Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

William Perkins' visie op ambt van belang bij hedendaagse bezinning

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

William Perkins' visie op ambt van belang bij hedendaagse bezinning

Dienaar des Woords: een hoge, heilige, vooptreffelijke roeping

15 minuten leestijd

Op gezette tijden komen we ook in deze krant berichten tegen betreffende de bevestiging en intrede van dienaren van het Woord, De Heere wil mensen gebruiken, om Zijn Woord te verkondigen. Hij roept ze en Hij zendt ze, tot wie Hij wil en wanneer Hij wil. Hij heeft ze niet nodig. Toch heeft het Hem behaagd, door de dwaasheid van de prediking, mensen tot het geloof te brengen. De dwaasheid, die wijsheid is in de hand van de Heilige Geest. God heeft de schat gelegd in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij van God en niet uit ons (2 Kor. 4:7). Het gewicht van het ambt dringt dan ook voortdurend tot bezinning.

Die bezinning is er altijd geweest. Die is er vandaag en die moet er zijn. Bovendien is de doordenking vandaag gebaat bij het luisteren naar stemmen uit het verleden. Verwaarlozing daarvan leidt altijd tot grote schade. In het — beperkte — kader van dit artikel, willen we aandacht geven aan een van die stemmen uit het verleden, toegesneden op de dienaar van het Woord. We hebben op het oog William Perkins, de vader van het puritanisme.
Het puritanisme is een Engelse beweging die grote en diepgaande invloed heeft uitgeoefend. Ook in de Nederlanden. Doorgaans hebben de namen puriteinen en puritanisme een ongunstige klank. Er is een wijd verbreide verwarring en vermenging (zoals dat trouwens met de naam piëtisme ook het geval is).
Toch neemt dit niet weg dat er wel wat grondtrekken van het puritanisme zijn aan te wijzen. Daar is het bijbelse patroon van persoonlijke vroomheid. "Dat is een van de kenmerkende trekken. Het gaat om een léven op God gericht. Een léven onderworpen aan Gods Woord en wet.
In deze beweging stond de rechtvaardiging door het geloof alleen centraal. De noodzaak van persoonlijke wedergeboorte, alsook de heiliging door Gods Geest werden sterk beklemtoond. Alles diende te komen onder het beslag van Gods Woord. In het puritanisme treffen we aan een combinatie van een strenge tucht, gecombineerd met een warme tintelende vroomheid. Dat behoedde de puritein aan de ene kant voor heilloos mysticisme en aan de andere kant voor een verwereldlijkte godsdienst.

Ontmaskerend
Het benadrukken van de gezonde leer treffen we telkens opnieuw aan. Men stond in de calvinistische traditie. De boodschap die werd uitgedragen was de boodschap van zonde en genade. In hun preken volgden de puriteinen (en de puriteinen waren predikers!) de kronkelwegen van de zonde in al haar verschijningsvormen om te ontmaskeren iedere vorm van zelfverheffing, schijn en zelfbedrog. En men dreef onverbiddelijk streng, maar uiterst bevrijdend tot Christus. In Hem alleen was en is het heil gelegen.
Ook nam in hun denken en handelen de kerk een belangrijke plaats in. De beweging was begonnen als een poging het kerkelijk leven te hervormen. In het jaar 1567 kwam voor het eerst de naam puritein voor als naam van een beweging binnen het Engelse protestantisme. De 'puriteinen kwamen nadrukkelijk op voor de vrijheid van de kerk, onder de alleenheerschappij van de Heilige Schrift.
De vader van deze beweging is William Perkins. Hij is genoemd een man van een zeldzaam talent en van uitnemende geleerdheid. Rijk bedeeld dus met gaven van hoofd en hart. Een van die uiterst zeldzame mannen die een schare van leerlingen stempelde. De hoeveelheid nagelaten werken getuigt van zijn grootheid. Ze zijn in meerdere talen overgezet, waaronder in het Nederlands.
In zijn geschriften vinden we naast uitleg van de Heilige Schrift, ook tal van praktische verhandelingen. We treffen erin aan een uitleg van de Galatenbrief, van de Bergrede (Matth. 5-7), naast verhandelingen over de consciëntie, de predestinatie en zijn „Ghulden Keeten" dat wel zijn hoofdwerk is genoemd.

Christ College
Perkins werd geboren in het jaar 1558 als zoon van Thomas en Anna Perkins, in Marston Jabbet, in het graafschap Warwickshire. Hij stamde uit een gegoede familie. Op negentienjarige leeftijd, we schrijven dan 1577, ging hij studeren in Cambridge. Hij werd ingeschreven aan het Christ College als „pensioner" (inwonend student, die zelf zijn huisvesting en studie bekostigt).
In 1584 verwierf hij de titel Master of arts en hij kreeg in datzelfde jaar een leeropracht aan deze beroemde universiteit. Zijn jeugd- en studiejaren kenmerkten zich niet door ingetogenheid, integendeel, hij was spotziek en verkwistend.
Het verhaal gaat, dat toen hij eens een wandeling maakte aan de rand van de stad, hij een vrouw hoorde zeggen tegen ,een kind: „Houd je mond, of ik zal je aan die dronken Perkins geven." Dat schijnt diepe indruk op hem te hebben gemaakt en doorgedrongen te zijn tot in zijn ziel. De gedachte dat hij spreekwoordelijk was geworden greep hem aan.
Volgens een van zijn biografen heeft hij zich ook met occultisme beziggehouden. De Heere heeft echter deze hoogst begaafde man bekeerd van de dwalingen van zijn weg. De Heere ontdekte hem aan zichzelf en bracht hem weldra tot verheerlijking van Gods barmhartigheid.

Chaderton
Hij richtte zich direct op de theologie. In Cambridge doceerden gereformeerde theologen. Met hen kwam Perkins in aanraking. Met name werd hij beïnvloed door Chaderton, die puritein was en tegelijk een overtuigd aanhanger van de Engelse staatskerk. Zo werd hij gevormd. Het licht dat over hem was opgegaan wilde Perkins niet voor zichzelf houden. Dat kon hij eenvoudig niet.

Hij ging het Evangelie verkondigen aan de gevangenen te Cambridge. We zouden dus kunnen zeggen dat hij gevangenispredikant werd. De gevangenis was zijn parochie. Voor velen is hij het middel geweest tot bevrijding uit de gevangenis van de zonde.
Het volgende voorval werpt licht op Perkins' pastorale zorg. Op een bepaalde dag werd een jeugdige delinquent naar de plaats van de terechtstelling gebracht. Perkins was daarbij aanwezig. Hij trof de misdadiger aan in hevige strijd. De angst was van zijn gezicht af te lezen. Perkins vroeg hem of hij bang was voor de dood. De gevangene schudde nee. Het is veel erger, zei hij.

Kom hier vervolgde Perkins en je zult zien wat Gods genade vermag. Hij nam de veroordeelde bij de hand en samen knielden ze neer. De predikant bad. Heel krachtig. Het was een schuldbelijdenis. Aangrijpend ernstig. Er brak iets in de jongeman.
Hij zag zijn schuld voor God. God, voor Wie hij zou moeten verschijnen. De Rechter.

De predikant bad ook om schuldvergeving. Even aangrijpend. Hij pleitte op de kracht van Christus' vergoten bloed. De kracht van Zijn offer. Bad om de zegen van Christus' doorboorde handen, zo vol van genade. Het was een gebed zo vol hemelse aandrang, dat de veroordeelde in snikken uitbrak. Hij mocht de inneriijke troost ervaren. De vergeving van de zonde. De bedekking van zijn schuld voor God.
De veroordeelde klom de ladder op. Maar hij was bereid, hij wist zich bevrijd van de ondergang, het verderf. Zonder verschrikken mocht hij voor de rechterstoel van Christus verschijnen.
Het laat zich verstaan dat er veel toehoorders kwamen om naar Perkins te luisteren. Velen achtten het, naar het getuigenis van Perkins' biograaf, een feest, zich te laten voeden uit de mand van de gevangenen. Later werd Perkins prediker van St. Andrews te Cambridge, wat hij tot zijn dood is gebleven. Hij blies op 43-jarige leeftijd, 18 december 1602, de laatste adem uit en werd plechtig begraven op kosten van het Christ College.

Heilige roeping
Boven de titels van al zijn boeken was Perkins gewoon te schrijven (als herinnering aan zijn plicht): Gij zijt een dienaar des Woords; denk aan uw ambt. Het ambt van kerkedienaar was voor Perkins dan ook een hoge, heilige en voortreffelijke roeping. Daar moest iedere dienaar zich van bewust zijn. Het leven van de dienaren dient dan ook gestempeld te zijn door een diep besef vgn vrees en eerbied jegens God.

Alle oprechte dienaren en in het bijzonder zij die tot de grootste werken in Zijn kerk geroepen worden, zijn geslagen met grote vrees. Onder de indruk van de grootheid, de majesteit en de heerlijkheid des Heeren. De grootheid van de bediening ook. Te staan in het ambt en Gods boodschap uit te dragen. Hoe meer dienaren verbaasd en bevreesd zijn, in het licht van Gods heerlijkheid en eigen zwakheid, hoe meer het blijkt dat zij waarlijk door God geroepen zijn. Dat besef zal er dus zijn.
Het gaat niet aan, zó maar in het ambt te treden. Dat is een „ijselijke" vermetelheid. Te gaan op heilig land met onreine voeten. Om de heilige dingen Gods te handelen met ongewassen handen, Gods verhevenheid en eigen onwaardigheid. Eigen zwakheid. Zichzelf neerwerpen aan de voeten van Christus.

Bekering
Wanneer iemand geroepen wordt tot het ambt, dan is dat weinig minder dan een bekering. Vergelijkbaar met dat waardoor God een zondaar roept van zijn zonden tot de stand van de boetvaardigheid. Waar God de zondaar toch verwondt om te genezen, neerwerpt om hem genade te bewijzen, zo ook hier.
Hij werpt Zijn dienaren neer in het gezicht van Zijn majesteit en eigen ellendigheid en onbekwaamheid. Zó ontvangen ze de last om het Woord te verkondigen.
Het is allerminst een gewone zaak. Het is treden in de heilige dienst. Hij sluit daarbij niet uit diegenen — Perkins noemt ze „sommigen van beter slag" — die denken dat ze met wat geleerdheid, inzicht en zo meer, bekwaam genoeg zijn tot dit ambt. Evenmin diegenen die alle studie verwerpen. Die helemaal geen kennis nodig menen te hebben. Perkins weet opperbest hoe hij deze zaken naar twee kanten moet afschermen. Vleselijkheid en zorgeloosheid, dorre leerstelligheid en het beroep op de directe inwerking van de Geest, het heeft al te veel schade aangericht.

Een van de oorzaken, waarom het er zo jammeriijk voorstaat met de kerk, is dat de kerkedienaars tot de heilige dingen naderen met de schoenen aan hun voeten. Dat wil zeggen dat ze komen in de tegenwoordigheid van God, terwijl ze nog liggen in hun zonden. Gewis dat brandende vuur zal ze verteren. Zó kan de Heere ze niet verdragen en verleent Hij aan hun arbeid niet enige zegen.

Onreinheid
Nu zijn kerkedienaars mensen. De aard van onze verdorvenheid maakt, dat allerlei kwaad dat zich aandient, ook in de dienaren wordt opgenomen. De onreinheid van een volk, heeft ook te maken met de onreinheid van een dienaar. Een kerkedienaar wordt nogal eens besmet met de zonden van het volk waaronder hij dient.

Het is een veelvuldig voorkomende zaak, dat mensen, die van zichzelf anders gesteld zijn, door het leven onder een volk van kwade wandel, tot een of ander kwaad neigen. De trouw wordt verzwakt. De ijver en moed neergeslagen. Het is dan ook dienstig de inkruipende en besmettelijke aard van de zonde te onderkennen.
De zonde, is niet alleen een vergif dat zich uitspreidt van het hart tot al de leden, van de predikant tot het volk, maar net zoals een ziekte, die bij de voet begint, zich kan uitstrekken tot het hart, zo verbreidt de zonde van het volk zich tot de dienaren. Zo scherpt Perkins ze op.

Ze moeten vermijden de minste schijn van het kwaad en het kleinste verzuim in de dienst. Want een misslag die klein is in anderen, is groot in de kerkedienaren. Zij zijn dienaren van het Woord. Gezanten van Christus' wege. Bekwaam om de verzoening tussen God en mens wel te verkondigen.
De dienaar is bepaald niet de werkmeester van de verzoening. Die komt van God Zelf. Ook niet de uitvoerder ervan, want dat is de Heere Jezus Christus. Hij is ook niet de bevestiger van de verzoening, want dat is de Heilige Geest. Ook niet is de dienaar het werktuig ervan, want dat is de blijde tijding van het Evangelie.

Wél is hij de verkondiger. Iemand die de woorden Gods opent en ontvouwt. Die de middelen waardoor de verzoening is gewrocht, bekwaam kan voorstellen, uitwerken en toepassen. Die ze met volmacht uitzegt. Met ambtelijke volmacht.
Hij is iemand die de woorden Gods spreekt. Een dienaar van het Woord moet een uitlegger zijn van Gods mening. Hij moet zich dat Woord eigen maken. Zich ingraven in het Woord. Immers, de Geest van God werkt niet dan op de grondslag van het Woord. Een oprecht dienaar moet door de goddelijke Schoolmeester, de Heilige Geest geleerd zijn. De woorden Gods moeten in zijn hart gegrift en in zijn ziel ingeprent zijn, door de geestelijke vinger van God.

Gebed
De oprechte dienaar van God moet na al zijn overdenking, oefening, studie, uitleg, meditatie en alle andere zaken die hierbij te pas komen, met David bidden: „Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouw de wonderen van Uw wet." (Ps. 119:18).

Hij moet verkondigen Jezus Christus, de Rechtvaardige. Dat de mens, kwaad en verdorven in zichzelf (tot dat inzicht gebracht door de verkondiging van de wet) nochtans in Christus' rechtvaardig is. Zo rechtvaardig, dat hij in Gods gericht en gezicht geen zondaar meer is. Die rechtvaardigheid te verkondigen aan degenen die zich bekeren en geloven, is de eigen plicht van de oprechte leraar.
Ook moet hij verkondigen waar de gerechtigheid te vinden is: in Christus Jezus. Hoe die gerechtigheid te verkrijgen is, door het verloochenen en afzien van zichzelf en het aannemen van Christus' gerechtigheid. Daarbij is de rechte manier van onderwijzen, in het verkondigen van deze gerechtigheid, dat ze niet (zoals sommigen dat zeer onbescheiden doen) alleen de wet en niet alleen het Evangelie, maar die beide verkondigen.

Zwaar
Nu is wel duidelijk dat de ambtelijke dienst een zware dienst is. Het gewicht van het ambt kan klemmen. Te staan in Gods tegenwoordigheid. Te treden tussen God en Zijn volk. Een uitlegger te zijn van de eeuwigdurende wet van het oude verbond en de eeuwig blijde tijding van het nieuwe verbond. Te staan in de binnenzaal en het ambt van Christus te dragen. De last en de zorg voor de zielen op zich te nemen. Inderdaad: Wie is tot deze dingen bekwaam (2 Kor. 2:16)?

Bovendien wordt het ambt van de dienaar des Woords door de duivel gehaat. Hij let heel nauwkeurig op hen. Hij is er op uit het ambt in een kwalijk daglicht te stellen. Port ook de mensen daartoe aan. Welke mens wil ontdekt worden aan zijn verdorvenheid. Geraakt worden op de pijnlijke plaatsen in zijn leven.
Het betekent dat de dienst zwaar is. Met het oog daarop legt God dan ook een heel bijzondere zorg aan de dag voor Zijn trouwe dienaren. Hij doet dat onder andere door Zijn heilige engelen. Gods heerlijke lijfwachten. Ze zijn door Gods genadige beschikking de hoeders van Zijn kinderen.
In het bijzonder geldt dat dan Zijn dienaren. Tot hun vertroosting en bescherming. Hoewel er geen beroep is, dat meer versmaad wordt bij de mensen, is er nochtans geen dat meer geëerd is door de heilige engelen. En is het, dat de engelen zich verheugen over de bekering van een zondaar, zo hebben zij zeker hem wel lief, door wie de zondaar bekeerd wordt.

Trouw en ijver
Het laat zich verstaan, dat een man die zóveel werk heeft verricht in zó weinig jaren als Perkins, als we letten op de werken die van zijn hand zijn verschenen, veelvuldig de wekroep laat horen trouw te zijn. En ijverig. De dienaren moeten hun werk goed en grondig verrichten. Alle dienaren van God moeten vaardig, gewillig en spoedig de wil des Heeren uitvoeren. Ze worden opgewekt tot blijmoedigheid en ijver in de bediening.
Wie zijn ambt traag en onwillig doet, is als de duivel, die wel de wil des Heeren doet, maar nochtans tegen zijn wil. En zeker, zodanige gehoorzaamheid heeft geen vergelding te wachten. Want zoals God de blijmoedige gever liefheeft, zo bemint Hij ook zonder twijfel de blijmoedige werker. Zijn gewilligheid en ijver moeten noodzakelijk uit liefde komen. Het is toch de aard van de liefde dat ze ons leert gewillig dienst te doen, degene die men liefheeft.
De predikant moet trachten een goed dienaar te zijn, waarbij het gaat om buit voor de Heere. Vrucht op het volbrachte werk van Christus. Bekering van zielen. Dat moet het oogmerk zijn. Alle predikanten dan die graag enige vrucht op hun werk zouden zien, behoren eerst zichzelf te heiligen en de harten te reinigen door boetvaardigheid.
Zo zij anders doen, dat zij dan niet denken dat hun woorden van goud zoveel goeds zullen doen als hun leven van lood schade zal toebrengen. En misschien zullen zij enige mensen bevestigen, die reeds bekeerd zijn, maar zwaarlijk zullen de zodanigen enige zielen bekeren.

Gezonde leer
Het is een ijdele verwaandheid bij de mensen zich in te beelden dat er enige kracht is in welsprekendheid of menselijke geleerdheid om die zonde in anderen neer te werpen, die in hen zelf regeert en heerst. Kerkedienaars moeten dan ook zowel godzalige mannen als goede schoolgeleerden zijn. Hun leven zal niet ergeriijk en hun leer gezond hebben te zijn.
Gelijk niemand eerlijker is dan een geleerd en godzalig predikant, zo is er niemand verachtelijker in deze wereld en niet ellendiger in de toekomende, die met zijn ongebonden leven, hoe dan ook, zijn leer ergerlijk maakt. Ze hebben metterdaad de eer van hun Meester te zoeken in alles wat ze doen. Hem trouw te dienen, met een ijver die niet voortkomt uit vleselijke bewegingen, maar uit Gods Geest. Een goddelijke en hemelse ijver.
Het is tegelijk uiterst bemoedigend en troostvol. Ze mogen hun werk doen. Met vreugde. Ze hebben een Meester, Die hen zal belonen. Een Meester, Die het goed met hen zal maken. Een Meester, Die hen zal beschermen. En iedere trouwe dienaar mag tot zichzelf zeggen: Ik wil mijn ambt en mijn gezantschap volbrengen. Die mij gezonden heeft en Wiens ik ben en Die ik dien, zal mij wel voorthelpen. Zo ontvangen ze Zijn goedkeuring en zegen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

William Perkins' visie op ambt van belang bij hedendaagse bezinning

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken