Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zorg en vrees rond chr. geref. synode

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zorg en vrees rond chr. geref. synode

9 minuten leestijd

„De enige verdediging die we hebben is niet de tegenaanval, maar de gehoorzaamheid aan de roeping om kerk te zijn en kerk te blijven". Dat schreef prof. dr. W. van 't Spijker vorige week in De Wekker, het orgaan van de Chr. Geref. Kerken. Geen verdediging dus „tegen alles wat in de pers over onze kerken wordt uitgestort". De Chr. Geref. Kerken moeten het inderdaad ontgelden. Zo schreef ds. J. Manni, chr. geref. predikant te Rotterdam in Trouw ter gelegenheid van de overgang van ds. J. Zuur naar de Herv. Kerk dat de „uitverkoop"begonnen was. En hij betuigde zijn sympathie met Zuur door op te merken dat bij een uitverkoop het beste eerst over de toonbank gaat.

„Laat mij in de handen van journalisten niet vallen", zo verzuchtte Van 't Spijker al eerder in het publiek. Wij letten er in dit verhaal op hoe „des naasten goed gerucht en eer" nogal eens in het geding is. In de tweede plaats zien we hoe de problemen binnen de Chr. Geref. Kerken er dan ook naar zijn: ze zijn van andere aard dan vroeger. En ten slotte staan wij stil bij de toekomst. Waar moet dat heen?

Beschuldiging
Het zal je maar aangezegd worden als hoogleraar of als predikant — na vele malen met zorg de generale synode te hebben voorgezeten — dat je „doelbewust naar een kerkscheuringstreeft". Drs. J. Kruis, tot zijn afzetting in 1984 predikant van de chr. geref. kerk te 's-Hertogenbosch, durfde deze beschuldiging aan. Hij keerde zich tegen ds. J. H. Velema uit Nunspeet en tegen prof. dr. W. H. Velema uit Apeldoorn.
Toen de telex van het Algemeen Nederlands Persbureau — zoals kort geleden op een vrijdagavond — deze beschuldiging op ons bureau deponeerde, legden wij ze na rijp beraad opzij. Wederhoor— reactie van de aangeklaagde partij — leek ons een eerste vereiste.
De kwestie drs. Kruis is een van de vele problemen binnen (?) de Chr. Geref. Kerken. Na zijn afzetting door de classis Utrecht eiste drs. Kruis via de wereldlijke rechter nadere motivering daarvan. En dat met „goed" gevolg. Recentelijk vroeg hij aan de generale synode die dit jaar bijeenkomt een onderzoek naar de in de Chr. Geref. Kerken gehanteerde leer der verzoening. In dat kader uitte hij zijn beschuldigingen tegen de Velema's.

Grensverkeer
Dat in een kwart eeuw tijds (1960-1983) ongeveer de helft van de leden van de Chr. Geref. Kerken de band met hun kerkgemeenschap verbroken heeft is geen nieuws. Dr. C. S. L. Janse heeft het in zijn proefschrift aangetoond. Maar dat verliep vroeger minder spectaculair dan tegenwoordig.
In 1972 onttrok zich ds. R. Toorman aan de Chr. Geref. Kerken om lid te worden van de Geref. Kerken. In 1977 werd drs. G. C. van de Kamp gereformeerd. Enkele predikanten gingen over naar de Oud Gereformeerde Gemeenten: ds. E. du Marchie van Voorthuijsen (1952), ds. C. Smits (1971) en ds. M. Pronk (1977). Enkelen gingen er naar de Gereformeerde Gemeenten: ds. G. A. Zijderveld (1955), ds. P. van der Bijl (1956), ds. E. Venema (1965) en ds. J. C. van Ravenswaay (1969). De predikanten H. Visser en J. G. van Minnen gingen over naar de Christelijke Gereformeerde Gemeenten.
De pers heeft in het verleden al dit „ambtelijk grensverkeer" redelijk sober verwerkt. Het zou ook niet juist zijn hier een omvangrijke conclusie aan te verbinden, dan dat de Chr. Geref. Kerken kennelijk geen gesloten blok vormen. Want wie het jaarboek van de Geref. Kerken bekijkt concludeert dat hier diverse predikanten tot een andere staat des levens zijn overgegaan of zich hebben onttrokken. Toch hangt dit „afkalvingsproces aan beide kanten" (zoals ds. J. H. Velema het uitdrukte in het Jaarboek 1978), samen met het gebrek aan een duidelijke identiteit.
We mogen overigens ook niet vergeten dat een aantal predikanten tot de chr. Geref. Kerken toetrad: ds. R. Kok (1956), ds. B. A. Bos (1976), ds. G. Pontier (1976) en ds. W. van Benthem (1976).

Spectaculair
Maar als ik schreef dat de kwestie drs. Kruis een van de vele problemen is binnen de Chr. Geref. Kerken, dan bedoel ik daarmee dat wat er op dit moment gebeurt zo spectaculair verloopt. De grenzen van de soberheid — het gaat toch om de kerk, niet zomaar om een wereldse vereniging — zijn ook door de christelijke pers, verlegd, verruimd. En dat niet zonder reden.
Nergens in de bovenstaande gevallen van uittreding uit de Chr. Geref. Kerken was er sprake van een tuchtprocedure wegens de leer. Drs. Kruis daarentegen werd afgezet vanwege een afwijkende mening omtrent de leer der verzoening. Leverde deze voor de Chr. Geref. Kerken ongewone kwestie al stof tot publiciteit, dat werd nog veel erger toen Kruis de wereldlijke rechter ging inschakelen.

Brandpunt
Ook jegens dr. J. J. Rebel had de classis Amersfoort aanvankelijk het „schorsingswaardig" uitgesproken. En dat om zijn standpunt in een ethische kwestie — abortus provocatus — dat niet strookt met Schrift en belijdenis. Hij heeft het verdere verloop van de kerkelijke procedure niet afgewacht, kan psychisch de druk niet meer aan en is zelf vertrokken naar de Ned. Herv. Kerk. Alles draait bij hem en bij ds. T. Harder (die beloofde te blijven „tot hij eruit gezet wordt") om een kwestie die in deze jaren ook buiten de kerk in het brandpunt van de belangstelling staat. En ook dat is voer voor de publiciteit.
Het recente heengaan van ds. J. A. Compagner naar de Ned. Herv. Kerk had in feite als achtergrond zijn eigen, van de geref. theologie afwijkende visie op homofilie. Al is er bij hem dan geen sprake geweest van een tuchtprocedure, ook hier ging het om een zaak die in „de wereld" voortdurend reden tot opspraak geeft. Dit alles verklaart, waarom de uittredingen van de laatste tijd al spoedig een spectaculair karakter krijgen. Enkele jaren geleden verscheen het boek „De Geest schrijft wegen in de tijd". Daaraan werkten 15 chr. geref. predikanten mee. Ds. P. den Butter schreef in zijn recensie in het RD: „De geest die dit boek ademt is in het algemeen niet gereformeerd". Het is opvallend dat drs. J. Kruis, ds. J. A. Compagner, ds. J. Zuur en ds. T. Harder allen tot de medewerkende predikanten behoorden.

Vragen
Men kan zich afvragen hoe dat gaat, hervormd worden. Eigenlijk heel eenvoudig. Het moderamen van de hervormde synode beslist. Na dat besluit moet de betrokken predikant een colloquium (soort examen) afleggen, waarna definitieve beslissing volgt. Ds. Compagner had bij zijn overgang reeds contacten met een hervormde gemeente, waar hij aan het werk dacht te kunnen gaan. De naam wilde hij toen niet noemen. Maar inmiddels heeft hij een beroep naar Geleen aangenomen.

Belangwekkender is de vraag, waarom de chr. geref. predikanten kennelijk niet meer gereformeerd, maar hervormd worden. Dat zou iets te maken kunnen hebben met het afscheidingsprincipe. Binnen de Chr. Geref. Kerken heeft men tientallen jaren zeer bewust in de lijn van de Afscheiding willen staan. Ergens wist men zich meer verwant met andere afgescheidenen (confessioneel meer gebonden!) kerken, dan met de Herv. Kerk, ook al voelde men zich in de Chr. Geref. Kerken niet meer thuis. De voortgaande deconfessionalisering in de Geref. Kerken en het proces van Samen op Weg hebben dit onderscheid vervaagd. Het heeft daarom geen zin meer om gereformeerd te worden, je kunt beter gelijk toetreden tot het veelkleurig geheel van de Herv. Kerk.
Ik wees al op het feit dat er brandende ethische kwesties in het geding zijn. Het zou ook kunnen zijn dat de nu hervormd geworden predikanten het jasje van de Geref. Kerken — waarin het nog altijd kookt en gist als er besluiten vallen over nucleaire bewapening, homofielen aan het avondmaal enz. — te nauw vinden. In de Herv. Kerk heeft men meer leren leven met (en lijden aan!) tegengestelde meningen.

Passend?
Waar moet dat heen, zo vroeg ik? Het is al te dwaas te veronderstellen dat de gebroeders Velema op een kerkscheuring uit zijn. Ik heb prof. Velema om een reactie gevraagd op deze beschuldiging. Die wilde hij liever niet geven. Hij liet het laatste woord — ook ter zake van de andere problemen in de Chr. Geref. Kerken — liever aan de kerkelijke vergaderingen, classes en synoden. Diep in mijn hart geef ik hem groot gelijk.
Die kerkelijke vergaderingen gaan als zij over personen spreken meestal in besloten zitting. Zo'n besloten zitting is niet toegankelijk voor de pers. Dat is geheel in overeenstemming met het gereformeerd  kerkrecht. De (in eigen ogen) „benadeelde" partij praat echter wél, als er besluiten gevallen zijn. Dat heeft de praktijk van het achterliggende jaar geleerd. Onze jaren kenmerken zich trouwens toch door verregaande openheid. Pas na de Tweede Wereldoorlog zijn enkele kerkgemeenschappen ertoe overgegaan hun gewone synodevergaderingen te openen voor de pers.
Men kan zich inmiddels dan wel afvragen hoe het zit met de verhouding tussen het zestiende-eeuwse kerkrecht en die twintigste-eeuwse openheid. Passen die twee bij elkaar? Hier liggen vragen waarop niet direct een antwoord te geven is.
De Herv. Kerk en de Geref. Kerken hebben niet slechts hun vergaderingen openbaar gemaakt, ze hebben ook een perschef benoemd, een full-time functionaris, die alle onduidelijkheid, alle duistere zaken voor de niet altijd welwillende journalisten moet ophelderen. Ik denk dat dit een onvermijdelijke consequentie is voor hen die hun synodevergaderingen openbaar willen maken.
Gedurende een onderhoud van een aantal journalisten van de chr. pers met de redactie van De Wekker in de Theologische Hogeschool te Apeldoorn eind vorig jaar heb ik die gedachte geopperd. Maar — zo blijkt nu uit De Wekker — „we hebben er het geld niet voor".
Ik heb daar alle begrip voor. Maar ik zie de komende synode van de Chr. Geref. Kerken — speciaal voor wat betreft de verhouding met de pers — dan wel met angst en vrees tegemoet. De moderamentafel buigt reeds voordat de synode geopend is door van de problemen. En uiteindelijk is niemand er bij gebaat dat de kerk er in de grote pers slecht af komt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Zorg en vrees rond chr. geref. synode

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken