Bekijk het origineel

De twee deugnieten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De twee deugnieten

6 minuten leestijd

Door M. Verhage - Nijsse Kijk eens daar op de bank. Zie je ze zitten ? Naast elkaar ? Twee kinderen. Twee verdrietige gezichtjes. En op de kast? Een doos. En in de doos...? O, 't is zo erg, zo verdrietig. Die twee kinderen durven bijna helemaal niet te kijken. Niet naar elkaar, niet naar de kast. En boven op de kast helemaal niet. Nee, want daar...

Af en toe knijpt Carolien, dat éne verdrietige kindje', haar ogen stijf dicht. Dan prikken haar ogen. Dat komt door die tranen. Die lastige tranen. En ze wil niet huilen. Naast haar zit dat andere verdrietige kindje. Corné. Hij slikt en slikt. Dat komt door die tranen. Die lastige tranen. En hij wil niet huilen.

Ach, vanmiddag. Ja, vanmiddag. Toen was het leuk geweest. Toen hadden ze zo'n pret. Zij samen. Met hun beidjes. Vader en moeder waren er riiet bij. Nee, toen ze plezier hadden niet. Maar, nu ze verdriet hebben wel! O, wat hebben ze een spijt. Maar dat helpt niet. Het is gebeurd. Vanmiddag.

Moeder mocht van hun mooie plannetje niet weten. En dat was fout. Dat was verkeerd. Ja, ze hadden de waarheid niet gezegd. O, domme kinderen toch. „Moeder", heeft Corné gevraagd. „Moeder, mogen we de schaar geb^ruiken?" Toen heeft moeder gevraagd wat ze met die schaar moesten doen. „O", zei Carolien, „spelen, we weten nog niet wat". O, Carolien dat was niet waar. Ze wisten het wél. Maar moeder mocht het niet weten. En weet je waar die twee kinderen niet om dachten ? Dat de Heere alles ziet. De Heere weet ook wat je wilt gaan doen. „Vooruit", zei moeder, „pak de schaar dan maar. Maar denk erom, wees voorzichtig. Een schaar is scherp. Pas op dat je niet in je kleren knipt". „Nee moe", zeiden ze alleoei heel braaf. Maar hun ogen schitterden. Hun wangen waren rood. Vlug renden ze trap op. Naar hun kamer. De deur dicht. Ziezo.

Daar zaten ze op het bed van Carolien. Wat wilden ze dan gaan doen? Waarom moesten ze een schaar hebben? En waarom mocht moeder het niet weten ? O, ze hadden een plan. Eigenlijk wisten ze wel dat het niet mocht, maar toch..

Even later stond midden in de slaapkamer een stoel. Een rode, houten stoel. En op die stoel? Daar zat Corné. Maar wat zag Corné er vreemd uit. Ja, heel deftig. Hij had een schort aan. Een heel ^ groot, wit schort. Dat was het laken van een bed. Nét echt.

Heel deftig vroeg Carolien: „Hoe wilt u het hebben? Lang of kort?" Toen proeste Corné van het lachen. Lang? Hoe kan dat nu! Kort natuurlijk. Maar niet al te kort. Zomaar een beetje.

En daar ging het. Knip... knap. Knip... knap. Hele kleine stukjes haar dwarrelden op de grond. Het werd prachtig. Knip... knap. Prachtig ging het.

Maar het haar dwarrelde ook op zijn neus en zijn mond. Hij moest er van niezen. En o, wat kriebelde dat. Carolien kon bijna niet meer van het lachen. O, wat zag Corné er mooi uit. Het leek wel een snor. Maar Corné vond het niet zo leuk. Weer moest hij niezen en driftig wreef hij over zijn gezicht. Maar het kriebelen werd steeds erger.

Ineens stond hij op. „Stop er maar mee. Nu jij". Carolien vond het wel jammer. Je kon er best nog meer af knippen. Maar goed. Eerlijk is eerlijk. Om de beurt. Het laken werd los gemaakt en nu mocht Carolien op de stoel. Corné knoopte het laken vast. O, Carolien leek wel een bruid. Ze ;ingeens even staan. Ja, het laten kwam helemaal op de grond. Wat leuk. Ze wilde wel bruidje gaan spelen. Maar dat vond Corné niet goed. Nee, nee; hij moest óók nog kapper zijn. Ieder een keer.

En Carolien moest gaan zitten. Op de rode, houten stoel. Corné liep eens om de stoel heen en bekeek eens hoe hij zou knippen. Net als een echte kap)er. Ah... hij wist het al. Knip... map... Klaar!

Wat? Nu al klaar? Zo vlug? Ja, zo vlug. Want Corné kon niet meer verder knippen van het lachen. En Carolien? Ze begreep er niets van. Zo vlug? En waarom moest Corné zo lachen? „Toe Carolien, ga eens kijken in de spiegel". En ineens... Ineens stond moeder in de kamer. En moeder? Moest ze óók zo lachen? Net als Corné? Nee, o nee. Moeder keek heel boos en... heel verschrikt en... heel verdrietig.

En nu? Nu zitten die twee deugnieten in de bank. Samen. Naast elkaar. Nu lachen ze niet. Helemaal niet. En op de kast? In de doos?...

Op een stoel zit moeder. O, wat kijkt ze verdrietig. Ze heeft een boek op haar schoot. Een groot boek met gouden letters erop. Het boek is dicht. Nu wel. Maar moeder heeft het open gehad. Ze heeft erin gelezen.

Ze heeft een verhaal gelezen. Een verhaal over een man, een richter. Een knecht van God. Die richter heette Simson.

Hij had lang haar. Dat moest. Dat had de Heere gezegd. Nu was die richter heel sterk. Maar toen zijn haar geknipt was? Toen hebben ze Simson gevangen en hem blind gemaakt. Zijn kracht was weg. Wat erg.

Schuw heeft Carolien moeder aangekeken. Zou ze nu óók niet meer sterk zijn? En Corné dan? „Nee", zegt moeder, „wij zijn niet sterk omdat we lang haar hebben. Alleen God kan ons de krachten geven. Maar Simson moest leren dat God alles ziet, alles weet en alles kan. Ook nü nog.

God heeft ook jullie vanmiddag gezien. Jullie samen. Jullie hebben iets gedaan wat niet mocht. Jullie dachten dat niemand het zag. Ik kon jullie niet zien. Ik was beneden in de kamer. Vader kon jullie ook niet zien, want vader was aan het werk. Maar... jullie waren vergeten dat de Heere ons altijd ziet. Overal.

Ja, want op de kast? In de doos? Daar liggen... Twee vlechten. Twee dikke, blonde vlechten. De rode strikken zitten er nog aan. Moeder zal ze netjes bewaren. In de doos. Boven op de kast.

En Carolien? Ze heeft nu ^een vlechten meer. Zelfs geen Heintjes. Nu moet eerst het haar weer groeien.

En Corné ? Hij ziet er ook zo vreemd uit. Oók zijn haar moet weer groeien. Ja, nu hebben ze er spijt van. A lebei. Ze zullen vast geen kappertje meer spelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1987

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De twee deugnieten

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 februari 1987

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken