Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HGJB-enquête radio en tv eist zelfonderzoek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HGJB-enquête radio en tv eist zelfonderzoek

8 minuten leestijd

Televisie houden of het huis uit? Dat is meestal het dilemma waarin een discussie over het 'glazen oog' uitmondt. Maar is er eigenlijk geen alternatief? Is er geen andere of althans eerder te overwegen mogelijkheid? Moeten de mensen die verantwoordelijk zijn voor het maken en de uitzending van programma's —de 'levende' geest achter de dode techniek— niet 'gemuilkorfd' of aan banden gelegd worden? Juist omdat de televisie-techniek niet langer beperkt blijft tot amusement, komt de vraag of het gebruikelijke dilemma nog perspectief biedt steeds meer aan de orde.

Over televisie, programmamakers en hun opzet licht mij het jongste "TijdSchrift" van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond breedvoerig en betrouwbaar in. Ik kan het karakter van die informatie over programmamakers samenvatten met een zin van medewerker drs. N. C. van Velzen: De zogenaamde objectieve informatie is in werkelijkheid zeer subjectief".
Vandaar mijn vraag wat te doen met de programmamakers en hun kornuiten. Moeten wij op dit punt wellicht het alternatief zoeken voor onze houding tegenover de steeds meer oprukkende beeldschermen met spel -jazeker- maar vooral ook met wetenschap en techniek op onze studeer- en in onze huiskamers?

Enquête
Het "TijdSchrift"-nummer verschaft de -voor mij toch wel schrikbarende— uitslag van een enquête over televisie in HGJB-zomerkampen. Er kwamen 172 van de ruim 300 verspreide enquêteformulieren terug. De daaruit te trekken conclusie luidt: „Het medium televisie wint steeds meer aan invloed in christelijke gezinnen. Ook het zondagse familieleven moet hiervoor wijken."
Van de geënquêteerden neemt 72 procent regelmatig deel aan het kerkelijk jeugdwerk. Een kwart van de 172 kiest op zaterdagavond voor het bezoeken van bar of discotheek. 65 procent van de jongeren luistert meer dan twee keer per dag naar de radio en 70 procent heeft voorkeur voor popmuziek. 40 procent houdt van gospelmuziek. 17 procent van de jongeren die graag naar muziek via de radio luisteren, heeft voorkeur voor EO en NCRV. Maar liefst 60 procent maakt het niets uit om welke omroep het gaat. 11 procent kiest voor Veronica en TROS.
Het kijken naar de televisie neemt enorm toe. 54 procent van de geënquêteerden kijkt iedere dag. In 1980 was dat nog maar 31 procent! Voor drie kwart van hen is de zondag ook een normale kijkdag. Bij ruim 70 procent van de ondervraagde jongeren staat ook daadwerkelijk een televisie in de woonkamer.

Divers
Ik ben nooit HGJB'er geweest. Allereerst om de eenvoudige reden dat ik geen lid ben van de Hervormde Kerk. Bovendien omdat ik mij weleens niet in sommiger standpunt kan vinden. Overigens geldt dat natuurlijk niet uitsluitend de HGJB. Niet iedereen is het in Nederland met iedereen eens. Dat hoeft ook niet. Wie zou nooit met een ander van mening mogen verschillen?
Toch waren het naar mijn gevoelen niet altijd onbelangrijke dingen. Het al te spanningsloos uitgaan van de stelling: In Jezus Christus ontvangen wij vergeving, het leven als kinderen van God: Wij mogen voor God staan, ons laten liefhebben. Hem onze Vader noemen, ons leven in Zijn Vaderlijke hand weten...; diverse uitingen van een bepaalde levensstijl; en nog zo wat van die dingen.
Wij hebben daar als redactie weleens publiekelijk over willen discussiëren met gezaghebbende HGJB'ers en hun critici. Dat bleek niet mogelijk. En zoals de opinie van onze krant hen soms tot verdriet bracht, zo zat de bedoelde weigering ons hoog. Zeker indien je als redactie aanbiedt dat de te publiceren tekst van te voren ter inzage wordt aangeboden.

Geen leedvermaak
Je kunt je natuurlijk afvragen in hoeverre er verband bestaat tussen deze vraagtekens die ik (en anderen met mij) ooit plaatsten en de uitslag van de enquête. Dit verband is er waarschijnlijk wel. Het goede nummer van "TijdSchrift" -ik ben er blij mee en tegen die achtergrond durf ik ook eerlijk te zijn— legt op een zo verrassende manier het kwaad van de moderne media bloot, dat verband tussen het luister- en kijkgedrag, veroppervlakkiging en levensstijl voor de hand ligt.
Die conclusie zou de schijn kunnen wekken van leedvermaak of van zelfrechtvaardiging. Daar wil ik mij echter verre van houden. In de eerste plaats: aan welke kerk of geloofsgemeenschap zou secularisatie in leer en leven voorbijgaan? Niet aan de Hervormde Kerk. niet aan de Christelijke Gereformeerde Kerken, niet aan de (beide) Gereformeerde Gemeenten, niet aan de Oud Gereformeerde Gemeenten! Dus is er geen plaats voor 'handenwrijven'.

Tevreden met tv?
In de tweede plaats wordt die weg mij volkomen geblokkeerd door de kwaliteit van het themanummer "Tevreden met TV?" Om maar een paar dingen te noemen; De kolomschrijver Clip wijst erop hoe wij gemanipuleerd worden door Hilversum, Bonn of Londen. Herman van Wijngaarden citeert een 23 jaar oude 'profetie' van de VARA: „Er is een nieuwe oecumenische religie, die allen —gelovigen en ongelovigen— heeft bekeerd tot een nieuw, intens geloof' en hij legt er de vinger bij hoe vaak wij de televisie „eigenlijk zouden moeten uitzetten" maar dat niet doen. De laatste zin spreekt boekdelen: „Of moeten we de televisie met z'n allen toch maar wegdoen...".

In een andere bijdrage zegt Herman: „Vroeger dacht men dat de media werkten als een injectie-spuit; je spuit het erin en de mensen worden er automatisch door beïnvloed. Later relativeerde men dat: mensen zouden zich toch wel kunnen beschermen tegen de invloed van de media. En weer later dacht men dat de media zelf nauwelijks enige invloed hadden. Tegenwoordig meent men echter dat de media -en vooral de tv- wel geen almachtige invloed hebben, maar toch zeker hun sporen achterlaten. Je zou kunnen spreken van de infuustheorie: druppelsgewijs, bijna onmerkbaar worden we beïnvloed. Als we de gestadige druppels van de televisie kritiekloos in ons denken laten vallen, zou dat dan zelfs de hardste weerstand niet uithollen?"

Laatste woord
Zo gaat dat door in "TijdSchrift". Inclusief een bijdrage van Van Velzen, waarin hij zegt: „De radicaalste oplossing is natuurlijk: geen tv nemen en als je haar wel hebt opruimen. Die oplossing kan goed zijn, als je weet dat de tv je te veel in beslag neemt". Bij dit „kan goed zijn" blijft het in "TijdSchrift". Het laatste woord wordt niet gesproken. En absolute afwijzing is er niet. Immers, zo citeert Van Velzen de Amerikaan Neil Postman: „Afschaffen helpt niet, je moet ermee leren omgaan".
Ik zou mij in een nog radicaler afwijzing heel goed kunnen vinden. Twee kanttekeningen ben ik mij echter bewust dan toch wel te moeten maken.

Onafwendbaar
In de eerste plaats: Wij zitten zo langzamerhand in een situatie dat we de techniek niet meer buiten de deur kunnen houden. Ik zei het al: wetenschap en techniek, studie en spel brengen de beeldschermen onafwendbaar binnen. Techniek en televisie echter -in die situatie komen we echt terecht- zijn binnen afzienbare tijd niet meer te scheiden. De een in huis halen betekent de ander binnenlaten. En wat dan?
Ascese en absolute onthouding? Waar liggen de grenzen van de vreemdelingschap? in een reeks toelaatbare of ontoelaatbare kenmerkende daden of gebruiken? Of zijn die grenzen primair van meer geestelijke aard en laten ze ruimte voor eigen verantwoordelijkheid.
Wat dan zo vroeg ik? Een volledig isolement met eigen (kostbare) toepassingsmogelijkheden van de elektronica en beeldschermtechniek voor de gebroken gereformeerde gezindte soms? Met alle grote problemen en onderlinge verdeeldheid van dien?
Of moeten wij de techniek gaan aanvaarden en een andere spits gaan geven aan onze tegen de televisie gerichte activiteiten? Namelijk in de richting van programmamakers en zendgemachtigden, die vrijwel altijd onverantwoord omspringen met hun verantwoordelijkheid? Moeten wij hen 'op de huid" zitten?

Een eigen antwoord
Ik stelde in deze laatste alinea's tal van vragen. "TijdSchrift" bedoelde niet die vragen aan de orde te stellen. Zijn vraag was (verstandig) bescheidener, minder omvattend: „Tevreden met TV?" Het laatste woord wordt er niet over gesproken. Ik kom bij de tweede kanttekening die ik beloofde.
Bij het groeien van je gezin en je jaren weet je dat een bot en ongeargumenteerd "neen" tegen de jeugd het vaak niet 'doet". 'TijdSchrift" legt de argumenten op tafel en dat nodigt -denk ik... nee, zo ver durf ik niet te gaan- hoop ik de amusement minnende luisteraars en kijkers uit (want om die categorie gaat het mij dan) tot het trekken van de onafwendbare conclusie: De deur uit met dat ding.
Ik vraag mij af: Hoeveel schuld hebben wij zelf als ouderen (nou ja?) aan de schrikbarende uitkomst van de enquête? In de eerste plaats door het apparaat aan te schaffen en vrijelijk ter beschikking te stellen van ons gezin. Welzeker, dat ook. Maar zie ik ook in geval van een ongeargumenteerd "neen" -als een botte afwijzing die niet voortkomt uit de liefde van de vreze des Heeren- bij een zekere categorie niet bij voorbaat de stekels omhoog gaan? Kan dat niet anders?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

HGJB-enquête radio en tv eist zelfonderzoek

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 10 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken