we komen gelijk", was mijn antwoord. Piet en ik vlogen ijlings de deur uit, de auto in. Dat is er eentje, zong het in me, die kan nog niet buiten het ouderlijk nest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1985

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Uitgevlogen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 juli 1985

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken