Bekijk het origineel

Spanjes „ja

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Spanjes „ja" tegen NAVO: een stap dichter bij Europa

Gonzalez speelde hoog spel met volksraadpleging

9 minuten leestijd

FELIPE GONZALEZ ...grote risico's... Deze vernieuwde PSOE met zijn jonge, dynamische leiding won met grote meerderheid de Spaanse parlementsverkiezingen in 1982, en daarna talloze regionale en lokale verkiezingen. Voor het eerst in de Spaanse geschiedenis wisselde in 1982 een linkse regering een rechtse af zonder dat daarbij sprake was van onrust, geweld en dreiging daarmee.

Canarische Eilanden, de Balearen en het Spaanse vasteland.

Na 1898 gingen er meer en meer stemmen op om aansluiting te zoeken bij Europa op economisch en politiek gebied. Ónder andere door taaie tegenstand van drie oude machten, de Rooms-Katholieke Kerk, het leger en de grootgrondbezitters, slaagde Spanje er tot 1975 niet in om gelijktijdig op economisch én op politiek gebied een moderniseringsproces naar Europees voorbeeld op gang te brengen.

Dictator Primo de Rivera (19231930) zette wel economische maar geen politieke hervormingen in gang. Na zijn vertrek en de val van de monarchie in 1930 begon onder de Tweede Republiek een periode van intensieve politieke hervormingen naar Europees, democratisch model.

Franco's stolp

Door de economische crisis, scherper wordende sociale tegenstellingen en door linkse en rechtse, revolutie- en couppogingen kwam het uiteindelijk tot een militaire opstand die steun kreeg van de meeste rechtse partijen en groeperingen.

In de bloedige burgeroorlog die volgde (1936-1939) overwon rechts onder leiding van generaal Franco mede dank zij militaire steun van Mussolini en Hitler. Franco wist als dictator zijn macht te handhaven tot zijn dood in 1975, door de verschillende groepen die hem steunden tegen elkaar uit te spelen: de fascistische Falange-partij, de kerk, het leger, de monarchisten en de industriëlen.

Ook onder Franco was er natuurlijk geen sprake van politieke aanpassing aan de democratische normen van Europa. Maar ondanks de stolp die Franco's dictatuur over Spanje plaatste kwam het land toch in aanraking met Europa door de op gang komende industriële ontwikkeUng, de migratie van Spaanse arbeiders, het toerisme en door de buitenlandse politieke verhoudingen.

Eisenhower

Belangrijk in de Spaanse buitenlandse politiek onder Franco waren de verhoudingen met de VS en Europa. Franco had Spanje door een politiek van talmen en uitstel grotendeels buiten de Tweede Wereldoorlog weten te houden; hij had zich niet laten verleiden door Hitler en Mussolini, aan wie hij zijn positie dankte, om Engeland en de VS de oorlog te verklaren. En hoewel hij tussen 1941 en 1944 zijn Spaanse „Blauwe Divisie" naar het Oostfront stuurde om tegen de Sowjet-Unie te vechten, verklaarde hij ook dat land nooit officieel de oorlog. In 1944 had Franco de Duitse nederlaag zien aankomen en was hij begonnen zijn betrekkingen met de westerse geallieerden te verbeteren.

West-Europa toonde zich in de eerste jaren na 1945 weinig bereid om Spanjes banden met de zojuist overwonnen vijanden van de democratie te vergeten. Dat veranderde pas in de periode van de Koude Oorlog: Franco kon toen met name de VS eraan herinneren dat hij vanouds het communisme bevochten had. Het belang dat de VS gingen hechten aan een gesloten verdediging van Europa leidde ertoe dat ook in dat werelddeel Spanjes politieke stabiljteit geleidelijk het gebrek aan democratie begon te overschaduwen.

In 1951 werden de diplomatieke betrekkingen tussen Spanje en de meeste Europese landen hersteld; tussen Franco en de VS begonnen onderhandelingen die er in 1953 toe leidden dat de VS in ruil voor economische hulp, het recht kregen op Spaans grondgebied vier militaire bases in te richten. Dit akkoord uit 1953, en een foto uit 1959 waarop Franco omarmd wordt door de Amerikaanse president EisenhoWer, bewezen dat een nieuwe periode in de internationale betrekkingen van Spanje was aangebroken.

Vier mannen

De Spaanse handel en industrie begonnen intussen tekenen van herstel te vertonen. Om dat herstel te bespoedigen peilde Franco in de jaren zestig de mogelijkheid van toetreding tot de EG. De Europeanen stelden daarvoor echter de voorwaarden van politieke hervormingen die van Spanje een democratie zouden maken. Voorlopig zocht Franco dus elders economische betrekkingen, waarbij hij overigens handelsverdragen met communistische landen in Oost-Europa niet versmaadde.

Na de dood van Franco in 1975 stonden talloze Spanjaarden te trappelen van ongeduld om ook op politiek gebied de achterstand bij Europa in te gaan halen. Dat verlangen naar democratische hervormingen werd in banen geleid door vier mannen: koning Juan Carlos en de premiers Suarez, Calvo Sotelo en Gonzalez. Juan Carlos, kleinzoon van de in 1930 afgetreden koning Alfonso XIII, was al in 1969 door Franco benoemd tot zijn opvolger als staatshoofd. Na 1975 ontpopte hij zich als een krachtig symbool voor de nieuwe democratische eenheid van Spanje. Hij wist antidemocratische krachten in het leger tot zelfbeheersing te bewegen en hij bewees in tijden van crisis zijn trouw aan de grondwet.

Militaire hobby

Onder Adolfo Suarez en zijn centrum-rechtse regering (1976-1981) werd in hoog tempo de grondslag gelegd voor een moderne, Europese democratie. In J977 werden de onderhandelingen geopend die Spanje tot lid van de EG moesten maken. Leopoldo Calvo Sotelo, opvolger en partijgenoot van Suarez, slaagde er met in het EG-lidmaatschap te verkrijgen. Om Spanje toch alvast een stem in een supranationaal forum te verschaffen forceerde Calvo Sotelo in mei 1982 de toetreding van zijn land tot de NAVO.

Van dit NAVO-lidmaatschap verwachtte hij een vergroting van Spanjes internationale prestige en een versterking van de jonge Spaanse democratie, met name omdat het NAVO-lidmaatschap de Spaanse militairen een alternatief zou bieden voor hun traditionele hobby: het plegen van coups. Nog kort tevoren, in 1981, was er zo'n — mislukte — staatsgreep geweest onder leiding van luitenant-kolonel Tejero.

De socialistische oppositiepartij, de PSOE, onder aanvoering van Felipe Gonzalez, was in 1981 en 1982 tegen de toetreding tot de NAVO en verzocht om een referendum. De argumenten tegen het NAVO-lidmaatschap waren: als NAVO-lid zou Spanje, dat zich tot dusverre buiten de rivaliteit der supermachten had gehouden, zich binden aan een van die supermachten, de VS. Daardoor zou Spanje, dat door zijn ligging weinig van de Sowjets te vrezen heeft, toch betrokken kunnen raken bij een eventueel conflict tussen de supermachten. De regering-Calvo Sotelo weigerde om het referendum in 1982 te laten houden; vervolgens namen de socialisten het plan voor een referendum op in hun lijst van verkiezingsbeloften.

Grote risico's

Onder aanvoering van de charismatische Felipe Gonzalez was de PSOE van een marxistische en republikeinse partij geworden tot een gematigde, pragmatische partij die zich voor de hervorming van heel Spanje wilde inzetten, en die zich daarbij graag wilde laten helpen door het gezag van de koning. Tot in het recente verleden hielden de Spaanse militairen er één grote hobby op na: het plegen van coups. Het NAVO-lidmaatschap zou hiervoor een alternatief moeten bieden. En omdat zijn stem misschien doorslaggevend kon zijn toog ook de directeur van de Guardia Civil Francisco Cereda afgelopen woensdag naar een Madrileens stemlokaal om zijn mening over de continuering van het NAVOlidmaatschap uit te brengen. spraakzame generaals te wijzen op de voordelen van vervroegde uittreding.

Olie

President Febres heeft ook te maken met een hem niet goedgezinde vakjbeweging die alles in het werk stelt om het bezuinigingsprogramma waarmee zijn regering de economie wil saneren, te laten ontsporen. De ruzies tussen president en parlement gecombineerd met de wederom ambitieuze generaals en de opstandige vakbeweging maken Ecuador tot een nagenoeg onbestuurbaar land.

Logischerwijs komt dit de lokale democratie, nog in de kinderschoenen, niet ten goede. Jammer dat een gevolg van deze situatie is dat de bevolking een weinig hoge dunk gekregen heeft van de huidige bestuursvorm. Er wordt vrijwel niets gedaan om de ingezakte economie weer op gang te krijgen en om de scheefgegroeide verhoudingen

Oppositieleider Felipe Gonzalez had met zijn plannen om Spanje een nieuw tijdperk binnen te leiden een grote meerderheid van het Spaanse volk achter zich gekregen. Maar, onder andere door zijn contacten als premier met buitenlandse regeringsleiders, kwam hij al spoedig tot het inzicht dat de weg omSpanje te vernieuwen leidde naar Europa, en dat de weg naar Europa het best bewandeld kon worden in EG- en NAVO-verband. Als man van eer hield hij zich echter aan zijn verkiezingsbelofte om het NAVO-referendum te houden, en daarmee nam hij grote risico's.

Een stap verder

Gonzalez moest de neutralistische en anti-Amerikaanse opvattingen van veel Spanjaarden, op grond waarvan hij in 1982 het NAVO-lidmaatschap verworpen had willen zien, proberen te wijzigen. Dat was een zware opgave.

Voor de Spanjaarden is Amerika niet de bevrijder van de Tweede Wereldoorlog, waaraan Spanje niet heeft deelgenomen. En voor veel Spanjaarden zijn de VS de vijand van Spanje uit 1898, bovendien een bron van pijnlijke herinneringen aan de periode dat Spanje zijn internationale prestige kon opvijzelen met behulp van president Eisenhower.

Wat de neutraliteit betreft: Spanje heeft zich buiten de twee wereldoorlogen weten te houden, zodat eigenlijk tot en met de dood van Franco het idee kon blijven leven dat Spanje zich kon blijven koesteren in een veilige afzondering.

Gonzalez heeft deze opvattingen die ook bij zijn eigen kiezers leefden, bestreden. Hij hield hun voor dat de weg naar de toekomst moest leiden naar Europa. Een ander staatsman had misschien minder risico's genomen en het referendum uitgesteld, en misschien zelfs helemaal niet gehouden. Gonzalez zette, misschien typisch Spaans, zijn politieke loopbaan op het spel en speelde het democratische spel ten einde. Zo is Spanje, op typisch Spaanse wijze, weer een stap verder gekomen op weg naar Europa. binnen de samenleving recht te trekken.

Een studie, gemaakt door de universiteit van Quito, geeft aan dat een geselecteerde groep die nog geen twintig procent van de bevolking omvat tachtig procent van 's lands rijkdommen controleert. Hiervan kijken zelfs Mexicanen en Brazilianen op. De motor van de Ecuadoriaanse economie, de olie-export, is nagenoeg stil komen te staan.

Niet alleen dé lage olieprijzen op de wereldmarkt waren voor het land funest maar ook de olie zelf wordt steeds moeilijker vindbaar. Over enkele jaren is Ecuador zelfs weer afliankelijk van geïmporteerde energie. Dit alles maakt van Ecuador een land zonder al te veel toekomstperspectieven. Zonder een sterke en weloverwogen handelende regering die in elk geval niet wordt dwarsgezeten door de vakbeweging en militairen, is er simpelweg geen enkele hoop op een wat minder chaotische en minder donkere toekomst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 maart 1986

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Spanjes „ja

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 15 maart 1986

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken