Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De erfgenamen van de

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De erfgenamen van de "Berken-Hof

Verhaal van de Veluwe omstreeks 1890

3 minuten leestijd

Er ruiste een psalm in haar hart: „Hij maakte. Hij, die heerlijk is. Zijn wond'ren een gedachtenis; Hij is barmhartig en genadig; Hij gaf hun, die Hem vrezen, spijs; en. Zijnen groten naam ten pnjs, gedenkt Hij Zijns Verbonds gestadig". Daardoor had zij ook zeven jaar nodig gehad om naar de dag van de toekomst te kunnen verlangen. Nu begreep zij waarom de boerin, die als een tweede moeder zich voor haar inzette, die jonge verkering van haar met Jeroen, nu zeven jaar geleden, wilde voorkomen. Die honger, om zo te zeggen, was gezonder dan het verzadigd zijn. De voorbereiding geeft aan de viering van de levensvreugde een diepere grondslag. Wie kan wachten, leert daarmee tegenslagen op te vangen. Elsje gevoelde op dit moment heel duidelijk hoeveel voorrechten ze tot hiertoe ontvangen had. Er was van het begin af dat ze op de stille hoeve van Jochem Hansman gekomen was, nooit een avond geweest dat zij haar knieën niet gebogen had voor haar krib op de kelderzolder, om de Heere te danken voor al de zegeningen en weldaden die zij had mogen ontvangen. Zij herinnerde zich heel levendig hoe de boerin die eerste avond samen met haar neerknielde en hardop voorging in bede en dankzegging. Zij zou deze belevenissen niet graag hebben willen missen. Het had richting en stuur aan haar leven gegeven. En toen... daar stond hij, Jeroen Paarsvelde, in de opening van de houtwal die uitzag op de kleine boerderij op de achtergrond. „Hoe wist jij dat ik komen zou?" Een lichte glimlach speelde over het gezicht van Jeroen.

Hij zei: „Ik wist het niet, maar ik hoopte het wel". Even stonden ze stil. Was Elsje Boekhout veriegen door deze onverwachte ontmoeting? Ze was toch op weg naar hem toe! Jeroen bTeef nog staan. In het stille licht van de avondzon, dat een tere glans gaf aan de struiken, stond Elsje nu een paar treden van hem vandaan.

Wat stond dat mutsje haar goed, vooral nu. En hoe keurig dat groene jak, met die fijn uitge„Dat mag noe wel, hee?" Ze liepen allebei zo maar wat te peinzen. Zeven jaren, ze waren voorbij. Maar toen schaamde Elsje zich. Hoe was ze zo met zich zelf vervuld!

Ze vroeg: „Jeroen, hoe is't met Marien? Ik moet vaak aan hem denken".

„Daor kuj nog nie veul van zegg'n. Hie is knap ziek. Mer mott'n 'r niet een dag of negen veurbie goan, eerdat 'r veraandering kump?"

„Ik geloof het wel, ja", zei Elsje.

De bonte fok kwam hen kwispelstaartend tegemoet. Hij had in de verte de vreemde stem al vernomen. Alsof hij moeder de vrouw wilde waarschuwen, liet hij een zenuwachtig blafje horen. Of was het om hen te begroeten? Zijn achterlijf ging al meer heen en weer, totdat Elsje hem over de kop geaaid had;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 5 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

De erfgenamen van de

Bekijk de hele uitgave van maandag 5 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken