Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Hongarije blijft beleefd in oplopende rel over rminderheid in Roemenië

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Hongarije blijft beleefd in oplopende rel over rminderheid in Roemenië

Bevolking zet autoriteiten onder druk om publiciteit niet te schuwen

7 minuten leestijd

In de hoog opgelopen strijd tussen Boedapest en Boekarest over de positie van de Hongaarse minderheid in Roemenië, kiezen de Hongaarse autoriteiten nog steeds voor een beleefde en diplomatieke benadering van hetconflict. Een nieuweontwikkeling is dat Hongarije, kennelijk onder druk van de bevolking, de publiciteit niet meer schuwt en ook op het diplomatieke terrein een nieuw offensief heeft geopend.

Kern van het conflict is het lot van de 1,7 miljoen etnische Hongaren in Roemenië, vooral geconcentreerd in de streek Transylvanië (Zevenburgen). Dit gebied maakte tot het einde van de Eerste Wereldoorlog deel uit van het Hongaarse koninkrijk binnen de Habsburgse Dubbelmonarchie. In 1920 werd het als gevolg van het Verdrag van Trianon toegewezen aan Roemenië. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen de Hongaarse regering het op een akkoordje gooide met Hitler-Duitsland, kwam het gebied voor enkele jaren weer in handen van Hongarije.
Hoewel het optreden van de Roemeense autoriteiten de betrekkingen tussen de beide landen eigenlijk al sinds kort na de Tweede Wereldoorlog heeft belast, is de maat in Hongarije nu vol. Sinds jaren stromen de verhalen over een slechte behandeling van etnische Hongaren in het socialistische buurland onophoudelijk binnen. Het is slechts doordat de 'broederlanden' gewoon zijn hun vuile was binnenskamers te houden, dat de kwestie niet veel eerder een explosief karakter heeft aangenomen.

Ernstige situatie

Volgens een uitvoerige naar het Westen gesmokkelde verklaring van etnische Hongaren in Roemenië is de situatie ernstig, zo niet abominabel. Hongaarstalige publikaties verdwijnen langzaam maar zeker van de markt en de zendtijd op radio en televisie in het Hongaars is nagenoeg verdwenen. Hongaarstalige onderwijzers worden overgeplaatst naar 'puur' Roemeense streken en in Transylvanië worden Hongaarse scholen wegens gebrek aan leerkrachten gesloten. De etnische Hongaarse jongeren komen . op die manier steeds vaker op Roemeense scholen terecht. De Roemeense geheime politie, de Securitate, smoort alle vorm van oppositie in de kiem en daarbij zijn volgens het Samizdat al enkele slachtoffers gevallen.
De publikatie van de "Council of Reconciliation" spreekt van een culturele vernietiging van de Hongaarse cultuur en voegt daaraan toe dat de felle aanvallen op Hongaren in de Roemeense pers als het zo doorgaat tot pogroms zullen leiden. „Diegenen die zich niet willen assimileren, worden verjaagd, en diegenen die geen andere keus hebben dan te' blijven, worden met geweld geassimileerd", aldus de verklaring. Tegelijkertijd kent iedereen in Boedapest de verhalen van het brute en treiterende optreden van de Roemeense douane als Hongaren hun familieleden in Roemenië willen bezoeken. Daarbij zou zelfs Hongaarse literatuur in beslag worden genomen.

Te stille diplomatie

Hongarije stond echter steeds op het standpunt, dat het conflict via stille diplomatie uit de wereld diende te worden geholpen. Te stil, naar de zin van de Hongaarse publieke opinie. Eind vorig jaar verbraken de protestante kerken, verenigd in de Oecumenische Raad, het stilzwijgen. Zij publiceerden een open brief, waarin met „zorg en angst" de kwestie van de minderheden aan de orde werd gesteld. De rooms-katholieke kerk bleef niet achter en in haar nieuwjaarsboodschap "Solidariteit met de Hongaren in een minderheidspositie" beschuldigden de Hongaarse bisschoppen Roemenië ervan, de rechten van de Hongaren in dat land te schenden.
Ondertussen achtte de Hongaarse schrijversbond het nodig tijdens haar congres speciale werkgroepen in te stellen om over de positie van de Hongaarse minderheid in Roemenië te spreken. De autoriteiten hielden het aanvankelijk bij een polemiek in wetenschappelijke bladen en sussende reacties op vragen van de bevolking in radio- en televisie-uitzendingen.

Canadees voorstel

In Hongarije bleken wetenschappers intussen hard te hebben gewerkt aan een 200 pagina's tellend historisch werk over Transylvanië. Dit werk heeft Boekarest in toorn doen ontvlammen, te meer daar één van de medewerkers aan de publikatie, Bela Köpeczi was, minister van cultuur van Hongarije. De reactie van Boekarest was furieus. In een speciale publikatie wordt het werk naar de „vuilni.sbelt van de geschiedenis" verwezen en wordt Hongarije beticht van het verkondigen van „revanchistische, fascistische en racistische" stellingen. Volgens Boekarest is dat boek zelfs een opzettelijke poging om de territoriale integriteit van Roemenië te betwisten.
Om de zaak nog te verergeren, sprak Hongarije in maart zijn steun uit voor een Canadees voorstel op de CVSE-vcrvolgconferentie in Wenen. In het voorstel wordt de 35 ondertekenaars van de Slotakte van Helsinki gevraagd de rechten van de minderheden beter te beschermen. Hoewel Roemenië niet bij naam wordt genoemd, was het voor iedereen duidelijk wat Boedapest met deze stap bedoelde.
De reactie van Roemenië was opnieuw navenant. Eén dag na de indiening van het voorstel in Wenen kwam in Boekarest de "Raad van Duitse en Hongaarse arbeiders in Roemenië" bijeen in aanwezigheid van partijleider Nicolae Ceausescu. In een resolutie van deze officiële spreekbuis van minderheden in Roemenië, die expliciet naar de CVSEconferentie verwijst, wordt „elke pretentie" om lessen te geven over de manier waarop de nationale kwestie dient te worden opgelost afgekeurd. Minderheden in Roemenië genieten dezelfde rechten als de Roemeense burger, zo meldde het persbureau Agerpress dezelfde dag.
Tijdens een tocht langs allerlei officiële instanties in Boedapest blijken de functionarissen echter nauwelijks bereid enige toelichting op hun recente stappen te willen geven. Steeds wordt erop gewezen dat deze zaak niet via de publiciteit mag worden gespeeld. Wel kondigt men aan dat op „gepaste wijze en op gepast niveau" een reactie op de aantijgingen jegens minister Köpeczi zal volgen. De onderminister van cultuur, Ferenc Ratkai, wil alleen kwijt dat er „enige obstakels" zijn gerezen in de bilaterale betrekkingen. Voor verdere informatie over het lot van de minderheid in Roemenië verwijst hij cynisch naar Boekarest.

Ontkenning

Hoewel Hongarije het enige Oosteuropese land was dat het Canadese voorstel tijdens de CVSE-conferentie had gesteund, een stap zonder precedent,
wordt op het ministerie van buitenlandse zaken slechts gezegd dat de formulering van het voorstel voor Boedapest gewoon aanvaardbaar was. Men ontkent glashard dat er enig verband bestaat met de Hongaarse minderheid in Roemenië. „Wij hebben nog nooit een afzonderlijk land aangevallen en wij zullen dat ook in de toekomst niet doen", zo wordt gezegd. Een functionaris op het ministerie van cultuur, dat met de zaken over minderheden is belast, merkt nog fijntjes op: „Wij hebben het voorstcfvan Canada zonder bijgedachten gesteund. Roemenië had bijgedachten,"maar de Roemenen kunnen toch geen gedachten lezen?" Hij zegt verder dat de gelaten opstelling van de Hongaarse a'utoriteiten mede bedoeld is om geen nationalistische en chauvinistische opleving in de Hongaarse maatschappij te veroorzaken. Daarnaast maakt hij bekend dat het gewraakte werk over Transylvanië binnenkort in vertaling zal verschijnen. Dan kan iedereen kennis nemen van de „correcte visie" op het probleem. De zegsman van het ministerie van cultuur heeft geen behoefte om het voor zijn minister op te nemen. „Köpeczi heeft Franse en Roemeense letterkunde gestudeerd. Hij heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog Roemeense volksliedjes verzameld en gepubliceerd. Zo'n man kan toch geen vijand van Roemenie zijn?
De vice-voorzitter van het Hongaarse staatsbureau voor religieuze zaken. Peter Bugar, wil wel reageren op de kwestie. Hij zegt de open brieven van de ker-- ken te kunnen waarderen, omdat daarin wordt opgekomen voor een zaak die sterk speelt onder de bevolking. „Bovendien praten wij niet over overlopers, maar over Hongaren die door de ontwikkelingen in de geschiedenis plotseling in Roemenië woonden". De betrokkenheid van de Hongaarse kerk is van belang, zegt Bugar. „De regering luistert ernaar. De kerken stellen ten aanzien van de Hongaarse minderheid in Roemenië geen ultimatum, zij doen slechts een verzoek, dat geheel past in de lijn van het Helsinki-proces (CVSE)". Tegelijk zegt de functionaris te beseften dat voorzichtigheid in acht moet worden genomen. „Publiciteit is daarbij een goede zaak, maar alleen indien dat op een verantwoordelijke wijze geschiedt".




Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 mei 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Hongarije blijft beleefd in oplopende rel over rminderheid in Roemenië

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 mei 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken