Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

RRQR viert vandaag dertigjarig bestaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

RRQR viert vandaag dertigjarig bestaan

Reunisten van studentenvereniging CSFR

7 minuten leestijd

De RRQR (Reunitas Reformata Quia Reformanda), de reünistenvereniging van de protestants-christelijke studentenvereniging CSFR, herdenkt dit jaar haar 30-jarig bestaan. Vandaag houdt zij in Zeist een studiedag waarin dit jubileum herdacht wordt. De RRQR is op 12 maart 1955 opgericht en geeft zesmaal per jaar het blad Wapenveld uit.


  Het aantal leden ligt zo rond de 200 (in het laatste lustrumherdenkings- jaar 1980 waren dat er 164), terwijl de oplage van Wapenveld ruim 1000 bedraagt. Met een tweetal bestuursleden, ds. P. de Jong, hervormd predi- kant te Asperen en mr. G. Holdijk, medewerker van de SGP-fractie in de Tweede Kamer, hielden we een vraaggesprek over de aard en doelstelling van de RRQR, en wat zij in de afgelopen dertig jaar heeft proberen te bereiken.
  Wat zijn de motieven geweest om naast de CSFR een reünistenvereniging in het leven te roepen?
  Ds. de Jong:
„Onze mensen hebben na hun studie gezegd: we hebben de CSFR-tijd achter ons en willen graag contact met elkaar blijven houden om op dat spoor verder te gaan. Maar vooral willen we proberen iets uit te dragen. Dat staat ook duidelijk in de statuten: niet alleen de bestudering van de reformatorische beginselen, maar ook het uitdragen van deze beginselen en het bevorderen van de toepassing daarvan in onze samenleving."
  
Mr. Holdijk; „Het studentenleven is altijd wat naar binnen gericht en de CSFR is vooral bedoeld als toerusting bij het studeren. De vraag, die bij de eerste generatie afgestudeerden opkwam was: we staan nu buiten de academische wereld en wat doen we nu met de opgedane vorming in ons dagelijks beroep, onze dagelijkse bezigheden?"

  Hoe is de relatie met de CSFR?
  Ds. De Jong
: „De houding is altijd zo geweest: we moeten ons daar niet te veel mee bemoeien. De CSFR staat op zichzelf en de RRQR heeft nooit een bevoogdende positie ten opzichte van haar willen innemen. Het is meer  zoiets van: wat kunnen we voor jullie doen. De CSFR kan zelf beslissen van onze diensten gebruik te maken. Dit is soms wel gedaan, zoals bijvoorbeeld advisering bij bepaalde zomerconferenties, of het beroep op ons doen in geval van een conflict,"  

  Welk conflict?
  Ds. De Jong
: „Ja... dat was zo in de jaren zeventig. Op de CSFR speelden zich toen discussies af rond moderntheologische inzichten, die door sommigen bestudeerd en zelfs gehuldigd werden. Sommige leden zijn toen ge
royeerd, er kwam een commissie waar ds. C. Blenk voorzitter van was en verder is dat toen allemaal aardig opgelost. Ook zijn er wel eens conflicten geweest over homofilie of andere ethische punten. Maar als dat soort kwesties in hun blad De Civitate aan de orde komen, blijven wij aan de kant staan en laten ze zelf hun problemen oplossen. Wij lezen hun blad en zij ons blad, zo moet je de verhouding zien." 

  Vormt de RRQR een weerspiegeling van de gehele gereformeerde gezindte en wat ziet zij ten aanzien van deze groepering als haar eigenlijke taak?
  Mr. Holdijk:
„Het is moeilijk te registeren of de RRQR een weerspiegeling geeft van alle kerkelijke groeperingen in de gereformeerde gezindte. We registreren überhaupt niet, al denk ik — voorzichtig — dat de allerkleinste kerkgenootschappen (vooral de Oud Geref. Gem. en de Geref. Gem. in Ned.) relatief weinig leden hebben. Niet alleen vanwege hun getalsmatig geringe omvang, maar ook omdat ze zich wat minder gauw herkennen in de doelstelling van de RRQR."

  Wat is daarvan de oorzaak?
  Mr. Holdijk
: „Dat hoor je meestal niet omdat ze zich gewoon niet aanmelden. Ik denk dat het samenhangt met je positie die je als afgestudeerde in het maatschappelijk leven inneemt. Of men richt zich exclusief op de eigen kerkelijke groepering of men brengt een scheiding aan tussen enerzijds het beroepsmatig bezigzijn en anderzijds de geestelijke beleving in de alledaagse werkelijkheid. Het doel van de RRQR is juist om integrerend bezig te zijn, de persoonlijke geloofs
beleving in onverbrekelijke eenheid te brengen met de dagelijkse levenspraktijk."
  
Ds. De Jong; „Belangrijk feit is dat men in de CSFR altijd wat interkerkelijk is bezig geweest in de rechtsgereformeerde gezindte. Het kerkvraagstuk is wat blijven liggen om onze kracht meer hierin te zoeken: wat kan je vanuit onze gezichtshoek aandragen voor een positieve opbouw van de samenleving. Wezenlijk voor onze vereniging is zoiets als het theocratische, apostolaire elan, in de zin van: wij willen onze reformatorische inzichten vruchtbaar maken voor de gehele samenleving." 

  Een soort Nadere Reformatie; doorwerking op verschillende terreinen, het verbinden van leer en leven?
  Ds. De Jong
: „Zeker, de Nadere Reformatie ligt altijd in het verlengde van de Reformatie, het gaat nooit zonder betrokkenheid bij de samenleving, het inhaken op allerlei actuele vragen. De RRQR ligt zo'n beetje in het verlengde van het Reveil. Ze is geen georganiseerde groep, maar meer een beweging van mensen die elkaar bevragen en samen de Schrift en traditie vruchtbaar willen maken voor deze tijd."
  
Mr. Holdijk; „Het blad Wapenveld wil geen blad van alleen maar theologen zijn. Misschien is dat vroeger wel eens het geval geweest, maar daar zijn al genoeg andere tijdschriften voor. Het is ook niet te vergelijken met Theologia Reformata. In Wapenveld verbreden we onze belangstellings sfeer doordat we ons ook richten op allerlei ethische kwesties en politiek relevante vraagstukken. Ook vragen van cultuur, in de zin van kunst, literatuur en muziek komen de laatste tijd steeds meer aan de orde."
  
Ds. De Jong: „Om nog eens terug te komen op dat theocratische elan: we moeten niet vergeten, dat een figuur als Van Ruler heel veel invloed in de CSFR en de RRQR heeft gehad. Als het om de theocratie gaat, kun je gewoon niet om Van Ruler heen."

  Is het waar dat er in de RRQR een zekere verschuiving is opgetreden? In Wapenveld van nov./dec. 1984 werd een CSFRlezing van prof. dr. C. Graafland opgenomen waarin gewezen wordt op het situatlcve en soms eenzijdige karakter van de belijdenisgeschriften. Is er binnen de RRQR ruimte voor dergelijke nuances?
  Ds. De Jong
: „Die ruimte is er in de RRQR-statuten altijd al geweest. De een voelt meer voor „in overeenstemming met", de andere voor „in gemeenschap met" (de Hervormde formule). Inhoudelijk maakt het voor ons allemaal niet zoveel uit hoe we daar mee werken. We zijn geen kerkelijke club met juridische binding en zo. Alleen weten we zeker dat de belijdenisgeschriften vol geestelijke energie zijn die we ook nu nog kunnen gebruiken."
  
Mr. Holdijk: „Die kwestie van binding, daar wordt natuurlijk bij ons over gesproken, het is dus zeker geen kwestie van onverschilligheid of een afgedane zaak. Maar er moet ook ruimte zijn voor nuancering. De RRQR heeft zich nooit op een bepaalde nuance vastgelegd. De kern van de RRQR is het reformatorische principe „door genade alleen" en de existentiële beleving daarvan, maar dan ook niets meer. Verder zijn er geen voorwaarden voor lidmaatschap of eisen aan het functioneren." 

  De RRQR bestaat nu 30 jaar. Als u terugziet op de afgelopen tijd, kunt u dan zeggen dat de idealen en doelstellingen bevredigend gerealiseerd zijn?
  Ds. De Jong
: „Mijn indruk is dat men in 1955 heel idealistisch begonnen is. In de jaren zestig kwam men tot de ontdekking dat de idealen lang niet zo gemakkelijk te realiseren vielen. Zelfs is het er eens bijna van gekomen dat de vereniging opgeheven zou worden. We zijn nu heel wat bescheidener geworden en voelen ons zeker niet een gereformeerde Gideonsbende. Het blad Wapenveld is voor ons ontzettend belangrijk, ook de studiedagen en andere ontmoetingen."
  
Mr. Holdijk: „We hebben wel afstand genomen van het idealistische van de begintijd, maar niet van de idealen. Alleen de vormgeving daarvan zullen we anders moeten formuleren. Dit heeft ook te maken met de tijd waarin we leven. Afgestudeerde RRQR-leden verkeren vaak in geweldig geïsoleerde posities, waarin ze zich weinig illusies behoeven te maken over het uitdragen van hun beginselen.
  
De ervaring van de ontzettende weerbarstigheid van de alledaagse werkelijkheid doet ons de behoefte gevoelen om onderlinge contacten te blijven onderhouden en daarvoor is Wapenveld onontbeerlijk. Wapenveld verkeert in een unieke positie, zowel wat de lezerskring betreft die zij bestrijkt, alsook door de redactionele formule die wij hanteren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 5 October 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

RRQR viert vandaag dertigjarig bestaan

Bekijk de hele uitgave van Saturday 5 October 1985

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken