Bekijk het origineel

Tachtig jaar pinksterbeweging Geestesdoop of geestendoop?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tachtig jaar pinksterbeweging Geestesdoop of geestendoop?

Blijvende vragen bij glossolalie en genezing

9 minuten leestijd

Tachtig jaar geleden werd in Los Angeles de pinksterbeweging geboren. Christennegers spraken in vreemde talen. Zij raakten in extase. De Noorse dominee Thomas Ball Barrat bracht het pinkstervuur over naar Europa. Tientallen miljoenen mensen spreken inmiddels in tongen. Toch is er iets verandeerd. De tachtigjarige heeft een gedaanteverwisseling ondergaan. Zij kleedt zich wat minder excentriek. Zij past zich wat aan bij de gangbare mode. Maar een huwelijk met Calvijn blijft uitgesloten. Zal ze dan ooit toekomen aan de bruiloft van het Lam? Dat is de diepe ernst die schuilt achter het beproeven van de geesten.

De pinksterbeweging openbaarde zich eerst vooral door tongentaal. Natuurlijk was er ook sprake van de met elke opwekkingsbeweging gepaard gaande reigings- en heiligingsgedachte. Een van de eerste pinkstervoorgangers in Nederland was de oud-heilsofficier G. R. Polman. Maar het ging niet best met de pinksterbeweging. Het ging naar een dieptepunt. Zo kon voorganger J. E. van den Brink in een interview dat ik in 1976 met hem had verklaren: „Toen ik bij de pinksterbeweging terechtkwam had men pakweg 300 mensen. Er waren misschien tien groepen, in de jaren dertig: Delfzijl, Terschelling, Amsterdam, Haarlem, Rotterdam, Hilversum, Oegstgeest, Den Haag en nog een enkele. Dat was pinksteren in die tijd."

Ander accent
Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een ander, een tweede accent. De genezing van zieken op het gebed - plotseling, in een ogenblik en wonderlijk - kreeg alle belangstelling. De Duitse scheermessenfabrikant en leketheoloog Hermann Zaiss kwam in 1952 op verzoek van F. A. Stroethoff naar Nederland. Er was sprake van ongewone krachten en genezingen.
In 1958 hield de Amerikaanse evangelist T. L. Osborn zijn massale evangelisatie- en genezingscampagne op het Malieveld in Den Haag. „Christenen behoeven nooit ziek te zijn, evenmin als dat zij zondig behoeven te zijn... Het is altijd Gods wil om u volkomen te genezen, mits aan Zijn rechtmatige voorwaarden wordt voldaan", zo schreef Osborn in zijn boek „Geneest de zieken". Dat is de leer die de Haagse evangelist Johaft Maasbach nog steeds verkondigt via zijn blad Nieuw Leven.

Nieuwe wending
Nog kwam er een wending. Het bezoek van Zaiss (in 1952) aan het Eykmanshuis te Driebergen - op uitnodiging van dr. H. Berkhoff! - vormde de vroege voorbereiding van de latere opbloei van de charismatische beweging: pinksteren binnen de gevestigde kerken. Ben Hoekendijk vertelt hoe Albert van den Heuvel en Willem W. Verhoef de zaterdagavondsamenkomsten in Utrecht bezochten. Verhoef is nu een van de leiders van de Charismatische Werkgemeenschap Nederland.

Hoekendijk is - zo bleek uit ons gesprek - eigenlijk helemaal niet meer zo gelukkig met het etiket „pinksterbeweging", of „pinksterkringen". Zijn Vierhoutenconferenties lijken een garantie voor de machtige verbroedering van pinksterbeweging binnen en buiten de kerken. De extreme, scherpe kantjes zijn eraf. De tegenstellingen verbleken. En zoals Stroethoff mij eens wees op Smytegelts Catechismusverklaring - „wat is hij pastoraal!" - in zijn boekenkast, zo kan het Ben Hoekendijk niet veel schelen of hij nu samen met (ex-)gereformeerden of met rooms-katholieken God prijst.

Oude bezwaren
Een bezwaar tegen de overmatige nadruk die bij Oud-pinksteren lag op het spreken in tongen - de glossolalie - was, dat Paulus in 1 Corinthe 12 vers 31 zegt: „IJvert naar de beste gaven." Daaronder rekent hij niet het spreken in tongen. Maar daarbij doelt hij op de liefde. (1 Cor. 13:1).
„Wat de gebedsgenezing betreft: het is bijbels te geloven dat God op het gebed genezen kan, maar wij hebben ook geloof te tonen als de kwaal blijft en mogen de gezondheid niet afdwingen. Wij moeten ook het lijden accepteren", zo schreef in de jaren vijftig ds. A. B. W. M. Kok.

Extreme gevallen
Er zijn natuurlijk extreme gevallen gebleven. Ik denk aan Jucas en Jenny Goeree. Zij geven zichzelf het aureool van echte opwekkingspredikers. Maar in feite hebben zij heel weinig aanhang. Ook binnen de pinksterbeweging wil men weinig van hen weten. Zij gaan er prat op dat niemand onder hen ziek is. Ze dragen zelfs geen bril. Zij hebben een merkwaardig bijbelgebruik. Zo weigerden Lucas en Jenny afzonderlijk voor de rechter te komen in verband met de beschuldiging van antisemitisme. Want „wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet", zo luidde het argument. En dat terwijl Lucas van zijn eerste vrouw en kroost gescheiden is.
Er blijven andere extreme gevallen. Ik wees er al op dat Maasbach nog steeds volhoudt dat iemand - indien hij of zij geen genezing ontvangt op het gebed - onvoldoende geloof bezit. Dat is voor diverse van zijn patiënten een keiharde afknapper gebleken. Hij is al evenmin erg geliefd en leeft erg geïsoleerd in pinksterkringen.
Ook J. E. van den Brink heeft weinig contact met zijn collegavoorgangers en zijn aanhang taant. Zijn bijzondere dwaling is dat hij de erfzonde verwerpt en een aparte leer heeft over de vervolmaking van de mens door de strijd en ontplooiing in de geestelijke, hemelse wereld.

Aangetrokken
Maar velen in de pinksterbeweging lijken zich de kritiek op de overmatige nadruk op het spreken in tongen en op gebedsgenezing aangetrokken te hebben. Geloven is meer dan het spreken in tongen, zo zegt Hoekendijk: „Liever iemand van het Leger des Heils met liefde, dan iemand die in tongen spreekt zonder liefde."
Een uit de Vierhoutenconferentie voortkomende consensus over de verhouding van gebedsgenezing en medisch ingrijpen vraagt aan de medische wereld: „Stelt u zich meer open voor het bovennatuurlijke?" En tegen hen die gewoon zijn alleen met zieken te bidden zegt de Vierhoutenverklaring: „Zie de dokter niet als onze vijand, maar als een compagnon in de strijd tegen menselijk leed."

Aantrekkelijk
Nogmaals, men heeft zich kennelijk binnen de pinksterbeweging iets aangetrokken van de kerkelijke kritiek en bezwaren. Neem nu de Vierhoutenverklaring over de genezing van zieken. Als we eerlijk zijn moeten we toegeven het binnen de gevestigde kerken meestal meer van medicijnen te verwachten dan van het gebed. Wees eerlijk! Daar kunnen ook gereformeerde belijders, reformatorische christenen, iets van leren.
De scherpe kantjes zijn er wat af, zo schreef ik. Dat maakt de pinksterbeweging aantrekkelijk. Bijvoorbeeld voor diegenen die in eigen kerkelijke kring stenen voor brood krijgen. Hoekendijk schat niet voor niets het aantal gereformeerde bezoekers van de Vierhoutenconferentie op een derde. In tal van kerken heeft men de betrouwbaarheid van de hele Schrift als Gods Woord uit het oog verloren. Vormt dat geen reden voor de trek naar Vierhouten?

Gevaarlijk
Schijn bedriegt. Men mag dan het spreken in tongen en gebedsgenezing niet meer zo „drijven", de pinksterbeweging blijft een emotionele zaak. Het spreken in tongen is wel legitiem, zegt Hoekendijk. Je mag de emoties de vrije loop laten in Vierhouten. Daarmee is de verbinding met Oud-pinksteren - extatische toestanden - bewezen. En is dat niet dezelfde wind die waaide in het in bloed gesmoorde anabaptisme van het zestiende-eeuwse Amsterdam en Munster?
In vind die emotionele trekken gevaarlijk. Vierhouten is zelfs aantrekkelijk voor mensen uit de rechterflank van de gereformeerde gezindte. Ik weet dat er bijvoorbeeld mensen komen uit de Gereformeerde Gemeenten. Ik vind dat niet gevaarlijk omdat ik onze pinksterbroeders niet sympathiek acht. Velen van hen ken ik persoonlijk. Ik acht ze hoog als mens. Maar ik ben het grondig oneens met hun leerstellingen. Daarom vind ik de gang naar Vierhouten gevaarlijk.

Blijvende bezwaren
Ik vind die emotionele trekken gehet spreken in tongen. Ik zal proberen dat kort toe te lichten. Niet uitvoerig. Ik heb al zo vaak over dit onderwerp geschreven.
Niet op het pinksterfeest, maar bij de torenbouw van Babel werd er voor het eerst gesproken in vreemde talen. De spraakverwarring was een oordeel over de menselijke zonde in hoogmoed. God was de wereld zeer genadig. Door het pinksterwonder hoorde ieder in zijn eigen taal de grote werken Gods verkondigen. Zij verstonden het. Het doel was duidelijk. Het diende direct de uitbreiding van Gods koninkrijk. Het latere spreken in tongen was een teken van die uitbreiding voor de ongelovigen.
Waartoe echter heeft de glossolalie binnen de pinksterbeweging altijd gediend? Tot bewijs van de doop met de Heilige Geest. Tot bewijs van een bepaalde mate van volwassenheid in het geloof. Dat nu staat haaks op wat de Bijbel zegt: „De talen zijn tot een teken niet degenen die geloven, maar de ongelovigen." (1 Cor. 14) Vrijwel niemand verstaat binnen de pinksterbeweging wat zijn buurman in een vreemde taal brabbelt. Moeten wij wat ooit als een oordeel over de wereld kwam nu gaan trekken in de sfeer van de bevestiging van ons geloof?

Stenen voor brood
Maar ik wil op een andere zaak nu ook eens de aandacht vestigen. G. F. Rendal heeft in zijn „Talen, tongen?" beschreven hoe hij glossolalie elektronisch heeft getoetst. Met het op de bandrecorder vastgelegde spreken in vreemde talen ging hij naar onderscheiden mensen toe van wie men het ervoor hield dat zij de gave der uitlegging hadden. De een na de ander gaf een andere totaal verschillende verklaring.
Er klopte dus niets van. Rendal voegt er aan toe: „Ik heb persoonlijk de voorzitter van de spiritistische kringen van de Frankrijk horen verklaren: „In onze kringen spreken wij in talen en deze talen worden heden ten dage nog gesproken." Wat hij daaraan toevoegde", aldus Rendal, „deed mij huiveren:... „dat is niet zoals in de pinkstergemeenten."
Dr. W. J. Ouweneel zegt in „Het domein van de slang" dat het in al deze gevallen niet om „Geestesdoop", maar om geestendoop gaat. Hij geeft tal van historische voorbeelden die bewijzen dat mensen onwetend in verre dialecten grote godslasteringen uitbraken.
We hebben het Ben Hoekendijk voorgelegd. Hij argumenteerde niet. „Och", zei hij, „dat leg ik naast mij neer! Jezus gaf ook geen stenen voor brood." Met andere woorden: ik geloof het niet. Nu, dat is de simpelste manier om je ergens van af te maken. Maar het is niet de meest overtuigende manier!

Wie doorvraagt
Wie doorvraagt stuit toch altijd weer op onoverbrugbare tegenstellingen. Zo op die van de drieëenheid. De godheid van de Heilige Geest wordt nog altijd in alle pinksterkringen niet ondubbelzinnig beleden. Zo ook niet in de Da Costastraat te Putten.
Ik wil daarover slechts een enkele vraag stellen. Indien er ook maar enige twijfel zou bestaan over het feit dat de Heilige Geest een zelfstandige Persoon is in het geheimenis van de drieëenheid, wat zou dit dan voor gevolg hebben voor de eeuwige godheid van Christus Zelf als het vleesgeworden Woord? Als de Heilige Geest niet meer zou zijn als een kracht van God, zou deze kracht dan de verwekker kunnen zijn van Christus in Maria: God en mens tegelijk? Neen toch.

Oppervlakkig
Ik ben begonnen met de verjaardag van de pinksterbewegmg. De tachtigjarige heeft een gedaanteverwisseling ondergaan. Zij kleedt zich wat minder excentriek. Zij past zich wat aan bij de gangbare mode. Maar onder de oppervlakte leven dezelfde ketterijen. Ik kan het op grond van Gods Woord niet anders zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1986

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Tachtig jaar pinksterbeweging Geestesdoop of geestendoop?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1986

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken