Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Verkeerde vragen bij een goede les

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Verkeerde vragen bij een goede les

Voorzichtig met oordeel over feiten van toen gepast

4 minuten leestijd

DEN HAAG - „Wie is nu uiteindelijk verantwoordelijk voor deze affaire?" Deze vraag borrelt telkens weer op bij mensen die nadenken of spreken over de lopende parlementaire enquête. Anderen hebben hun twijfel over het nut van de enquête reeds omgezet in de zekerheid „dat het toch allemaal niets oplevert". Het is niet eenvoudig te leven met een oordeel wat niet Is afgerond. Dan stellen we ons nog liever voorlopig op een standpunt. Tot het tegendeel blijkt.

Enig relativerend vermogen kan geen kwaad. In het zicht vanj^de eeuwigheid is heel veel op aarde van betrekkelijk belang. Ook deze enquête gaat voorbij. Aan de andere kant moeten we ons niet laten verleiden tot onverschilligheid en zorgeloosheid ten aanzien van dagelijkse gebeurtenissen. We doen de enquêtecommissie geen recht als we haar nauwgezet onderzoek bagatelliseren.

Het is onjuist te zoeken naar een schuldige. Als er al laakbaar werd gehandeld, dan komt dat niet voor rekening van één persoon. Veel handelswijzen die ons nu dubieus voorkomen, waren normaal in de periode dat teveel subsidie zou zijn uitgekeerd. Het onderzoek richt zich op een tijdvak met een sterke woningbehoefte. Woningnood was tot het eind van de jaren '70 hèt onderwerp dat politiek erg op de spits werd gedreven. De markt was in zekere zin overspannen. Onder druk komt een mens soms tot gekke dingen.

Het is eveneens onjuist te veronderstellen dat de parlementaire enquête toch niets oplevert. De verhoren verschaffen ons een helder inzicht in het functioneren vBn een departement. Het machtsspel tussen bewindslieden, beleggers. Kamer en ambtenaren intrigeert. We moeten daarbij voor ogen houden dat het bij volkshuisvesting en ruimtelijke ordening gaat om een 'normaal' departement, dat zich beslist niet in negatieve zin onderscheidde van andere ministeries. Dat geeft te denken.

De cultuur van ons denken is veranderd. We zijn kinderen van onze tijd. In de jaren '60 en in het begin van de jaren .'70 was er nog geen sprake van een controlecultuur. Tegenwoordig geloven we niemand meer, maar toen gebeurde veel op basis van vertrouwen. De voortgaande economische groei gaf vertrouwen in de toekomst en zelfvertrouwen. Daarnaast geloofde men nog in onkreukbare instituten. Er was sprake van overmoed, op groei en bloei gefundeerd.

Het kabinet-Den Uyl heeft zich te laat en onvoldoende gerealiseerd dat de economische groei stagneerde. Door een te royaal beleid is ons land in financiële problemen gekomen. Het valt overigens te bezien of een coalitie van CDA en VVD het er in die dagen veel beter had afgebracht. Een mentaliteit verandert nu eenmaal niet zo snel als de economische groei stagneert.

Particulieren

Het zijn niet alleen de hoge heren geweest die zich door optimisme hebben laten leiden. Veel burgers hebben in die jaren een huis gekocht met een hoge hypotheek. Uitgaande van een blijvende lage rente en gunstige loonontwikkelingen werden verplichtingen aangegaan waar we nu huiverig tegenover zouden staan. Ook particulieren hebben gebruik gemaakt van subsidieregelingen die ruimte lieten voor een gunstige interpretatie. Velen onder ons hebben wat af gerommeld met hardhouten kozijnen, trappen en deuren die niet voorkwamen in de officiële plannen. De controle was gebrekkig en het geweten werd gesust met de gedachte dat men toch eerlijk voor de extra's had betaald. Wie stond er bij stil dat deze handelswijze meer subsidie kostte? Wie had er ook maar gedacht dat de schatkist een bodem heeft?

De parlementaire enquête is een les voor de toekomst. Organisatorisch is er op de ministeries al veel veranderd. Het kan nog bedrijfsmatiger. De verantwoordelijkheid van een secretaris-generaal is ook nu nog in veel gevallen niet helder. De administratie op verschillende departementen laat te wensen over. Het zogenaamde feitenonderzoek door de Kamer kan bijdragen tot verbetering van deze situatie. Zo kan ook het rapport van de enquêtecommissie helpen bepaalde fouten in de toekomst te voorkomen.

De enquêtecommissie levert tot op heden goed werk. Partijbelangen spelen geen rol van betekenis bij het aan het licht brengen van de feiten. Het gezelschap is gemêleerd genoeg om tot afgewogen conclusies te komen. Koppensnellers zijn het niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Verkeerde vragen bij een goede les

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken