Bekijk het origineel

De krotten moeten nodig wijken

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De krotten moeten nodig wijken

Jaar van de Daklozen moet 1 miljard daklozen onder dak brengen

7 minuten leestijd

Het jaar 1987 is uitgeroepen tot het Jaar van de Daklozen. En in mijn herinnering keert het allemaal weer terug: 1984, Ethiopië, Addis Abeba. Eén groot broeinest van krottenwijken, hutten en bouwvalligheden. Binnenlanden lopen leeg en al wat zich nog bewegen kan, trekt naar de hoofdstad Addis Abeba. Het inwonertal van de stad waar eens Haile Selassie heerste, verdubbelt in zeer korte tijd. Van al wat wij als vuil beschouwen, worden de meest provisorische onderkomens gebouwd. 1984. Addis Abeba, eens de "Nieuwe Bloem" geheten. Een miljoen daklozen. Ook hun ogen zullen wel gericht zijn op het Internationaal Jaar van de Daklozen. Mogelijk komen ze in 1987 onder dak.

Voor velen blijkt wonen helemaal geen vanzelfsprekendheid te zijn. Tot die conclusie kwam ook een zevental aardrijkskundestudenten van de Lerarenopleiding Zuid-West Nederland. Ze maakten een studiereis door Nairobi. En ze huiverden plotseling van de afschuwelijke leefomstandigheden van velen. Plots blijkt lang niet iedereen een comfortabel dak boven z'n hoofd te hebben. In het beste geval schuilt men in hutten van karton, lappen, afvalhout, jute, plastic zakken of platgeslagen olievaten. Men leeft op straat, onder bruggen, in kartonnen dozen, of -als ze geluk hebben- in nog niet geplaatste rioolbuizen. Navraag leerde dat er in de gehele wereld meer dan een miljard mensen nauwelijks een dak boven het hoofd heeft.

Expositie

Zeven studenten kwamen ondersteboven van de indrukken terug uit Nairobi. Op basis van die indrukken realiseerden zij in het Volkenkundig Museum Nusantara te Delft (St. Agathaplein 4-5) de tentoonstelling "Een dak boven je hoofd". Ze wilden er een serieuze poging mee wagen de aandacht van het centraal verwarmde Nederland te vragen voor de erbarmelijke woonomstandigheden van 's werelds allerarmsten. Hoewel de schrijnende ernst van de problematiek van daklozen zich in het weldoorvoede en riant wonende Nederland ten enenmale niet laat nabootsen, is de expositie een ritje naar Delft wel waard. Al was het alleen maar om even te zien, hoe rijk we zijn. En als Delft voor u te ver is, ligt Groningen misschien dichterbij. Het Volkenkundig Museum Gerardus van der Leeuw (Nieuwe Kijk in 't Jatstraat 104) besteedt ook aandacht aan het Jaar van de Daklozen. "Van de regen in de drup" is hier de titel van de expositie, die tot en met 27 april te zien zal zijn. De studiedag "Vrouwen-recht-op-onderdak", die volgende week te Wageningen zal worden gehouden, wil ik niet aanbevelen, wel de postzegel die de PTT op 10 februari uit zal geven. Die zegel staat ook in het teken van de dakloosheid. Volgende week wordt eveneens op de Bouwbeurs aandacht besteed aan de habitat-problematiek van de Derde Wereld. En de dakloze zal verder nog centraal staan op de studiedag op 11 maart a.s. in het Congresgebouw te Den Haag. Ik wil maar zeggen, we doen ons best.

Het hemd en de rok

Evenwel, we blijven geneigd het nationale hemd nader dan de internationale rok te achten. En als het om de problematiek van de daklozen gaat, is er ook wel reden toe. In Nederland bevinden zich meer dan 200.000 daklozen. Dat is geen absoluut gegeven, maar het zegt toch wel iets omtrent de omvang van het probleem. De dakloze heeft ook een definitie meegekregen: „Mensen die binnen het psychiatrisch circuit geen thuis meer hebben, bewoners van beschermde woonvormen zonder thuissituatie, mensen die steeds tussen wal en schip geraken bij het zoeken naar het juiste hulpverleningsadres en ten slotte mensen die er duidelijk voor kiezen om een dakloos bestaan te leiden". Dat is het nuchtere plaatje. Maar vergeet niet dat elke dakloze behoorlijk in de problemen zit. Ook zonder dat het zo koud is als in januari 1987. Het beeld van de Nederlandse daklozen is incompleet wanneer er niet gewag wordt gemaakt van het feit dat steeds meer jongeren bewust kiezen voor een zwervend bestaan. Vaak betreft dat een aangeboren drang om weg te lopen. Majoor W. Verschoor van het Maatschappelijk Centrum voor Thuislozen (van het Leger des Heils) zei daarover eens in deze krant: „Ik ken iemand die al wegliep op het moment dat hij op de kleuterschool zat. En nu, nu hij oud geworden is, doet hij het nog".

Derde wereld

Hoe ingrijpend het binnenlandse probleem van de dakloze medemens ook is, we gaan toch weer even naar de Derde Wereld. Ook daar vind je jongeren onder de dakloze bevolking. En wel tachtig miljoen! Ze zwerven langs de straten en zijn elke band met huis of familie kwijtgeraakt. Elke avond is het maar weer de vraag waar ze zullen slapen en waar ze misschien nog een hap eten kunnen bemachtigen. Schoenpoetsen, sigaretten verkopen per stuk, bedelen en auto's wassen, het brengt allemaal te weinig op om van te leven en net te veel om'te sterven. Aan zo'n klein schoenpoetsertje, die zijn spullen aan het pakken was, vroeg iemand eens: „Ga je naar huis, naar je moeder?" Het antwoord: „Nos vamos a la Mama Calle". Overgezet zijnde: „Onze moeder is de straat".
Slapen doen ze in portieken, op parkeerterreinen, op luchtroosters, in bouwvallen of bij nieuwe bouwprojecten. Van echte criminelen leren ze al doende het vak.

Trek naar de stad

Het platteland biedt in de Derde Wereld steeds minder mogelijkheden van bestaan. Miljoenen trekken naar de stad in de hoop er wel een bestaan te kunnen vinden. Het reeds getekende beeld van Addis Abeba is er een bewijs van. Maar de gevolgen van die overvolle steden lijken niet uit te blijven. Er staat een stedelijke explosie te wachten die nog nimmer is vertoond. Mexico City bijvoorbeeld telde in 1970 ruim negen miljoen inwoners, in het jaar 2000 zullen dat er naar verwachting meer dan zesentwintig miljoen zijn. Sao Paulo groeit in dezelfde dertig jaar van acht naar vierentwintig miljoen inwoners. New York en Parijs blijven echter even groot. Zij behoren dan ook niet tot de Derde Wereld. In het jaar 2000 zal meer dan de helft van de wereldbevolking in steden wonen. In Cairo wonen de mensen op de kerkhoven; de graven van de rijken zijn de woningen van de armen geworden. Wie waagt het nog te klagen over achterstallig onderhoud? In Nederland wordt het daklózenjaar georganiseerd door de Nederlandse Habitat Commissie. Daarin wordt samengewerkt door een groot aantal organisaties die zich met het bouwen en wonen bezighouden, met name in de ontwikkelingslanden. Om te laten zien dat er aan het geweldige probleem best wat te doen is, heeft zij drie voorbeeldprojecten gekozen waar met Nederlandse hulp wordt gewerkt aan betere woonomstandigheden voor de allerarmsten in Lima, Lusaka en Madras. In Lima, de hoofdstad van Peru, wordt de volgelopen stad gevoed uit Nederlandse gaarkeukens, in Zambia's hoofdstad Lusaka worden voor het eerst in de droevige historie leningen verstrekt voor het bouwen van een eigen huis en ook in Madras (India) krijgen inwoners van de krottenwijk Pulianthope (50.000 inwoners) een eigen wc en een waterkraan. Nog nooit vertoond! Prins Claus hoopt dat het Jaar van de Daklozen nog jaren zal duren: „Het is goed dat wij in Nederland op een niet vrijblijvende, gedegen manier aandacht schenken aan het Jaar van de Daklozen, aan het habitatvraagstuk in de arme landen. Wij allen hopen dat de actieve aandacht voor dit vraagstuk ook na het Jaar van de Daklozen behouden blijft".

.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 januari 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

De krotten moeten nodig wijken

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 24 januari 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken