Bekijk het origineel

„Voordat de mais bloeit is Indonesië onafhankelijk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Voordat de mais bloeit is Indonesië onafhankelijk"

1 minuut leestijd

Indonesië viert vandaag 40 jaar onafhankelijkheid. Op 17 augustus 1945, twee dagen na de Japanse capitulatie, riepen in Djakarta de latere president en vice-president Soekarno en Mohammed Hatta de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Pas vier jaar later na moeizame onderhandelingen droeg Nederland de soevereiniteit over.

De plechtigheid voor het huis van Soekarno duurde kort, maar de nationalisten hadden er lang op moeten wachten. Radicale jongeren hadden liever nog eerder de onafhankelijkheid afgekondigd. Soekarno en Hatta wilden daar niet aan, zoals Soekarno zelf zei: „uit vrees voor geweld van zich verzettende Japanse militairen".


  Toen op 8 maart 1942 het Nederlandse gezag week voor de binnenvallende Japanse troepen, viel in feite het doek voor Nederlands-Indië. De nationalisten zagen in de nieuwe machthebbers een instrument om hun doel — een vrij Indonesië — te verwezenlijken. Ofschoon zeker niet allemaal van harte werkten ze samen met de Japanse militairen.


  Japan „gebruikte" mensen als Soekarno om in de gunst van de Indonesische bevolking te komen. Indonesië was voor Tokio aantrekkelijk als wingewest: grondstoffen en arbeidskrachten had het land te over. De aspiraties van de nationalisten werden op de koop toe aanvaard, ofschoon zij herhaaldelijk werden teleurgesteld. Japan wilde slechts mondjesmaat Indonesiërs politieke zeggenschap geven, aldus stellen verschillende historici. 


Vrijwilligersleger
  Toch werden steeds meer Indonesiërs in het bestuurlijk apparaat opgenomen, en er kwam een Indonesisch vrijwilligersleger, de PETA. De voortdurende verslechtering van de militaire toestand tin Zuidoost-Azië en de Pacific dwong de Japanners tot meer inschikkelijkheid. Op 7 augustus 1945 werd een "Comité ter voorbereiding van Indonesiës onafhankelijkheid" gevormd onder leiding van Soekarno en Hatta. De volgende morgen werden zij naar het Japanse hoofdkwartier in Djakarta ontboden. Ze kregen te horen dat zij naar Vietnam zouden worden gevlogen voor overleg met maarschalk Terautji, de commandant van de Japanse strijdkrachten in Zuidoost-Azië. Die ontving hen op 11 augustus met de mededeling dat het nu helemaal aan hen lag om vast te stellen wanneer Indonesië onafhankelijk zou worden, zo vertelde Soekarno aan zijn biograaf Cindy Adams.Op de terugweg haar Indonesië kwam de Indonesische delegatie tot het besef dat het wel eens sneller zou kunnen zijn afgelopen met de Japanners dan was verwacht. De atoomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki, waarvan zij lang onkundig waren gebleven, en het feit dat de Sowjets Japan de oorlog hadden verklaard «n Mantsjoerije waren binnengevallen waren een teken aan de wand. Bij hun terugkeer in Djakarta op de 14e werden Soekarno en Hatta op het vliegveld ontvangen door een enthousiaste menigte. Tot hen zei Soekarno: „Indien ik vroeger heb gezegd dat Indonesië onafhankelijk zou zijn voordat de mais vrucht zal dragen, nu kan ik u verzekeren, dat Indonesië onafhankelijk zal zijn voordat de mais bloeit", schreef Hatta in zijn lezing van de gebeurtenissen rond 17 augustus.
  Er deden die dag allerlei geruchten de ronde over de Japanse capitulatie en Mohammed Sjahrir, een radicale nationalist, deed op Hatta een beroep de onafhankelijkheid uit te roepen. Niet het op 7 augustus benoemde Comité zou dat moeten doen, „omdat een onafhankelijk Indonesië dat op die manier was geboren, door de geallieerden als een van Japans maaksel bestempeld zou worden", aldus Hatta. Soekarno, Hatta en andere nationalisten voelden niets voor Sjahrirs voorstel, ook, al omdat de Japanse capitulatie helemaal niet vaststond. Maar een dag later gaven de Japanners zich over en de nationalisten maakten zich op om zo snel mogelijk de onafhankelijkheid uit te roepen. 


Bloed
  Op de avond van de 15e kreeg Soekarno bezoek van enkele radicale jongeren, de zogenoemde pemoeda's, die wilden dat hij onmiddellijk voor de radio een vrij Indonesië zou uitroepen, „anders zal er morgen op grote schaal gemoord en bloed vergoten worden". Soekarno antwoordde volgens Hatta: „Hier is mijn hals. Sleur mij naar die hoek en ontneem mij deze avond nog het leven. Je hoeft niet tot morgen te wachten". De pemoeda's zeiden dat dat niet hun opzet was, maar dat zij hem alleen eraan wilden herinneren dat als niet onmiddellijk Indonesië onafhankelijk zou worden verklaard, „het volk morgen tot handelen zal overgaan en mensen vermoorden tegenover wie het wantrouwen koestert en die het als aanhangers van de Nederlanders beschouwt, zoals de Ambonezen bijvoorbeeld", aldus Hatta.
  In de nacht van 15 op 16 augustus werd Soekarno ontvoerd door enkele pemoeda's. Er zou de volgende dag een revolutie in Djakarta uitbreken en het was beter als hij buiten het gewoel bleef. Met vrouw en kind werd Soekarno, en in een een andere auto Hatta, naar Rengasdenklok ten oosten van Djakarta gebracht. Daar kwamen in de loop van de dag helemaal geen berichten over een opstand in Djakarta binnen en om zes uur 's avonds arriveerde een functionaris, Soebardjo, om namens het Japanse militaire bestuur (Goenseikan) naar Soekarno en Hatta te informeren. Die keerden met hem terug naar de hoofdstad waar zij direct naar het Japanse hoofdkwartier gingen. 


Oogje dicht
  De Japanse kolonel Nishimoera weigerde mee te werken aan het uitroepen van de onafhankelijkheid omdat krachtens de capitulatie iedere verstoring van de status quo door de Japanners moest worden belet. Maar Nishimoera liet doorschemeren dat hij wel een oogje dicht wilde doen. In de erop volgende nacht stelde een groep onafhankelijkheidsstrijders de proclamatietekst op. Op 17 augustus om 10 uur 's morgens werd die door Soekarno voor zijn huis voorgelezen: „Wij, het Indonesische volk, verklaren hierbij de onafhankelijkheid van Indonesië. De machtsoverdracht en andere kwesties zullen ordelijk en in de kortst mogelijke tijd worden geregeld". De Indonesische vlag, die Soekarno's vrouw uit een stuk rode en witte stof had gemaakt, werd gehesen en het Indonesische volkslied „Indonesia Raya" werd gezongen. Een dag later werden Soekarno en Hatta benoemd tot president en vice-president. Het zou tot 27 december 1949 duren voordat de Nederlanders officieel de soevereiniteit overdroegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 augustus 1985

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

„Voordat de mais bloeit is Indonesië onafhankelijk

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 augustus 1985

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken