Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Gods beloften gelden steeds de uitverkorenen onder 't volk Israël

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gods beloften gelden steeds de uitverkorenen onder 't volk Israël

10 minuten leestijd

CAPELLE A/D IJSSEL - Nadenken over Israël is nadenken over de uitverkiezing, het verbond der genade, de beloften des verbonds. Daarover zal ieder die Paulus' brief aan de Romeinen leest, het eens zijn. Het ongeloof van zijn eigen volk is Paulus' grote kruis in zijn leven geweest. Hoe kan dat? Heeft God Zijn volk verstoten? Is Gods verbond krachteloos geworden? De verbonden en beloftenissen, aan de aartsvaders gedaan? Zou het woord (de belofte) Gods uitgevallen zijn (Romeinen 9:1-6)? De apostel vindt troost in de uitverkiezing. Anders zou het inderdaad hopeloos zijn: de mens (een volk) in staat Gods verbond te verbreken...

Als dat waar was, zou het voor elk mens een onmogelijke zaak zijn. Als de mens zich inderdaad uit het verbond zou kunnen zondigen en Gods beloften krachteloos zou kunnen maken, zou dat gebeuren ook! Dan zou niemand meer zalig kunnen worden. Maar neen, Paulus belijdt de uitverkiezing. „Die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn" (Romeinen 9:6). Het voornemen Gods dat naar de verkiezing is, blijft vast. En hij wijst in het vervolg van het negende hoofdstuk op Jakob en Ezau en op de pottenbakker.

Uitverkorenen
Gods beloften aan Israël feilen niet, wil de apostel zeggen. Want die beloften betreffen steeds de uitverkorenen onder de Israëlieten. „Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof Gods te niet doen? Dat zij verre" (Romeinen 3:3, 4). En dan zeggen de kanttekenaars bij dat „geloof Gods" zo kostelijk: „Dat is de trouw en waarheid Gods, Die onder dat volk, niettegenstaande de ondankbaarheid van velen, altijd de Zijnen heeft willen behouden en nog behoudt, op welke de beloften Gods inzonderheid zien en hun krachten hebben".

Gods trouw aan Zijn beloften, oudtestamentisch over Israël gesproken, gaat in de nieuwe bedeling onverminderd voort, ook al is het getal der joden dat behouden wordt, metterdaad maar gering. Gods beloften betreffen steeds het heilig overblijfsel, dat het geheel van het volk representeert. Indrukwekkend klinkt dat woord telkens weer bij Jesaja, men zie de concordantie. En Paulus put daar troost uit (Romeinen 9:27-29).

Verstoten?
„Ik zeg dan: Heeft God Zijn volk verstoten?" (Romeinen 11:1). Ja, het lijkt zo, dat de Heere Israël heeft laten gaan op zijn eigen weg. Voorgoed verstoten, hebben velen gezegd. Neen, voor een tijd, zeggen anderen; Israël wandelt een eigen weg, naast de kerk uit de heidenen, en in het laatst der dagen zal je nog eens wat zien. Of men leert zelfs twee wegen ter zaligheid: voor de jood een andere dan voor de christen uit de heidenen.

Heeft God Zijn volk inderdaad laten gaan? Dat zij verre, zegt Paulus, ik ben er door genade toch nog? Er zijn meer tijden geweest, dat het overblijfsel zeer klein was. Of weet gij niet wat de Schrift zegt van Elia? „Alzo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade" (Romeinen 11:1-5). Dat overblijfsel, dat is Israël (overdenkt Romeinen 9:6-8). En er zal altijd een overblijfsel blijven van Messiasbelijdende joden, al zal van hen nog meer gelden, wat van de kerk als geheel al beleden wordt: „Hoewel zij somwijlen een tijdlang zeer klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn in de ogen der mensen".

Olijfboom
En dan vergelijkt Paulus Israël met een olijfboom. Bekend beeld in de Schrift. De Statenvertalers verwijzen naar Jeremia 11. Paulus zegt niet dat deze olijfboom als een onvruchtbare wordt omgehouwen. Dat hebben wij er dikwijls van gemaakt: de boom (het „vleselijke Israël") omgehouwen en enkele takken gered en overgeplant op een nieuwe boom, namelijke de kerk.

De apostel zegt óók niet dat de olijfboom voor een tijd aan zichzelf zou worden overgelaten, terwijl God middelerwijl Zijn aandacht zou geven aan een tweede, een nieuwe boom. Er is geen nieuwe boom. Wij lezen iets geheel anders: Er worden enige takken van de olijfboom Israël afgebroken en andere, van een wilde olijf, ingeënt. Heidenen, takken van wilde olijfbomen, worden geënt in de goede olijfboom en krijgen deel aan zijn wortel en vettigheid (Romeinen 11:16 e.v.). De wortel, dat zijn Abraham en de aartsvaders, zie kanttekening 79 en 76. Aan hen en hun zaad werden de woorden Gods toebetrouwd, de aanneming tot kinderen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de dienst Gods en de beloftenissen Romeinen 9:4, 5). Dat is de vettigheid, het sap dat uit deze wortel voortkomt. Daarvan leven de takken. Maar Abraham wist er al van dat het onmogelijk is, daarvan te spreken buiten de Messias om. In Hem is het genadeverbond vervuld. Niemand kan buiten het geloof in Christus om in deze olijfboom worden geënt. Maar wie door het geloof in Christus in deze olijfboom wordt ingeënt, wordt in Israël, het volk uit Abraham gesproten, ingelijfd. 

Enige der takken
Wij zouden zeggen: bijna alle natuurlijke takken van de olijfboom zijn afgebroken. Maar Paulus zegt: énige der takken zijn afgebroken (Romeinen 11:16), sommigen (Romeinen 3:3). Dat is de rekenkunde van het geloof. Wij praten over het joodse volk doorgaans vanuit de afgebroken takken, alsof die de normale zijn. Israël verwerpt de Messias, zeggen wij dan. Maar voor Paulus zijn de gebleven takken de normale. Kerk en Israël staan dus niet naast elkaar. Israël is de kerk en de kerk is Israël. Het is één volk, één olijfboom, één wortel. Als ds. Velema mij vraagt of ik uiteindelijk toch niet vast zit aan de gedachte dat de gemeente van de levende God in plaats van Israël is gekornen, is mijn antwoord: Israël is steeds de gemeente van de levende God gebleven! En heidenen, eertijds vreemdelingen van de verbonden der belofte, mogen nu delen in de voorrechten van Israël. De olijfboom is niet omgehakt, maar voedt nieuwe loten.

En naast de boom afgebroken takken. Waardig voor eeuwig aan de verrotting prijsgegeven te worden. Zo zijn ze (o, schande) telkens weer door christenvolken behandeld. Neen, zegt Paulus. God is machtig, ze weder in te enten (Romeinen 11:23). Hoe kan dat nu toch? Dode takken opnieuw inenten? God is machtig, de God van Israël. Over Israël is een gedeelteijke verharding gekomen, zegt Paulus, totdat (Romeinen 11:24, 25). Dat "totdat" wijst een eindpunt aan op de weg der verharding. Er zal een tijd komen dat joden „met een zeer grote menigte" (kanttekening) bekeerd zullen worden. Lees met de kanttekeningen erbij Romeinen 11-15 en 25 e.v. Het overblijfsel zal weder worden tol een volheid (vers 12). De ruimte ontbreekt mij om in te gaan op vragen betreffende het land, de verwachting der chiliasten enzvoorts. (Ik voel mij nog altijd het beste thuis bij de "niemand meer" die in dezen de opvatting van Augustinus delen). Paulus spreekt er ook niet over. Voor hem is de rijkdom van Gods verkiezing, Gods verbond, de waarmaking van Gods beloften, de genadegiften en de roeping Gods zó al duizelingwekkend groot, Of wie heeft Hem eerst gegeven, en het zal hem wedervergolden worden?" (Romeinen 11:35). Voor de afgebroken takken geldt als bij bekering van elk mens: het zal louter het soevereine welbehagen Gods zijn (Ezechiël 36:22 en lees het vervolg van dat hoofdstuk). Zo mag de apostel in aanbidding eindigen: Want uit Hém en door Hém en tot Hém zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1987

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Gods beloften gelden steeds de uitverkorenen onder 't volk Israël

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1987

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken