Bekijk het origineel

Vrouwen en haar schenners: martelaar of 'christenhond'?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vrouwen en haar schenners: martelaar of 'christenhond'?

Historie van het zwakke geslacht en dappere kruisridders der Middeleeuwen

11 minuten leestijd

Hoe waren en leefden de rouwen in de wereld der Middeleeuwen? En waren de kruisvaarders in die tijd naast 'christenhonden' en rovers ook schenners van de Moslimse eerbaarheid? Twee boeken moeten op die vraag een antwoord kunnen geven. Het zijn "Tussen ideaal en werkelijkheid" door Shulamith Shahar (over vrouwen in de middeleeuwse wereld) en "Rovers, christenhonden, vrouwenschenners" door Amin Maalouf (over de Kruistochten in de Arabische kronieken).

Vrouwen, zelfs middeleeuwse, blijven een interessant studieobject voor de wetenschappers van nu, vooral als dat ook weer vrouwen zijn. Of vrouwenhistorie nu zoveel meer nodig is dan mensheidshistorie laat ik in het midden; vrouwenstudies en -leerstoelen en -boeken overspoelen de markt met hun zucht naar positieve discriminatie. Shahar heeft daartoe het hare bijgedragen, maar veel meer dan op en rij zetten van het materiaal dat anderen al lang hadden uitgezocht doet zij niet. Als documentatie mogeijk aardig, maar er zit geen duidelijke lijn in dit boek over ideaal en werkelijkheid.

De vierde stand
Bepaald nieuw is het boek ook niet, al komt De Haan (Unieboek) nu pas met een (ietwat vreemd gecontrueerde) vertaling. Al in 1981 vercheen de Duitse editie "Die Frau im Mittelalter"' (en dat is correcter dan die tegenwoordig vaker en ten onechte gebruikte term 'de middeleeuwse wereld'), in 1983 gevolgd door en Engelse uitgave, "The Fourth Estate" (is: de vierde stand). Die is genuanceerder en uitvoeriger. Nu heeft de vertaler overwegend de Duitse tekst gevolgd, maar wèl het notenapparaat van de Engelse, omdat mevrouw Shahar (hoogleraar geschiedelis in Tel Aviv) zulks wenste. Zo krijg je de idiote situatie dat wèl verwezen wordt naar Johan Huizinga's beroemde "The Waning of the Middle Ages", maar niet naar de Nederlandse tekst van "Herfsttij...". Wèl is een poging gedaan, de literatuuropgave met recente Nederlandse titels uit te breiden en andere boeken kort te typeren, waaronder het in 1984 verschenen "Frauen im Mittelalter" van Edith Ennen.

Vrouwbeeld
Volgens de vertaler legt prof. Shahar, anders dan andere vrouwenboeken over de Middeleeuwen, zoals van Régine Pernoud, Ennen en de hier niet genoemde Helene Wagenaar-Nolthenius en Lène Dresen-Coenders, veel nadruk op de ideologische ontwikkeling van het vrouwbeeld in die periode. Dat zal wel, maar voor wie ze dat doet, is in deze Nederlandse versie niet geheel duidelijk. Als een breder publiek werd beoogd, had men het lange notenapparaat wel kunnen weglaten. En voor de vakgenoten trapt Shahar nogal eens open deuren is met betogen als: de begijnenbeweging had zonder meer religieuze aspecten, of: binnen die begijnenbeweging bestond meer individuele vrijheid dan bij de nonnenorden.

Tja, dat staat óók in elke algemene (en mogelijk zelfs mannen-) geschiedenis der Middeleeuwen. En is het waar dat voorbehoedmiddelen en abortus op het leerstofprogramma van de middeleeuwse medicijnmannen stonden? In hoofdstukjes over dit gebruik van die middelen (hoofdzonden volgens de kerkleer) babbelt Shahar wat algemeenheden en ze citeert een heleboel andere auteurs, maar komt nauwelijks tot eigen oordelen.

Wèl kiest ze partij voor die zielige onderdrukte middeleeuwse vrouw met de haar streng veroordelende kerk. Als Moederkerk kón Rome natuurlijk ook niet anders... Ik weet niet of Shahar erg praktiserend joods is, maar haar religie staat in wezen niet minder afwijzend tegenover deze zaken als de RK-Kerk en de reformatorische orthodoxie.

Ketterse vrouwen
Aanleiding tot dit boek (waarvan het studiemateriaal nu al tien tot vijftien jaar oud is) was volgens Shahar dat zij ontdekte dat de positie van de vrouw in de ketterse bewegingen (Katharen, Albigenzen e.d.) hoger werd aangeslagen dan in de officiële kerk. Maar dat was toch al lang bekend? En hoeveel uitzonderingen zijn er niet in Christine de Pisan, Clara van Assisi en vele seksegenoten?

Maar wie ondanks al die beperkingen zich toch in de vrouw der Middeleeuwen verdiept, kan hier terecht voor stukken over de openbare functies en wettelijke rechten van de vrouw, de vrouw in gebed (nonnen, begijnen, mystieken), de gehuwde vrouw (theorieën, rechtspositie, goederen en plichten, bastaarden, abortus etc), adellijke vrouwen, de vrouw in de stad en ten plattelande (moeder, dienstmeid, hoer, weduwe), met tot slot de vrouw in de marge (van het ketterwezen: Waldenzen, heksen e.d.).

Hoofs en heilig
Een alomvattend en concluderend slothoofdstuk ontbreekt. Wel merkt Shahar op dat er naast het allesoverheersende negatieve vrouwbeeld ook een ander stond: heiligen, hoofse dames, Maria-figuren e.d. Maar het negatieve beeld werd daardoor niet gecorrigeerd. De schrijfster erkent ook dat de H. Kerk zonden der seksualiteit mannen en vrouwen even zwaar aanrekende. Maar ze moet toch nog even opmerken, dat door het verbod op anticonceptie en abortus de vrouw veel sterker werd getroffen dan de man. Vreemd is in de vertaling dat soms Vlaamse namen worden benut als Artesië (voor Artois), Dowaai (Douai), maar weer niet Rijsel, doch Lille, niet Sint-Omaars, doch St. Omer. (Paperback, 315 biz., 39,90 gld., De Haan, Houten).

Christenhonden...
Hoe zou het toch komen dat de Arabische moslims der Middeleeuwen onze Kruisridders graag betitelden als christenhonden"? Blaften zij de muzelmannen aan of was er anderszins op hun gedrag soms iets aan te merken? Maalouf kan het ons vertellen in zijn "Rovers, Christenhonden, Vrouwenschenners", waarin de Kruistochten worden belicht vanuit de Arabische kronieken daarover. En daar klinkt heel wat anders in door dan sympathie voor Godfried van Bouillon of Richard Leeuwenhart.

Kannibalen
Maalouf wil die oorlogen of Frankische invallen (dè aanduiding in de Arabische kronieken) niet in wéér een geschiedenisboek neerleggen, maar een soort van 'waarheidsgetrouwe roman' bieden, met noten en literatuur, gezien door de bril van de tegenpartij. Dat levert inderdaad een ander beeld op dan onze geschiedenisboekjes leerden. Men ziet opnieuw de discussie zonder einde, die de geschiedwetenschap is. Was het voor de christenen de leuze: God wil het (en de paus evenzo, en de wereldlijke heersers idem), voor de moslims waren deze Franken (verzamelnaam) woeste, agressieve beesten die superieur waren in hun kracht en zich bovendien als kannibalen gedroegen. Dat moet een misverstand zijn, zei u? Maar Maalouf beschrijft de westerse inval in de Syrische stad Mara in 1098. En de Frankische kroniekschrijver Raoul van Caen bericht daarover onder meer: „In Mara kookten de onzen de volwassen heidenen in ketels, regen zij de kinderen aan het spit en verorberden zij hen geroosterd'". Afschuwelijk. Dat zal vast niet waar zijn? Maar de veroveraars van Mara berichten in 1099 zelf aan de paus: „Een gruwelijke hongersnood overviel het leger in Mara en plaatste het voor de gruwelijke noodzaak zich te voeden met de lijken van de Saracenen". Dat lijkt dus een tamelijk onverdachte bron en dat zijn andere feiten dan Nijhoffs lieve kinderkruistocht en de heldendaden van de bevrijders en verdedigers van het Heilige Graf uit onze schoolboekjes.

Val van Akko
"Mara" had in elk geval tot gevolg dat de Turken de eeuwen door het westerse kannibalisme niet zouden vergeten en er in hun epische literatuur steeds op terugkomen. Dat de moslimse scharen zelf overliepen van menslievendheid en zachte behandeling van de overwonnen naaste is evenmin vol te houden, maar daarover wil Maalouf het hier niet hebben. Zijn boek bevat veel materiaal, maar is niet erg boeiend geschreven. De twee eeuwen van de Kruistochten deelt hij in van Inval via Bezetting, Tegenaanval, Overwinning en Uitstel tot Verdrijving. (Dat geschiedde mede door de Mongoolse gesel); Maar het laatste woord was toch aan de moslimse Mamelukken: met de val van Akko in 1291 was het 'Frankische avontuur' in het Heilige Land ten einde. Of toch niet, want de geschiedenis heeft zich in andere vorm herhaald. En Maalouf concludeert in zijn slotregels: „Het staat onomstotelijk vast dat de breuk tussen de twee werelden Arabieren, Islam tegenover het Westen, V. A.) dateert uit de periode van de Kruistochten die ook door de Arabieren van vandaag nog altijd als onrechtmatig worden beschouwd". Het Koninkrijk Jeruzalem tot en met de val van Akko als bron voor het Palestijns conflict, de olieboycot, de oorlogen tegen de staat Israël?

"Rovers, Christenhonden. Vrouwenschenners" door Amin Maalouf heet oorspronkelijk "De Kruistochten, gezien door de Arabieren". Het een forse paperback van 307 blz. met enkele kaartjes, kost 34,90 gld. en wordt uitgegeven door Kosmos in Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 11 mei 1987

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Vrouwen en haar schenners: martelaar of 'christenhond'?

Bekijk de hele uitgave van maandag 11 mei 1987

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken