Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Rendementsherstel niet overschatten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rendementsherstel niet overschatten

NMB in rapport over bedrijfsleven:

2 minuten leestijd

AMSTERDAM — De veel gehoorde mening dat het bedrijfsleven in ons land weer In een gezonde situatie verkeert is volgens een ^denktank" van de Nederlandse Middenstandsbank (NMB) voorbarig. Het herstel van de rendementen van de bedrijven, dat in 1983 inzette en in 1984 en 1985 aanhield, moet voor meer dan de helft worden toegeschreven aan „eenmalige factoren", die weinig van doen hebben met de marktontwikkeling als zodanig. Daarvan is een gematigde loonkostenontwikkeling, waaronder ook wordt verstaan dat slechts een kwart van de door arbeidstijdverkorting vrijgevallen banen in de bedrijven zijn ingevuld, de belangrijkste.

Dit staat in „Infograph", een periodiek van het Economisch Bureau van de NMB. Daarin wordt het eigen vermogen van de bedrijvensector geschat op ƒ 300 miljard. De verbetering van de rentabiliteit (de nettowinst in procenten van het eigen vermogen) over 1984 en 1985 samen wordt becijferd op 7 tot 8 procentpunten. Daarvan moeten 4 tot 5 procentpunten toegeschreven worden aan min of meer eenmalige factoren. Daarvan is de gematigde loonkostenontwikkeling met een bijdrage van 2,8 procentpunt of wel ƒ 12 miljard gulden de belangrijkste.

Loonkosten

De reële loonkosten (gecorrigeerd voor inflatie) van bedrijven zijn over 1984/1985 gedaald met 4 procent, terwijl de arbeidsproduktiviteit met 4 procent is gestegen. Een „uitzonderlijke ontwikkeling", aldus de NMB. Bij een „neutrale" ontwikkeling van de loonkosten zouden de reële lonen in dezelfde mate zijn gestegen als de arbeidsproduktiviteit (produktie per werknemer). 
Bij zo'n neutrale ontwikkeling zouden de loonkosten bij de bedrijven met nominaal (ongecorrigeerd) 10 procent zijn toegenomen (4 procent door produktiviteitsstijging plus een stijging van de produktieprijzen van 6 procent). In werkelijkheid stegen de nominale loonkosten met slechts 2 procent, overeenkomend met ƒ 13 miljard. De NMB komt echter uit op 12 miljard of wel 2,8 procentpunt, omdat deze bank de verlaging van de sociale premies voor de werkgevers heeft ondergebracht bij een andere „eenmalige factor", de lastenverlichting voor het bedrijfsleven. 
De werknemers hebben weliswaar 3 tot 3,5 procent prijscompensatie ingeleverd in ruil voor 4 tot 4,5 procent doorgevoerde arbeidstijd verkorting, maar de daardoor vrijgevallen plaatsen zijn in de bedrijven voor slechts een kwart ingevuld.
Bovendien nam de arbeidsproduktiviteit toe door sanering van produktieprocessen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1986

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Rendementsherstel niet overschatten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1986

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken