Bekijk het origineel

Jacobs stem, Ezau's handen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Jacobs stem, Ezau's handen

6 minuten leestijd

De stem is Jacobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen. Doch hij kende hem niet. Genesis 27:22b en 23a.

Vanwege de zonde komt de ouderdom met gebreken. Ook bij de godvrezende Izaak. Hij Is oud geworden. En blind. En zijn blindheid leerde hem dat zijn stervensuur naderbij kwam. Voor zijn sterven echter begeert Izaak zijn zoon Ezau te zegenen.

Dat Is een zondige begeerte. Izaak wist dat de Heere van eeuwigheid af Jacob had verkoren en niet Ezau. Daarom had hij Jacob moeten zegenen. Maar waar de Heere Jacob verkiest, verkiest Izaak Ezau.

Waarom? Omdat het wildbraad naar zijn mond Is. De blinde Izaak laat zich blindelings lelden door vleselijke voorkeur. Daarom Is hij In dubbele zin blind. De godvrezende man is ver van zijn plaats. Hij gaat een eigen weg. Dwars tegen Gods wil in.

Trouwens, niet alleen Izaak gaat een zondige weg. Ook zijn vrouw Rebekka. Getrokken door Gods liefdekoorden uit het verre Mesopotamlë Is zij langs een wonderlijke weg In de aartsvaderlijke tent gebracht als Izaaks bruid. Daar heeft zij haar kind Jacob In stille godvruchtigheid onderwezen In de wegen des Heeren.

Rebekka bemint Jacob. Die liefde Is door God gewerkt. Haar begeerte om Jacob gezegend te zien boven Ezau Is goed en oprecht. Maar zij bewandelt een zondig pad, als zij zelf aan het werk gaat om Izaöks plan om Ezau te zegenen te verijdelen.

Zij neemt Jacob In de arm. En ook Jacob gaat in dezen een eigen weg. Hij gaat samen op weg met leugen en bedrog. Zulk een samen op weg kan niet goed gaan. Als hier eigen wegen worden bewandeld, kan Gods zegen daarop niet rusten.

En als de Heere dwars door alle zondig mensenwerk heen Zijn raad volvoert en de zegen op Jacob doet komen, wordt Hij daarin wonderlijk verheerlijkt. Niet dank zij, maar ondanks 's mensen kromme wegen. Dan blijkt, dat Hij alle dingen leidt, ja, dat zelfs Izaak blind moest worden tot Zijn eer!

Ezau gaat op jacht. Ondertussen haasten de geestelijke doe-hetzelvers Rebekka en Jacob om de zegen aan Jacob te trekken. Zij moeten Ezau voor zijn. In de keuken van de zelfwerkzaamheid worden smakelijke spijzen bereid voor IzaSk. Daarmee moet Jacob naar zijn oude vader toe. Aanvankelijk Is Jacob bevreesd dat Izaak het bedrog zal ontdekken. Want hij kan zo, onveranderd, niet tot Izaak naderen. Doch Rebekka weet raad. Hoe slim. Omdat Ezau een harig man is en Jacob een glad man, moet Jacobs huid overtrokken worden met het vel van enige geitebokjes en hij moet Ezau's kleed aandoen.

Zo wordt Jacob veranderd In Ezau. Jacob, de namaak-Ezau. Net echt. Zo zal Izaak zich vergissen en Jacob zegenen in plaats van Ezau. En Inderdaad, Jacob speelt zijn spel. Jacob Is een van de eerste toneelspelers. En meteen een hele beste, die erin slaagt zijn vader te misleiden.

Hij speelt geraffineerd zijn rol. Bedreven In het bedriegen beweert Jacob voor Izaak, dat hij Ezau Is. Alleen zijn stem Is moeilijk te veranderen. Daarom twijfelt Izaak. Onzeker betast hij zijn zoon. Hij lijkt wel half-Jacob, half-Ezau. Doch zie: Ezau's kleed en het aangetrokken geltevel staan garant voor het welslagen van het bedrog.

Izaak zegt dat bekende woord: „De stem Is Jacobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen. Doch hij kende hem niet". Blind voor de bedrieger zegent hij Jacob. Hij Is niet in staat de bedrieger te ontmaskeren.

De list Is gelukt. De oude, blinde Izaaak Is op zijn stoel bedrogen. Met; enig toneelspel een mens bedriegen, dat gaat wel. ^''AM. Maar weet u, lezer(es), Wie u nooit kunt bedriegen? De onbedriegelijke God! Eens moeten wij allen verschijnen voor de Heere, zittende op Zijn rechterstoel. God Is niet oud. En Hij Is niet blind. Niets is bedekt voor de alwetendheid van de eeuwig Levende. Omdat Zijn ogen aller mensen werken gadeslaan, Is Hij niet te misleiden.

Niemand kan Hem wijsmaken een ander te zijn dan hij In werkelijkheid Is. Jacob kan tot Hem niet zeggen: Ik ben Ezau en Ezau niet: Ik ben Jacob. Hoe listig en doortrapt wij ook zijn In ons handelen, hoe geraffineerd In ons zondigen, toneelspel helpt niet voor God.

Lezer(es), u meent toch niet dat de Heere Is als IzaSk? U meent toch niet dat Hij Zich vergist als Hij zegent en vloekt? Dat Hij twijfelend zegt: De stem is Jacobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen?

Izaak zag niet wat er onder het eigengemaakte kleed van geltevellen zat. Wat zat eronder? Een bedriegershand, -voet en -gezicht. Een bedriegersbestaan. Van nature doet de mens zijn best om dat bedriegersbestaan te bedekken. U ook. Ik ook. Doch de Heere rukt elk masker af. Voor Zijn rechterstoel baat ook een verdraaide Jacobsstem niet om de bedrieger te vrijwaren onder een gestolen Ezauskleed. Voor de Heere wordt iedere schijnvrome ontdekt, die met een Jacobsstem wil binnendringen: Heere, Heere, ik ben die of die.., en Ik heb in Uw naam geprofeteerd, Jacobs stem, maar Ezau's handen, die de goddeloosheid werken, zullen de zaligheid niet beërven.

De schijn-heilige zal niet bestaan. De geestelijke toneelspeler heeft geen toekomst. Zijn bedrog brengt hem nooit ten hemel in. De meest geraffineerde zondaar is niet in staat de Onbedriegelijke te misleiden. De Heere kent hem wel. Dat is de eerlijke waarheid. Hoe ontdekkend. Lezer(es), als dan de Heere alle eigengemaakte klederen der gerechtigheid afrukt als u voor Hem staat, hoe zult ge dan voor God verschijnen? Dan geldt maar één vraag: Bent u bekleed met de Borggerechtlgheid van Christus, Die het bedriegersbestaan van een zondaar bedekt en vergeeft door Zijn bloed? Hoe kom Ik aan dat kleed? In een weg van ontdekking en eerlijkmakende genade.

Van nature zijn we een geestelijke toneelspeler, We doen ons anders voor dan we zijn. Met Jacob, die zei: Ik ben Ezau. We zijn van onszelf blind voor de bedrieger. Met Izaak, die de hypocriet niet kon onderschelden, want hij kende hem niet. Zomin kennen wij onszelf.

Jacobs stem, Ezau's handen. En God ziet het hart aan! Daarom Is nodig die eerlijkmakende genade Gods, zodat we worden, die we zijn. Aan deze zijde van het graf. Als Jacob. Want als genade hem eerlijk maakt, wordt hij die hij Is: Ik ben Jacob, zondaar, bedrieger. Ik laat U niet gaan, tenzij Gij mij zegent. Zo'n ontklede zondaar wordt uit genade bekleed met Christus gerechtigheid.

Eén woord nog. Toen Jacob tot Izaak naderde, had hij geen vrede In zijn binnenste. De hypocriet heeft geen rust In zijn ziel. De geestelijke toneelspeler vertrouwt het niet als hij denkt aan de grote Godsontmoeting. Het kan niet. En het moet niet. Het Is beter heden te roepen: Heere, ontdek mijn oog, opdat Ik de bedrieger van binnen zie, en niet blind sterf. Redt Gij mijn ziel, eer het te laat Is. Zult u bidden zonder ophouden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Jacobs stem, Ezau's handen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1986

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken