Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Landinrichting voor Krimpenerwaard keiharde noodzaak

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Landinrichting voor Krimpenerwaard keiharde noodzaak

IN HET BELANG VAN AGRARIËRS EN RECREANTEN

6 minuten leestijd

KRIMPENERWAARD — Reeds in 1963 werden door de toenmalige polderbesturen binnen de gemeente Ouderkerk aan den IJssel aanvragen ingediend voor ruilverkaveling van een gebied van circa 1.700 hectare. In 1969 dienden de drie Hollandse Landbouworganisaties een aanvraag in voor het totale agrarische gebied in de Krimpenerwaard.Het duurde nog tot 1982 voor het gebied op het voorbereidingsschema voor Landinrichtingsprojecten werd geplaatst. Op 14 augustus 1985 volgde de installatie van de Landinrichtingscommissie, die de programma's en plannen moet ontwerpen.Gemiddeld vergt de voorbereiding van een landinrichtingsproject zo'n tien jaar, terwijl met de werkelijke uitvoering globaal vijftien jaar gemoeid is. Een zaak van lange adem dus.

De Krimpenerwaard maakt deel uit van het open middengebied van de Hollanden. De bevolking is er de laatste tien jaar fors toegenomen tot circa 80.000 op dit moment. 36 procent daarvan woont in de meest westelijk gelegen gemeente Krimpen aan den IJssel. Het centrale middengebied (gemeenten Vlist en Bergambacht) is weinig verstedelijkt. Hier wonen minder dan 150 inwoners per 100 hectare. De Krimpenerwaard is in de Nota Landelijke Gebieden aangeduid als Grote Landschapseenheid (GLE). Daaronder wordt verstaan een gebied groter dan 5.000 hectare met belangrijke ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden.

Verschillen
Door structurele ontwikkelingen in het verleden en de inrichtingssituatie komen er grote verschillen voor in de inkomenssituatie in de land- en tuinbouw. Het gemiddeld arbeidsinkomen in deze sector in de Krimpenerwaard is slecht tot zeer slecht te noemen. Datzelfde geldt eveneens voor de werkomstandigheden.
Binnen het kader van de Landinrichting zijn wat de verkaveling, de ontsluiting en de waterbeheersing betreft grote verbeteringsmogelijkheden aanwezig.
Gezien de grote landschappelijke waarde van het gebied van de Krimpenerwaard zullen de maatregelen en voorzieningen moeten worden afgestemd op een goed beheer van de aanwezige natuur- en landschapswaarden.

Ontsluiting
Het wegennet in de Krimpenerwaard heeft een voor een veenweidegebied kenmerkend ruim patroon, totaal circa 194 kilometer. Over het algemeen hebben de wegen een kruinbreedte van 3½ tot 5 m met een rijbaan van 2 tot 3½ m. Door de slappe veenbodem, de zwakke constructie van de wegen en de steeds zwaardere verkeersbelasting is het nauwelijks mogelijk de wegen in een aanvaardbare toestand te handhaven. Voor 80 procent van de wegen gelden momenteel beperkingen voor wat betreft gewicht en voertuigbreedte.

De meeste agrarische bedrijfsgebouwen liggen op minder dan 50 meter afstand van de verharde weg. Ongeveer 32 procent is alleen te bereiken via een steile afrit langs de rivierdijk. Ook komt het vaak voor dat de toegang tot de bedrijfsgebouwen bestaat uit een smalle dam of een bruggetje. De afstand van de bedrijfsgebouwen tot de kavels land is veelal meer dan 2.000 meter. Die slechte verkavelingssituatie heeft lange arbeidstijden tot gevolg en werkt daardoor kostenverhogend.

Landinrichting beoogt een verbetering van de verkaveling door concentratie van de verspreid gelegen kavels tot een grote aaneengesloten oppervlakte, die uit goed bewerkte percelen bestaat en zo dicht mogelijk bij de bedrijfsgebouwen ligt. In sommige gevallen kan daarbij verplaatsing van bedrijven noodzakelijk zijn.

Waterbeheersing
In 1975 zijn de tot dan zelfstandige polders in het gebied opgeheven. Vanaf die tijd heeft het Hoogheemraadschap van de Krimpenerwaard de verantwoordelijkheid voor de waterhuishouding. Waterstaatkundig heeft de Krimpenerwaard een oppervlakte van ruim 13.500 hectare, waarvan circa 3.000 hectare uit water bestaat.

Het overtollige water wordt door negen bemalingsinrichtingen uitgeslagen op de Lek en de Hollandsche IJssel en op het boezemwater van de Vlist. Bijna alle gemalen zijn ouder dan 100 jaar. Gezien deze leeftijden en de peilaanpassingen in het verleden is de capaciteit van de gemalen te gering.

Bij meerdere bemalingseenheden is door diverse poldersamenvoegingen het hoofdwatergangenstelsel van grote lengte en is de waterafvoer overwegend naar het westen gericht. Hierdoor kan bij de overheersend westelijke winden door opwaaiing en opstuwing met name achterin de bemalingsgebieden een langdurige peiloverschrijding optreden. Dit wordt soms nog verergerd doordat veel watergangen een te klein doorstromingsprofiel hebben en te ondiep zijn omdat er jarenlang nauwelijks gebaggerd is.

Weinig overlast
Die feiten veroorzaken dat in verschillende bemalingseenheden de peilbeheersing te wensen overlaat. Door de grote wateroppervlakte is er echter weinig sprake van zeer ernstige wateroverlast.
Het hoogheemraadschap heeft de problemen onderkend en heeft, vooruitlopend op de plannen voor landinrichting, een schetsplan voor verbetering van de waterbeheersing doen opstellen.

Dit plan beoogt in de eerste plaats een betere profilering van de watergangen in de Krimpenerwaard, waarvoor een programma van gefaseerde uitvoering tussen 1980 en 1990 is gemaakt.

Het plan omvat verder een herindeling van de bemalingseenheden, gekoppeld aan renovatie, uitbreiding en/of vernieuwing van de bemaling. In sommige delen van het gebied zullen gelijktijdig de polderpeilen moeten worden aangepast.


KRIMPENERWAARD — Landinrichting, wat is dat eigenlijk? Een vraag die nogal eens wordt gesteld. De „Dikke van Dale" noemt landinrichting „een nieuwe vorm van ruimtelijke ordening van het platteland die in de plaats treedt van de ruilverkaveling".
Anders dus dan ruilverkaveling, omdat het daarbij simpelweg gaat om een herverdeling van grondeigendom, om zo het euvel van grondversnippering, ondoelmatige vorm en ligging der percelen te verhelpen.
De keuze tussen landinrichting of ruilverkaveling wordt ingegeven door de structuur van het desbetreffende gebied. De wat vage aanduiding in het woordenboek wordt wat duidelijker bij het eigenlijke doel van landinrichting: „Inrichting van het landelijk gebied overeenkomstig de functies van het gebied, zoals deze in het kader van de ruimtelijke, ordening zijn aangegeven".
Op 15 oktober 1985 is de Landinrichtingswet van kracht geworden. De nieuwe wet kwam in de plaats van de Ruilverkavelingswet 1954. Al in 1924 werden wettelijke regels gesteld voor kavelruil ter verbetering van de landbouw.

Ontwikkelingen
Bij ruilverkavelingen werden al spoedig de landbouwbelangen in ruimere zin gediend, gingen de plannen steeds grotere gebieden bestrijken en werd dieper in de waterstaatkundige inrichting ingegrepen.
De ontwikkeling van de techniek, de groei van de wetenschappelijke kennis en de toename van de welvaart droegen daaraan hun steentje bij. De nieuwe wet van 1954 was dan ook hard nodig om de in gang zijnde ontwikkelingen te kunnen bijhouden.

Landelijk
Het aantal ruilverkavelingen, evenals de doelstelling ervan, bleven echter groeien en leidden uiteindelijk tot de nu inmiddels van kracht geworden Landinrichtingswet. De reikwijdte van deze nieuwe wet is veel groter. Niet alleen de belangen van land- en tuinbouw en veehouderij spelen een rol, ook streek- en bestemmingsplannen zijn duidelijk richtinggevend.
Van het 2,5 miljoen hectare grote, landelijke gebied heeft thans circa 800.000 hectare een bepaalde vorm van ruilverkaveling achter de rug. Op dit ogenblik zijn in ons land ruim 100 landinrichtingsprojecten in uitvoering en ± 60 projecten in voorbereiding.
In het Structuurschema voor de Landinrichting worden voor Zuid-Holland nog diverse gebieden aangegeven die voor landinrichting in aanmerking komen. Tot deze gebieden behoren onder meer het Westland, de Haaglanden, de bollenstreek en de Krimpenerwaard.
Over het laatstgenoemde gebied, dat behoort tot het groene hart van Zuid-Holland, gaat het in dit verhaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1986

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Landinrichting voor Krimpenerwaard keiharde noodzaak

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1986

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken