Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zwolse stadsarcheoloog heeft verrassend en dynamisch beroep

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zwolse stadsarcheoloog heeft verrassend en dynamisch beroep

6 minuten leestijd

ZWOLLE — „Sommige mensen denken bij een archeoloog aan iemand die op z'n knieën met een tandenborstel en een schepje de bodem afspeurt op zoek naar oudheden. Ik heb echter nog nooit een tandenborstel gebruikt anders dan voor mijn gebit. Archeoloog is een erg dynamisch beroep, omdat je steeds weer voor verrassingen komt te staan. Verrassingen die zich weliswaar in het verleden heb-

ben voorgedaan. Tóch is het dynamisch".

H. Clevis is sinds het begin van dit jaar stadsarcheoloog van de IJsselsteden Zwolle en Kampen. Anderhalve dag in de week is Clevis werkzaam in Zwolle en een dag in Kampen. De overige tijd is de bebaarde archeoloog druk bezig met zijn promotieonderzoek, dat hij aan het eind van dit jaar hoopt af te ronden.

„De aanleiding van de gemeente Zwolle om een archeoloog in dienst te nemen, was tweezijdig. In Zwolle was en is nog steeds een levendige groep amateurarcheologen, die steeds opnieuw met oudheidkundige vondsten kwam aandragen. Dat betekende dat er in Zwolle ontzettend veel te vinden was".

„Anderzijds kun je spreken van een groeiend cultureel, historisch besef van het bestuur van de Overijsselse hoofdstad. Men kwam tot de conclusie dat het nodig was om als gemeente die zaak professioneel te gaan aanpakken. Dus ben ik aangesteld. De Zwolse politiek heeft nu nog steeds veel aandacht voor archeologie. Dat blijkt wel uit het feit dat de gemeenteraad 65.000 gulden krediet heeft gegeven voor opgravingen in de

Broerenkerk. Karolinisch

„Ik heb niet stilgezeten het afgelopen jaar. Met de Zwolse amateurarcheoiogen zijn er enkele opgravingen uitgevoerd. Bij de sloop van het gebouw aan het Gasthuisplein hebben we leuke vondsten gedaan. De speurtocht naar het Windesheimer klooster heeft ons ook veel werk bezorgd. Verder kleinere onderzoeken, zoals bij voorbeeld in de Sassenstraat, waar voor de derde keer in Zwolle "Karolinisch" (uit het tijdperk van Karel de Grote WE) materiaal is gevonden".

„Wat dat laatste betreft gaat het om opzienbarende vondsten. Resten uit de Karolinische tijd gaan terug op de oudste geschiedenis van Zwolle, en dat omvat een belangrijk deel van mijn werk. Als stadsarcheoloog onderzoek ik hoe de stad ZwolUe gegroeid is. Aan de hand van voorwerpen en resten die bewaard zijn gebleven uit het verleden, probeer ik tevens te achterhalen hoe het leven van de gewone burger er in vroeger dagen uitzag".

„Eén van de belangrijkste archeologische bronnnen bij onderzoek naar leefgewoonten zijn beerputten. In en rond Zwolle zijn reeds een aantal van zulke beerputten blootgelegd. Een doorsnee beerput bevat gebroken huisraad en voedselresten. Alle voorwerpen die we vinden, bewaren we. In de werkplaats wassen en-nummeren we alle opgegraven voorwerpen, waarvan 80 procent uit scherven bestaat. Vervolgens proberen we aan de hand van scherven een compleet servies-stuk in elkaar te puzzelen".

Monnikenwerk

„Het bijeenzoeken en restaureren van aardewerken voorwerpen mag gerust monnikenwerk genoemd worden. Ter illustratie: een eenvoudige papkom in elkaar lijmen en afrestaureren vergt zo'n tien a twaalf uur. Maar ja, het spul heeft zo lang in de grond gezeten, dus mogen we best veel tijd besteden aan het opknappen ervan".

„Nee, ik doe dit werk niet alleen. In de dienst openbare werken werk ik nauw samen met de afdeling monumentenzorg. Dat zijn in feite m'n bovengrondse collega's. Daarnaast is er een uitgebreide groep van amateurarcheologen en vrijwilligers met wie ik samenwerk. Amateurarcheologen zijn mijn handen en voeten, ik kan er niet zonder".

„Sinds enkele maanden heb ik in Zwolle een werkatelier: in de kelder van het Dolmus Parva in de Praubstraat. Daar staat mijn binnenuitrusting en materiaal om te restaureren. In dat atelier werken twee avonden per week amateurs. Op dit ogenblik is men bezig met het uitzoeken en restaureren van materiaal van een opgraving uit 1973 in het Celecomplex. Binnenkort krijgen we zowel in Zwolle als Kampen beschikkingen over betere uitrusting". De provincie heeft namelijk 53.000 gulden uitgetrokken voor de uitrusting van de Zwolse/Kamper archeoloog.

Stadsarcheoloog H. Clevis: „De bodem is nog lang niet uitgeput". ters, nieuwe buitenuitrusting (schoppen, waterpastoestel, enzovoorts) en microscopen aan. Microscopen gebruiken we voor zaden- en botononderzoek. Ik verwacht dat de komst van de computers een verlichting van mijn werljzaamheden zal betekenen".

Organisatie

„De anderhalve dag die ik in Zwolle bezig ben, besteed ik momenteel hoofdzakelijk aan organisatie. Ik moet ervoor zorg dragen dat een opgravingsproject op poten wordt gezet en vlekkeloos verloopt. Er is door mij reeds heel wat kantoorwerk verzet voordat er een spade in de grond gezet wordt. Allereerst moet er een rap- . port geschreven worden aan B en W van Zwolle, waarin goedkeuring gevraagd wordt voor een archeologisch onderzoek".

„Door middel van zo'n rapport probeer je geld te krijgen voor het aanbevolen onderzoek. Bij de start van een opgraving moeten mens enjfl materieel aanwezig zijn, daar ben ik^ voor verantwoordelijk. Het zal je niet verbazen dat ik me meer manager dan archeoloog voel. Na afloop van een opgraving blijkt vaak dat er niet voldoende geld is voor uitwerking van naar boven gehaalde materialen. Zulke financiële problemen proberen , , we uit de weg te gaan door een beroep te doen op de sponsors".

„Ik zal een voorbeeld noemen. Binnenkort starten we in Zwolle opgravingen van skeletten in de Broerenkerk. Vanwege de uniciteit van dit project (de Broerenkerk is de enige kerk in Zwolle die op deze manier onderzocht kan worden) geven we folders uit".

„De folders, drie in totaal, hebben elk een oplage van 5000 exemplaren en gaan over het belang van de opgravingen in de Broerenkerk. De folders moeten meer interesse en bekendheid voor archeologie brengen bij de bevolking. Tegelijk zijn ide folders een stuk verantwoording van ons werk. Het hele "folderproject" wordt bekostigd door middel van

Resultaten

„Een andere manier om publiciteit te geven aan een opgraving is een expositie van resultaten in bij voorbeeld het Provinciaal Overijssels Museum of in de centrale bibliotheek". Of er een belangrijke opgraving in het verschiet ligt? „Nou en of. Een plek waar ik bijzonder op gebrand ben, het Hof van Ittersum, wordt onderzocht. In de bodem van dit adelijk huis in de Sassenstraat verwacht ik belangrijke vondsten aan te treffen. Wanneer het onderzoek in het Hof van Ittersum zal beginnen, is nog niet bekend. Wat de toekomst betreft is er voor een stadsarcheoloog in Zwolle volgens mij de komende twintig jaar voldoende werk aan de winkel. De bodem is nog lang niet uitgeput".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 21 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Zwolse stadsarcheoloog heeft verrassend en dynamisch beroep

Bekijk de hele uitgave van woensdag 21 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken