Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Etnische en godsdienstige verschillen maken Soedan moeilijk regeerbaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Etnische en godsdienstige verschillen maken Soedan moeilijk regeerbaar

Alleen coalitie van Arabische moslims en Afrikaanse christenen kan land besturen

14 minuten leestijd

KHARTOEM - De regering van Soedan viel op 22 augustus van dit jaar. De hevige burgeroorlog, de voortdurende honger, de onenigheid over de islamitische wetgeving en over de buitenlandse politiek waren de regering van Sadiq al-Mahdi te veel geworden. Na de omverwerping van het regime van president Nimeiri in 1985 en een korte periode van militair bestuur heeft deze democratisch gekozen coalitie van de grootste Soedanese partijen slechts twee jaar kunnen standhouden.

De opstand tegen president Nimeiri, die in april 1985 tot diens vlucht naar Egypte leidde, heeft een democratischer bestuur met zich meegebracht. De jonge democratie erfde echter een failliete inboedel. Het moeilijkste probleem voor de regering van Al-Mahdi was de sjaria, die Nimeiri in 1983 had ingevoerd.
Deze islamitische wetgeving was voor het zuidelijk deel van het land de druppel die de emmer deed overlopen. De zes miljoen zuidelijke christenen en animisten voelden zich ook daarvoor al lange tijd gediscrimineerd door de noordelijke, islamitische, Arabische meerderheid. Dit kwam vooral omdat het zuiden een veel geringere economische ontwikkeling heeft genoten.
Een regelrechte oorlog tussen noord en zuid was het gevolg. Het Soedanese Volksbevrijdingsleger van kolonel John Garang is thans heer en meester in het zuiden. Zelfs Juba, lange tijd het bolwerk van het bewind in Khartoem en het laatste steunpunt voor de regeringstroepen wat betreft de zuidelijke provincies, is kortgeleden in handen van het bevrijdingsleger gevallen.

Concessies
Al-Mahdi kan niet om John Garangs troepen heen en er zit voor hem niets anders op dan concessies te doen. Alle hoop van Khartoem is daarom gevestigd op een constitutionele conferentie, die tot binnenlandse vrede moet leiden. Om deze lang gehoopte conferentie van de regering, de oppositie en de rebellen te verwezenlijken is een ministerie van vrede gesticht.
Al eerder zijn er besprekingen geweest tussen Al-Mahdi en Garang. In juli 1986 ontmoeten de mannen elkaar in Ethiopië. Al-Mahdi ging er toen mee akkoord hem niet uit hoofde van zijn premierschap te ontmoeten, maar als leider van de nationale Ummahpartij. Dit was een bewijs voor de macht van rebel Garang. Garang heeft de regering dan ook nooit als legitiem willen erkennen.
Garang eiste tijdens de Ethiopische gesprekken dat Khartoem zich aan de afspraken moest houden die het nog maar kort te voren had gemaakt. Deze in de zogenaamde Koka-Damverklaring vastgelegde afspraken hielden onder meer in dat de sjaria-wetgeving moest worden afgeschaft.

Bloeddorstig
Al-Mahdi wil nu echter niets meer van deze verklaring weten, hoewel hij in 1983 onder Nimeiri gevangen zat, omdat hij zich tegen de invoering van de sjaria had uitgesproken. Hij noemde de sjaria toen „een bloeddorstige wetgeving van een politiestaat". Intellectuelen en verdedigers van de mensenrechten in Soedan hebben hem op zijn eigen woorden gewezen, maar behaalden daarmee geen resultaat.
Pas wanneer de sjaria is uitgebannen wil het zuiden over vrede spreken. Voor de niet-islamitische zuiderlingen en voor de meer op het Westen georiënteerde Soedanezen is deze wetgeving immers in hef geheel niet aantrekkelijk. Ook veel moslims willen er graag weer vanaf.
Als alternatief voor het handhaven of afschaffen van de sjaria heeft Sadiq al-Mahdi voorgesteld twee systemen van strafrecht te hanteren. Voor de zuidelijke christenen zouden dan andere regels gelden als voor de noordelijke moslims.
In feite is dit helemaal geen alternatief, maar gewoon een uitwerking van de sjaria. In de sjariawetgeving hebben christenen immers de vrijheid om binnen hun eigen gemeenschap een eigen strafrecht te hanteren.

Tweederangs burgers
Het weerzinwekkende van de sjaria voor de niet-moslims in Soedan is dat ze, nog afgezien van de brute strafmaat, tot tweederangs burgers worden gedegradeerd. Zuidelijke juristen verzetten zich hiertegen hevig en eisen dat het seculiere strafrecht van 1974 weer op nationaal niveau wordt ingesteld. De gevangenissen zitten sinds de invoering van de sjaria vol met mensen die wachten op de uitvoering van de islamitische straf, waartoe ze veroordeeld zijn. De bestraffing wordt meestal niet uitgevoerd. De coalitie van Al-Mahdi weigert de straffen daadwerkelijk toe te passen, ondanks herhaalde verzoeken van het Nationaal Islamitisch Front.
Deze partij bezet 53 zetels in het 301 leden tellende parlement. Leider van de partij is Hassan al-Toerabi, die als voormalig adviseur van Nimeiri de drijvende kracht was achter de invoering van de sjaria.
Geschat wordt dat sinds de invoering van de sjaria bij ongeveer vierhonderd mensen, inclusief niet-moslims, een hand is geamputeerd wegens diefstal en velen met zweepslagen zijn gestraft wegens het drinken van alcoholhoudende drank. Gerechtshoven spreken nog steeds sjaria-vonnissen uit, maar deze worden niet voltrokken. Alcohol blijft verboden. De overheid doet echter haar ogen dicht voor alcoholische dranken die privéclubs en huizen zijn binnengesmokkeld.

Militant protest
Sadiq al-Mahdi heeft, waarschijnlijk in een onbezonnen bui, beloofd de sjaria te zullen vervangen. Hij heeft dit nog niet gedaan en zal dat waarschijnlijk voorlopig ook niet doen. Het Nationaal Islamitisch Front opponeert sterk tegen een vervangende wetgeving. Al-Mahdi wil zelf ook niet dat Soedan seculariseert. Bovendien zou dit ook in eigen partij problemen geven.
Veel diplomaten verwachten dat de premier geleidelijk de betekenis van de sjaria zal afzwakken en dat hij deze wetgeving niet op nietmoslims zal toe-passen. Tevens zal hij scherpe randvoorwaarden stellen aan de toepassing van de sjaria op moslims. Zo'n compromis zal echter voor rebellen absoluut onvoldoende zijn en moslim-fundamentalisten tot militant protest aanzetten.
Garang vecht rustig door, zolang Khartoem niet op zijn eis ingaat. Zijn bevrijdingsleger wint duidelijk terrein. Op 16 augustus vorig jaar schoot dit leger een Soedanees burgervliegtuig neer, vlakbij het vliegveld van Malakal. Al-Mahdi kon deze daad mooi als aanleiding gebruiken om afstand te nemen van de Koka-Damverklaring.

Katoen
Omdat het neerschieten van het vliegtuig voor 60 mensen de dood betekende worden er sindsdien geen vluchten meer op het zuiden uitgevoerd. Dat heeft de miserabele situatie van dat gebied nog verslechterd. De zuidelijke weerstand tegen de noordelijke Arabieren is vooral het gevolg van de ellendige toestand, waarin de meeste niet-Arabieren in Soedan verkeren. Het zuiden is door de honger van de afgelopen jaren zwaar getroffen. Een echte oplossing voor dit probleem heeft Soedan nog niet gevonden. Soedan heeft zeer veel economische problemen. De verkoop van katoen, het belangrijkste exportprodukt, is goed voor tussen de 40 en 50 procent van de totale exportopbrengst. Dat is echter slechts 300 miljoen gulden per jaar. De opbrengst van de katoenverkoop is jarenlang erg tegengevallen.
Dit voorjaar schoot de verkoop omhoog, maar dat kwam door drastische prijsverlagingen. Soedan prijsde zichzelf lange tijd uit de markt door vast te houden aan met Egypte beklonken prijzen, die de marktsituatie niet in het oog hielden. Dit had zeer nadelige gevolgen omdat Egypte en Soedan de wereldmarkt al lange tijd niet meer zo goed beheersen als voorheen.

Misoogsten
In 1985 en 1986 bestond 61 procent van de totale landbouw van Soedan uit de produktie van katoen. Door het vasthouden aan de hoge prijzen zijn markten verloren gegaan en heeft Soedan veel te weinig harde valuta binnengekregen. De slechte opbrengsten van de katoenverkoop vielen samen met enorme misoogsten als gevolg van de droogte en een toestroom van miljoenen hongerige vluchtelingen. Soedan kwam toen voor opgaven te staan waartegen zijn economie niet opgewassen bleek.
Hoewel veel vluchtelingen inmiddels naar hun vaderland zijn teruggekeerd, moeten er nog steeds meer dan een miljoen hongerige magen extra worden gevoed. De meeste vluchtelingen zijn Ethiopiërs, maar Soedan herbergt ook honderdduizenden Oegandezen, Zaïrezen en Tsjadiërs.
De Soedanezen hebben een hekel aan deze vluchtelingen, maar zijn niet in staat hen bij de grenzen tegen te houden. Het zuiden van Soedan telt ongeveer zes miljoen bewoners. Zij kunnen in het regenseizoen gemakkelijk honger krijgen, als de voorraden op zijn.

Razzia's
Wanneer daarbij gelet wordt op de onveiligheid, die door de voortdurende burgeroorlog is ontstaan, is het geen wonder dat de levensomstandigheden voor de zuidelijke Soedanezen meer dan somber zijn. Kamel Shawki, Soedanees ambtenaar voor hulpverlening, heeft nadrukkelijk op deze zorgelijke situatie gewezen.
Aan regen is momenteel geen gebrek. Het zijn nu ratten, muizen en sprinkhanen die de oogst en de jonge aanplant opvreten. Is het een wonder dat deze arme sloebers naar de grote steden trekken om hun leven te redden?
Veel economen geven de overheid de schuld van het migratieprobleem. De meeste fabrieken en bedrijven bevinden zich immers rond de grote steden. Het platteland kent daarentegen veel te weinig ontwikkeling. Ook alle overheidsinstanties zijn in de steden gevestigd. Daarom trekken verarmde Soedanezen en buitenlandse vluchtelingen naar de steden.
In de steden wordt dat echter om begrijpelijke redenen niet gewaardeerd. Om orde op zaken te stellen hebben Khartoem en andere grote steden in het voorjaar de rondhangende werklozen massaal van de straat gehaald. De tijdens deze ordinaire razzia's opgepakte werklozen en vagebonden zijn verplicht tewerkgesteld op afgelegen katoenplantages.

Antipathie
De bewoners van Khartoem haalden opgelucht adem. Het inwonertal van hun stad was de laatste vijf jaar verdubbeld tot twee miljoen. Tot de inwoners behoorden minstens 500.000 migranten en vluchtelingen. Bussen en straten zijn nu niet meer zo overvol als de laatste jaren.
Voor de Arabische noordelingen is het uiteraard een zegen. De schaarse banen zijn nu weer voor Arabieren. Van publieke diensten als transport kan gemakkelijker gebruik gemaakt worden. Consumptiegoederen in de steden zijn minder schaars geworden.
De belangrijkste reden voor de deportaties lijkt het waarborgen van de veiligheid van het land te zijn, omdat veel vluchtelingen uit rebellengebieden komen. De veiligheidsambtenaren van Soedan beseffen natuurlijk ook dat de meeste migranten in het zuiden van het land leden van de Dinka-stam zijn, die in het Volksbevrijdingsleger van Garang een belangrijke rol speelt.
Zuidelijke en westelijke Soedanezen worden door dit beleid versterkt in hun antipathie jegens de centrale regering. De Arabieren die op de zwarte markt opereren' worden nooit opgepakt.

Marionet
De invoering van de sjaria en de razzia's tegen zuidelijke migranten zijn de onderdelen van het overheidsbeleid, die het meest worden gehaat. Minister Kunijwok Ayoker van arbeid en sociale zekerheid, die uit het zuiden afkomstig is, nam in het voorjaar ontslag, omdat hij het niet met de politieke gang van zaken eens was. Hij beschuldigde Al-Mahdi's regering van racisme. Zijn vertrek had tevens te maken met de aanstelling van Matthew Obur Ayang als president van de Raad van Zuid-Soedan.
De Raad van Zuid-Soedan is een onder Nimeiri opgericht politiek bestuursorgaan dat het zuiden een redelijke mate van autonomie moet garanderen. Matthew Obur Ayang wil in eerste instantie niet politiek bezig zijn. Hij probeert eerst een oplossing voor het voedselprobleem en de honger in het zuiden te vinden.
Matthew Obur heeft onder de zuiderlingen geen sympathie, omdat hij een vertrouweling van de regering in Khartoem is. Garang ziet niets in de aanstelling van deze 'marionet'.

Toevluchtsoord
Matthew Obur verdedigt bovendien de verplaatsing van de zetel van de Raad van het Zuiden van Juba naar Khartoem. Hij wijst daarbij op de onveiligheid in Zuid-Soedan. Dit is weliswaar juist, maar getuigt niet van veel begrip voor de zuidelijke belangen. Obur ziet zichzelf graag als opzichter van het zuiden, zolang de zuidelijke politici samenkomen om over een regeringsvorm te overleggen. Niet alleen de belabberde economie en de door de sjaria-wetgeving ontstane burgeroorlog, maar ook de betrekkingen met andere landen hebben de kabinetscrisis veroorzaakt. Egypte speelt vanouds een centrale rol in Soedans buitenlandse beleid. Een van de conflicten in het kabinet van Al-Mahdi hield verband met de relatie tot Egypte. De Ummah-partij van Al-Mahdi, die met 101 zetels de grootste Soedanese partij is, wilde inzake deze relatie uiterst behoedzaam te werk gaan. Nauwe betrekkingen met Egypte werden door de grootste coalitiepartner afgewezen. Deze Democratische Eenheidspartij is met 63 zetels de op een na grootste partij van het land.
Wat Soedan vooral dwars zit is dat president Moebarak van Egypte zijn land als toevluchtsoord voor Nimeiri heeft geopend. Daarvoor steunde Egypte Nimeiri tegen de Soedanese opstandelingen. Ondanks herhaalde verzoeken van Soedan wil Egypte hem niet aan Khartoem uitleveren.

Corruptie
Dit voorjaar ging Al-Mahdi voor het eerst bij Moebarak op bezoek. Aan het einde van een in februari afgelegd vierdaags bezoek werd een Handvest van Broederschap getekend. In wollige bewoordingen werd de speciale relatie tussen de beide landen benadrukt. Van de al lang bestaande plannen over verregaande politieke en economische integratie is duidelijk afstand genomen.
Soedan vreest de druk van een nauwe band met Egypte en wil niet dat de Egyptische economie die van Soedan gaat overheersen. Met de kapitalistische vrije handel van Egypte zou die kans heel groot zijn, te meer daar het nationaal inkomen van Egypte veel groter is dan het Soedanese.
De revolutie tegen het bestyur van Nimeiri had enkele socialistische ondertonen. Al-Mahdi wil zich niet graag met huid en haar aan het kapitalistische Egypte overgeven. De spreekwoordelijke corruptie van Egyptes economie is geen aansporing voor een nauwe relatie. Soedan wil wel graag de graanschuur voor de Arabische wereld worden, maar dan zonder Egptisch geld.

Bommenwerpers
Het zit Khartoem erg dwars dat Cairo steeds betere relaties met Ethiopië krijgt. Regeringsdelegaties vliegen af en aan, juist in een periode dat Soedan regelmatig grensconflicten met Ethiopië heeft. Ethiopië en Soedan beschuldigen elkaar van steun aan de rebellen in beide landen.
Egypte is ernstig bezorgd over de goede betrekkingen die Soedan met Libië heeft aangeknoopt. Het lijkt wel of Al-Mahdi als spelregel heeft dat de vijanden van zijn voorganger Nimeiri automatisch vrienden van hem zijn. Soedan laat regelmatig Libische troepen toe op haar grondgebied. Dat leidt uiteraard tot een gespannen verhouding met Tsjaad.
Al-Mahdi beschouwt Gadaffi niet als erg betrouwbaar. De ratio achter deze relatieverbetering lijkt echter te zijn dat de Libische kolonel als vijand gevaarlijker is dan als vriend. Vooral de grote behoefte aan economische steun van Libië heeft tot Al-Mahdi's pragmatische opstelling geleid.
Al-Mahdi's Libië-politiek heeft snel dividend opgeleverd. Libië heeft al aanzienlijke steun aan de wanhopig trieste economie van Soedan gegeven. Tevens kon Soedan van Libië Russische bommenwerpers lenen om tegen de rebelse zuiderlingen in te zetten.

Wishful thinking
Met een buitenlandse schuld van meer dan 20 miljard gulden en bijna geen export is het beëindigen van de burgeroorlog van het grootste belang. De binnenlandse strijd kost de regering ongeveer even veel als de export oplevert. Wil Soedan zijn land ontwikkelen en van honger en dood redden, dan moet er zo snel mogelijk een nationale eenheid ontstaan.
Hoe probeert de regering tot een vergelijk met de opstandelingen te komen? De enige oplossing is volgens het bewind een nationale constitutionele conferentie. Is het geen wishful thinking te menen dat overleg tot vrede zal leiden?
Voormalig veldmaarschalk Suwar ad-Dahab, die vrijwillig de macht aan de democratisch gekozen regering van Al-Mahdi overdroeg, ziet een militair bewind als enig alternatief. Een militaire regering zou echter voor iedereen nadelig zijn. Hij is ervan overtuigd dat men zijn verstand wel zal gebruiken. Maar niet iedereen in Soedan is daar even zeker van.

Hersenschim
Philip Abbas Ghabbaush, parlementslid voor de Soedanese Nationale Partij, is er honderd procent zeker dat er geen vredesoverleg met de Volksbevrijdingsbeweging van John Garang zal komen. „Al-Mahdi is enkel geïnteresseerd in een militaire oplossing".
Hij ziet daarvoor een bewijs in de aanstelling van de reeds genoemde Matthew Obur tot president van de Raad van Zuid-Soedan. Bovendien weet Abbas Ghabbaush zeker dat John Garang ook niet wil deelnemen aan zo'n conferentie, nu Al-Mahdi duidelijk heeft van kracht blijft. De vrees leeft bij velen dat Sadiq al-Mahdi hoopt het conflict met behulp van het leger te kunnen oplossen.
Dr. Tayweer Mohammed Ahmed, speciaal afgezant van de Nationale Alliantie voor de Redding van het Land, waaraan ook de regeringspartijen deelnemen, heeft weinig hoop op een goede oplossing. „De premier meent nu met het leger de rebellen te kunnen verslaan en houdt de hersenschim van een overwinning voor ogen. Dat wordt wel bewezen door de recente aanstelling van Fadhalla Burma tot minister van defensie, die bekend staat om zijn antipathie tegen de zuidelijke stammen".

Opzij
Soedan heeft een leger van 50.000 man. Dat zijn er veel te weinig om een burgeroorlog mee te winnen. De bewapening is slecht en het aantal wapens veel te gering. Met de munitie en het aantal vervoermiddelen is het al niet beter gesteld.
Geen enkele groep in Soedan kan het land alleen regeren. Alleen een coalitie heeft zin. Dat is op dit moment wel zeer moeilijk, gezien de grote verschillen in morele en politieke opvattingen tussen Arabische moslims en Afrikaanse animisten en christenen. Een democratische ontwikkeling is pas mogelijk wanneer etnische, godsdienstige en regionale verschillen opzij worden gezet.

Poging
Nadat op 22 augustus de coalitie van Al-Mahdi was uiteengevallen, onderstreepten zuidelijke politici en het bevrijdingsleger nog eens dat de sjaria afgeschaft en de relatie met Libië verbroken moesten worden. Bij de vorming van een nieuwe regering is de positie van het Nationale Islamitische Front van groot belang.
Sadiq al-Mahdi zal waarschijnlijk een poging doen om deze partij in zijn coalitie te brengen. Daarvoor moet hij eerst zijn eigen partij van het belang hiervan overtuigen. Soedan heeft in feite slechts te kiezen tussen het Nationale Islamitische Front en de niet-islamitische rebellen. Een keuze voor of tegen de sjaria kan een keuze voor of tegen de burgeroorlog zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Etnische en godsdienstige verschillen maken Soedan moeilijk regeerbaar

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken