Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Afscheiding had invloed op dorpsleven in Staphorst

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Afscheiding had invloed op dorpsleven in Staphorst

7 minuten leestijd

STAPHORST/ROUVEEN — „Hoewel de institueringsdatum van de oud gereformeerde gemeente van Rouveen zulks niet zou doen vermoeden, kan toch gesteld worden, dat de wortels van deze gemeente liggen in de Afscheiding van 1834. We moeten deze gemeente zien als een voortzetting van de Gereformeerde Kerk onder het kruis (de kruisgemeente), die van 1838 tot 1884 te Rouveen bestaan heeft. Nadat deze gemeente in de Nederlandse Hervormde Kerk was opgenomen, leefde ze min of meer als gezelschapskring binnen dit kerkverband voort. Zodoende kon men dit kerkverband in 1928 ook vrij gemakkelijk en georganiseerd verlaten". Dat concludeert de Staphorster kerkhistoricus H. Hille in zijn onlangs verschenen publikatie „Het was toen in een tijd van scheiden".

Hille's boekwerk (de titel is ontleend aan een rijmdicht van de kruisgezinde ouderling-voorganger Nicolaas Bouwman) is het resultaat van een kerkhistorisch onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis en de ontwikkelingsgang van de afscheidingsbeweging van 1834 in de dorpen Staphorst en Rouveen. De Afscheiding heeft op het dorpsleven van Staphorst en Rouveen veel invloed uitgeoefend. In beide dorpen werd naast de hervormde gemeente een afgescheiden gemeente geïnstitueerd. Ook voltrok zich - althans te Rouveen - een scheiding op het terrein van het onderwijs. In zijn boek beschrijft Hille uitvoerig hoe de breuk in beide dorpen zich heeft voltrokken en welke ontwikkelingen zich in beide afgescheiden gemeenten voordeden tot omstreeks 1870.

Conflicten
De afgescheiden kerken werden in de aanvangsjaren van hun bestaan geteisterd door vele geschillen en conflicten. Veel verwarring en twist heerste er omtrent de vragen over de kerk en de kerkorde. In 1838 leidden deze geschillen tot een formele breuk in de kerken. Met name de kerken in Overijssel waren hierbij betrokken. Ook in Rouveen veroorzaakte de twist een scheuring. Een aanzienlijk deel van de gemeente schaarde zich achter ouderling Roelof Harink en diens mening „dat men door verandering in de kerkorde te maken uit de grond der scheiding was getreden".
Zo ontstond er in Rouveen, naast de Christelijke Afgescheiden Kerk, een Gereformeerde Kerk onder het kruis. In hun naam voerden ze de pretentie, de wettige voortzetting te zijn van de aloude Gereformeerde Kerk in Nederland. De toevoeging „onder het kruis" zag op de moeitevolle omstandigheden (verstoken van de kerkelijke voorrechten), waaronder men verkeerde. In de volksmond betitelde men ze al spoedig als „kruiskerken" of „luitenantsgezinden" (gemakshalve afgekort tot „lutenants"), naar hun voorman Wolter Wagter Smitt, die tot 1839 luitenant bij de Zwolse schutterij was.

Hooizolder
De kerkdiensten van de Rouveense kruisgemeente werden veelal belegd in het achterhuis van een van de ouderlingen. Wanneer er op een doordeweekse avond een predikant voorging, waren er menigmaal zoveel toehoorders dat de ruimte op de deel niet toereikend was. Het is voorgekomen, zo schrijft Hille, dat er zoveel mensen een plaatsje op de hooizolder in het achterhuis van ouderling Nicolaas Bouwman gezocht hadden, dat deze tijdens de dienst bezweek en met veel geraas naar beneden kwam.
Als het sacrament van de heilige doop bediend moest worden, stond een geïmproviseerd doopvont bij de karnmolen. De doopouders zaten dan vooraan, bijna onder de karnmolen. Vandaar de uitdrukking in het begin van deze eeuw: „Die is gedoopt onder de karnmolen". Een van de laatste kinderen die in de gemeente gedoopt werd, was Jan Bekendam (op 16 maart 1877 in het achterhuis van ouderling Bouwman). Jan Bekendam heeft zich steeds zó met de kruisgemeente verbonden geweten dat dit hem weerhield tot een kerkverband toe te treden. Tot aan het einde van zijn leven (6 maart 1969) bleef hij zich beschouwen als de laatst overgebleven „lutenant" te Rouveen.

Gezelschap
Terwijl de christelijke afgescheiden gemeente zich in een uiterlijke groei en bloei mocht verheugen, viel de kruisgemeente langzamerhand terug tot een gezelschap. Na het wegvallen van de voormannen van de gemeente (Jan Bisschop was in 1877 overleden en Nicolaas Bouwman keerde rond 1880 terug naar de hervormde gemeente van Staphorst) was het einde van het gemeentelijk leven nabij. En op 23 februari 1884 berichtte de Meppeler Courant dat „de zeer kleine kerkelijke gemeente, geheten: „de Luitenantsche" of gemeente „onder het kruis" zich aangesloten had bij de hervormde gemeente te Rouveen".
De toetreding tot de Nederlandse Hervormde Kerk vond, volgens Hille, haar oorzaak in de gewijzigde situatie in zowel de hervormde kerk van Staphorst als in die van Rouveen. In Staphorst was in 1884 de Kohlbruggiaanse ds. G. van Dorssen opgevolgd door de gereformeerd denkende ds. H. Doornveld, terwijl Rouveen sinds 11 november 1883 in ds. Th. Dalhuijsen eveneens een gereformeerd denkend predikant had. Onder ds. Dalhuijsen ontstond contact met de kruisgezinden. De predikant bezocht de „lutenants" en bewerkstelligde hun toetreding tot de Nederlandse Hervormde Kerk.
De onderlinge band tussen de leden van de voormalige kruisgemeente ging echter niet geheel verloren. Rond 1900 kwam men wekelijks een avond in gezelschap bijeen. Centrale figuur bij deze bijeenkomsten was Jan Bisschop. Deze kleinzoon van de vroegere ouderling van de kruisgemeente werd verschillende malen gekozen tot ouderling in de hervormde kerk van Rouveen. Na het vertrek van ds. Dalhuijsen (in 1888) werd hem gedurende zijn eerste ambtsperiode 179 maal het lezen van een preek (tijdens de zondagse eredienst) opgedragen. Gedurende de vacante periode gaf hij tevens catechisatie. Bovendien leidde hij de zondagsschool en een jongelingsvereniging.

Toestemming
In 1907, bij het begin van zijn tweede ambtsperiode als ouderling, verleende de kerkeraad Bisschop toestemming om op zondagen, wanneer de plaatselijke predikant, afwezig was, een stichtelijk woord tot de gemeente te spreken. Hij stopte daarmee toen het classicaal bestuur liet weten dat ieder voorgaan door onbevoegden verboden moest worden. Het zondagsschoolwerk werd weer opgevat en ook de wekelijkse bijeenkomsten in Bisschops woning vonden gewone doorgang. Buiten Rouveen oefende hij onder meer in Kampen, Middelharnis, Dordrecht en Rotterdam. En toen Bisschop in 1920 opnieuw tot ouderling werd gekozen, hervatte hij - op zondagen waarop geen predikant voorging - ook het oefenen in de hervormde kerk van Rouveen.

Bezwaarschrift
Dit voorgaan, de slechte verhouding met de consulent (ds. Kraay van Staphorst), een ingediend bezwaarschrift van enkele stemgerechtigde lidmaten van Rouveen tegen de bevestiging van de in december 1923 gekozen kerkeraadsleden, alsmede een klacht wegens het niet tijdig uitbrengen van een beroep in de predikantenvacature, deden het classicaal bestuur besluiten in de hervormde gemeente van Rouveen in te grijpen. Een en ander leidde er uiteindelijk toe dat de kerkeraad (in nieuwe samenstelling) ouderling Bisschop verbood in de kerk te oefenen.
Ook in de keuze van de te lezen preken wilde men hem niet geheel vrij laten. Bisschop daarentegen legde zich niet bij dat besluit neer en oefende als voorheen. Hij voerde daarbij aan „dat een levend woord aangenamer is te horen dan een gelezen woord en dat de Geest des Heeren hem dwong te spreken". De moeilijkheden hadden tot gevolg dat de kerkeraad aan het einde van het jaar in Bisschops plaats een ander tot ouderling verkoos.
Een deel van de gemeente liet in 't vervolg zijn plaats in de kerk onbezet en kwam na verloop van tijd 's zondags samen ten huize van oudouderling J. Bisschop. Eind september 1928 besloot men een kerkgebouw te laten bouwen op een door Jacob Visscher beschikbaar gesteld perceel grond. En op 5 december 1929 kon het nieuwe kerkgebouw door ds. C. de Jonge, oud gereformeerd predikant te Kampen, in gebruik worden genomen.

Ledenvergadering
De groep die de Nederlandse Hervormde kerk had verlaten kwam aanvankelijk overigens niet als kerkelijke gemeente samen, maar als vereniging, genaamd „De Waarheidsvriend". Op den duur bevredigde het samenleven als vereniging niet en op de ledenvergadering van 21 januari 1930 werd met algemene stemmen besloten de vereniging te ontbinden en verder te gaan als kerkelijke gemeente onder de naam „Oud Gereformeerde Gemeente", echter zonder aansluiting bij enig kerkelijk verband.
Begin 1947 werd besloten zich aan te sluiten bij de „Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten" (een groep gemeenten, die in de jaren twintig was ontstaan rond ds. O. de Jonge uit Kampen). Deze „Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten" verenigde zich in 1948 met de groep Oud Gereformeerde Gemeenten rond ds. L. Boone tot de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Tot op heden behoort de Rouveens gemeente tot dit kerkverband.
De publikatie „Het was toen in een tijd van scheiden" (171 pagina's dik en voorzien van ongeveer 100 foto's) is een uitgave van de „Historische Vereniging Staphorst". De prijs bedraagt 17,50 gulden. Het hoek is te bestellen door overmaking van 21,50 gulden (17,50 + 4,00 gulden verzendkosten) op giro 43.23.681 t.n.v. „Historische Vereniging Staphorst".

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1986

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Afscheiding had invloed op dorpsleven in Staphorst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1986

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken