Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

leerlingbegeleiding lost drie van spijbelprobleem op

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

leerlingbegeleiding lost drie van spijbelprobleem op"

4 minuten leestijd

worden besteed tijdens de opleiding.

Volgens Bakker bevat zijn proefschrift de eerste actuele gegevens over de taakomvang van leraren sinds het grootschalig onderzoek hiernaar uit 1973. Daarbij laat hij een omstreden enqtiête van het Nederlands Genootschap van Leraren (NGL) uit 1983 buiten beschouwing. Evenals in 1973 besteedt de gemiddelde docent, met een volledige baan, zo'n 46 uur en 40 minuten aan zijn job.

Overigens blijken er zeer grote verschillen te bestaan tussen individuele docenten met hetzelfde aantal lesuren. Een kwart van de onderzochte docenten, met een volledige baan van 29 lesuren, werkt minder dan 40 uur per week. Maar een derde is meer dan 50 uur per week bezig. Opvallend is dat docenten met een deeltijdbetrekking naar verhouding méér uren aan hun werk besteden dan hun collega's met een volledige betrekking.

Ongeveer 60 procent van de onderzochte docenten heeft het gevoel een (zeer) zware baan te hebben. Zij signaleren hiervan ook negatieve gevolgen, zowel in het beroeps- als in het privéleVen. Hoe meer tijd een leerJ:racbt aan zijn baan besteedt, hoe meer tijd hij ook uittrekt voor leerlingbegeleiding.

Instructiegericht

• Docenten die niet zoveel zien in begeleiding van leerlingen, zijn sterk instructiegericht. Zij besteden drie kwart van hun tijd aan het geven van lessen en alles wat daarmee direct samenhangt. Maar docenten die leerlingbegeleiding belangrijk vinden, besteden maar de helft van hun werktijd aan instructie. De rest wordt gevuld met leerlingbegeleiding en beheerstaken.

Volgens Bakker valt uit de verschillen op te maken dat het Een goede begeleiding van leerlingen zou het spijbelprobleem grotendeels oplossen. begeleidingsgedrag van docenten samenvalt met een bepaalde taakinvulling in meer algemene zin. In uren uitgedrukt bestaan er indrukwekkende verschillen tussen. docenten op het gebied van leerlingbegeleiding. Docenten die hiermee niet zoveel op hebben, komen-op een gemiddelde besteding van drie uren per week.

De middencategorie docenten spendeert zes uren per week aan begeleiding, terwijl hun collega's met de hoogste begeleidingsfactor niet minder dan vijftien uren j per week hieraan besteden. In kwalitatief opzicht is er ook wel || verschil tussen begeleiding en jp begeleiding, maar dat verschil is niet zo groot. De persoonlijke kwaliteiten van docenten zijn ^ voor Hun tijdsbesteding van een J niet te onderschatten betekenis. Ë

Activiteiten

Wat verstaat Bakker eigenlijk onder leerlingbegeleiding? Volgens hem behoren daartoe begeleidingslessen, het voeren van gesprekken met leerlingen en oudes, het bijwonen van door of voor leerlingen georganiseerde activiteiten, het deelnemen aan 'verschillende overlegsituaties, zoals rapportvergaderingen en nascholing.

De promovendus, die zelf ook 10 lesuren per week maatschappijleer geeft aan een protestantschristelijke scholengemeenschap in Amstelveen, heeft gepoogd na te gaan hoe de verschillen in begeleidingsgedrag van docenten kunnen worden verklaard. Daarbij heeft hij gekozen voor. de psycho-analystische benadering.

Maar Bakker is erg voorzichtig in het trekken van duidelijke conclusies. Volgens hem is verder onderzoek noodzakelijk. Dat onderzoek wordt ook uitgevoerd, maar is niet relevant voor Bakkers promotie. De mate van leerlingbegeleiding is afhankelijk van de manier waarop docenten met de leerlingen omgaan en het beeld dat ze hebben van leerlingen.

Echte „lesboeren" hebben meestal niet zo'n positief beeld van hun leerlingen. Trouwens, i^ dat zij zich beperken tot louter lir lesgeven is vaak een gevolg van || angst. Maar daardoor verliezen ^ ze nog meer het contact met de p leerlingen. Uiteindelijk wordt ^ dit voor deze docenten een heel !§ frustrerende ervaring. ^ . Docenten die veel aan begelei- p ding doen staan veel positieve!- ^ ten opzichte van de leerlingen, § doen meer dan van hen gevraagd p wordt en kijken niet op een uur- ^ tje. Bakker komt tot de conclusie ^ dat in de universitaire leraren- ^ opleiding meer aandacht moet || worden besteed aan leerlingbe- lp' geleiding. „Goede begeleiding ^ .motiveert zowel docenten als 'M leerlingen." |P

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1986

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

leerlingbegeleiding lost drie van spijbelprobleem op

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 juni 1986

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken