Bekijk het origineel

Voor beoordeling „revivals

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor beoordeling „revivals" gelden biljbelse criteria

Opwekkingen in Wales hadden grote invloed op kerkelijk leven

16 minuten leestijd

Het woord „revival", het Engelse woord voor een massale geestelijke opwekking, heeft onder de aanhangers van de calvinistische predestinatieleer meestal een verdachte klank. Associaties met arminiaanse opwekkingsbewegingen en evangelisatieactiviteiten van zogenaamde pinkstergroepen worden in dit verband gesuggereerd. De appellerende wijze van evangelieverkondiging van revivalpredikers, zoals Billy Graham, wordt in onze kringen met de nodige reserves beoordeeld en de massale bekeringen die zij oogsten, als hypocriet aangemerkt.

  Moeten alle revivals met de moderne  evangelisatietechnieken vereenzelvigd worden? Biedt de Heilige Schrift ruimte voor massale opwekkingen? Wij menen dat de Schrift wel degelijk ruimte biedt voor geestelijke opwekkingen. De geschiedenis van de Godsopenbaring verhaalt ons van tijden van verval en van perioden van opbloei. De uitstorting van de Heilige Geest op de pinksterdag en de verschillende bloeitijden onder het Oude Verbond verschaffen voldoende grond voor de opvatting, dat het geloof geen uitzondering voor de enkeling behoeft te zijn. De bijbelheiligen vonden ook in de Goddelijke beloften een genoegzame grond om te smeken om de uitbreiding van Gods Koninkrijk. Vanuit deze optiek moeten dan ook de opwekkingsbewegingen in de kerkgeschiedenis worden beoordeeld.


Prediking en gebed
  Wat is een revival in bijbelse zin? Het is een krachtig werk van de Heilige Geest in de overtuiging en bekering van verloren zondaren en in de verlevendiging van Gods kinderen, dat op een massale wijze zichtbaar is. De voornaamste middelen, waarvan de Heere zich hierbij bedient zijn de prediking en het gebed. Bewegingen die bewerkt worden door zang en muziek, gepaard gaande met een sterk emotioneel geladen woordvoordracht, hebben wel een psychologisch effect op de hoorders, maar zij dragen eerder een dubieus karakter, dan dat zij moeten worden aangemerkt als opwekkingen in Schriftuurlijke zin.
  
Aangezien ook bij bijbels georiënteerde revivals ongeestelijke randverschijnselen kunnen optreden, blijft bij iedere beoordeling voorzichtigheid geboden. Jonathan Edwards, de bekende Amerikaanse opwekkingsprediker, poneert in zijn „Thougts of revivals" dan ook terecht dat wij „dit werk niet behoren te beoordelen naar de veronderstelde oorzaken, maar naar de uitwerkingen". Zo zal een sterk emotionele opwekking meestal geen andere uitwerking hebben dan dat de emoties alleen gaande gemaakt worden terwijl het hart onaangeroerd blijft.
  
In de gereformeerde traditie is het fenomeen „revival" in de Engelstalige wereld een veel voorkomend verschijnsel. Zowel in het Verenigd Koninkrijk als in de Verenigde Staten zijn deze bewegingen in het verleden bijzonder effectief geweest. Vooral Wales springt hierbij in het oog, omdat hier bijna twee eeuwen lang vele opwekkingen het kerkelijk leven sterk hebben beïnvloed. De bakermat van de revivals in de achttiende eeuw, waaraan de namen van George Whitefield, John Wesley en Jonathan Edwards onlosmakelijk verbonden zijn, moet in deze uithoek van het Britse eiland worden gezocht.


Bronnenmateriaal
  Een kenner op het gebied van de revival-historie van Wales is Eifion Evans, die zich jarenlang in deze materie heeft verdiept en vele publikaties hierover heeft samengesteld. Hij heeft veel bronnenmateriaal, dat voornamelijk in de oorspronkelijke Keltische taal, het Welsch, geschreven is, voor Engelse belangstellenden toegankelijk gemaakt. Zo schreef hij een studie over de „Welsch revival of 1904", een korte biografie over Howel Harris, „The story of the 1859 revivals in Wales" en recentelijk een langverwachte biografie over Daniel Rowland, de grondlegger van de methodistische beweging in zijn geboorteland. Het laatste boek, dat 391 blz. telt, verscheen bij de bekende Banner of Truth in een fraai uitgevoerde editie. Het boek over de opwekking in 1904 verscheen vorig jaar in een paperback-editie bij de Evangelical press of Wales.)
  
Beide laatstgenoemde boeken geven een duidelijk beeld van de karakteristieke kenmerken van de opwekkingen in het kader van de oorzaken en gevolgen van deze godsdienstige bewegingen. Een kritische vergelijking van de „Great Awaking" ten tijde van Rowland met het revival van 1904 is nuttig om te bepalen aan welke criteria een opwekkingsbeweging moet voldoen.
  
In „Daniel Rowland and the Great Evangelical Awakening in Wales" geeft Evans een historiegetrouw beeld van de hoogte- en dieptepunten van Rowlands leven en van zijn bijdrage aan de opwekking, die zo'n grote zegen voor het volk van Zuid-Wales heeft afgeworpen. Als hulpprediker (curate) van de Engelse Staatskerk was hij in het dorpje Llangeitho werkzaam in een tijd dat de hooggeroemde Verlichting het denken van de geestelijkheid beheerste en het volk onmondig hield van de wezenlijke inhoud van de leer van deugd en zeden, totdat hij door middel van contacten met Griffith Jones omstreeks 1735 tot kennis kwam  van zijn onverzoende staat voor God.


Beroering
  De radicale verandering van zijn prediking in die tijd was waarschijnlijk een gevolg van de beleving van de werkelijkheid van zijn eigen verloren staat. Toen begon hij immers de „naald van de Wet" te hanteren en preekte hij eerst de wet in haar hoge en strenge eisen, in haar ontzettende dreigingen en dat op een zodanige wijze „alsof hij op de berg Sinaï stond". Twee jaar lang hield hij dit vol en liet hij woorden van vloek en oordeel over de hoofden van zijn hoorders gaan. De uitwerking van deze ontdekkende prediking was dat er grote beroering onder het volk ontstond en dat velen tot de kennis van hun zondaarstoestand werden gebracht.
  
Philip Pugh, een naburige collega, die kennis nam van de beweging onder de ontwaakte zielen, meende Rowland het volgende advies te moeten geven: „Predik het evangelie aan het volk, beste man, en pas de Balsem van Gilead, het bloed van Christus, toe aan hun geestelijke wonden en toon hun de noodzakelijkheid van het geloof in de gekruiste Zaligmaker". „Indien je met het preken van de wet op deze wijze voortgaat, zul je de helft van het volk in het land vermoorden..."
  
Rowland volgde deze wijze raad op en „nodigde nu zondaren om tot Christus te gaan, zoals Hij in het evangelie vrij wordt aangeboden en in een persoonlijk geloof omhelsd wordt". Of deze manier van preken maatgevend en schriftuurlijk is, moet worden betwijfeld. Terecht zegt John Owen (niet de grote Puritein maar andere levensbeschrijver van Rowland), dat „wet en evangelie te zamen moeten worden ontvouwd, zodat het gevaar en de ontkoming, de ziekte en het medicijn tegelijkertijd mogen gekend worden". Wanneer wet en evangelie in hun functie in de prediking gescheiden worden, bestaat het gevaar dat de wet als kenbron van ellende een conditioneel karakter ontvangt, waardoor de evangelienodiging beperkingen worden opgelegd.
  
Wij vermoeden dat Rowland ook later niet geheel aan dit gevaar is ontkomen, als hij in een preek alleen de dorstigen en gevoelige zondaren nodigt om tot Christus te gaan. Deze wijze van voorstelling komen we bij de Schotse Erskines, met wie Rowland zich congeniaal gevoelde, zeker niet tegen. ledere beperking van het heil doet afbreuk aan de rijke beloften van God in Christus aan een verloren wereld, alhoewel het ontbreken van de wetsprediking ook gevaarlijke kanten heeft, want uiteindelijk zullen alleen in zichzelf verloren zondaren tot de Heilsfontein komen.


Rijke vrucht
  De prediking van Daniel Rowland was in de kracht van de Heilige Geest. Juist door zijn vaste geloof in de gewilligheid van die Geest droeg zijn prediking zo'n rijke vrucht. ledere vorm van ongezonde passiviteit was hem vreemd, vandaar dat zijn gebeden geen dorre systeemtermen bevatten maar louter smeekbeden waren. Op een keer kwam onder het gebed in de dienst „een overstelpende kracht op zijn ziel, in die versmeltende en evangelische woorden: „Door Uw doodsangst en bloedig zweet, door Uw kruis en lijden, door Uw dierbare dood en begrafenis, door Uw heerlijke opstanding en hemelvaart en door de komst van de Heilige Geest".
  
Toen hij deze woorden uitsprak werd zijn gehele persoon getroffen door een plotselinge, verbazende kracht en nauwelijks nam deze kracht bezit van hem of het volk werd er als door een elektrische schok door getroffen zodat velen op de grond neervielen..." Dergelijke effecten van de prediking zorgden ervoor dat het revival zich snel uitbreidde. De kleine kerkgebouwen konden de toeloop niet meer bevatten, zodat de duizenden hongerige zielen in de openlucht luisterden naar de boodschap van genade en verzoening door het bloed van Christus. 
  
Rowland ondervond veel steun van mannen als William Williams en Howel Harris, die meer gestalte gaven aan de opvang van de vele bekeerden. Ook Rowland was ervan overtuigd, dat de prediking niet voldoende was om leiding te geven aan de eerstbeginnende gelovigen. Vandaar dat zgn. gezelschappen of „experience meetings" werden ingesteld, om de zielen op te bouwen in het leven des geloofs. Harris was de organisator van deze plaatselijke bijeenkomsten, waarbij alleen gelovigen werden toegelaten.
  
Het was de bedoeling om „ons gehele hart voor elkaar open te stellen" en zielevragen te behandelen. Vooral onderwerpen als de geloofszekerheid waren punten van gesprek, omdat pasbekeerde zielen veel worden aangevallen door twijfelingen aangaande hun staat. Het hoeft geen betoog, dat dergelijke samenkomsten de opbloei van het geloofsleven uitermate bevorderd hebben. Behalve de plaatselijke samenkomsten werden periodiek streekbijeenkomsten belegd, de Associations, waar soms tienduizenden „Welshmen" tussen de bergen en heuvels bijeenkwamen om naar de toespraken van diverse predikanten te luisteren.


Extreme opvattingen
  Aanvankelijk was er geen sprake van enige afscheiding van de Kerk van Engeland, hoewel mannen als Harris geen kerkelijke ordening hadden. Door de tegenwerking van de kerkelijke leiders kwam de methodistische beweging na verloop van tijd buiten de officiële kerk te staan. In het begin was er sprake van een grote saamhorigheid onder de leiders, vooral in de leer, die voluit calvinistisch was. Later openbaarden zich verschillen, voornamelijk over het wezen van het geloof. Harris huldigde op het punt van de zekerheid van het geloof extreme opvattingen, die Rowland niet kon waarderen.
  
Harris ging te veel uit van zijn eigen bevindingen en vond het daarom onjuist om met Rowland te beweren dat „wij in Christus kunnen zijn zonder het te weten". Volgens hem is de gevoelige verzekering bij iedere gelovige in beginsel aanwezig. Rowland kon zich beter vinden in de evenwichtige verhandeling van Ebenezer Erskine over de zekerheid van het geloof en benadrukte dat de gevoelige verzekering van de geloofszekerheid moet worden onderscheiden. Harris was echter bang, dat Rowland op deze wijze de nabijkomenden voeder toereikte, want hij wist uit ervaring hoe een godsdienstig mens kan rusten op „werken, tranen en indrukken" die een „dodelijke wond" moeten ontvangen „om te zien dat deze gestalten verdoemd moeten worden tenzij zij met de gerechtigheid van Christus bedekt worden".
  
Ondanks de innerlijke verdeeldheid bleef de beweging jarenlang krachtig doorwerken. Tot aan het einde van zijn leven stond Rowland onverschrokken in het harnas, als strijder in dienst van het evangelie. Zijn laatste woorden waren kenmerkend voor zijn veelbewogen leven: „Ik heb niet meer te zeggen om mijn aanneming bij God te bewijzen dan ik altijd verklaard heb. Ik sterf als een arme zondaar en ben ten volle en geheel afhankelijk van de verdiensten van een gekruiste Zaligmaker voor mijn aanneming bij God".


Geen wanorde
  Het revival in de dagen van Rowland kenmerkte zich in het algemeen door gezonde bijbelse symptomen. De Schrift was in alles normgevend en de leer van vrije genade stond centraal. Het werk van de Heilige Geest werd geheel in het kader van de geïnspireerde waarheid geplaatst. Gebed en prediking waren de belangrijkste instrumenten om het werk van Gods Geest af te smeken. Het ging hierbij niet om bijzondere buitenschriftuurlijke openbaringen, maar om „bekering en vergeving van zonden". Er was sprake van een diepe kennis van zonde en schuld en een helder inzicht in de toepassing van het verzoenend werk van Christus aan de ziel. Excessen, die hier en daar voorkwamen, werden tegengegaan. Het volkstemperament, dat zich vaak uitte in het uitroepen van „Amens" en „Hallelua's" veroorzaakte geen wanorde.
  
Het revival van 1904 heeft ongetwijfeld overeenkomsten met dat ten tijde van Rowland. Er was geen sprake van een nieuw verschijnsel, want ook in de vorige eeuw, vooral in 1859, hebben diverse opwekkingen in Wales plaatsgevonden. Ook in 1904 stond het werk van de Heilige Geest centraal. De leider van de opwekking, Evan Roberts, voorheen mijnwerker en smid, had ruim tien jaar gebeden om een revival. „Het was de Geest, Die mij bewoog om aan een revival te denken". In zijn leven, dat Evans op een heldere wijze beschrijft, is sprake van bevindelijke leidingen, wat de volgende ontboezeming duidelijk illustreert: „Ik voelde niet alleen liefde en vrede, maar ook een verlangen om ontbonden te worden en met Christus te zijn, en er was een schreeuw in mijn binnenste, waaraan ik voorheen geen kennis had, het was deze : Abba Vader! Abba Vader!"
  
Roberts had een diep inzicht in de tekenen van de tijd waarin hij leefde. Godsdienst was er nog voldoende, maar vooral de opkomst van de Schriftkritiek en de verandering van ethische normen vergiftigden de kerken. Hij zag hoe nodig het was dat het tij zou keren. In een visioen zag hij 100.000 zielen als oogst van een grootscheepse opwekking. Nu ging hij overal preken teneinde deze voorspelling vervuld te zien. Zijn preekwijze was sterk appellerend en bevatte naast de elementen van zonde en genade sterke accenten op bijzondere gaven van de Geest. Hij stelde de doop met de Heilige Geest als een aparte weldaad. „Eerst moet u gevoelen dat u een verloren zondaar bent, dan moet u gevoelen dat Christus voor u gestorven is en ten laatste moet u de doop van de Heilige Geest hebben en dan werken".


Treffende getuigenissen
  Het werk van Roberts en de zijnen had inderdaad tot gevolg dat ruim 100.000 personen innerlijk met het revival in aanraking kwamen. Het leven in Wales veranderde geheel. Dronkenschap en criminaliteit werden zeldzaamheden en het geestelijk leven was overal het onderwerp van gesprek. Evans geeft in zijn boek treffende getuigenissen weer. Zo lezen wij van een jongeman, die in zijn hart getroffen was en licht ontving in de wijze waarop een zondaar tot het heil komt. „Ik realiseerde me rustig en zonder grote beroering, dat wij door te geloven de zaligheid ontvangen en niet door pogingen van onze kant, niet door zich de gehele nacht in het gebed te kwellen, maar door de worstelingen van een Ander voor mij in de Hof en aan het Kruis, ja door mij op Hem en Zijn bloedig zweet en stervenssmart te verlaten. O, wat een verlossing! Wat een vrede!" Zo lezen wij van een ondergrondse samenkomst van een mijnwerkersploeg van 60 man, die een uur voor de werktijd met Schriftlezing, zingen en gebed de dag opende, waar „het fantastische licht, dat met de heen en weer gaande lampen meedanste, in de omringende duisternis zacht verdween". Opmerkelijk was dat ook vrouwen bij deze beweging een actieve rol hadden en zo nu en dan in gebedssamenkomsten voorgingen. Over het algemeen was er sprake van grote uitbundigheid en emotionaliteit. Zang en muziek speelden een voorname rol, terwijl veel aandacht werd besteed aan speciale werkingen van de Geest.


Bijzondere geestesgaven
  De invloed van de Keswick-beweging, waarmee Roberts connecties onderhield, was zonder meer merkbaar. Deze beweging propageerde een progressieve heiliging door gebruikmaking van bijzondere geestesgaven. Ook invloeden vanuit Amerika, van de Moody- en Sankey-beweging lieten zich hier gelden. Het was D. L. Moody, die in navolging van de geestelijke vader van de moderne evangelisatiebeweging, Charles Finney, door zijn opdringerig appèl tot de dadelijke geloofsovergave aanzette, en opriep om dit geloof direct in het openbaar te belijden.
  
Moody was wars van alle dogmatiek en beweerde zich alleen aan de Schrift te houden. Geen wonder, dat een predikant oordeelde dat bij de opwekking in 1904 de „criteria van het aannemen tot het geloof" minder stringent waren dan bij de beweging in 1859. Men had geen oog voor mogelijke nabootsingen van het werk der bekering. Ook de schrijver heeft een duidelijk oog voor de misstanden die voorkwamen, hoewel hij de beweging als zodanig positief beoordeelt.
  
Ten opzichte van de methodistische opwekkingen in de achttiende eeuw is het revival van 1904 zonder meer een achteruitgang. De vraag doet zich voor aan welke eisen een revival in bijbelse zin moet voldoen. Dr. Sprague wijst in zijn boek „Lectures on revivals", dat „een grote opwinding niet noodzakelijk op een revival moet wijzen. Op dezelfde wijze vormt een groot getal van belijdenis van bekering nog geen revival. Een revival in Schriftuurlijke zin is dat van een wezenlijke vroomheid en praktische gehoorzaamheid". Sprague wijst op gevaarlijke invloeden, zoals een geest van zelfvertrouwen en het voeden van valse hopen. Wanneer emoties en sensatie overheersen is er geen plaats voor wezenlijke ontdekking en bezinning. Het komt niet verder dan een oppervlakkig geloof en een weinig zondekennis.
  
Dr. Nettleton, een Amerikaanse „revivalist", bekritiseerde Finney vanwege zijn pelagiaanse opvattingen en laakbare methodes om uitbundigheid te bewerken. Deze bedenkelijke tendensen zijn bij de opwekking van deze eeuw duidelijk merkbaar, hoewel er aan de andere kant ook veel goeds van te zeggen valt. Het evenwichtige optreden van Rowland en de zijnen, die zich meer gebonden voelden aan Schrift en belijdenis, had een diepere uitwerking op de gemoederen dan de emotionele preekwijze van mannen als Roberts.
  
Beide revivals hebben ons veel te zeg gen, zodat wij een ieder die Engels kan lezen aanraden om de beide boeken van Evans door te nemen. Het is niet bijbels om op grond van de geschetste uitwassen iedere vorm van opwekking af te wijzen De moderne evangelisatiemethoden zijn wel af te keuren, maar zij vragen om een duidelijke stellingname vanuit God Woord. Een pessimistische benadering van de werkingen van Gods Geest, al zou het in onze dagen niet meer mogelijk zijn dat massale bekeringen plaats vinden, werkt eerder verwoestend dan dat deze de uitbreiding van het Koninkrijk van God bevordert. De oorzaak van de geesteloosheid moet dan ook niet gezocht worden in Gods soevereiniteit maar bij Gods gemeente zelf. De mannen van de „Great Awaking" geloofden in een God, die Zijn Geest geven wil en kan aan degenen die Hem ernstig hier om bidden.
  
De Schrift en ook de gereformeerde traditie stellen ons, ondanks oordelen en tijden van verval, een rijke toekomstverwachting voor ogen: een revival in bijbelse zin. Wellicht is het nodig, dat vooraf kerkelijke structuren en verstarde bekeringssystemen moeten worden doorbroken. Zo moeten accenten verlegd worden van de enkeling naar de massa de schare „die de wet niet kent". De revivals van Wales vragen om bezinning In dit verband past de tekst waarmee Sprague zijn boek begint: „Drupt, gij hemelen! van boven af, en dat de wolken vloeien van gerechtigheid; en de aarde opene zich, en dat allerlei heil uitwasse en gerechtigheid te zamen uitspuite; Ik de Heere, heb ze geschapen"  (Jesaja 45:8).
          N.a.v.: Dr. Eifion Evans, Danie Rowland and the
          Great Evangeiica Awaking in Wales", Edinburg 1985
          en „The Welsh Revival of 1904", Bridgend (Wales) 1984.






Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 november 1985

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Voor beoordeling „revivals

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 november 1985

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken