Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het werk van een vergeten Leidse predikant was ons volk al anderhalve eeuw tot zegen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het werk van een vergeten Leidse predikant was ons volk al anderhalve eeuw tot zegen

Ds. Cats bracht de Satenvertaling over in de spelling en zinsbouw van zijn tijd

9 minuten leestijd

Leiden en de Statenvertaling, die horen bij elkaar. In die plaats hebben de statenvertalers gewerkt en is ook de eerste Statenbijbel gedrukt. Weinig mensen weten dat wij met betrekking tot onze Statenvertaling nog op een andere manier veel aan Leiden te danken hebben. Daarom dit artikel. Om de aandacht te vestigen op een man die in de geschiedenis van de Statenvertaling helemaal vergeten is: ds. Henricus Cats, die omstreeks 1830 in Leiden heeft gewoond en gewerkt.

Van deze Cats is maar weinig bekend. Ik heb geen portret van hem kunnen vinden. Hoe zijn prediking was, heb ik ook niet kunnen achterhalen. Hij kwam in Leiden in 1825, na eerst in Lunteren, Goes en Schiedam te hebben gestaan. Hij overleed in 1832, nog maar 47 jaar oud. Geschriften heeft hij, voorzover mij bekend, ook niet nagelaten. Toch is aan één uitgave zijn naam verbonden, een uitgave met een titel die ons overbekend is: "BIJBEL, of de gansche Heilige Schrift, bevattende al de kanonijke boeken" enzovoorts. Daaronder staat dan op het titelblad: "Ingerigt overeenkomstig de thans meest gebruikelijke taal en spelling".
Deze ds. Cats is de eerste geweest die de Statenvertaling heeft overgebracht in de spelling en zinsbouw van zijn tijd. En zo maken wij, als wij de Bijbel lezen, nog dagelijks gebruik van het werk van deze Leidse dominee.
De meesten van ons zouden er grote moeite mee hebben om het oorspronkelijke werk van de statenvertalers te lezen. En dat is echt maar niet alleen een kwestie van de „oude druk". De zinsbouw en spelling van onze taal hebben in deze 350 jaar nu eenmaal grote veranderingen ondergaan. Toch is de Statenvertaling na 1657, toen zij haar definitieve vorm had gekregen, 175 jaar (de helft van haar bestaan dus) herdrukt zonder dat er enige wijziging in werd aangebracht.
Begin vorige eeuw lazen de mensen de Bijbel dus nog net zo als de statenvertalers haar opgesteld hadden. Dat werd wel steeds moeilijker voor de lezers. Velen klaagden over de volstrekt verouderde spelling en zinsbouw. Menig voorlezer in de kerk begreep soms nauwelijks wat hij las, of (en dat was nog erger) hij meende het wèl te weten en paste al lezende de bijbeltekst willekeurig en menigmaal volstrekt verkeerd aan.

Verantwoording
Cats' Bijbel verscheen in 1834. In een voorrede legt hij er de nadruk op dat hij inhoudelijk niets aan de Statenvertaling heeft veranderd. Zijn aanpassingen betreffen de taal (de verbuiging der woorden en soms de geslachten), de spelling en vooral de leestekens. Soms heeft hij de zinsbouw gewijzigd, wanneer de duidelijkheid, zonder enige verandering van de betekenis, daardoor bevorderd werd.
„Onduitsche en min gebruikelijke woorden" verving hij alleen dan door „zuivere Nederduitsche", wanneer er zulke voorhanden waren waaraan algemeen dezelfde betekenis werd toegekend. Verder bracht hij nogal wat veranderingen aan in de spelling van de namen, die hij ook van klemtoon voorzag.
Ds. Cats heeft de verschijning niet meer mogen beleven, omdat hij op 1 mei 1832 na een langdurige ziekte overleed. De correctie van de drukproeven heeft hij maar ten dele kunnen verrichten. Daarom is zijn voorrede voorzien van een naschrift van prof. dr. W. A. van Hengel, waarin deze de lezer vraagt bij de beoordeling van het werk van ds. Cats twee dingen onder het oog te houden: „Het eene, dat hij een aanmerkelijk gedeelte van dit werk met een ziekelijk en steeds verzwakkend ligchaam verrigt heeft; het andere, dat hij niet als Taalkundige is opgetreden, (...) maar eenig en alleen als Christenleeraar, die mingeoefenden in het bezit van eenen Bijbel stellen wilde, welke meer met het spraakgebruik van den tijd strookte".
Inderdaad is het werk van ds. Cats niet vrij van fouten en inconsequenties. Toch dienen we hem de eer te geven dat zijn werk bepalend is geworden voor de meeste uitgaven van de Statenvertaling tot op heden. Wat de volksmond een "Jongbloed-bijbel" noemt, zou beter een "Cats-bijbel" kunnen heten, want hij heeft er het meeste werk voor verricht.

Revisie-pogingen
Na ds. Cats zijn verschillende pogingen gedaan om tot een ingrijpender aanpassing van de tekst te komen, het eerst door een commissie van professoren in 1844-1848, in opdracht van het Nederlandsch Bijbelgenootschap (NBG). Hun editie verwekte zoveel onrust onder het kerkvolk dat het NBG in grote lijnen terugkeerde tot de Cats-tekst. De professoren bleken zich de vrijheid te hebben veroorloofd om „resultaten der nieuwere exagese" in de tekst te verwerken. Eenzelfde lot was de Flakkeese Bijbel van 1893 beschoren, een uitgave die onder leiding van dr. A. Kuyper tot stand kwam en waarin veel woorden veranderd waren zonder strikte noodzaak.

In 1947 verscheen, wederom onder auspiciën van het NBG, de zogenaamde Esser-Kijne-bijbel, met niet alleen een duidelijke modernisering in taal en woordgebruik, maar ook theologische veranderingen, waarin de invloed van het werk der 'Nieuwe Vertalers' duidelijk te merken was. Deze uitgave was namelijk bedoeld als zogenaamde Interim-bijbel, om tegemoet te komen aan het ongeduld van hen die op de komst van de volledige Nieuwe Vertaling wachtten. Het duidelijkst blijkt die invloed in de vervanging van de woorden verdoemenis en hel in veroordeling en dodenrijk. Deze editie heeft veel verwarring en wantrouwen veroorzaakt onder het kerkvolk in de jaren veertig en vijftig. Na de komst van de NV verdween de vraag naar deze Interim-bijbel, zodat ze al lang uit de handel verdwenen is.

Naamval
Een laatste revisiepoging is de Editie-1977 geweest, ook van het NBG. Deze kenmerkte zich onder meer, doordat voor het eerst de „buigings-n" was weggelaten. Maar dat kan niet. Men kan de Statenvertaling niet ongestraft blijven aanpassen aan de ontwikkeling van de Nederlandse taal. Het weglaten van de naamvals-n maakt tal van teksten onduidelijk.
Zo luidt 1 Korinthe 3:17 in de Editie-1977: „Zo iemand de tempel Gods schendt, die zal God schenden". Men kan dit zo opvatten: Wie de tempel Gods aantast, tast God Zelf aan (zoals: wie Gods volk aantast, tast Zijn oogappel aan). Maar dat wordt niet bedoeld. Dien zal God schenden. Die moet verwachten dat God hèm zal schenden.
Zie wat er bij voorbeeld gebeurt in 2 Korinthe 10:18, Lukas 12:8 en 43, Johannes 14:17 en Hebreeën 12:6 en 7, als de buigings-n wordt weggelaten. En het zou ook zeer verwarrend zijn deze n in de ene tekst wel te gebruiken en in de andere niet. Het is dan ook te begrijpen dat de bijbeluitgevers tot op de huidige dag de Cats-bijbel zijn blijven uitgeven, zij het wel aangepast in spelling (de dubbele klinkers, sch's enzovoorts).

Hoofdletters Op één punt heeft de tekst van Cats nog wel een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Dat betreft het gebruik van hoofdletters. In de 17e eeuw golden daarvoor andere regels dan nu. Aanzienlijke functies bij voorbeeld werden toen met een hoofdletter geschreven: Koning, Richter, Engel. Dat doen wij nu niet meer. Anderzijds was het toen nog niet gebruikelijk om voornaamwoorden die betrekking hebben op de goddelijke Personen met een hoofdletter te schrijven (Hij, Hem, Zijn en dergelijke). Dat laatste gebruik is geleidelijk gegroeid en pas in de 20e eeuw volledig in de bijbeluitgaven verwerkt, echter met veel fouten. Een verkeerd hoofdlettergebruik kan de betekenis van een tekst helemaal verduisteren. Men onderzoeke met een goede verklaring (de kanttekeningen!) erbij in zijn huisbijbel eens de (wel of niet geplaatste) hoofdletters in Job 21:19, 34:17en 33, 37:7, Psalm 55:21, 78:28, Prediker 2;26,.Hooglied 1:16, Jesaja 16:10,30:21, Klaagliederen 3:34 en Hosea 12:5!

 Zwakke kanten
We hebben ds. Cats geprezen. Maar hij had ook zijn zwakke kanten. Als een echte 19e-eeuwer was hij uitbundig met komma's en uitroeptekens, waar de soberheid der statenvertalers beslist te verkiezen is. Alleen al in de eerste 24 hoofdstukken van Genesis heeft hij 97 uitroeptekens meer! In de spelling van de bijbelse namen volgt hij niet altijd een vaste lijn en de klemtoon zette hij nogal eens verkeerd.
Het 17e-eeuwse Nederlands interpreteerde hij menigmaal fout. Dat is echt niet zo eenvoudig te lezen als het lijkt Zo is slagh-orden (Genesis 14:8) enkelvoud, het meervoud was toen slaghordens of -ordenen. Er behoort dus nu slagorde te staan. Zo is ook in de volgende teksten enkelvoud bedoeld: „van hare sonden" (1 Koningen 8:35), „om deser saken wille" (Ezra 10:14), „de twistsake der weduwen" (Jesaja 1:17,23), „der rivieren " (Zacharia 10:11), „den overgeblevenen" (Richteren 5:13), „den ellendigen" (Job 3:20), „den slechten" (Psalm 19:8), „den gebondenen" (Jesaja 42:7), „desen laetsten" (Matthéüs 20:14), „den armen" (Jakobus 2:6).
Op al deze plaatsen geeft de „n " geen meervoud aan, maar is ze een 17-eeuwse naamvalsuitgang enkelvoud. Wij behoren dus nu te schrijven: „van hun zonde", „om dezer zaak wil", "de twistzaak der weduwe" enzovoorts. In zulke gevallen is het steeds nodig, nauwgezet de kanttekening en de grond tekst te raadplegen om te weten wat de statenvertalers precies bedoelden. Eenzelfde verhaal zou te doen zijn over de gebiedende wijs enkelvoud en meervoud.
Het woordje „haer" kan zowel meervoud (hen, hun), als vrouwelijk enkelvoud (haar) betekenen. Datzelfde geldt van „se" (bij voorbeeld salse). Daar is de Cats-tekst ook vaak fout. Men leze enkelvoud „haar" in Psalm 87:5 (Sion is bedoeld, niet de in Sion geborenen) en in Jeremia 33:9 „haar beschik" (niet de heidenen, maar Jeruzalem).
„Selfs" bij de statenvertalers betekent meestal „zelfs". Maar het kan ook voorkomen in de betekenis van „zelf", bijvoorbeeld 1 Samuel 11:7; 13:7; 14:15. Ook dat heeft Cats lang niet altijd gezien, bij voorbeeld 1 Samuel 20:29, Psalm 59-16.

Toch een zegen
Zo zouden honderden gevallen genoemd kunnen worden. Het is dus bepaald niet overbodig dat de Gereformeerde Bijbelstichting het werk van ds. Cats grondig heeft overzien. Steeds komen daarbij nog nieuwe fouten aan het licht.
Toch is het werk van ds. Cats 150 jaar lang ons volk tot een zegen geweest, ondanks de gebreken. Daarom mag ik hier wel stellen dat de GBS bij haar pogen de Statenvertaling in een verantwoorde editie uit te brengen, daarmee ook haar verre, onbekende voorganger in dankbare herinnering wil brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1987

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Het werk van een vergeten Leidse predikant was ons volk al anderhalve eeuw tot zegen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 september 1987

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken