Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

„Als de reservepolitie morgen wordt opgeheven, dan komt er geen agent bij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Als de reservepolitie morgen wordt opgeheven, dan komt er geen agent bij"

Slechts het dienstbaar zijn aan de samenleving drijft de reservisten

8 minuten leestijd

Een storm in het zomerse glas van weinig nieuws. De Nederandse Politiebond (NPB) had een beter moment kunnen kiezen om zijn campagne tegen de reservepolitie te beginnen. De reservepolitie staat daardoor opeens in de schijnwerpers van de belangstelling. De kritiek van de NPB vinden de organisaties van reservisten bij de gemeentepolitie en rijkspolitie nergens op slaan. „Wij zijn geen beunhazen, die werken in het geniep en onbevoegd zijn. Op ons is dat niet van toepassing." Het weerwoord van burgers die zich dienstbaar willen maken voor de samenleving.

De reservepolitie werd officieel in 1948 opgericht en is momenteel ongeveer 7000 man sterk. Directe aanleiding tot het instellen van reservisten bij de politie vormde de communistische machtsoverneming in Tsjechoslowakije in 1947. Voor 1948 was er een keer eerder sprake van de oprichting van de reservepolitie. In verordening 23 van de chef staf Militair Gezag, generaal-majoor H. J. Kruis, van 19 september 1944 valt onder artikel 3 te lezen: „Aan de leden van de eventueel te formeeren reservepolitie kan door of vanwege den Chef van den Staf Militair Gezag zulk een aanstelling tijdelijk en tot nader order worden verleend".

De wettelijke basis voor de reservepolitie werd overigens pas gelegd in de Politiewet van 1957, die er in voorziet om vrijwilligers hulpdiensten te laten verrichten ten behoeve van de beroepspolitie in situaties waarin het normale evenwicht van het maatschappelijke bestel verstoord wordt en de aanvullende voorzieningen tekortschieten. In normaal Nederlands wil dat zeggen dat de reservepolitie de reguliere politie mag helpen in geval van oorlog, rampen en ernstige ordeverstoringen.

Helpen

De invulling van de taak van de reservisten in de praktijk van alledag komt volgens de secretaris van de Laiidelijke organisatie van reservisten bij de gemeentepolitie (LORG), J. H. van Zwan, neer op het helpen regelen van het verkeer bij grote evenementen zoals bloemencorso's en het weghouden van het publiek bij grote ongelukken, bosbranden etc. Bij dit assisteren blijft de beroepsagent verantwoordelijk en neemt de reservist nooit het initiatief.

Of een bepaald gemeentepolitiekorps de beschikking heeft over reservisten hangt van de burgemeester en de korpschef af. Vindt een korpschef de instelling van reservisten niet nodig omdat hij bijvoorbeeld niet genoeg voor hen te doen heeft of het nut van de reservist niet inziet, dan kan een burgemeester als hoofd van de gemeentepolitie besluiten niet tot instelling over te gaan. Een aardig voorbeeld in dit verband noemt Van Zwan, Zevenaar. In Zevenaar was tot voor enkele jaren geen gemeentepolitie. Maar door het bereiken van het daartoe vereiste aantal inwoners kreeg men een eigen korps. „De nieuwe korpschef wilde niets van reservisten weten met als gevolg dat de 12 reservisten die tot dan toe bij de rijkspolitie hadden gediend naar huis werden gestuurd."

Het geval Zevenaar was voor de LORG aanleiding om contact met de autoriteiten ter plaatse op te nemen. „We hebben geprobeerd met hen te praten maar ze bleven bij hun standpunt. Als ze een keer zeggen: we moeten geen reservisten en ze blijven daarbij, dan kun je niets doen. Zelfs de minister van binnenlandse zaken kan een gemeente niet dwingen tot het instellen van reservepolitie." .

Rommel

Van Zwan en de penningmeester van de Landelijke organisatie reservisten rijkspolitie (LOR), P. Wiegman, wijten de tegenzin van sommige korpschefs aan het feit dat tot voor enkele jaren de qpleiding van de reservisten volledig aan het korps werd overgelaten. „Er waren korpsen,waar je, als je je aanmeldde als reservist, een uniform kreeg dat je weer moest teruggeven als je zestig was. Aan opleiding werd niets gedaan, men rommelde maar wat aan."

„Geen wonder dat je in dat soort situaties trammelant krijgt als er wat gebeurt." Van Zwan en Wiegman prijzen zich gelukkig dat de opleiding sinds een paar jaar een serieuze zaak is geworden. Zij zien dat als een van de eerste dingen die hun organisaties - respectievelijk zeven en twaalf jaar geleden opgericht - hebben bereikt.

Iemand die zich nu aanmeldt voor reservist moet volgens Van Zwan en Wiegman op een twee jaren durende studie rekenen. „Behalve de vier uur les per week komt daar nog tien a vijftien uur studeren thuis bij," aldus Wiegman. Tijdens de opleiding worden alle zaken waarmee men als politieman te maken krijgt behandeld. Naast theorie wordt de aspirant-reservist ook de praktijk bijgebracht. Zo maken schietlessen deel uit van het studieprogramma.

Heet hangijzer

De opleiding is op dit moment een heet hangijzer, omdat de korpschefs de kosten te hoog vinden. In totaal is met de opleiding 1,2 miljoen gulden per jaar gemoeid. Hier richten de organisaties dan nu ook hun activiteiten op.

Wie solliciteert om bij de reservepolitie te komen wordt niet automatisch aangenomen. De belangstelling op dit moment is zo groot dat op grond van de sollicitatiebrieven al kandidaten worden afgewezen. De overigen worden, als zij minimaal een opleiding op mavoniveau hebben, uitgebreid psychologisch en medisch getest. Pas dan mag men aan de opleiding deelnemen. De grote belangstelling van vooral de jongeren verklaren Wiegman en Van Zwan door de veranderende opvatting over het gezag. „Tien jaar geleden schopten de jongeren tegen het gezag aan, nu willen ze helpen het in stand te houden."

Van Zwan en Wiegman hechten erg aan de opleiding. „Het moet zo zijn dat het publiek niet aan mij ziet dat ik een reservist ben. Als ze dat zien ben ik het uniform niet waard. Zij die alleen voor het pakje komen vallen zo af. Daar prik je tijdens dè opleiding snel genoeg door heen".
De bestuursleden van de belangenorganisaties ontkennen met klem dat de reservepolitie een club van hobbyisten is. „Het is geen hobby. Je doet het omdat je een bijdrage wilt leveren aan de handhaving van de rechtsorde. Je moet duidelijk de consequenties van je keus aanvaarden. Een reservist die opgeroepen wordt kan zich niet daaraan onttrekken onder het mom: ik heb een verjaardag." ,

De belangenorganisaties gaat het niet om betere arbeidsvoorwaarden voor hun leden maar om het bevorderen van het goed functioneren van het instituut reservepolitie. Om goed te kunnen functioneren is het noodzakelijk dat de reservist regelmatig als oefening diensten als de surveillance meedraait. Eenmaal per maand acht Wiegman het minimum, vier è vijf keer het maximum.

Zowel Wiegman als Van Zwan benadrukt met klem dat het niet de bedoeling is dat in geval van een tekort aan beroepsagenten dit tekort door reservisten wordt opgevuld. „Dat mag niet gebeuren. Als we dat constateren trekken we meteen aan de bel. Van der Linde (de voorzitter van de NPB - BV) mag dan wel zeggen dat wij de plaats innemen van beroepskrachten maar dat is niet zo. Als morgen de reservepolitie wordt opgeheven krijgt de reguliere politie er geen man bij. Daar komt bij dat Van der Linde tot nu toe altijd geweigerd heeft met ons een gesprek aan te gaan. We hebben hem verschillende keren uitgenodigd maar hij gaat daar niet op in".

In de rug

„De actie komt uit de koker van het hoofdbestuur van de NPB. Op regionaal niveau hebben we goede contacten. Met de Algemene Christelijke Politiebond (ACP) hebben we sinds de invoering van de opleiding geen moeilijkheden meer. De NPB valt ons altijd in de rug aan. In plaats dat ze hun grieven uiten in een gesprek met ons, willen ze een zwartboek over ons samenstellen. Dat is niet de manier waarop je met elkaar omgaat. Je behoort met elkaar als broeders om te gaan."

Dat de reservisten niet op geldelijk gewin uit zijn is wel duidelijk want de vergoeding bedraagt slechts drie gulden per keer. Toch willen Wiegman en Van Zwan, die in het dagelijks leven respectievelijk leraar Duits, Engels en maatschappijleer en chef van het centraal archief van de giro zijn, niets horen van een hogere vergoeding. „Als je gaat werken met uurlonen dan wordt het een bijverdienste en dat is niet goed. Dan neem je de motivatie weg."

Om aan te tonen hoe zeer de reservepolitie wordt geapprecieerd citeert Wiegman niet zonder trots de in 1982 gesproken woorden van waardering van de toenmalige minister van binnenlandse zaken. Van Thijn. „De reservepolitie voorziet met haar taak, als neergelegd m de rechtstoestandregeling reservepolitie, in een belangrijke behoefte om in buitengewone omstandigheden te kunnen beschikken over een apparaat dat de reguliere politie aanvult."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 augustus 1985

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

„Als de reservepolitie morgen wordt opgeheven, dan komt er geen agent bij

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 3 augustus 1985

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken