Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Reformatorische scholen goed bekend bij Raad van State

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Reformatorische scholen goed bekend bij Raad van State

4 minuten leestijd

Het reformatorisch voortgezet onderwijs is bij de Raad van State een goede bekende. Regelmatig moet de Raad een uitspraak doen, omdat een schoolbestuur beroep heeft aangetekend tegen een afwijzende beslissing van de staatssecretaris van onderwijs. En regelmatig vallen de uitspraken uit in het voordeel van de schoolbesturen. Er zijn maar weinig scholen of scholengemeenschappen gestart, waarvoor direct toestemming werd gegeven door de staatssecretaris. Het zou veel tijd en werk besparen als het ministerie aanvragen voor reformatorische voortgezet onderwijs eens anders ging beoordelen.

Maar daar moet tegelijk bij gezegd worden dat besturen niet moeten „overvragen". Indiening van niet-reële aanvragen geeft een terechte irritatie bij ambtenaren op het ministerie. Met J. J. Verhage, algemeen secretaris van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS), spraken we over aanvragen en beroepsprocedures.
Vanaf het moment dat de Mammoetwet in werking is getreden, 1968 dus, is het een strijd geweest om het reformatorisch onderwijs als een zelfstandige denominatie, naast de protestants-christelijke, erkend te krijgen. Ruim tien jaar ging men er van uit dat reformatorisch onderwijs een onderdeel (subdenominatie) van het p.c. onderwijs was.
Een inmiddels befaamd advies van de Onderwijsraad, het voornaamste adviescollege van de minister van onderwijs van begin 1979 maar ook de verschillende uitspraken van de Raad van State maakten dat dit standpunt onhoudbaar werd voor het ministerie. Maar toen werden andere middelen aangegrepen om aanvragen af te wijzen.
Zo moet bij elke aanvraag voor schoolstichting een prognose van het aantal te verwachten leerlingen worden opgemaakt. Voor het reformatorisch onderwijs wordt als basis voor die prognose het aantal SGP-stemmen bij de Tweede-Kamerverkiezingen in de regio gehanteerd. Bijna altijd wordt die prognose door ambtenaren van het ministerie aangevochten.

Overschrijding
Maar ook bijna altijd blijkt na de start van de school, dat het werkelijk aantal leerlingen, dat van de prognose — soms ver — overschrijdt. Dat zou toch het ministerie reden moeten geven om aanvragen voor reformatorische scholen op basis van die ervaring te beoordelen? Dat zou het inderdaad, maar het gebeurt niet.
Inmiddels is er in de jurisprudentie wel een ander criterium ontstaan, dat bij toe- of afwijziging van het beroep van belang is. Dat criterium is de reisafstand van een uur. Als leerlingen in maximaal een uur de school van hun keuze kunnen bereiken, dan is er in het algemeen geen reden om binnen die regio een soortgelijke school te stichten.
Volgens Verhage gaat zowel de Raad van State als het ministerie er van uit dat ouders en kinderen een dergelijke reisafstand er voor over hebben om reformatorisch onderwijs te (laten) volgen. Naast de reisafstand moet er uiteraard in de regio, waarvoor een school wordt aangevraagd, een voldoende potentieel aan leerlingen zijn.

Basisonderwijs
De prognosetechniek met SGP-stemmen als basis lijkt dus weinig betrouwbaar. Inmiddels is er in december 1983 een rapport-Pelkmans c.s. verschenen, waarin onderzoeken zijn gepubliceerd over „Wensen omtrent scholen en de onderwijsplanning". In een van die onderzoeken komt het reformatorisch onderwijs aan de orde.
In dat onderzoek wordt gepleit voor een andere prognosemethodiek. De uitstroom van leerlingen uit het reformatorisch basisonderwijs zou, met wat opslagpercentages voor leerlingen van andere basisscholen, in een aantal gebieden een redelijk beeld geven. Overigens kent ook deze methode bezwaren.

Welke methode zal in de toekomst gehanteerd worden? Staatssecretaris Ginjaar-Maas heeft de VGS gevraagd de zaak binnenkort met elkaar te bespreken. Ook de staatssecretaris wil natuurlijk af van beroepsprocedures. Toch zal het niet gemakkelijk zijn een voor het gehele land goede basis voor prognoses te vinden.
Daarbij waarschuwt Pelkmans in zijn rapport voor een gevaar dat het reformatorisch onderwijs bedreigt. Volgens hem zal enerzijds de liberalisering van het p.c. onderwijs de organisatie van reformatorisch onderwijs bevorderen. „Maar anderzijds kan de zwaarte van leerstellige nuances in deze kringen leiden tot blijvende organisatorische versplintering." Volgens Pelkmans zijn soortgelijke verschijnselen waar te nemen in de kerken. Wel, het is aan het reformatorisch onderwijs om dat gevaar tegen te gaan en af te 'wenden, waardoor dit onderwijs geloofwaardig blijft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1986

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

Reformatorische scholen goed bekend bij Raad van State

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 januari 1986

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

PDF Bekijken