Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jolanda heeft verdriet (1)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jolanda heeft verdriet (1)

8 minuten leestijd

Langzaam loopt Jolanda de weg van school naar huis. Ze is verdrietig en ze durft met niemand over haar verdriet te praten.

Morgen is ze jarig en moeder heeft gezegd dat ze geen vriendinnet^s uit mag nodigen om haar verjaardag te vieren. „Ik heb geen geld voor feestjes", heeft mama gezegd. Mama is de laatste tijd erg verdrietig. Dat komt omdat papa niet meer thuis woont. Jolanda is ook verdrietig om papa. Ze kan niet begrijpen waarom papa weggegaan is. Zij houdt heel veel van • hem, ze wil zo graag dat hij weer terug komt.

En nu is ze morgen jarig, het zal vast geen fijne dag worden. Stilletjes loopt ze door de achterdeur naar binnen. Ze hoort stemmen in de kamer. Even luistert ze aan de deur, dan stormt ze naar binnnen.

„Papa, bent u er? En blijft u bij ons? Ik vind het zo naar dat u niet bij ons woont". „Fijn dat je er bent, Jolan", zegt moeder, „nu kan ik mooi even een boodschap doen. Tot straks".

Jolanda gaat dicht tegen haar vader aanzitten. Ze leunt met haar hoofd tegen zijn schouder. „Jolanda toch, je bent toch mijn meisje", zegt vader. „Je bent morgen jarig en daarom heb ik wat voor je meegebracht".

„Ik hoef geen cadeautjes", zegt Jolanda. „Ik wil veel liever dat u weer bij ons komt wonen. Mama is nooit meer blij en ik ben ook verdrietig. Bijna alle kinderen in mijn klas hebben een papa die bij hen woont".

Vader streelt Jolanda over haar hoofd. „Je mag gauw een keer Hallo jongens en meisjes! bij mij komen logeren", belooft hij. „Ik heb nu een eigen huis met twee slaapkamers. Nou en dan maken wij het samen heel gezellig. Papa houdt echt heel veel van jou".

„Maar waarom komt u niet terug bij ons? Ik vind het allemaal zo erg en ik kan 's avonds nooit in slaap komen. Dan ben ik bang dat er inbrekers komen. Bij Corientje is ook geen vader en daar zijn inbrekers geweest. Misschien weten de inbrekers wel dat u niet meer in ons huis woont en dan komen ze vast bij ons".

„Welnee meisje", zegt vader. „Wij hebben geen mooie antieke dingen in huis. Bij ons komen geen inbrekers".

„Ik ben toch bang", zegt Jolanda. Ze drukt zich dicht tegen haar vader aan. „Papa, toen u nog thuis woonde, was ik nooit bang, u bent zo sterk!"

„Ik zal een extra stenig slot op de deur laten maken", belooft vader. „Dan hoef je nooit meer bang te zijn. Mama is er toch, die zorgt heus wel voor jou. En Wolf is er ook nog. Inbrekers komen niet in huizen waar een hond is".

„Mama wil niet dat Wolf in huis slaapt", zegt Jolanda. „En ze heeft ook gezegd dat zij Wolf verkopen wil. Hij eet veel en dat kost geld, zegt ze". „Ik koop wel eten voor Wolf", belooft vader. „Als mama thuiskomt, zal ik het vragen".

„Blijft u eten?" vraagt Jolanda. „Hè papa, doet u het nu, ik wil het zo graag". „Als mama het goed vindt, dan blijf ik eten", zegt hij.

Als moeder thuiskomt, vraagt Jolanda: „Mag papa blijven met het eten? En papa wil ook hondebrokken voor Wolf koperv. Fijn hè, dan hoeft Wolf niet weg".

„We zien nog wel", zegt moeder. Ze kijkt helemaal niet vriendelijk, ziet Jolanda. Zou ze het niet fijn vinden dat papa er is? Daar begrijpt Jolanda niets van. Papa is toch lief. Vader gaat op zijn oude plekje bij de tafel zitten, Jolanda schuift haar stoel vlak naast de zij

Het is helemaal niet gezellig aan tafel. Moeder zegt bijna niets en vader kijkt strak voor zich uit. „Zal ik even helpen met de afwas", vraagt; hij aan moeder. „Dan kunnen wij samen nog even praten. Jolanda, ga jij maar in je boek lezen".

Even laisr hoort Jolanda boze stemmen vanuit de keuken komen. O, wat erg, papa en mama hebben alweer ruzie. „Die hond blijft hier", hoort ze vader zeggen. Jolanda drukt haar vingers in de oren om die boze stemmen niet te horen. Even later hoort ze de buitendeur met een klap dichtslaan. Als mama binnenkomt, ziet Jolanda dat ze gehuild heeft. „De hond gaat weg", zegt ze boos. „Morgen breng ik hem naar het asiel". „Wolf mag niet weg", gilt Jolanda. Ze stampt met haar voeten op de vloer van kwaadheid. Dan rent ze de kamer uit naar de schuur, waar Wolf is. Ze slaat haar armen om de nek van Wolf en dan begint ze te huilen. Wolf kan er niet tegen dat zijn kleine vrouwtje verdriet heeft. Hij likt haar waar hij haar maar raken kan.

Jolanda weet niet wat ze doen moet. Allerlei wilde plannen gaan door haar hoofd. Wolf moet verstopt worden, nog voor het morgen MjiyirtciMnta ;,i(Mfiyg8ig|^:^v^ifftfein!m|tó is. Hij mag niet naar het asiel gebracht worden. Misschien geven ze hem wel een spuitje en dan gaat hij dood.

Ineens weet Jolanda wat ze doen moet. Ze gaat Wolf naar opa en oma brengen. Nu direct, opa houdt veel van Wolf. Zenuwachtig probeert ze Wolf de riem aan te doen. De hond staat geen ogenblik stil, hij is uitgelaten van blijdschap. Heerlijk, het vrouwtje gaat met hem wandelen. „Stil toch. Wolf", bromt Jolanda. „Ik kan de riem niet vastkrijgen".

Zonder jack rent ze met Wolf de straat op. Opa en oma wonen aan de andere kant van het dorp. Jolanda kan de hond bijna niet bijhouden. Hij rukt aan de riem, Wolf wil liever los lopen. Maar dat is veel te gevaarlijk. Op de straat rijden veel auto's. Hijgend van het harde lopen komt ze bij het huis van opa en oma aan. Ze drukt op de bel en wacht ongeduldig tot opa de deur opendoet. „Jij hier, met Wolf!" zegt opa verbaasd. „Hoe kan dat nu en weet mama dat je hier bent?"

„O, opa, het is allemaal zo erg", zegt Jolanda. „Mama wil Wolf naar het asiel brengen, hij eet te veel. En papa vindt het niet goed. Mag Wolf bij u blijven?" Zo knutselaars, daar zijn we dan weer. Hoe is het met de vorige opdracht gegaan? Deze keer werken we met dozen. Dat hoeven niet speciaal melkpakken te zijn. Je ziet op de tekeningen bij deze rubriek een opaatje. Hij is van een doos of doosje gemaakt. Er kan natuurlijk veel (te veel om op te noemen) gemaakt worden. Als je de smaak goed te pakken hebt, maak je een hele familie van dozen. Misschien een leuk project voor de onderbouw van onze basisschool?

Hier is dan opa in de maat van een koekdoos of ligadoos. Het enige wat er aan gedaan wordt is wat spelen en plakken met papier om opa aan te kleden. Met een stift breng je wat streepjes enzovoorts aan. Wat gehaalde wol op zijn bolletje (ook dat spul uit fruitmanden is er heel ge

Oma, die ook in de gang gekomen is, trekt Jolanda naar binnen. „Kom maar gauw binnen, mijn schatje", zegt ze. „Opa en ik zullen er voor zorgen dat Wolf niet naar het asiel gebracht wordt. Het komt allemaal best goed hoor! Ik ga eerst mama opbellen, die is natuurlijk vreselijk ongerust over jou".

Even later komt oma weer terug in de kamer. Ze knikt Jolanda vriendelijk toe. „Het is in orde mijn kind, jij mag vannacht hier blijven slapen. En Wolf mag ook blijven, wij zullen goed voor de hond zorgen".

„Fijn oma", zegt Jolanda. „als papa nu maar thuis ging wonen, dan was alles weer fijn". „Misschien gebeurt dat nog wel eens", zegt opa. „Ik weet zeker dat papa veel van jou houdt".

Als Jolanda een uurtje later in bed hgt, komt oma bij haar zitten. „Ga jij nu maar lekker slapen", zegt ze. „Heb je al gebeden? "Jolanda knikt. „Ik bid iedere avond voor papa en mama". Oma geeft Jolanda twee dikke zoenen. „Jij bent een lieve meid", zegt ze. Misschien komt alles wel goed. Opa en oma bidden ook voor je vader en moedex". (Wordt vervolgd) schikt voor). Je ziet dat de doos in drie delen is gedeeld. Voor 't hoofd, voor de buik en het onderlijf. Dat doe je bij oma ook zo. En vader en moeder. De kinderen kun je van een kleiner doosje maken al naar ze groot zijn. Heel leerzaam om begrippen als groot, klein of kleiner en groter uit te beelden voor een groep. Het brilletje is van ijzerdraad gedraaid,' maar dat kun je natuurlijk ook van papier of liever van wat steviger vouwkartondikte knippen. De sloffen zijn platte flapjes, die je een eindje onder de doos vastplakt. Werk ook bij deze opdracht liever met sterke lijm. Dat werkt wat sneller en steviger. De l^eus is een kurk en de ogen dopjes die beplakt zijn, maar dat kun je natuurlijk ook anders doen. Heel veel succes!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Friday 13 March 1987

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

Jolanda heeft verdriet (1)

Bekijk de hele uitgave van Friday 13 March 1987

Reformatorisch Dagblad | 26 Pagina's

PDF Bekijken