Bekijk het origineel

„Lubbers niet in de laatste plaats bijwagen van Den Uyl

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Lubbers niet in de laatste plaats bijwagen van Den Uyl"

6 minuten leestijd

DEN HAAG — Nog een week en dan is de verkiezingsstrijd beslecht. Dan zal Nederland weten hoe de zetelverdeling in de Tweede Kamer de komende tijd zal zijn. Er is één partij in ons land die een verdubbeling van haar vertegenwoordiging verwacht en dat is het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV). De achterban van deze partij is voor het overgrote deel te vinden in de Gereformeerde Kerken die - zoals men dat zelf placht te zeggen - ontstaan zijn tijdens de voortgaande reformatie der kerk; bij de vrijmaking in 1944.

Een van de punten die het GPV sterk benadrukt is de geestelijke vrijheid van de burgers. Is die vrijheid onbeperkt? Met name Calvijn - in wiens traditie het GPV ook wil staan - had daar toch andere gedachten over?
GPV-lijsttrekker Schutte: Als het gaat over de geestelijke vrijheid moeten we onderscheid maken tussn de openbare samenleving en de particuliere verantwoordelijkheid. De overheid is het hoofd van de openbare samenleving en het is duidelijk dat de overheid zich moet richten naar de wet van God. In particuliere verbanden treedt die verantwoordelijkheid van de overheid terug, bijvoorbeeld ten aanzien van scholen en maatschappelijke organisaties. Binnen de particuliere verbanden zijn de burgers geestelijk vrij. Als de vrijheid van godsdienst echter wordt aangegrepen om zich aan de sfeer van de overheid te onttrekken, dan heeft de overheid de taak om in te grijpen".
„Wat Calvijn betreft, we mogen hem niet verzelfstandigen. Wat hij in zijn tijd gezegd heeft moet nu niet in dezelfde vorm gebeuren. We moeten niet zozeer in de lijn van Calvijn - dat heeft hij zelf ook niet gewild - alswel in de lijn van het calvinisme dat tot vandaag de dag bestaat redeneren. Ten principale is de lijn van het GPV de lijn van Calvijn en van degenen die na hem gekomen zijn zoals Groen van Prinsterer en prof. K. Schilder. Ik heb in 1984 een toespraak gehouden tijdens een herdenking van het feit dat Willem van Oranje 400 jaar geleden werd vermoord. Daar heb ik de Vader des Vaderlands naast Dathleen en Hugo de Groot gezet en geconcludeerd dat alleen hij op het punt van de geestelijke vrijheid de juiste middenkoers is ingeslagen".

Neutraal
Deze stellingname betekent overigens niet dat het GPV kiest voor een neutrale overheid, aldus Schutte. „De gedachte van een neutrale overheid staat haaks op het Oude en Nieuwe Testament. Maar we moeten ons ook realiseren dat in feite na de ballingschap de theocratie heeft opgehouden te bestaan: God regeert niet rechtstreeks door kondingen en profeten. Theocratie bestond onder het oude verbond en niet onder het nieuwe. Daarom vind ik het niet goed om nu te streven naar een theocratie zoals de SGP doet. Dat neemt overigens niet weg dat ik het wel eens ben met de omschrijving van theocratie zoals de SGP'er Van der Vlies die in het RD gaf. Daar lees ik „Sommigen zijn geneigd om dan (bij het begrip theocratie, G.A.V.) te denken aan de regeervorm, maar als ik het over de theocratische gedachte heb, dan heb ik het over de regeernorm. Die norm is dan de toets der kritiek van Gods Woord". Daar ben ik het van harte mee eens, maar dat noem ik dan geen theocratie".
Dat brengt het gesprek op het onderwerp van samenwerking met andere christelijke partijen. Waarom kunnen gereformeerde vrijgemaakten bijvoorbeeld wel samenwerken met christenen van andere kerkgenootschappen in organisaties als de ZOA en de VBOK, en waarom komt politieke samenwerking zo moeizaam op gang?
Schutte: „Bij organisaties als ZOA en VBOK gaat het om een beperkte activiteit. Als we daarachter kunnen staan, moeten we meedoen, dat is prima. Maar de politiek is niet een gerichte activiteit. Het gaat om de invulling van de hele openbare samenleving. Daarbij is eenheid in het uitgangspunt van Schrift en belijdenis een heel belangrijke basisvoorwaarde. Als daarover gesproken wordt dan laat ik de RPF even buiten beschouwing, want die partij neemt niet alle gedeelten van de belijdenisgeschriften tot haar uitgangspunt voor het politieke handelen. Bij de SGP vraag ik me af wat de relevantie is van allerlei toevoegingen bij de uitgangspunten. En ook qua geestelijke achtergrond bestaan er duidelijk verschillen tussen GPV en SGP. Die hebben niet altijd een politieke vertaling, maar ze zijn wel reëel".

Kerken
„Maar ik vraag me af of het niet verwonderlijker en zondiger is dat er nog meer kerken zijn die staan op dezelfde grondslag. Moet je dan daar niet veeleer naar eenheid zoeken? De kerk is immers het lichaam van Christus",
Dan wil ik er wel direct aan toevoegen dat het niet aan de Bijbel ligt dat er geen eenheid is. Wij, als christenen handelen er niet naar. De houding van „we worden het toch niet eens" is op zich al in strijd met de grondslag. Daarom verheug ik me bijvoorbeeld in een discussie via het Nederlands Dagblad tussen dr. De Vries (geformeerd vrijgemaakt) en prof. Van 't Spijker (christelijk gereformeerd). Het is daarentegen frusterend als kerken het niet eens kunnen worden over de manier hoe met elkaar gediscussieerd moet worden. De inhoud is dan nog niet eens aan de orde".
Dat neemt echter niet weg dat in de politiek samengewerkt moet worden waar dat kan. En dat gebeurt ook".
Betekent dit concreet dat GPV met SGP en RPF samen wil werken en één lijn trekken als na 21 mei CDA en VVD aan een meerderheid geholpen moeten worden?
„We moeten zoveel mogelijk één lijn trekken. De eerste taak van de „drie" na de verkiezingen is - denk ik - overleg over het advies dat we aan de koningin moeten geven. Maar het trekken van een lijn zal niet gaan als een van de drie een totaal andere lijn wil volgen dan de andere. leder heeft zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van zijn kiezers. Het belangrijkste is dat je als partij iets bereikt en dan is het voor ons niet belangrijk of we een minister of staatssecretaris aan het kabinet leveren".

Bijwagen
Er is dan ook geen sprake van dat het GPV alleen CDA en VVD wil gaan steunen zonder mdewerking van SGP en RPF, zoals een landelijk ochtendblad vanmorgen meldde. „Volstrekt onjuist", aldus Schutte in een reactie, „ik heb gisteravond in Groningen - net als overal - gepleit voor het trekken van één lijn. Wel heb ik me afgezet tegen de term „Staphorster variant". Dat is een term met een negatieve lading. Het gaat om de versterking van de christelijke politiek en omdat ik gisteravond in Groningen sprak heb ik voorgesteld de term „Groninger variant" te gebruiken.
„Als CDA en VVD na de verkiezingen geen meerderheid behalen, dienen we er rekening mee te houden dat de kleine christelijke partijen te hulp worden geroepen. Uit een enquête die is gehouden blijkt dat 76 procent van de CDA-kiezers en 88 procent van de VVD-kiezers vindt dat met klein rechts geregeerd moet worden als de coalitie de meerderheid daarmee kan behouden. Maar Lubbers kan vele kanten op en ik zie hem zeker niet in de laatste plaats als bijwagen van Den Uyl".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 mei 1986

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

„Lubbers niet in de laatste plaats bijwagen van Den Uyl

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 mei 1986

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken