Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Tegenstellingen tussen Afrikaners en Engelssprekenden nog niet verdwenen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Tegenstellingen tussen Afrikaners en Engelssprekenden nog niet verdwenen

Engels heeft als wereldtaal een aantrekkingskracht die het Afrikaans mist

8 minuten leestijd

De Progressieve Federale Partij (PFP) - de belangrijkste linkse oppositiepartij in Zuid-Afrika- kwam vorige maand op een onplezierige wijze in het nieuws toen een van haar parlementsleden, Horace van Rensburg, liet weten dat hij uit de partij stapte om als onafhankelijke kandidaat aan de parlementsverkiezingen van mei deel te nemen.

Volgens hem was er in bepaalde geledingen van deze partij, die haar aanhang voornamelijk uit de Engelssprekende bevolking rekruteert, sprake van een Afrikanerhaat. Dat was voor hem als Afrikaner (zij het een nogal verengelste Afrikaner) reden om met zijn partij te breken.
Hoewel anderen hun twijfels hadden over de zuiverheid van de motieven van Van Rensburg, deed zijn overstap de discussie over de verhouding tussen de beide blanke taalgroepen weer even oplaaien. Voelde de Engelsman zich toch altijd nog superieur ten opzichte van de Afrikaner ook al had die hem in politieke macht overtroffen? Was er altijd nog sprake van 'boerenhaat'?
De gespannen rassenverhoudingen in Zuid-Afrika, hebben de blanke minderheid wel gedwongen om de onderlinge taalconflicten zoveel mogelijk af te zwakken. Zij kan het zich niet veroorloven om -zoafs de Vlamingen en Walen dat wel kunnen of althans menen te kunnen- die taalverschillen op de spits te drijven. Andere zaken hebben prioriteit.
Waar in België de taalgrens tussen het Nederlands en het Frans vrij duidelijk is aan te geven (en ook wettelijk is vastgelegd) is dat in Zuid-Afrika volstrekt niet het geval. Engels- en Afrikaanssprekenden wonen veelal door elkaar heen. Op dat punt is er geen apartheid! Wel zijn er bepaalde gebieden aan te wijzen, waar hetzij de ene, hetzij de andere taalgroep overheerst.
Overwegend Engelssprekend zijn Natal, Johannesburg en omgeving en -zij het in mindere mate— Kaapstad en de Oostkaap (Port Elisabeth en East London). Overwegend Afrikaanssprekend Plaquette in de hal van het synodegebouw van de Kaapse NG-Kerk in Kaapstad ter herinnering aan het in gebruik nemen van de Afrikaanse Bijbelvertaling. Voordien gebruikte men de Statenbijbel. zijn de Oranje Vrijstaat, Transvaal (uitgezonderd Johannesburg en omgeving), de Westkaap en Zuidwest Afrika (Namibië).
In totaal zijn er onder de blanken meer Afrikaanssprekenden dan Engelssprekenden. Bij de laatste volkstelling was de verhouding ongeveer 60 tegen 40 procent. Daarbij is het vanouds zo dat de Engelsen (en joden) de commerciële en industriële sector beheersen, al zijn er tegenwoordig ook grote Afrikaner concerns aan te wijzen. Daarentegen beheersen de Afrikaners (sinds de Nationale Partij in 1948 aan de macht kwam) het politieke leven.

Partijkeuze

Toch stemden de afgelopen jaren in toenemende mate ook Engelstaligen op de NP. In de NP-kabinetten hadden dan ook een paar Engelssprekende ministers zitting, al waren zij verre in de minderheid. Mede door het uittreden van de voormalige Zuidafrikaanse ambassadeur in Londen, Worrall, zal dit keer het. aantal Engelse stemmen op de NP ongetwijfeld minder zijn.
Naast de PFP geldt ook de kleine, maar minder linkse, Nieuwe Republikeinse Partij, als een typisch Engelse partij. Zij steunen elkaar ook bij de verkiezingen. De partijen van uiterst rechts, de Konservatieve Partij (KP) en de Herstigte Nasionale Partij (HNP) zijn daarentegen typische Afrikaner partijen.
De HNP wil zelfs dat het Afrikaans als de enige officiële taal van Zuid-Afrika erkend wordt en het Engels een tweederangspositie krijgt toebedeeld. Toch vindt deze partij, vanwege haar uitgesproken pro-apartheids en anti-zwarte standpunten, in een aantal gevallen veel sympathie bij Engelssprekenden die uit het voormalige Rhodesië afkomstig zijn (en zich meestal in Natal gevestigd hebben).

tweetaligheid

In de praktijk zijn echter veel Zuidafrikaners tweetalig en maken zij ook van beide talen gebruik. Worden ze aangesproken in het Engels, dan antwoorden ze in het Engels, worden ze aangesproken in het Afrikaans, dan spreken ze die taal. Ministers en andere vooraanstaande personen schakelen in hun redevoeringen gemakkelijk over van de ene op de andere taal. Radio en vooral tv hebben veel tot deze tweetaligheid bijgedragen.
Wel valt te constateren dat Afrikaanstalige parlementsleden vaker gebruik maken' van het Engels dan omgekeerd het geval is. Niettemin hield de Engelstalige industrieel Harry Oppenheimer, toen hij lid van het parlement was, bewust eens een rede in het Afrikaans in een poging om het hart van de (Afrikaanssprekende) regering te raken.

Onderwijsstelsel

Het onderwijsstelsel is gesplitst in Engelstalige en Afrikaanstalige scholen. Wel wordt de andere taal daarbij ook onderwezen, al zijn er in de praktijk altijd nog meer Engelsen die geen Afrikaans kennen, dan omgekeerd.
De universiteiten hebben zich ook in dit patroon gevoegd. Naast de Engelstalige universiteit van Kaapstad, staat de Afrikaanse universiteit van Stellenbosch en in Johannesburg staat tegenover de universiteit van Witwatersrand (Engels) de Randse Afrikaanse universiteit. Van de universiteit van Port Elisabeth heeft men destijds een tweetalige universiteit willen maken, maar dat bleek niet te werken. Deze universiteit is thans overwegend Afrikaanstalig. Het komt ook wel voor dat studenten die uit een Engels of Afrikaans milieu afkomstig zijn, juist aan een anderstalige universiteit gaan studeren, om die andere taal goed te leren beheersen.
De emigranten hebben zich veelal gevoegd bij de groep van Engelssprekenden. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de 60.000 Portugezen die zich de afgelopen jaren vanuit Angola en Mozambique in Zuid-Afrika gevestigd hebben. Alleen de Nederlandse emigranten sloten zich meestal bij de Afrikaanse taalgroep aan, met name als zij kerkelijk terechtkwamen in een van de Afrikaanstalige kerken.

Taalzuiverheid

Onmiskenbaar ondergaat het Afrikaans de invloed van het Engels, dat nu eenmaal een wereldtaal is. Allerlei Engelse woorden zoals donkey voor ezel en area voor gebied, hebben in het Afrikaans ingang gevonden. In andere gevallen zijn de Afrikaanssprekenden meer attent op het zuiver houden van hun taal dan wij dat zijn.
Er is een speciaal vaktaalbureau dat zich bezig houdt met het bedenken van Afrikaanse woorden voor nieuwe technische uitdrukkingen, ten aanzien waarvan wij meestal al gecapituleerd hebben voor het Engels. Zo heet een computer in het Afrikaans een rekenaar. Anderzijds is er ook de klacht dat de nieuwe Afrikaanse woorden vaak te omschrijvend en daardoor te lang zijn, zodat ze in de praktijk toch niet gebruikt worden. Was er vroeger in Afrikaanse of Engelse milieus wel bezwaar om met iemand uit een ander taalgebied te trouwen, thans is dat eigenlijk geen punt meer. Hoogstens is er het probleem dat men -doordat men uit verschillende taalgroepen afkomstig was— ook tot verschillende kerken behoort. Kinderen uit dergelijke gemengde huwelijken komen in de praktijk vaak in de Engelse taalgroep terecht, al moet men zich ook niet verbazen dat iemand die Smith of Brown heet, zich met hart en ziel tot de Afrikanergemeenschap rekent.

Kleurlingen

Het Afrikaans is niet alleen de taal van de blanke Afrikaners, maar ook van het merendeel van de drie miljoen kleurlingen, die voornamelijk in de Kaapprovincie wonen. Hun Afrikaans is echter nogal doorspekt met Engelse woorden en tal van kleurlingen zijn in de loop der jaren helemaal op het Engels overgestapt. Dat is nu eenmaal een wereldtaal, terwijl het Afrikaans de taal is van de regering en de Nationale Partij, waarvoor ze weinig sympathie hebben. In ieder geval gaat de zaak van het Afrikaans hen niet ter harte. „Ons fight geen fight met mense oor taal nie. Vir wat?" (Wij voeren geen strijd met mensen over de taal. Waarom zouden we?), zo gaf de bekende kleurlinghoogleraar Richard van der Ross onlangs als zijn mening te kennen. Anderzijds gaan radicale kleurlingenleiders er soms vanuit dat om door te dringen tot het politieke bewustzijn van de Afrikaners (die in Zuid-Afrika nu eenmaal de politieke macht hebben) het beter is om van het Afrikaans gebruik te maken. Zij willen het Afrikaans ook tot een verzetstaal maken.
De zwarte bevolking van de steden is overwegend op het Engels gericht, al verstaan ze wel wat Afrikaans. Deze taal is bij hen echter niet populair. De opstand in Soweto in 1976 vond zijn aanleiding in het verplicht stellen van het Afrikaans naast het Engels in het zwarte onderwijs. In de zelfstandige thuislanden Ciskei, Transkei en Vendaland geldt het Afrikaans ook niet langer als officiële taal.
Dat betekent wel dat met de emancipatie van de gekleurde bevolkingsgroepen, de Afrikaanse taal in een minderheidspositie dreigt terecht te komen. Vandaar dat alleen al om kwantitatieve redenen de blanke Afrikaners er belang bij hebben om de Afrikaanssprekende kleurlingen nauwer aan zich te binden, ten einde te voorkomen dat ze steeds meer naar het Engels overstappen.

Ruppert en de FAK

Vorige maand kreeg de bekende Afrikaanse 'nyweraar' (Afrikaans voor industrieel) dr. Anton Ruppert, van de Federatie van Afrikaanse Kultuurverenigingen (FAK) de "Erepenning vir Volksdiens". Hij hield daarbij toen een rede waarin hij de vraag stelde of allen die het Afrikaans als hun moedertaal gebruiken, ook welkom waren bij de FAK. Tot dusver was dit uitsluitend een organisatie van blanke Afrikaanssprekenden.
De voorzitter van de FAK, Hendrik Sloet, gaf na afloop van de bijeenkomst echter als zijn mening te kennen dat pas over vijf of tien jaar de tijd rijp zou zijn voor een dergelijke openstelling. Kleurlingen zouden zich nu waarschijnlijk bij de FAK niet thuisvoelen.
Dat leverde hem scherpe kritiek op van het Afrikaanstalige dagblad Beeld. „Om watter redes voel gekleurde Afrikaanssprekendes hulle ontuis in 'n Federasie van Afrikaanse Kultuurverenigings? Sal hulle dan nie oor vyf of tien jaar nog verder van ons en van Afrikaans verwyder wees nie?", zo schreef het in zijn commentaar op deze zaak.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 21 maart 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Tegenstellingen tussen Afrikaners en Engelssprekenden nog niet verdwenen

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 21 maart 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken