Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Miljoenen op het spel als Pretoria zwarten uitwijst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Miljoenen op het spel als Pretoria zwarten uitwijst

Botha stelt Veiligheidsraad verantwoordelijk voor gevolgen

4 minuten leestijd

JOHANNESBURG — Zuid-Afrika's staatspresident Botha leeft deze week gedreigd hondjerdduizenden buitenlandse werknemers uit het land te zuilen zetten als de Veiligheidsraad van de VN volhardt in haar anti-Zuidafrikaanse sanctiecampagne. Botha's minister van buitenlandse zaken. Roelof "Pik" Botha, verzachtte later dit dreigement door te zeggen dat het ontslag van honderdduizenden buitenlandse werknemers de logische consequentie zal zijn van handelsboycotten en sancties.

  Hij wees erop, dat alle landen in het zuiden van Afrika grote nadelen zullen ondervinden als de in Zuid-Afrika werkende buitenlanders worden weggestuurd. Minister Botha stelde de Veiligheidsraad direct verantwoordelijk voor de ongunstige gevolgen voor de economieën van Zuid-Afrika's buurstaten.
  Meer dan 350.000 zwarte Afrikanen zijn in Zuid-Afrika wettig werkzaam. Dat wil zeggen: zij beschikken over papieren die hun verblijf in Zuid-Afrika legaal maken. Daar tegenover staan naar schatting anderhalf miljoen Afrikanen uit allerlei landen die zonder de nodige vergunningen in Zuid-Afrika wonen en werken.
  
Van de 350.000 legale buitenlanders zijn er 200.000 werkzaam in de mijnbouw, de belangrijkste industrietak van Zuid-Afrika. De rest, legalen en illegalen, is actief in de landbouw, in overheidsdienst, de handel of als hulp in de huishouding. Liefst veertig procent van alle mijnwerkers in Zuid-Afrika komen uit het buitenland. 

Overmaken 
  De buitenlanders zijn voornamelijk uit zes Afrikaanse landen afkomstig: Lesotho, Mozambique, Botswana, Malawi, Swaziland en Zimbabwe. Sommige van deze landen verplichten hun burgers, die in het buitenland werken, tot overmaking van een gedeelte van hun inkomen direct naar hun land van herkomst. Met andere woorden: zij kunnen in Zuid-Afrika slechts over een beperkt deel van hun loon beschikken; de rest moet in eigen land worden besteed.
  
De percentages verschillen. Lesotho, Mozambique en Malawi willen dat hun onderdanen zestig procent van hun inkomsten naar hun vaderland overmaken. Zimbabwe eist veertig procent terwijl Swaziland en Botswana hun staatsburgers tot niets verplichten. Het gaat hierbij uiteraard om grote bedragen.
  
Het land dat het zwaarst zou worden getroffen als Zuid-Afrika tot uitwijzing van buitenlanders zou overgaan is Lesotho. Bijna tachtig procent van de economisch actieve bevolking van dit geheel door Zuidafrikaans grondgebied omgeven bergstaatje werkt in Zuid-Afrika. De betalingsbalans van Lesotho wordt voor liefst 83 procent door de inkomsten van deze mensen in evenwicht gehouden, terwijl het bruto nationaal produkt voor 55 procent uit de overmakingen van deze mensen bestaat. Deskundigen zeggen dan ook dat een verbod op werk van Lesotho-arbeiders in Zuid-Afrika een nationale ramp voor dat land zal betekenen. Landen als Botswana en Swaziland zouden ook getroffen worden.
  
Het gaat om de volgende bedragen (de jongste gegevens dateren uit 1983). Lesotho verdient jaarlijks aan het werk dat zijn onderdanen in Zuid-Afrika verrichten 280 miljoen Zuidafrikaanse rand; Botswana 50 miljoen; Malawi 51 miljoen; Mozambique 117 miljoen; Swaziland 32 miljoen; Zambia 31 miljoen en Zimbabwe 9 miljoen rand. Er staan dus letterlijk miljoenen op het spel als Zuid-Afrika de buitenlandse werknemers de deur zou wijzen. 

Produktieverlies 
  Maar ook voor Zuid-Afrika zelf zal een dergelijke drastische actie grote problemen opleveren. Weliswaar zijn volgens ramingen drie miljoen zwarte Zuidafrikanen zonder werk en zouden met name de mijnen in theorie weinig moeite hebben hun arbeidersreservoir uit eigen land aan te vullen. Maar in de praktijk zal dit uiteraard niet gemakkelijk verlopen en zeker niet zonder produktieverlies. 
  Immers, er moeten opnieuw mensen worden opgeleid en het zal niet gemakkelijk zijn om genoeg mensen aan te trekken. Niet voor niets moeten de Zuidafrikaanse mijnen het vooral van buitenlanders hebben: er zijn maar weinig inheemse stammen die ondergronds willen werken. De grootste bevolkingsgroep wordt gevormd door de bijna vijf miljoen Zoeloes, die niet in de mijnen willen werken omdat men het beneden zijn waardigheid vindt om zich ondergronds te begeven. Zo bestaan er bij andere volken andere taboes die niet zijn te verenigen met het beroep van mijnwerker.
  
De organisatie van mijnbouwbedrijven, de Kamer van Mijnwezen, is dan ook niet gelukkig met de waarschuwing van president Botha om de buitenlanders het land uit te zetten als er sancties worden ingesteld. Een woordvoerder zei: „Dit is een vorm van chantage die Zuid-Afrika niets goeds zal brengen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Miljoenen op het spel als Pretoria zwarten uitwijst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 augustus 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken