Bekijk het origineel

Hermes nog lang niet van de grond

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hermes nog lang niet van de grond

Vraagtekens rondom verdere bouw Europees ruimteveer

8 minuten leestijd

Ruim twee maanden na de fatale vlucht van het Amerikaanse ruimteveer Challenger beginnen de gevolgen van deze catastrofe zichtbaar te worden, ook in Europa. Terwijl de Amerikanen zich het hoofd breken over tientallen onbeantwoorde vragen, en nu al gerekend wordt met minstens één jaar vertraging van het space-shuttleproject, bouwen de Europeanen, met name de Fransen, verder aan hun eigen uitdaging: Ariane en Hermes.

Zo op het eerste gezicht heeft de ramp net de „Challenger" de Franse plannen op het gebied van de ruimtevaart niet of nauwelijks beïnvloed. Wat wel gebeurde was dat Arianespace, de organisatie die de Europese Arianeraket probeert te promoten, na het bekend worden van de explosie aan boord van het Amerikaanse ruimteveer, een persconferentie afzegde. Het tot op heden ergste ongeluk in de geschiedenis van de ruimtevaart kon ook hen niet onberoerd laten. Daarbij kwam dat men niet de indruk wilde wekken te willen profiteren van andermans ongeuk. Het is immers een publiek geheim dat „klanten" van het Amerikaanse space-shuttleprogramma, bij een langere onderbreking van dit programma, wel eens zouden kunnen overlopen naar Arianespace om hun satellieten door de europese Arianeraket in de ruimte te laten brengen.

Miljoenenverliezen
Nu al doen geruchten de ronde dat sommige firma's miljoenenverliezen lijden omdat hun satellieten niet op tijd in de ruimte kunnen worden gebracht. Het Amerikaanse telefoonbedrijf Western Union had ermee gerekend dat zijn satelliet Westar-7 vorige maand in een omloopbaan om de aarde zou zijn gebracht. Nu de drie overgebleven ruimteveren echter aan de grond blijven ziet het er niet naar uit dat de satelliet binnen afzienbare tijd gelanceerd kan worden, Een woordvoerder van Western Union wilde dan ook niet uitsluiten dat zijn bedrijf wellicht gebruik gaat maken van de diensten van Arianespace om de Westar alsnog omhoog te krijgen. Soortgelijke overwegingen zullen ongetwijfeld ook bij andere klanten van NASA opkomen.
Het heeft er dus alle schijn van dat de Europese Ariane, een in hoofdzaak Franse aangelegenheid, enige extra orders in de wacht zal gaan slepen. Tegenover dit voordeel staat dat de explosie van de Challenger een gevaar kan betekenen voor de verdere ontwikkeling en bouw van een klein Europees ruimteveer, de door Frankrijk zo vurig begeere Hermes. Al jaren is Hermes het troelkind van de Fransen. Hermes moet aantonen dat Europa op het gebied van bemande ruimtevaart volledig kan wedijveren met andere naties. In de ogen van Parijs is een dergelijk ruimteveer het logische eindpunt van een weg die reeds eerder werd ingeslagen. Die ontwikkeling begon toen enkele jaren terug de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, op aandringen van Frankrijk, besloot de Europese Arianeraket geleidelijk aan verder uit te bouwen en te perfectioneren. De eerste versie kon dan ook nog „maar" 1750 kilo in de ruimte brengen; haar opvolger 2000 kilo en Ariane-3 ging omhoog met 2500 kilo nuttige lading. Voor dit jaar is opnieuw een grote sprong voorwaarts te verwachten, wanneer Ariane-4 gelanceerd zal worden. Deze raket kan meer dan vier ton lading meenemen. Uiteindelijk denkt men uit te komen bij Ariane-5. Eigenlijk spreken we dan niet meer over een nog verder ontwikkelde Ariane, maar over een nieuw, reusachtig ruimteprojectiel. Bij een gewicht van circa 550 ton, een lengte van 45 meter en een doorsnee van meer dan 5 meter zal dit de grootste ooit in Europa gebouwde raket worden, die dan ook 15 ton lading op 400 kilometer hoogte in een baan om de aarde kan brengen.
Bij deze getallen ligt het voor de hand een dergelijke raket vroeger of later in te zetten voor de bemande ruimtevaart. Ter vergelijking: de eerste Amerikaanse ruimtecapsules, waarin slechts plaats was voor één persoon, wogen ongeveer twee ton. De eerste Russische ruimtecapsule had een gewicht van bijna vijf ton.

Volgende stap
Nadat de Fransen hun Europese partners ervan hadden overtuigd dat Ariane-5 tegen het jaar 1995 klaar moet zijn voor de start, drongen ze aan op de volgende stap. Men stelde alles in het werk de overige ESA-lidstaten mee te laten participeren in de financiering van een miljardenverslindend ruimteveerproject. Officiële kostenberekeningen komen uit op een bedrag van rond de zes miljard gulden voor de bouw en ontwikkeling van Hermes. Officieuze bronnen daarentegen maken melding van een bedrag dat ligt in de orde van grootte van acht miljard minstens. Logisch dat de Fransen uitkijken naar medefinanciers.

Ondertussen liggen de bouwtekeningen al gereed. Die tekeningen laten zien dat Hermes qua uiterlijk niet zo erg veel zal afwijken van zijn Amerikaanse broer. Piet zal, net als de space-shuttle, een ruimtevliegtuig met vleugels worden. Het Centre National d'Etudes Spatiales (CNES), het Franse ruimtevaartbureau (vergelijkbaar met NASA in de VS), maakte bekend dat de Franse shuttle 16 meter lang zal worden en een spanwijdte krijgt van tien meter.
Zonder brandstof weegt het toestel ongeveer negen ton. Van de nuttige lading, dat is alles wat meegenomen kan worden in de ruimte zonder dat het per se noodzakelijk is voor de vlucht als zodanig, dus materiaal bijvoorbeeld voor proeven e.d., denkt men dat die iets onder de vijf ton zal liggen. Normaal gesproken is de Hermes berekend op vier passagiers, maar het is mogelijk een bemanning van zes te realiseren. Opnieuw ter vergelijking: het ruimteveer van de Amerikanen is circa 56 meter lang en heeft een spanwijdte van 24 meter. Als het moet kan de space-shuttle 30 ton in een omloopbaan om de aarde brengen, en dat is zes maal zo veel als de Europese tegenhanger.

Daar staat weer wat anders tegenover. Zo kan het Amerikaanse ruimtevliegtuig niet veel hoger komen dan ettelijke honderden kilometers. Dat heeft tot gevolg dat wanneer er satellieten in de - zeer belangrijke - geostationaire baan om de aarde moeten worden gebracht (die baan ligt op 36.000 kilometer hoogte), deze satellieten uit het boordruim van de shutde moeten worden geladen, om vervolgens op eigen kracht, met behulp van kleine hulpraketjes op de uiteindelijke plaats van bestemming te komen. Dat is niet alleen erg kostbaar, maar bovendien erg gecompliceerd en niet altijd even betrouwbaar.
Geheel anders ligt dat bij Hermes. De Ariane-5-raket kan Hermes direct in de geostationaire baan schieten. Dat betekent dat Hermes, ondanks zijn bescheiden uitvoering, vijf ton aan materiaal direct op de juiste plaats kan brengen. En dat betekent weer dat, waar het gaat om deze hoge omloopbaan die de meeste mogelijkheden biedt voor communicatiesatellieten en aardobservatiesatellieten. Hermes waarschijnlijk meer voordelen biedt dan de space-shuttle die veel groter is en ingewikkelder.

Drie soorten
Het Franse ruimtevaartbureau CNES wil het Europese ruimteveer inschakelen bij drie soorten van projecten. In de eerste plaats wordt gedacht aan Hermes als een ruimtelaboratorium waar twee tot vier astronauten wetenschappelijk onderzoek kunnen verrichten. Vervolgens kan Hermes ook ingezet worden als transportsysteem om ruimtestations of onderdelen daarvan aan te voeren. Reparaties kunnen aldus worden verricht, brandstof aan boord gebracht en zo meer. In dit verband moet het toekomstige ruimtestation Columbus genoemd worden. Dit Amerikaans-Europese initiatief zal in het jaar 1992 - dus precies 500 jaar na de ontdekking van Amerika door de bekende wereldreiziger - gestalte moeten krijgen op enkele honderden kilometers boven de aarde. Voor Hermes ligt er dan een taak in het af- en aanvliegen van de Europese astronauten die dit ruimtestation moeten gaan bemannen.
De derde en laatste mogelijkheid het Europese ruimteveer operationeel te maken reikt nog verder naar de toekomst. Op z'n vroegst tegen het einde van deze eeuw, aldus CNES, zou de Europese shutde gebruikt kunnen gaan worden als verzorgingsvaartuig voor een eigen, volledig Europees ruimtestation.

Vertragingen
Opnieuw rijst de vraag: in hoeverre heeft de explosie die een eind maakte aan de Challenger en het leven van zeven astronauten invloed op de uitwerking en realisering van de Europese plannen met betrekking tot een eigen ruimteveer?
Het is vooralsnog niet ondenkbaar dat de Europese partners de kat eerst nog eens uit de boom willen kijken en bij Frankrijk zullen aandringen op extra voorzichtigheid en behoedzaamheid. Dat zal natuurlijk leiden tot vertragingen. De Fransen zelf wezen er in het verleden bij herhaling op dat „hun" Hermes, vergeleken met zijn Amerikaanse grote broer, qua constructie veel eenvoudiger, en dus veiliger zal zijn.
Een voorbeeld. De Amerikaanse space-shuttle beschikt over een eigen voortstuwingsbron, te weten drie hoofdmotoren. Zo niet bij Hermes. Zij zit boven op de enorme Arianeraket zonder eigen motor. Dat heeft als voordeel dat allerlei complexe structuren die in de spaceshuttle zijn ingebouwd niet noodzakelijk zijn voor het Europese ruimteveer. Na de Challengercatastrofe krijgt deze omstandigheid extra gewicht: de mogelijkheid wordt geschapen een oude veiligheidsmaatregel toe te passen op een ruimteveer. Tot op heden werd bij de lancering van Amerikaanse of Sowjetrussische bemande ruimtevluchten gebruik gemaakt van een boven op de raket zittende zogenaamde vluchttoren. Wanneer er iets mis dreigde te gaan, dan trok deze vluchttoren, die voorzien is van een klein, eigen voortstuwingsmechanisme, de capsule met de bemanning erin los van de startraket om die vervolgens, op veilige afstand, aan een parachute neer te laten komen. De space-shuttle van de Amerikanen kent deze laatste ontsnappingsmogelijkheid niet. De VS-astronauten zijn dan ook, in het bijzonder tijdens de nog altijd zeer gevaarlijke startfase, volledig overgeleverd aan het al dan niet functioneren van hun ruimtevaartuig. Daarentegen is het heel goed mogelijk de betrekkelijk kleine en eenvoudige Hermes uit te rusten met een dergelijke vluchttoren.
De vraag die overblijft is of de Europese partners van Frankrijk dit onderscheid belangrijk genoeg achten om ondanks alles groen licht te geven voor de financiering van Hermes. Parijs is en blijft optimistisch.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1986

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Hermes nog lang niet van de grond

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1986

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken