Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Avenhorn zingt weer bij het traporgel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Avenhorn zingt weer bij het traporgel

Stichting tot Behoud van Harmonium laat nog steeds op zich wachten

6 minuten leestijd

Tot nu toe heb ik altijd gedacht dat het begeleiden van de kerkzang op een harmonium, evenals bij voorbeeld het verschijnsel van de voorzanger, tot een vergleden periode behoorde. Sinds een bezoek aan de hervormde gemeente van Avenhorn, een plaatsje in de buurt van Hoorn, weet ik wat dat harmonium betreft beter. Louis Huivenaar uit Oostzaan restaureerde voor Avenhorn een negen spels Mason en Risch harmonium, in 1892 in Amerika gebouwd. Een uniek gebeuren: een kerkelijke gemeente die een harmonium laat restaureren voor het begeleiden van de gemeentezang. En heus, de ramen rinkelen weer!

De restaurateur houdt zich trouwens met meer uitzondedijke dingen op muziekgebied bezig - ik hoor tenminste niet elke dag over reconstructies van papieren orgelpijpen zoals die tussen 1480 en 1590 vooral in Frankrijk gemaakt werden. En ook het aantal mensen die zich bezighouden met portatievenbouw, is in Nederland niet dik gezaaid.

Restauratie
Avenhorn is een plaatsje in de wijde groene ruimte van Noord-Holland, met in het dorp een klein kerkje. Aan de buitenkant wat verwaarloosd, met name de groene houten toren, van binnen keurig gerestaureerd - hoewel een verlaagd plafond van stro-platen een aanfluiting is voor een historisch kerkgebouw. De kerk herbergt zo'n zeventig stoelen en op het podium prijkt een drie spels Amerikaans harmonium. Een van de gemeenteleden kocht ongeveer drie jaar geleden ergens in de Betuwe een volstrekt verwaarloosd twee klaviers pedaaiharmonium dat misschien wel als vervanging voor het 'traporgel' kon dienen. Dat viel overigens erg tegen want de Mason & Risch verkeerde in een dusdanig gehavende toestand dat begeleiding van de kerkzang onmogelijk was. Maar ondertussen ging het wel om een uniek instrument, waarvan er in heel Nederland slechts vijf bekend zijn. Men besloot dus tot restauratie.

Werkplaats
Als ik de kerk bezoek, is die herschapen in een complete werkplaats: de stoelen zijn aan de kant geschoven, overal staan tafels met diverse harmoniumonderdelen. Op het balkon achter in de kerk liggen de complete zwelkasten en de balgen - en daar blijkt pas goed hoe ver we hier verwijderd zijn van het harmonium zoals we dat vroeger in de huiskamer tegenkwamen. De grootste tong van de Open Double '16 in het pedaal is ongeveer achttien centimeter lang en vier centimeter breed, die van de Bourdon '16 op het manuaal is iets smaller maar meet twintig centimeter. De balgen zouden bij een flink uit de kluiten gewassen huispijporgel prima voldoen. Kortom, zo'n instrument laat de ramen flink rinkelen en is duidelijk meer kerk- dan huisorgel. Louis Huivenaar benadrukt diverse keren dat het hier niet om een imitatie-pijporgel gaat, maar om een compleet zelfstandig kerkorgel. Weliswaar weigerde een bekende orgelbouwer de opdracht voor de restauratie: „Waarschijnlijk vond men het beneden hun stand om zich met een harmonium bezig te houden. Maar hier staat een kerkorgel! -alleen: het heeft tongen in plaats van pijpen. In de Bakenesserkerk in Haarlem wordt een zelfde instrument, hoewel iets kleiner, gebruikt in plaats van het pijporgel. En de mensen zingen er graag bij".

Wormen
Bij de restauratie is zo ongeveer alles wat uit elkaar kan uit elkaar genomen, „Want", zegt Huivenaar, „alles klemde, vrijwel alle schroeven waren verroest, de lijmverbindingen waren opgelost, het vilt opgevreten, alle leer gortdroog en gebroken, en er zat overal houtworm in". Het instrument is na restauratie geplaatst achter een nep-pijpenfront, niet alsof het nog steeds om een imitatie-pijporgel gaat, maar dat front was al aanwezig en Monumentenzorg wilde het graag handhaven. Gelukkig is de orgelgalerij niet te krap bemeten: het instrument is bijna twee en een halve meter hoog, ruim twee meter breed en anderhalve meter diep. Via het harmonium van Avenhorn komt het gesprek op harmoniums in het algemeen. Louis Huivenaar ziet duidelijk een toenemende belangstelling voor het zo lang verguisde instrument. „Vorig jaar heb ik in het totaal veertien complete restauraties uitgevoerd. Op verschillende adressen heb ik een harmonium geplaatst. Op de muziekschool raadt men een harmonium aan in plaats van een elektronisch orgel, omdat het toucher veel beter is. Met name in de buurt van Amsterdam en rond Utrecht zie ik die ontwikkeling". Gezien die toenemende belangstelling heeft Huivenaar ooit geprobeerd wat restaurateurs bij elkaar te krijgen om het harmonium verder te promoten. Maar volgens hem bestaat het harmoniumwereldje uit indivudualisten en een gezamenlijke campagne kwam dus niet van de grond. Een stichting tot behoud van het harmonium laat voorlopig nog op zich wachten. En daarbij blijft het probleem natuurlijk dat het altijd om oude instrumenten gaat, dus een relatief beperkt aantal. Nieuwbouw vindt nog wel plaats in Japan en Oost-Duitsland, maar de instrumenten worden niet geëxporteerd. Bovendien is het te horen of een tong in vele jaren van gebruik is ingespeeld of niet.

Als iemand in Nederland met nieuwbouw zou willen beginnen, zou de investering dusdanig groot zijn dat een vijf a zes spels harmonium minimaal 12.000 gulden op moet brengen - en dan is er geen markt meer voor. Het lijkt dus zaak zuinig te zijn op het geërfde pierement.

Meezingen
Huivenaars briefpapier vermeldt naast harmoniumrestauratie nog meer merkwaardige dingen: boekenrestauratie, papiermakerij (handgeschept), portatiefbouw, en orgelpijpen reconstructies (voor 1500). Nog afgezien van de niet alledaagse combinatie van activiteiten zijn de genoemde bezigheden op muzikaal gebied redelijk exclusief. Als hulporganist van de vrije evangelische gemeente in Amsterdam had hij behoefte aan een klein instrument waarmee hij naast de gemeente kon zitten om mee te kunnen zingen bij het begeleiden: „Ik wilde zelf altijd meezingen, maar op het kerkorgel liep dat wel eens spaak. Het is me wel eens gebeurd dat ik de draad kwijtraakte en dus maar gestopt ben met spelen. Je kunt je geen grotere afgang voorstellen!" De gemeente was maar klein, dus een kleiner instrument zou best voldoen. Uit de gerestaureerde boeken kende Huivenaar miniaturen met afbeeldingen van portatieven: kleine draagbare orgeltjes die op de knie bespeeld konden worden met de rechterhand, terwijl de linkerhand de balg aan de achterzijde van het instrument bediende. Zo'n instrument leek Louis Huivenaar bruikbaar voor de begeleiding en dus bouwde hij z'n eerste portatief.

Elitair?
Na die eersteling zijn er nog diverse andere gevolgd, met de verschillende bedieningsmechanismen zoals die in de Middeleeuwen voorkwamen: schuifjes, hefboompjes en ook het ons bekende klavier. Huivenaar noemt de instrumenten vooral geschikt voor een klein koor of een muziekgroep die zich toelegt op middeleeuwse en Renaissance- muziek. Mijn mening dat zo'n portatief met een prijs van rond de zesduizend gulden nogal een elitaire aangelegenheid is, deelt hij niet. Hij noemt de instrumenten wel op een andere manier elitair: er moet op gespeeld worden. „Er kwam een keer een mevrouw die een portatief wilde bestellen. „Dat zet ik op mijn dressoir", zei ze. Toen ik vroeg of het niet de bedoeling was dat er op gespeeld werd, zei ze: „Nee, het is zomaar voor de sier". Die opdracht ging dus niet door. Ik maak ze niet voor Jan Boterletter".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 september 1987

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Avenhorn zingt weer bij het traporgel

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 22 september 1987

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken