Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Actie voor nieuwe provinciale weg Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Actie voor nieuwe provinciale weg Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland

Verkeersproblemen door slechte ontsluiting West-Alblasserwaard

11 minuten leestijd

ALBLASSERDAM/NIEUW-LEKKERLAND De gemeenten Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland zijn op dit moment bezig om door middel van een structuurschets de provincie ZuidHolland over te halen voor de aanleg van een nieuwe provinciale weg. Deze verbindingsweg vindt men noodzakelijk ter verbetering van de regionale verkeersstructuur in de West-Alblasserwaard.

Bij de provincie vraagt men zich echter tot op heden af of de structuur van beide gemeenten een dergelijke kostbare en ingrijpende voorziening rechtvaardigen. Aan de hand van de huidige beschikbare gegevens en rapporten, heeft men dan ook geen positieve beslissing durven nemen. Naar aanleiding hiervan hebben beide colleges van B en W in juni van dit jaar gedeputeerde Th. F. J. Jansen voorgesteld de noodzaak van een nieuwe verbindingsweg aan te tonen door middel van een structuurschets. Deze structuurschets zal inzicht moeten verschaffen in de sociaal-economische structuur van beide gemeenten an de toekomstige ontwikkeling hiervan in relatie tot de verkeersproblematiek.
Nieuw-Lekkerland en Alblasserdam hebben voor het maken van de schets onlangs respectievelijk 20.000 en 40.000 gulden uitgetrokken. Een werkgroep, waarin vertegenwoordigers van beide gemeenten, de province Zuid-Holland en een onafhankelijk bureau zitting hebben, zal de structuurschets opstellen. Deze schets zal gereed moeten zijn voordat de provinciale besluitvorming inzake het streekplan Zuid-Holland-Zuid in begin 1988 zal plaatsvinden.

Provinciale weg
In de jaren '60 was er in het provinciaal wegenplan al sprake van een provinciale weg (de SW 44) die de West-Alblasserwaard moest ontsluiten. Maar in het begin van de jaren ‘70 heeft de provincie deze weg van haar wegenplan afgevoerd. Dit tracé vond destijds aansluiting op Rijksweg A-15. In het ontwerp-streekplan Zuid-Holland-Oost, dat in 1986 ter visie heeft gelegen, is geen rekening gehouden met een tweede ontsluiting van de West-Alblasserwaard. Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland hebben bezwaarschriften ingediend tegen dit streekplan.
Bij de statenbehandeling van het streekplan hebben de ingediende reacties geleid tot unanieme aanvaarding van een motie van SGP-statenlid Houtman, waarin op nader onderzoek en overleg met beide gemeenten wordt aangedrongen. De vragen van de gemeenten om een ontsluitingsweg, zijn tot op heden door de provincie echter negatief beantwoord. Vooruitlopend op de uitkomsten van een door de provincie ingesteld verkeersonderzoek berichtte men op juni: „Overigens zal, ook bij een positieve uitkonist van de studie, de status van de weg te laag zijn om in het streekplan te worden opgenomen". Het door de gemeente ingediende bezwaarschrift „leidt niet tot wijziging van het plan". In de zonder enig overleg met beide gemeenten opgestelde Nota over verkeersproblematiek Alblasserwaard-West wordt de aanleg van een regionale verbinding afgewezen.

Centrum belast
In de gemeente Alblasserdam is het centrum op dit moment zeer zwaar belast door autoverkeer. Vooral bij het kruispuntencomplex rond de Dam levert dit problemen op. Dit komt omdat al het ingaande en uitgaande verkeer gebruik moet maken van het genoemde kruispuntencomplex. Met name tijdens de spitsuren leidt dit tot opstoppingsproblemen voor zowel het plaatselijke als doorgaande verkeer.
Hierbij komt dat de gemeente Nieuw-Lekkerland slechts bereikbaar is via de gemeenten Alblasserdam en Graafstroom (kern Oud-Alblas). Het merendeel van het verkeer met bestemming Nieuw-Lekkerland gaat via het centrum van Alblasserdam. Deze verkeersstroom brengt tevens met zich mee dat Oost- en West-Kinderdijk, overgaand in de Lekdijk, zeer zwaar worden belast.
Alblasserdam ziet hieraan een aantal belangrijke bezwaren verbonden. De gemeente vindt dit traject ongeschikt voor zwaar vrachtverkeer. De aanwezigheid van een aantal grote bedrijven, zowel in Alblasserdam als in Nieuw-Lekkerland, brengt echter met zich mee dat er veel zware en bijzondere transporten plaatsvinden met gewichten van 40 à 45 ton per vrachtwagen.
Maar de onveiligheid geldt ook voor langzaam verkeer. De inwoners van de gemeente Nieuw-Lekkerland zijn namelijk voor veel voorzieningen aangewezen op de gemeente Alblasserdam.

Evacuatieproblemen
Verder wijst men op evacuatieproblemen bij grote rampen, zowel op de dijk als op de rivieren de Noord en de Lek. De westelijke ontsluiting van de gemeente Nieuw-Lekkerland ligt langs deze drukbevaren rivieren. De aanleg van een rechtstreekse verbindingsweg tussen de gemeenten Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland doet de kans op het ontstaan van ernstige gevolgen bij rampen aanzienlijk afnemen.

Op langere termijn zullen nog meer problemen ontstaan. Want indien het huidige bouwtempo van woonvoorzieningen wordt gecontinueerd, zullen omstreeks 1995 alle thans in beeld zijnde bouwlocaties zijn volgebouwd. Omdat Alblasserdam tussen de Noord en het molencomplex van Kinderdijk ligt ingeklemd, zijn de enig denkbare locaties waar na 1995 nog woningbouw mogelijk is. De Lange Steeg, polder Souburgh en het zuidelijk gedeelte van de polder Kortland. Eventueel zou nog aansluiting kunnen worden gezocht bij de woonbebouwing van Papendrecht in of nabij de polder het Nieuwland. Doch afgezien van de ontwikkelingsproblematiek aldaar, zou bij die locatie elke relatie met de Alblasserdamse bevolking zoek zijn.

Kortland
Van genoemde bouwlocaties is die in de polder Kortland het meest geschikt. Als hier woningbouw plaats zal vinden wordt de noodzaak van een tweede ontsluitingsweg van Alblasserdam nog verder vergroot. Een ontsluiting van dit gebied via de huidige bebouwde kom stuit door de wegen aldaar op problemen. Bovendien zou bij het uitblijven van een tweede ontsluiting, door toenemend autoverkeer onder andere van en naar het nieuwe woongebied, het huidige centrum nog zwaarder belast worden. Het is echter nog niet met zekerheid te zeggen of in de polder Kortland in de toekomst daadwerkelijk woningbouw zal plaatsvinden. Eén en ander zal worden bekeken in een nog uit te voeren structuurverkenning door de gemeente Alblasserdam.
Volgens de gemeente Alblasserdam behoort het al dan niet bouwen in Kortland niet van doorslaggevende invloed te zijn op de beslissing of er een nieuwe verbinding tussen Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland aangelegd moet worden.

Nieuw-Lekkerland
Voor Nieuw-Lekkerland zijn de ontsluitingswegen in beide richtingen niet berekend op en ook niet geschikt voor het zware verkeer, met name in westelijke richting. In deze richting passeren zo'n 5000 voertuigen per etmaal de Lekdijk ter hoogte van de kern Kinderdijk. In de zuidoostelijke richting via de ruilverkavelingsweg bedraagt dit 4000 per etmaal.
De langs vrijwel het gehele dijktracé aanwezige lintbebouwing heeft tot gevolg dat er op de dijk veel auto's van bewoners geparkeerd staan. Door het bochtige verloop van de smalle dijk heeft dit vaak verkeersopstoppingen en gevaarlijke situaties tot gevolg.
Het molengebied Kinderdijk vormt met zijn 200.000 bezoekers per jaar een toeristisch trekpleister van grote betekenis, maar zorgt daarnaast ook voor veel verkeer.
De directe ontsluitingsweg naar de gemeente Alblasserdam zal een lengte hebben van ongeveer vier kilometer.
De gemeente Nieuw-Lekkerland heeft in het streekplan Zuid-Holland-Oost een duidelijke functie toegekend gekregen in het kader van de werkgelegenheid. Het valt echter niet mee om deze waar te kunnen maken. Nieuw-Lekkerland wordt als vestigingsplaats voor bedrijven, in verband met de slechte ontsluiting, als minder aantrekkelijk omschreven.
In het rapport "Bedrijfsvestiging en huisvesting in de Drechtsteden" is onder meer het volgende te lezen: „In Nieuw-Lekkerland is enerzijds te wijzen op het sterke industriële karakter, veroorzaakt door enkele grote bedrijven in de metaalsector, de scheepsbouwsector en de bouw met als uitschieter IHC met ongeveer 1000 werknemers, anderzijds echter op het kleinschalige, geïsoleerd gelegen karakter. Als vestigingsplaats kan de gemeente zich niet verder ontwikkelen door het provinciale beleid ter zake. De bereikbaarheid over water, vooral met betrekking tot Rotterdam, wordt als zeer positieve factor genoemd; de bereikbaarheid over land daarentegen is slecht".

Bedrijven
In dit rapport dringt men er verder op aan dat aandacht wordt besteed —men stelt dit zelfs als een vereiste— aan de gebleken beperkte bereikbaarheid van de ter plaatse gevestigde bedrijven. Dit rapport is in opdracht van het ISD, de Kamer van Koophandel en de provincie ZuidHolland uitgebracht door het Bureau voor onderzoek en statistiek gemeente Dordrecht.
De verbetering van de ontsluiting West-Alblasserwaard ziet de provincie echter niet als regionaal probleem. Men onderscheidt twee lokale problemen:
• De lokale ontsluitings- en verkeersproblematiek van Alblasserdam.
• De wens van Nieuw-Lekkerland en Alblasserdam om een nieuwe verbinding met aansluiting op Rijksweg A15 te krijgen.
De provincie vindt de ontsluiting van Nieuw-Lekkerland en de ruilverkavelingswegen niet ideaal. Men wijst met name op het zware verkeer. De provincie signaleert in Alblasserdam het ontstaan van files als direct gevolg van het niet kunnen verwerken van het spitsverkeer. Deze files ontstaan met name op het gedeelte Dam-Ruigenhil.

De eindconclusie van de provincie met betrekking tot deze problemen is, dat Alblasserdam de ruimte heeft om een lokale tweede ontsluiting te ontwikkelen, terwijl de oplossing voor Nieuw-Lekkerland niet gevonden wordt in een regionale verbindingsweg, maar in een verbetering van de Lekdijk (in relatie met de dijkverzwaring) en de ruilverkavelingswegen (in samenwerking met het Hoogheemraadschap).

Begrenzing
De problematiek waarmee beide gemeenten zich geconfronteerd weten is naar de mening van deze gemeenten echter niet in de juiste verhouding als niet de bereidheid bestaat deze problematiek in een regionaal kader te plaatsen. „Het is jammer", zo schrijven Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland in hun nota, „dat daaraan in het kader van de streekplanontwikkeling in geep enkel opzicht aandacht is besteed. Vermoedelijk is hieraan mede debet het feit dat de begrenzing van het streekplan Zuid-Holland-Oost en het streekplan Zuid-Holland-Zuid precies tussen beide gemeenten is gelegd.

Maar dat neemt niet weg dat bij het bezien van de ruimtelijke aspecten in dit deel van de Alblasserwaard de onderlinge samenhang niet uit het oog had mogen worden verloren.
Verder leiden allerlei niet onderbouwde en op zichzelf staande stellingen er toe, dat veel aandacht wordt besteed aan argumenten die zouden moeten aantonen dat er afdoende alternatieve oplossingen gevonden kunnen worden zoals, wat Nieuw-Lekkerland betreft, een verbetering van de Schoonenburgweg en een verbreding van de Lekdijk.

Voor de gemeenten Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland staat voorop dat het niet, althans niet in de eerste plaats, de verkeersintensiteit is die doorslaggevend is voor het antwoord op de vraag of de huidige verkeersontwikkeling ontoereikend is of niet, maar veel meer de fysieke toestand van de bestaande ontsluitingen. Dat geldt zowel in westelijke als in oostelijke richting. Lokale verbeteringen lossen in geen van beide richtingen iets op, gesteld al dat dit mogelijk zou zijn. In westelijke richting is dat bij voorbeeld niet het geval, omdat een verbreding van de Lekdijk in het kader van de dijkverzwaring niet tot de mogelijkheden behoort.

Paralleldijk
Daar komt nog bij dat in de gemeenten Alblasserdam en Nieuw- Lekkerland bij de uitvoering van de dijkverzwaring bijna overal een paralleldijk wordt aangelegd. Hierdoor het verkeer door het bochtige tracé over grotere afstand niet meer voor elkaar waarneembaar, zodat het passeren van langzaam rijdende en geparkeerde auto's en met name van vrachtwagencombinaties levensgevaarlijk wordt. Dit wordt nog versterkt door de op diverse plaatsen . aanwezige krappe wegbreedte, waardoor het zware vrachtverkeer vaak moet wachten als gevolg waarvan zich dan weer files van personenauto's vormen.

In oostelijke richting zou een verbreding van de Schoonenburgweg tot aan de Zijdeweg mogelijk tot enige verbetering van de bruikbaarheid van dit gedeelte van het betreffende ontsluitingstracé kunnen leiden. Maar dan ook niet meer dan dat. Want een verbetering van de bruikbaarheid van de weg leidt niet per definitie tot een verbetering van de ontsluiting. Integendeel, de bestaande ontsluiting blijft zoals hij is: een omrijroute van twaalf kilometer. Bovendien wordt men op dit ontsluitingstracé ook nog eens geconfronteerd met een smalle brug bij Oud-Alblas.
Deze verbetering van de bruikbaarheid van de Schoonenburgweg gaat zijn beslag krijgen. Recentelijk heeft gedeputeerde Th. F. J. Jansen laten weten dat de provincie ruim 5 miljoen gulden zal bijdragen in het opknappen van de Schoonenburgerlaan en de Middenpolderweg. Deze zogenaamde ruilverkavelingswegen zullen door het hoogheemraadschap voor zo'n 6 miljoen gulden opgeknapt worden. Tevens zal er een fietspad worden aangelegd.
Voor de bewoners van de Schoonenburgweg betekent dit een antwoord op hun voortdurend schrijven naar provincie, gemeente, hoogheemraadschap en de Vereniging Veilig Verkeer Nederland ever de gevaarlijke situatie voor kinderen op deze weg.
Het hoogheemraadschap deelde desgevraagd nog mee dat zij door de verbetering van de Schoonenburgweg vanaf de kern Nieuw-Lekkerland tot aan de Zijdeweg voor 1988 en 1989 respectievelijk 1,2 en 1 miljoen gulden uitgetrokken hebben. De provincie betaalt van dit project 75 procent; het waterschap en de gemeente Nieuw-Lekkerland zullen de resterende 25 procent moeten opbrengen.

Brug over Alblas
De door de provincie voorgestane oplossing voor de gtemeente Alblasserdam roept ook vragen op. Het doorgaande (zware vracht-)verkeer naar Nieuw-Lekkerland blijft drukken op de infrastructuur van Alblasserdam; dan wel niet op de Dam maar op een ander gedeelte van Alblasserdam. Dit heeft weer gevolgen voor de verkeersveiligheid in het centrum van de gemeente (schoolgaande kinderen, fietsers, enzovoorts). Een lokale ontsluiting voor Alblasserdam, met een brug over de Alblas en een brug over het Nieuwe Waterschap is een financieel enorme, zo niet onmogelijke, opgave voor de gemeente.
Nieuw-Lekkerland en Alblasserdam staan voor een zware opgave: de provincie overtuigen van de aanleg van een nieuwe verbindingsweg ter verbetering van de regionale verkeersstructuur in de Alblasserwaard. Financiën zullen ongetwijfeld gewicht in de schaal leggen, want de provincie zal deze weg voor het grootste deel moeten betalen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

Actie voor nieuwe provinciale weg Alblasserdam en Nieuw-Lekkerland

Bekijk de hele uitgave van woensdag 14 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken