Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Marcos, koppig tot het bittere einde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Marcos, koppig tot het bittere einde

Moord op Aquino verhaastte val

6 minuten leestijd

MANILA — Tot het laatste toe heeft de Filippijnse president, Ferdinand Marcos, zich verzet tegen zijn aftreden waarop door vriend en vijand werd aangedrongen. Men vond het welletjes na een periode van twintig jaar waarin Marcos als ongekroonde koning over de Filippijnen heerste. Maar hij wist van geen wijken, zelfs niet nadat de Verenigde Staten hun handen van hem aftrokken.

Ook nadat de „opstandelingen" zich meester hadden gemaakt van een station van de staatstelevisie en hadden bekendgemaakt dat ze een voorlopige regering hadden gevormd onder leiding van Corazon Aquino, hield Marcos, koppig vol dat zijn tegenstanders op de vlucht waren geslagen en kondigde hij de noodtoestand af. Hij zwoer dat hij de „rebellie" zou neerslaan, ondanks het feit dat de VS waarschuwden dat ze in dat geval de militaire hulp zouden intrekken.
Marcos trok zich al eerder niets aan van beschuldigingen uit binnen- en buitenland dat zijn partij, de Kilusan Bagong Lipunan (KBL), alleen door fraude, geweld en intimidatie wist te voorkomen dat de weduwe van de in 1983 vermoorde oppositieleider Benigno Aquino, Corazon, de presidentsverkiezingen van 7 februari won. De meeste westerse landen veroordeelden de schijnverkiezingen en bleven massaal weg bij de installatie van Marcos, die gisterochtend zijn laatste wapenfeit zou worden.

Brutale aanslag
Ook voor de Verenigde Staten, die Marcos sinds 1965 door dik en dun steunden, had de Filippijnse dictator afgedaan. Aanvankelijk steunde president Reagan hem nog, met de verklaring dat ook de aanhang van Corazon Aquino fraude zou hebben gepleegd.
Maar in de loop van de vorige week draaide Washington bij. En slechts enkele uren na het begin van de opstand veroordeelde de regering-Reagan in de scherpst mogelijke bewoordingen de verkiezngen. Washington dreigde zondag zelfs met onmiddellijke intrekking van de wapensteun als geweld zou worden gebruikt tegen de opstandelingen. Het Witte Huis riep Marcos tenslotte op af te treden en de macht zonder geweld over te dragen.
In feite vormde de moord op oppositieleider Benigno Aquino, de man die de beste kansen leek te maken om president Marcos opzij te schuiven, het begin van het einde. De brutale aanslag op het vliegveld van Manila op 21 augustus 1983 leidde tot een toestand van chaos en een verdere verslechtering van de al langer heersende economische crisis op de Filippijnen. De Filippijnse bevolking ging massaal de straat op. In de ogen van de Filippino's droeg de president schuld en moest hij aftreden.
In mei 1984 vonden parlementsverkiezingen plaats die het bewijs leverden hoezeer Marcos het bij de bevolking had verbruid. Zijn KBL-partij moest behoorlijk inleveren ofschoon ze een tweederde meerderheid in de nationale assemblee behield. Het waren overigens relatief „schone" verkiezingen zonder al te veel fraude, mede dank zij het optreden van Namfrel, de nationale beweging voor vrije verkiezingen, die net als op 7 februari het stemmen en het tellen van de stemmen volgde.

Strijdkrachten
Marcos steunde steeds meer op de strijdkrachten onder leiding van generaal Fabian Ver, een familielid en naar vooral de laatste dagen duidelijk bleek de rechterhand van de president.
Een na de moord op Benigno Aquino ingestelde officiële onderzoekscommissie concludeerde dat Ver medeplichtig was aan de aanslag. Een rechtbank sprak hem en de 25 andere beklaagden eind vorig jaar echter vrij. De president herstelde hem daarna in zijn functie, hetgeen wijd en zijd veel kwaad bloed zette. Vooral Washington beschouwde Ver als een sta-in-deweg voor noodzakelijk geachte militaire hervormingen.'

De strijdkrachten speelden een belangrijke rol nadat de president in 1972 de staat van beleg uitvaardigde vanwege een dreigende „communistische staatsgreep" . Dat was vlak voordat Marcos' tweede en krachtens de grondwet laatste ambtstermijn afliep. Verscheidene kranten kregen een publikatieverbod, talrijke oppositiepolitici, onder wie Benigno Aquino, werden gearresteerd en alle politieke partijen verboden. Marcos breidde zijn bevoegdheden in 1973 verder uit met een nieuwe grondwet.
In 1981 werd de staat van beleg opgeheven. In hetzelfde jaar vonden weer presidentsverkiezingen plaats, die echter door de oppositie werden geboycot. Marcos kreeg 88 procent van de stemmen. Velen spraken echter vanwege de omvangrijke fraude van een schandelijke vertoning. De regering-Reagan maalde daar niet om. Vice-president George Bush zei tijdens een bezoek in Manila in 1981: „Wij steunen u. Wij waarderen uw respect voor democratische beginselen en het democratisch proces". De VS tolereerden veel omwille van hun strategisch uiterst belangrijke bases op de Filippijnen.

Uitwassen
Marcos vertrouwde niet alleen op generaal Ver en diens ondergeschikten maar ook op zijn wijdvertakte net van plaatselijke zetbazen. Dat waren de leiders van de Barangays, de kleinste bestuurlijke eenheden op de Filippijnen. Zij werden door Marcos in de watten gelegd maar moesten in ruil daarvoor bij verkiezingen zorgen dat de bevolking op de KBL of zoals onlangs bij de presidentsverkiezingen op Marcos stemde. Daardoor was Marcos voorheen vrijwel verzekerd van steun op het platteland, waar bijna 70 procent van de Filippino's woont.
Ook in de hoofdstad Manila, waar verdeeld over een aantal gemeenten 4,2 miljoen kiezers of 16 procent van het totale electoraat woont, werkte dat patronaatssysteem. Zoals in het zakendistrict Makati waar burgemeester Nemensio Yabut, een trouwe aanhanger van Marcos, de presidentsverkiezingen naar zijn hand zette. Volgens verkiezingsfunctionarissen en -waarnemers kon 20 tot 30 procent van de kiezers in Makati zijn stem niet uitbrengen. Hun naam kwam niet voor in de kiesregisters of anderen stonden op hun adres geregistreerd. Knokploegen intimideerden onwillige kiezers en waarnemers.
Een andere „uitwas" van het patronaatssysteem is het „crony-kapitalisme". Met „cronies", het Engelse woord voor boezemvrienden, wordt gedoeld op de kring van vertrouwelingen rond Marcos die zich in de loop van de jaren heeft verrijkt ten koste van de Filippijnse economie. Om zich aan hem te binden kregen zij van Marcos monopolieposities in belangrijke sectoren zoals de kokos- en suikerindustrie. Het gevolg was dat het land een economische neergang doormaakte, in tegenstelling tot een ongekende economische groei voor de andere Zuidoostaziatische landen.

Grootgrondbezitters
Ferdinand Edralin Marcos werd op 11 september 1911 in Sarrat in de provincie Ilocos Norte geboren. Zijn ouders waren grootgrondbezitters met politieke aspiraties. De jonge Ferdinand belandde daardoor in 1935 in de gevangenis. Hij zou een politieke tegenstander van zijn vader hebben doodgeschoten.
Het hooggerechtshof sprak hem uiteindelijk vrij. Volgens de officiële biografie omdat hij na een rechtenstudie in het gevang zichzelf zo goed wist te verdedigen. Anderen zeggen dat Marcos toen al door steekpenningen het recht naar zijn hand wist te zetten.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zat Marcos in het Amerikaanse leger: de Filippiijnen behoorden toentertijd tot de VS. Met de komst van de Japanners ging Marcos in het verzet. Zijn image van verzetsheld liep een flinke deuk op toen in de aanloop naar de verkiezingen de New York Times schreef dat Marcos helemaal geen verzetsleider was geweest. Hij Zou zijn oorlogsverleden hebben verzonnen.
Na de oorlog trad Marcos in dienst van Manuel Roxas, de eerste president van de onafhankelijk geworden Filippijnen. Marcos zat vervolgens vanaf 1949 tot 1959 in het Huis van Afgevaardigden en tussen 1959 en 1965 in de Senaat, de laatste twee jaar als voorzitter. In de jaren zestig verruilde hij de Liberale partij voor de Nationalistische partij, waarvoor hij in 1965 de presidentsverkiezingen won.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Marcos, koppig tot het bittere einde

Bekijk de hele uitgave van woensdag 26 februari 1986

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken