Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Dirk van den Broek wil niets weten van minimumprijzen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Dirk van den Broek wil niets weten van minimumprijzen

„Winkelsluitingswet? We zijn er toch om open te zijn?''

12 minuten leestijd

„Een paar globale getallen. We hebben momenteel vijfenvijftig supermarkten, vijfendertig slijterijen, tien drogisterijen, een kleine dertig reisbureaus. Bovendien exploiteren we zeven restaurants en als enig produktiebedrijf een volledig computergestuurde gebakfabriek. Binnen onze onderneming opereert ook een toeringcarbedrijf, terwijl we in Spanje een eigen appartementencomplex hebben voor de klanten van de reisbureaus. Ten slotte hebben we hier in de Haarlemmermeer een skipiste aangelegd voor de liefhebbers van wintersport."

Aan het woord is Jan van den Broek, een zoon van Dirk van den Broek die na de oorlog een kruidenierswinkel begon in Amsterdam. Vader Dirk was de motor achter de bouw van dit imperium. Vanaf 1 januari '85 heeft hij zich teruggetrokken van de dagelijkse gang van zaken in de bedrijven. Zijn bevoegdheden heeft hij overgedragen aan een bestuursraad die bestaat uit drie personen. „Die heten alle drie Van den Broek, maar dat is een bijkomstigheid", zegt zoon Jan, de voorzitter van deze bestuursraad, in het functionele nieuwe hoofdkantoor dat verleden jaar in Hoofddorp klaar kwam. „Elk lid van deze bestuursraad heeft een aantal BV's dat aan hem rapporteert. Binnen de bestuursraad rapporteert men aan elkaar. Dat kan binnen onze onderneming heel goed, want iedere BV is selfsupporting. Men behoeft niet alles te vragen aan de bestuursraad. Men is in grote mate zelfstandig in het nemen van beslissingen. Mits dat maar gebeurt in het licht van onze filosofie: hoe kunnen we het zo goedkoop mogelijk verkopen, zodat we zoveel mogelijk consumenten een dienst kunnen bewijzen en onszelf ook natuurlijk, want dan komen ze naar ons toe".
„De afzonderlijke BV's kunnen overigens wel over alle know how beschikken die ze nodig hebben. Er zijn namelijk adviesorganen op het gebied van administratie, inkoop, reclamebeleid, onroerend goed enz. Voor al die sectoren zijn groepen mensen aangesteld waarop een beroep kan worden gedaan. De afzonderlijke BV's zijn niet verplicht om een beroep op een adviesorgaan te doen als dat nodig is. Men mag ook gebruik maken van andere advocaten, bouwkundigen enz. Maar de adviesorganen zijn wel erg goed op de hoogte, ook van wat in de zusterbedrijven gaande is. Ze weten dus meer dan ,een buitenstaander en kunnen meestal ook sneller en adequater werken. De self-supporting houdt mede in dat iedere BV zelf voor de financiering van haar plannen moet zorgen. De kruisverbanden die destijds de RSV in de diepte trokken zijn er niet. Wanneer de levensmiddelengroep van Dirk van den Broek ergens een nieuwe grote supermarkt wil vestigen kan men niet bij de slijterijen of de reisbureaus om hulp gaan vragen. Financieel moet iedere BV de zaak zelf behappen."

Omzet en winst
Alles is gegroeid vanuit de levensmiddelenbranche en nog steeds zijn de supermarkten de belangrijkste omzetmakers. Hoewel, ook de keten van slijterijen mag er zijn. In consumentenguldens uitgedrukt is dat de grootste van Nederland, wat de grootwinkelbedrijven betreft. Uiteraard komt de vraag op hoe groot de omzet van deze gigant is en hoe het met de winst is gesteld. „Met het antwoord op die vragen zijn wij erg bescheiden", zegt Jan van den Broek. „We tellen trouwens de omzetten van de afzonderlijke bedrijven niet bij elkaar op. ledere BV produceert zijn eigen cijfers. Wat de totaalomzet is weet ik niet eens precies. Dat is ook niet zo verschrikkelijk interessant. Het is veel belangrijker hoe de zaak rendeert. Een vriend van mij heeft een modezaak met een bescheiden omzet, maar die kan zich toch behoorlijk roeren. Dus omzet zegt mij niet zoveel. Onze horecabedrijven zijn bijvoorbeeld niet zulke omzetmakers, maar die hebben weer andere dingen die het leuk maken." Wat het aantal werknemers betreft komen de cijfers iets gemakkelijker los. Van den Broek schat dat er zo tussen de vier- en vijfduizend mensen op de loonlijst staan. Teruggerekend zal het aantal volledige banen ongeveer de helft zijn.
Van het produceren houden de Dirk van-den-Broekbedrijven zich verre. Er is wel die gebakfabriek, maar dat komt omdat men er van overtuigd is, dat niemand in Nederland zulke lekkere taarten voor een betaalbare prijs kan maken. „Wellicht gebeurt het in de toekomst ook nog weleens dat wij zelf een produkt gaan maken waarvan we vinden dat we er op een andere manier niet goed aan kunnen komen", filosofeert Jan van den Broek. „Maar het moet wel echt nodig zijn. Zo hebben wij bijvoorbeeld geen eigen broodbakkerijen, omdat we vinden dat particulieren dat veel beter doen. We verhuren dan een gedeelte van onze supermarkt aan een warme bakker uit de omgeving. Dat gaat heel goed. We doen dat ook met andere artikelen. Zo gauw iets ambachtelijk wordt, dus als het gaat om vlees, kippen, groenten en fruit, nootjes, bonbons, bloemen enzovoort, dan zoeken we daar een particuliere ondernemer uit de buurt voor op. Zelf hebben wij alleen verpakte produkten."

Tactiek
Dirk van den Broek is na de oorlog van „klein" naar „groot" gegroeid. Andere bekende namen zoals De Gruijter en Simon de Wit verdwenen. Hoe is dat te verklaren? Van den Broek: „Het is iedere keer weer het tijdig inspelen op wat de consument wil en er voor zorgen dat je mensen hebt die dat kunnen. Je hebt mensen nodig die het lollig vinden om bij je te komen werken, die jouw formule willen uitdragen. Zulke personeelsleden moeten verantwoordelijkheden kunnen dragen en binnen de formule moet je ze ook vrijheden geven. Nogmaals, die formule, die filosofie is: hoe kunnen we onze produkten zo voordelig mogelijk aan de consument leveren.
Dat is natuurlijk een heel ander verhaal dan dat van sommige van onze concurrenten die zo snel mogelijk veel geld willen verdienen. Mijn vader en later ook andere medewerkers hebben blijkbaar kans gezien om telkens actieve mensen om zich heen te verzamelen, die vol enthousiasme aan die formule hebben gewerkt. Daardoor is het bij de consument doorgedrongen dat als Dirk van den Broek ergens mee begint het wel goed en goekoop zal zijn. Dat is denk ik het succes. Natuurlijk is niet altijd alles gelukt. Zo zijn we bijvoorbeeld met eigen slagerijen gestopt. Het bleek inderdaad beter dat aan spcialisten over te laten. Je moet alleen die dingen doen die je goed kan doen. Gelukt dat niet, dan kun je er beter mee stoppen. Kijk, verdwenen bedrijven als Simon de Wit, De Gruijter, Van Amerongen, Wijnberg en nog een paar andere hebben te lang geteerd op hun goede naam. Ze dachten dat de consument zo blij met hen was dat het niet meer stuk kon. Maar toen mijn vader in het begin van de jaren vijftig zijn zaak trachtte uit te bouwen had hij wel te maken met vastgestelde prijzen voor vele artikelen. Die prijzen waren veel te hoog. Toen de prijzen geleidelijk aan vrij werden konden wij de kansen grijpen. Nu dreigt hier en daar ook wel weer het gevaar van minimum- of bodemprijzen. Als dat zo doorgaat heb je straks weer dezelfde situatie als in 1950. Wij zitten daar helemaal niet op te wachten en de consument is er ook niet best mee af. In de metingen van de Consumentenbond is het nog niet voorgekomen dat wij duurder waren dan de goedkoopste. Nee, wij zijn de goedkoopste. Dat koesteren we, want we willen ons onderscheiden."
Begrijpelijk, dat een grote jongen als Dirk van den Broek niets wil weten van minimumprijzen. Maar als je nu een gewone zelfstandige bent ligt dat wel even anders. Worden die middenstanders niet gemangeld tussen het prijzengeweld van de grootgrutters. Men heeft er in Hoofddorp best wel een mening over: „Goede middenstanders blijven altijd bestaan."
Het grootwinkelbedrijf kan van hen nog wel wat leren als het bijvoorbeeld om service gaat. Wie gevoelig is voor een persoonlijke behandeling en zich daarvoor wat extra geld kan permitteren kan nog goed terecht. Er is de laatste jaren weer een tendens naar een groeiende specialisatie. Het aantal notenbars, kaasshops, patébars, cateringbedrijven , specialiteitenrestaurants, warme bakkers en banketbakkerijen bereidt nog steeds uit. In die sfeer zijn er best kansen om een succesvolle middenstander te zijn. Natuurlijk verdwijnen er wel kleine zaken, maar dat is vrij normaal. Er heeft altijd een doorlopende sanering plaats. Maar dat geldt niet alleen voor de kleine, maar ook voor de grootwinkelbedrijven. Wij hebben ooit weleens een Bas van der Heijden overgenomen, maar het is helemaal niet uitgesloten dat er ook in de toekomst een overneming van een grootwinkelketen zal plaatsvinden. Maar een kleine behoeft zich niet meer zorgen te maken dan een grote ondernemer. Wie bijvoorbeeld als kleine middenstander geconfronteerd wordt met de vestiging van een grote supermarkt vlak naast zijn deur, moet niet in paniek geraken. Als hij zich gaat specialiseren en net even meer service geeft dan de buurman, kan het heel goed gaan. Ik ken een winkelier in de Amsterdamse Kinkerstraat die zich helemaal is gaan specialiseren in honing. Die man heeft misschien wel vijftig soorten. Dat gaat prima. Een melkboer, die een kleine zelfbedieningszaak exploiteert, kreeg een grote supermarkt naast zich. Die man ging toen kijken wat zijn nieuwe concurrent eigenlijk allemaal niet verkocht. Dat nam hij op in zijn assortiment, met het gevolg dat daar nu een luxe zelfbedieningszaak opereert naast een goedkope supermarkt.

Verdere expansie
De supermarkten van Dirk van den Broek zijn allemaal in het westen des lands gevestigd. Maar men wil in de nabije toekomst verder het land in. Binnen niet al te lange tijd wordt de provincie Utrecht betreden. Onder andere in De Bilt wordt een nieuwe supermarkt geopend. Daarna staat Amersfoort op het verlanglijstje en van Amersfoort naar Apeldoorn is ook niet meer zo ver. „Het groeien moet overigens niet geforceerd gebeuren. Voor Van den Broek geldt dat er met de opening van een nieuwe supermarkt namelijk nog heel wat meer komt kijken. Men zet er dan meestal gelijk een slijterij, een drogisterij en een reisbureau bij. Dat kan binnen de supermarkt of vlak omheen. Dit betekent wel dat er voor een vestiging ten minste 1500 vierkante meter nodig is. Er wordt niet naar gekeken of een plaats een bepaald aantal inwoners heeft. Het belangrijkste is of die plaats een regiofunctie heeft. Wanneer bijvoorbeeld een dorp zelf maar 3000 inwoners heeft, maar het vervult een regiofunctie voor misschien wel 20.000 consumenten uit de omgeving, dan is dat best aantrekkelijk. Het kan ook zijn dat we er voor kiezen om ons in een plaats met 10.000 inwoners te vestigen, omdat blijkt dat de mensen uit zo'n dorp bijna al hun inkopen elders doen."
Verdere expansie betekent meer en nieuw personeel. Men is ervan overtuigd dat juist het grootwinkelbedrijf gemotiveerde medewerkers uiterst belangrijk zijn. „Wij proberen al onze mensen een stukje verantwoordelijkheid te geven, bijvoorbeeld een stukje van de supermarkt of een afgebakend terrein waarop men bestellingen mag doen. Daarbij worden die medewerkers gecontroleerd en geactiveerd, zodat ze weten waarmee ze bezig zijn. Er moet ook een programma zijn, zodat als het ene goed gaat er weer een volgend stapje wordt gedaan. Motivatie van het personeel vinden wij heel belangrijk. Iedereen die hier komt werken begint met een introductiecursus. Wij hechten daar veel waarde aan en er blijkt uit dat de meeste jongeren ook in deze tijd best te motiveren zijn. Soms is het weleens moeilijk. Dan betreft het mensen die in geen jaren iets hebben gedaan, om welke reden dan ook, dan is het natuurlijk niet zo eenvoudig."

Winkelsluiting
Een onderwerp dat de laatste tijd erg actueel is en waarover de meningen zeer verdeeld zijn is de winkelsluitingswet. Er zijn grote voorstanders, maar voornamelijk uit de kringen van de zelfstandige ondernemers werpt men het idee om 's avonds langer open te blijven verre van zich. Sociaal gezien acht men dat niet verantwoord. Veel vrouwen van ondernemers helpen mee in de winkel en als die langer open blijft kan er niet op tijd worden gegeten en kan het gezin ook niet deelnemen aan allerlei sociale of ook eventueel kerkelijke activiteiten. Bij Dirk van den Broek hebben ze daar een andere mening over. „Wij vinden dat de openingstijden verruimd moeten worden. Er moet een stuk vrijheid komen. Enerzijds om de zelfstandige zelf de gelegenheid te geven om zijn markt te bedienen zoals hij denkt dat het interessant is. Dat kan betekenen dat er voor gekozen wordt om alleen 's avonds open te zijn, of 's morgens en 's avonds, of alleen 's middags. Aan de andere kant dient tegemoet te worden gekomen aan de wensen van de consument. Naarmate er meer een- en tweepersoonshuishoudingen komen, mensen die meestal overdag werken, zal er toch een bepaalde service moeten worden verleend op andere tijden dan nu is vastgesteld.
Voor ons behoeven er niet meer uren te komen waarop de winkels open zijn. Laat die huidige 55 uur dus maar gewoon staan, maar laat iedereen die maar zelf invullen, zoals hij dat het meest rendabel acht. Waarschijnlijk zal dat de zelfstandigen, die er nu zo heftig tegen fulmineren grote verkoopkansen geven. Trouwens, het is nu natuurlijk al zo dat een aantal zelfstandigen zich geen laars aantrekt van de winkelsluitingswet. Winkelwagens zie je immers uren na sluitingstijd door de straten zwalken."

Klant koning
Jan van den Broek is ervan overtuigd dat er ook in deze tijd voor zelfstandigen grote kansen zijn. „Je moet er je wel voor inzetten, vaak samen met je vrouw." Hij gebruikt tijdens ons gesprek in dat verband een paar keer de term mamma-pappawinkels. Zelfstandig zijn heeft grote voordelen. Je eigen boontjes doppen, kansen pakken, een bedrijf uitbouwen. Er staan echter ook inspanningen tegenover. Maar dat geldt ook voor andere beroepsgroepen. „Verbeeld je dat personeel van de NS of van busdiensten alleen maar van maandag tot en met vrijdag van acht tot vijf uur wilde werken. Of dat de horeca zou zeggen voortaan 's avonds gesloten te zijn. Dat kan toch niet. Wij bij Dirk van den Broek denken nog altijd dat de klant koning is. En daar varen we wel blij."




Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Dirk van den Broek wil niets weten van minimumprijzen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 22 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken