Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Bach en pop: prima muziek voor blaasorkest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Bach en pop: prima muziek voor blaasorkest

Muziek in het leger: kwestie van nostalgie?

7 minuten leestijd

Op koninginnedag maken de plaatselijke harmonieorkesten marsen door de gemeente. Pa neemt z'n fiets, laadt z'n zonen in, en gaat achter de muziek aan. Gelukkig dat hij die kinderen als excuus heeft, want hij doet dat natuurlijk alleen voor hen - of ... ? De belangstelling voor de harmoniekorpsen beperkt zich niet tot de jeugd, de korpsen zijn populair bij jong en oud, aan welk muzikaal genre ze verder ook de voorkeur geven. En dat geldt dan in versterkte mate voor de grote voorbeelden van de harmonie- en fanfarekorpsen: de mihtaire beroepsorkesten. Over de muziek in het leger hier wat meer.

De verbintenis tussen het leger en de muziek is al van een eerbiedwaardige ouderdom. Om in het rumoer van de strijd signalen te kunnen geven waren bepaalde instrumenten het aangewezen middel. En zo lezen we al in de Bijbel dat er op de bazuin of de ramshoorn geblazen werd als de strijd moest beginnen. Uit dat oerbegin ontwikkelde zich uiteindelijk de trompet, samen met de trom nog steeds het militaire instrument bij uitstek.

Al in vroege tijden echter was de fimctie van de muzikant niet alleen een militaire. Hij moest ook dienen tot meerdere eer en glorie van de vorst. Zo liet Constantijn de Grote (324 - 337) zich tijdens zijn ritten door Constantinopel altijd vergezellen van een aantal trompetters. Toen Lodewijk XI (1461 -1483) zijn intocht maakte in Parijs bevonden zich in zijn gevolg zelfs 24 trompetters. Uiteraard droegen ze meer bij tot de glorie van de vorst als bespelers en instrumenten fraai uitgedost waren. Wel — de representatieve functie en de fraaie aankleding behoren tot de dag van vandaag bij de militaire muziek.

Reveille

Maar lange tijd was de voornaamste functie van de legermuzikant toch een militaire. Tijdens het gevecht bevond de tamboer of trompetter zich het dichtst bij de bevelhebber, om direct zijn bevelen via signalen door te geven. Ook in vredestijd functioneerde de korpsmuzikant dagelijks: hij regelde via de signalen het dagelijks werk, vanaf de reveille aan het begin van de dag tot de taptoe ter afsluiting. In de muziekbundels vinden we dan ook signalen voor appèl, order, afdanking, fourageren, lichten uit; maar ook marsen voor de gewone pas en voor de „gezwinde pas". In de Nederlanden kreeg elke legerafdeling zo langzamerhand z'n eigen stafmuziek. Tijdens de Republiek waren het in feite particuliere orkestjes van de officieren, die deze luxe ook zelf moesten bekostigen. In het koninkrijk der Nederlanden werd de status van de muzikanten steeds officiëler, hoewel hogere militaire rangen nog heel lang voor de musici onbereikbaar bleven.

In de twintigste eeuw is de militaire betekenis van de muziek in het leger steeds verder afgenomen. In een tijd waarin via de meest moderne communicatiemiddelen de bevelen doorgegeven kunnen worden is er voor een trompetter of tamboer nog maar weinig ruimte over. Om meer te weten te komen over de plaats en de functie van de militaire muziek op dit moment staken we onder andere ons licht op bij majoor J. J. Koops, dirigent van de Marinierskapel der Koninklijke Marine, en bij adjudant Van Kuppeveld, hoofd van het korps tamboers en pijpers bij diezelfde marine. Het blijkt dat je tegenwoordig eigenlijk niet meer kunt spreken van muziek in het leger, op z'n hoogst van muziek bij het leger.

Nederland kent op dit moment vier militaire beroepsorkesten: de Marinierskapel, de Koninklijke Militaire Kapel, de Johan Willem Friso Kapel en de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht. De leden zijn beroepsmusici - en tegelijk ook beroepsmilitairen, ze vallen dus onder de krijgstucht. Dit is mogelijk doordat musici met een conservatoriumdiploma op zak zich aanmelden bij een van de krijgsmachtonderdelen, daar een korte militaire opleiding krijgen en dan hun taak in het leger verder binnen het orkest vervullen. De uitholling van de militaire taak van de musici blijkt weluit het feit dat de mobilisatietaken van de orkestleden behalve bij de beroepskapellen van de landmacht niets meer met muziek van doen hebben. De soloklarinettist doet dan bijvoorbeeld simpelweg dienst als chauffeur - weinig muzikaal, als het geronk van een drietonner hem tenminste niet als muziek in de oren klinkt.

Voor het korps tamboers en pijpers ligt dat in vredestijd nog iets anders. Aan boord van de schepen en in sommige kazernes komt het blazen van de dagelijkse signalen weer wat terug, aldus adjudant Van Kuppeveld. Dat gebeurt dan wel via de omroepinstallatie en bovendien alleen voor de dagelijks terugkerende signalen: met allerlei specialistische signalen is Jan Soldaat niet meer vertrouwd. Ook bij de landmacht komt het signaalblazen nog op beperkte schaal voor - Jan Klaassen, trompetter in het leger van de prins, bestaat gelukkig nog. „Maar", zegt de adjudant, „het is alleen een kwestie van nostalgie dat men het signaalblazen in stand houdt."

De militaire functie van de legermuzikant anno 1985 lijkt dus in het geheel niet meer op die van de trompetters van Constantijn, maar als het gaat om het representatieve del van hun taak doen de eersten vast niet onder voor de musici uit de oudheid. Die representatieve taak kan dan inhouden de verzorging van het militaire ceremonieel bij beëdiging, vlaggenparades, vlootbezoek aan buitenlandse steden enzovoort. Maar het houdt ook in het geven van concerten in binnen- en buitenland; een soort promotieteam voor het betreffende legeronderdeel. Dat komt bijvoorbeeld heel sterk naar voren bij de deelname aan de Taptoe Breda, maar ook bij een gebeuren als Sail Amsterdam liet de Marinierskapel zich horen.

Bach en pop

Hoewel het publiek dat op koninginnedag achter de muziek aan gaat misschien denkt dat het repertoire van de harmonieorkesten zich beperkt tot de marsmuziek, blijkt die gedachte al lang achterhaald. Majoor Koops omschrijft het repertoire als „van Bach tot pop". Op de laatste plaat van de Marinierskapel is bijvoorbeeld Bachs Toccata en Fuga in d - moll te horen. „Dat is prima muziek voor blaasorkest", aldus de majoor, „de klankkleur van een blaasorkest en een orgel komen ook sterk overeen." Maar het blijft bepaald niet bij Bach of een rapsodie over bekende zeemansliedjes.

Als een belangrijke taak voor de beroepsorkesten ziet majoor Koops het stimuleren van eigentijdse muziek, die de laatste jaren steeds meer speciaal voor blaasorkest beschikbaar komt. Hij verwijst daarbij naar de duizenden blaasorkesten in Nederland: „daarvoor moeten de militaire orkesten een voortrekkersrol vervullen". En zo kan het gebeuren dat je op een doordeweekse dag, wandelend over de Rotterdamse Lijnbaan, stuit op de complete Marinierskapel, versterkt met een heus carillon op een vrachtauto. Blijkens de mededeling van de dirigent aan het verzamelde publiek-in-lunchpauze, maak je dan de wereldpremière mee van een stuk van Henk van Lijnschooten voor blaasorkest en carillon. Al met al blijkt het verschil met beroepsorkesten als dat van het Concertgebouw of het Rotterdams Philharmonisch voornamelijk nog in de andersoortige bezetting te schuilen.

Met de vier beroepsorkesten is echter niet alles gezegd over de muziek bij de Nederlandse krijgsmacht. Ook degenen die als dienstplichtigen 's konings wapenrok dragen kunnen dat doen met een instrument als extra wapen. Er bestaan namelijk nog vier dienstplichtigen-orkesten plus zo'n tien tamboerkorpsen van dienstplichtigen. De leden hiervan zijn geselecteerde amateurs, die bij de keuring hun belangstelling voor de militaire muziek hebben laten blijken. Na selectie door de Inspectie Militaire Muziek zijn deze dienstplichtigen ongeveer voor de helft betrokken bij militaire activiteiten en voor de helft bij muzikale activiteiten.

Doe-de-tap-toe

Al die onderdelen leveren hun bijdrage aan het grootste spektakel op het gebied van de militaire muziek: de jaarlijkse taptoe - vroeger te Delft, tegenwoordig in Breda. De oorsprong van het gebeuren is heel simpel: aan het eind van de dag werd in vroeger eeuwen de retraite geblazen. De betekenis van het signaal was dan heel letterlijk: doe de tap toe. De soldaten moesten direct de herbergen verlaten. Het was zaak snel te vertrekken: in 1734 werd in Bergen Op Zoom bepaald dat „alle Wagten de naastgeleegene herbergen sullen visiteeren, en alle gemeende Ruyters en Soldaaten daar in vindende, naar de Hooftwagt in arrest senden om met Spitsroeden of andersints gestraft te worden". In Venlo werden niet alleen de soldaten gestraft, de controleurs moesten bij overtreding ook „den Waard sijne kannen en glasen aan stuk slaan".

Hoewel het oorspronkelijke taptoe-signaal ook tijdens de Taptoe Breda in augustus weer te horen was, is het hele gebeuren sterk uitgegroeid. Het is een van de manieren waarop de militaire orkesten aan de weg timmeren, en uit bezoekersaantal en plaatverkoop blijkt dat de militaire muziek nog steeds bij velen aanslaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 24 september 1985

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

Bach en pop: prima muziek voor blaasorkest

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 24 september 1985

Reformatorisch Dagblad | 40 Pagina's

PDF Bekijken