Bekijk het origineel

Kabinetsformatie, katholiek-apostolisch kinderdoop en partijpolitieke principes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kabinetsformatie, katholiek-apostolisch kinderdoop en partijpolitieke principes

Van der Vlies, Leerling en Schutte in debat over:

12 minuten leestijd

Aanstaande woensdag zijn de Tweede-Kamerverkiezingen. Het zijn niet alleen de drie grote partijen PvdA, CDA en VVD die benieuwd zijn naar hun toekomstig zetelaantal in de Kamer. Ook voor de drie kleine christelijke partijen staat het een en ander op het spel. Zal de SGP haar derde zetel kunnen behouden; krijgt de heer Leerling versterking en wordt het zetelaantal van het GPV verdubbeld? Als CDA en VVD de meerderheid niet halen wordt het nog belangwekkender, zullen de christendemocraten samen met de PvdA gaan regeren of kiest men voor versterking van de christelijke politiek door samen met de VVD (gedoog)steun te vragen van SGP, RPF en GPV?In de praktijk worden de kleine protestantse partijen vaak op één hoop geveegd. Is dat wel terecht? Een gesprek met de lijstrekkers van SGP, RPF en GPV, de heren Van der Vlies, Leerling en Schutte.

RD: Hoe ziet u de relatie tussen godsdienst en partijvorming. Is een christelijke partij de enige manier om christelijke politiek te bedrijven en hoe- moet de grondslag van een christelijke partij omschreven worden?
Schutte: „Als je christen mag zijn, kan mag en moet je dat zijn in het hele leven, dus ook in de politiek. Christen zijn in een niet-christelijke partij kan dan mijns inziens niet of heel moeilijk. Het gaat ook moeilijker als in één partij de opvattingen over de belijdenis van Gods naam uiteenlopen. De constructie avn het GPV, namelijk de grondslag die ze hanteert in het kerkelijk leven — de Schrift en de Drie Formulieren van Enigheid — ook hanteren in het politieke leven is uniek, maar het is ook de meest mooie grondslag die je kiezen kunt."
Van der Vlies: „Ook de SGP zegt dat godsdienst — zijnde een zaak van het hart — zijn gevolgen heeft voor leer èn leven. Schrift en belijdenis zijn daarbij normerend. Omdat de SGP een interkerkelijke partij is bestaat er binnen de erkenning dat Schrift en belijdenis normerend zijn, toch ruimte voor enige nuancering en accentuering."
Leerling: „Er bestaan mijns inziens misverstanden over de verschillen tussen SGP en GPV enerzijds en RPF anderzijds. Het moet duidelijk zijn dat de RPF zich wil onderwerpen aan het onfeilbaar Woord van God. Voor het juiste verstaan van dat Woord hebben we ook de belijdenisgeschriften nodig. We zijn bezig met politiek werk en er is verschil tussen de regels die je moet stellen aan de gemeente van Christus en het werk in de politiek. We zouden het een verdrietige en onbegrijpelijke zaak vinden als mensen, die in gehoorzaamheid aan de Schrift op een aantal punten toch een afwijkende opvatting hebben - bijvoorbeeld ten aanzien van de kinderdoop — dat zoiets een zodanige verwijdering moet geven dat je daarmee niet samen politiek kunt bedrijven, vandaar dat de RPF uitgaat van de belijdenisgeschriften, voorzover ze politieke relevantie hebben."

Samenwerking
RD:
Ziet de heer Schutte niet als schaduwzijde van zijn partij dat er — in tegenstelling tot de RPF — niet samengewerkt kan worden met mensen die in politiek opzicht hetzelfde denken?
Schutte: „Natuurlijk heeft die constructie van het GPV consequenties. Het is alleen de vraag of die alleen negatief zijn. Ik las onlangs een artikel van ir. J. van der Graaf waarin hij wees op het grote risico dat je loopt bij te breed georganiseerd christelijk leven, dat daardoor de roeping om één te zijn, gemakkelijk op de achtergrond komt. Dat is in zijn woorden wat ons hierin beweegt."
„Aan de heer Leerling zou ik willen vragen waar we aan beginnen als we gaan onderscheiden in politiek relevante en politiek niet-relevante delen van de belijdenis? Zitten er ten diepste dan ook geen verschillen in het verstaan van de Bijbel?"
Leerling: „Het vormen van de gemeente van Christus onderscheid ik toch van het werken op politiek en maatschappelijk terrein. Vanuit de gebrokenheid — en ik betreur dat die er is — geredeneerd, kan ik niet accepteren dat we in het verstaan van de Schrift onze problemen hebben. Niemand kan mij duidelijk maken dat binnen het GPV op geen enkel onderdeel verschil van opvatting bestaat. Ik vind het in deze bedeling, waar we van harte de Heere liefhebben, onverantwoord, dat we niet samen kunnen optrekken bij het uitvoeren van het politieke beleid."
Schutte: „Maar dan vraag ik nogmaals, zitten die verschillen met mensen die niet geheel de belijdenisgeschriften kunnen onderschrijven, ook niet in het verstaan van de Schrift, omdat in de belijdenis nagezegd wordt hetgeen in de Bijbel staat."
Leerling: „De belijdenisgeschriften zijn niet identiek aan de Schrift, want Die is onfeilbaar. Belijdenisgeschriften kunnen tot op zekere hoogte staan in het tijdsgewricht waarin ze zijn geschreven. Ik wil niets afdoen aan de waarde van de belijdenisgeschriften, maar ze staan niet op één lijn met de Schrift. We zijn in de politiek bezig met het overheidsbeleid en dat kan ik met een baptist prima en dan hoef ik niet te discussiëren over kinderdoop of niet. En ik stel de heer Schutte de wedervraag: Waarom mag een baptist in het GPV niet meedoen als hij de Heere van harte wil dienen?"
Schutte: „Ik zeg niet dat een baptist nooit mee mag doen. Ik zeg dat de grondslag van het GPV Schrift en confessie is. En dat is tegelijk de toetssteen als iemand zich aanmeldt. Als iemand dat niet volledig kan onderschrijven, dan zeggen we: het spijt ons, maar dan gaan onze wegen uiteen bij het accepteren van de grondslag."
Leerling: „Maar heeft hij dan een andere visie op sociale zekerheid en de kernwapenproblematiek?"
Schutte: „Nee, daar gaat het niet om. We hebben het nu over de grondslag en hoe serieus neem je die."
Van der Vlies: „Het zal duidelijk zijn dat de SGP geen behoefte heeft aan een directe verbindingslijn tussen één kerk en de politieke partij. Op dat punt heb ik ook een vraag aan de heer Schutte. Maar nu even naar de heer Leerling. Het gaat in het publieke leven toch om de hele Wet Gods. Waar liggen dan voor de RPF de grenzen als het bijvoorbeeld gaat om de zondagsheiliging?"

Zeef
Leerling:
„Ik zie de belijdenisgeschriften niet anders dan de wijze waarop we de Schrift moeten verstaan en moeten duiden. En dan vind ik het op politiek terrein niet relevant als iemand bijvoorbeeld anders denkt over de kinderdoop. Er zijn brandender vragen. En daarom trek ik liever op met iedereen die de Heere Jezus van harte liefheeft."
Schutte: „We kunnen dus niet zeggen dat de Drie Formulieren naar hun inhoud deel uitmaken van de grondslag van de RPF."
Leerling: „Ik zeg, het gaat om de politieke relevantie en zeef ze dan maar stuk voor stuk door.
Schutte: „Maar goed..."
Leerling: „En als het over de ware kerk gaat, dan spreek ik niet over de kerk die binnen bepaalde muren zit. Ik vind het heel merkwaardig — en ik heb er met vele vrijgemaakten over gesproken, ook op internationale reizen die ik in het kader van de EO heb gemaakt — dat buiten Nederland het hele verhaal van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt wegvalt. Dan gaan ze wel met baptisten samen en vinden ze dat het mannenbroeders en zusters in de Heere zijn. We moeten één zijn in Christus en dan is het een stuk gebrokenheid dat de één dan belijdt in de Nederlandse Hervormde Kerk en de ander in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de ander in een baptistengemeente. Ik til het boven de kerkmuren uit."

RD: Maar als dan de belijdenisgeschriften als criterium worden losgelaten, waar -ligt dan de grens. Een katholiek-apostolisch raadslid voor de RPF is dat denkbaar? Bij de vroegere AR kon dat wel.

Leerling: „Ik blijf het accent leggen op gehoorzaamheid aan de Schrift en om de Schrift te kunnen verstaan hebben we helaas in onze samenleving iets nodig en dat is neergeslagen in de belijdenisgeschriften. De kerkelijke verschillen en de verschillen in leer — bijvoorbeeld de kinderdoop — vind ik ondergeschikt, gelet op de grote taak waarvoor we met elkaar staan. Voor de afweging of een katholiek-apostolisch lid toegelaten moet worden heb ik nooit gezeten, dus daar geef ik geen antwoord op. Maar rooms-katholieken, zolang zij overtuigd katholiek blijven, kunnen absoluut. geen lid van de RPF worden omdat de verschillen over het verstaan van de Schrift en over het verlossingswerk van Christus te groot zijn."
Van der Vlies: „Maar het begrip „politieke relevantie" als selectiecriterium moet natuurlijk ook gedefinieerd worden. Maar hoe gaat de RPF nu om met de zondag in overheidshandelen en met godslastering in de brede betekenis van het woord; met volstrekte ketterse en atheïstische meningen en uitingen?"
Leerling: „Ik denk dat de heer Van der Vlies in de afgelopen vijf jaar ons toch wel een klein beetje heeft gadegeslagen. Ik noem alleen het voorbeeld dat we vragen hebben gesteld naar aanleiding van het werken op zondag door ambtenaren tijdens de ontmoeting van Europese ministers van financiën in Ootmarsum, enkele weken geleden. Dat is niet alleen een verkiezingsstunt, zulke zaken verdrieten ons."

Praktijk
RD:De vraag dringt zich op wat dat betekent in de verhouding tussen de drie partijen in de praktijk. De indruk bestaat dat met name het GPV „gemakkelijker" tegen samenwerking aankijkt dan vroeger.
Schutte: „Men kan zeggen dat men in de loop van de jaren bij het GPV tot een zakelijker beoordeling is gekomen, waarbij ik wel wil zeggen dat de vraag samenwerking ja of nee in GPV-kring al vroeg bevestigend is beantwoord. De strijd — zo mag je dat wel noemen — heeft zich vooral toegespitst op de vraag of dat ook in een ineengeschoven lijst kan. Ik ben er persoonlijk erg blij mee dat de algemene vergadering al verschillende malen heeft uitgesproken dat het ineenschuiven van lijsten tot de afweegbare mogelijkheden behoort."
Van der Vlies: „Van meet af aan is samenwerking — toen met CH en AR — voor de SGP bespreekbaar geweest, zij het onder voorwaarden. Samenwerking is toch wat anders dan opgaan in.

Maar als je dat al te zeer vervlecht met de intentie om in elkaar op te gaan, denk ik dat sfeerverschillen en verschillen in geestelijk klimaat om de hoek komen kijken. En met respect voor elkaar denk ik dat je daar een zekere nuchterheid in hebt te betrachten en je moet vaststellen dat dat niet zomaar één, twee, drie te integreren valt."

Appel
RD:Hoe kijken we aan tegen de mogelijkheden voor christelijke politiek, die ons in deze tijd nog gelaten zijn. Op grond waarvan doen we een appel op overheid en volk?
Leerling: „Christenen in de samenleving moeten te allen tijde — ook als hun aantal nog minder wordt — gehoorzamen aan Gods opdracht om de samenleving in te richten naar Zijn wil. De Prediker zegt dat het houden van Gods geboden alle mensen betaamt."
Schutte: „Ten onrechte wordt wel eens gesuggereerd dat voor het GPV de overheid een beperktere binding aan Gods Wet heeft dan bijvoorbeeld de SGP. Dat doet ons onrecht. Diverse keren is door het GPV uitgesproken dat de overheid gebonden is aan het Woord van God; aan de eerste en de tweede tafel van de Wet.
Waar het verschil wel in kan zitten is het in een adem noemen van overheid en volk. Ik zeg in de traditie van de Reformatie dat je de overheid moet zien in de openbare samenleving, dus onderscheiden van kerk en particuliere verbanden. Als ik de relatie tussen kerk en overheid bezie, dan moeten we onderscheid maken tussen het aanspreken van de overheid in haar ambt met de vraag of wat zij doet naar de Wet van God is en het aanspreken van onze medemens met bevel van geloof en bekering. Dat is de oproep die we tot een ieder moeten laten uitgaan, ook als gemeente van Christus en als individuele leden van die gemeente. Het is niet de taak van een politicus om de overheid op te roepen tot geloof en bekering, maar tot werken naar de Schrift en daarin de eerste en de tweede tafel van de wet.
En als we dan spreken over de verschillen tussen de partijen dan denk ik dat het meer dan sfeerverschil is. Het is soms ook een niet helemaal onderscheiden van wat aan de overheid is en wat aan de kerk is.
Dat kom ik met betrekking tot de SGP bijvoorbeeld in mijn eigen gemeente niet tegen, maar ik lees het in gemeenteraadsverslagen wel eens zodat ik me afvraag: wordt hier nu voldoende onderscheiden wat je als kamerlid, als gemeenteraadslid hebt te doen en wat je als gelovige in de kerk of in de samenleving hebt te zeggen."

Artikel 36
„Waar ik in dit verband een vraag bij stel: Waarom wordt artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en in het bijzonder de 21 woorden (om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen) in de SGP apart genoemd. Als je staat op de grondslag van Schrift en belijdenis dan is het toch logisch dat je artikel 36 wilt honoreren?"
Van der Vlies: „Dat is niet zo moeilijk. De grondslag van de SGP is geformuleerd in 1918 en toen was de discussie over artikel 36 en daarin de 21 woorden uiterst actueel."
Schutte: „Maar wat is de extra betekenis van de uitdrukkelijke vermelding van de 21 woorden? Afgezien van de historische..."
Van der Vlies: „Dat heeft te maken met de visie op het ambt van de overheid wat toen ter discussie stond. Die overheid heeft niet alleen een ordenende taak in passieve, maar ook in actieve zin. Daaom hechten we eraan die woorden overeind te houden. Uiteraard daarbij meteen zeggend dat het niet door kracht zal zijn of door geweld zal geschieden, maar dat het gebeuren moet door Gods Geest. Maar de discussie tussen de SGP en de ARP toen ging om de geestelijke vrijheid die de mens zou hebben èn de verantwoordelijkheid van de overheid daarbij (voor wat betreft het publieke aandeel).
De SGP zegt dat de overheid een actieve rol heeft in het weren uit de samenleving van gedragingen en opvattingen die in strijd zijn met Gods Woord. Dat heeft alles te maken met hoe de SGP bijvoorbeeld aankijkt tegen de processies van de rooms-katholieken en dat heeft nu te maken met onze stellingneming tegen de subsidiëring van moskeeën. Dat betekent een verbod van bijeenkomsten die de eer van God en het gezag van de overheid aantasten, voor zover die het publieke leven binnendringen. Het gaat er niet om dat we op zoek gaan naar alle samenkomsten achter gesloten deuren, want die heksenjacht heeft de SGP nooit voorgestaan."

(vervolg pagina 7).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 mei 1986

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Kabinetsformatie, katholiek-apostolisch kinderdoop en partijpolitieke principes

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 17 mei 1986

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken