Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mondiaal

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Mondiaal

Nieuw licht op Nixon (4)

5 minuten leestijd

Een van Richard Nixons karaktertrekken waarvan hij als president schade ondervond, was zijn diepe afkeer van de gevestigde kringen in de Amerikaanse maatschappij. Hij trapte dus niet zozeer graag naar beneden, alswel naar boven!
Deze in zijn jeugd reeds opgevatte wrok jegens het establishment raakte hij later niet meer kwijt. Hij zag zichzelf als een 'outsider', een buitenbeentje dat constant overhoop lag met de elite.
Door heel Nixons schitterende carrière heen hoor je als het ware het merkwaardige, verongelijkt klinkende refrein: „Tsjonge, tsjonge, wat heb ik keihard moeten knokken voor een plaatsje onder de zon in deze barre wereld".
Zelfs als gefortuneerd en gereputeerd Amerikaans staatsburger kwam hij niet los van zijn provinciale, lage afkomst. Nixon kon het gewoonweg niet zetten dat anderen 'gelukkiger' waren geweest in hun klimpartij op de sociale ladder. Eenvoudig gezegd: hij verfoeide de lui van het gespreide bedje, die lieden uit en met connecties in de hogere regionen. En dan met name de 'happy few' (de weinige gelukkigen) van de Oostkust.
Deze emotionele persoonlijke trek heeft stellig een rol gespeeld in zijn meedogenloze optreden als lid van de Commissie voor On-Amerikaanse Activiteiten jegens de van spionage beschuldigde topdiplomaat Alger Hiss in '48. Hij mocht het hooghartige heertje Hiss en diens machtige vrienden uit het Washington-circuit niet.
Typerend in dit opzicht waren ook Nixons uithalen naar Eisenhowers rivaal tijdens de verkiezingscampagne van '52, de Democratische presidentskandidaat Adlai Stevenson: Tja, „die had een fortuin geërfd van zijn vader", zo kon hij het ook!
En toen zijn eigen kansen op het Witte Huis er slecht voor kwamen te staan in de campagne van '60 tegen de Democraat John Fitzgerald Kennedy greep hij terug op het oude, beproefde middel om de sympathie van de 'gewone' kiezers te winnen: hij kon niet bogen op de rijkdommen en vrienden die een Kennedy van huisuit meebracht.
Bij zijn pijnlijke afscheid als president in '74, de droevige afloop van het Watergate-schandaal, gewaagde Nixon tegenover zijn staf opnieuw van zijn nederige komaf, alsof daar wellicht een oorzaak voor zijn ellende van het moment in lag ...

Verkiezingszoenen
Een andere opvallende karaktertrek van Richard Nixon, die we zowel in zijn jeugd als volwassenheid tegenkomen, was zijn onvermogen echte vrienden te hebben. Aan metgezellen ontbrak het hem nooit, wel aan hechte, persoonlijke relaties.
Natuurlijk, voor zijn twee dochters was de ex-president een liefhebbende vader, een man met een warm hart. En ook zijn huwelijk met Pat Ryan kan stabiel en goed genoemd worden. Maar dan wel vooral dank zij de grote opofferingsgezindheid van Nixons echtgenote!
Pat cijferde zich vaak compleet weg voor Richards politieke carrière. „Ik heb alles opgegeven waar ik ooit van hield", vertrouwde ze eens een kennis toe.
In '52 had Nixon haar beloofd de nominatie voor het vice-presidentschap niet te zullen aanvaarden. Hij deed het toch en... Pat ving deze ingrijpende privé-beslissing terloops op van een nieuwsuitzending ergens in een restaurant te Chicago.
Onmiddellijk repte zij zich naar de hal waar de Republikeinen in vergadering bijeenwaren, wrong zich door de menigte naar het podium om vervolgens haar echtgenoot op beide wangen te zoenen als eerste, zeker voor Amerikaanse begrippen onmisbare verkiezingssteun in de rug. Kil commentaar van historicus Brinkley op deze roerende épisode: „Hij keek nooit naar haar. Zij bleef altijd glimlachen".
Buiten zijn directe familiekring sloot Nixon eigenlijk maar één langdurige vriendschap af. Dat was in '50 met de schatrijke onroerend goed magnaat Bebe Rebozo uit Florida. Alweer een aparte relatie. Zij hield juist tientallen jaren stand door het ontbreken van een nauwe wederzijdse band. Rebozo voldeed aan al Nixons privéwensen (plezierboten, vakantieplekjes, enzovoorts) en vroeg daar niets voor terug. Hij was dus evenzeer een trouwe dienaar als vriend.
Aardige uitsmijter van Nixons Pat over dit illustere duo: „Bebe is net een spons. Hij zuigt alles in wat Dick zegt en geeft nooit commentaar. Daar houdt Dick van". Een kennis van beide heren oordeelde wat cynisch: „Nixon houdt ervan alleen te zijn, en met Bebe aan zijn zijde is hij dat".

Politiek als veldslag
Nixon was dus een echte Einzelganger, een man met een intense behoefte aan zichzelf. Biograaf Ambrose heeft daar geen verklaring voor. Hij noteert alleen: „Het onvermogen om iemand te vertrouwen is een van de voornaamste persoonlijkheidstrekken van Nixon als volwassene". De reden daarvan, zo erkent hij ruiterlijk, blijft een „mysterie".
Wel trekt Ambrose terecht lijnen vanuit Nixons zelfgekozen isolement naar zijn latere politieke problemen. Een logische zaak. Als je naar eigen gevoel geen betrouwbare vrienden of adviseurs bij de hand hebt, ontbeer je heel wat. Geen verfrissende gezichtspunten van 'buitenaf' en vooral geen rem op roekeloze invallen.
Eigenlijk kende Richard Nixon slechts één ware passie: politiek. Echtgenote Pat moest jaar in jaar uit zijn weerzin tegen vakanties zien te overwinnen en telkens keerde de familie vroeger dan gepland naar huis... Pa wilde weer aan de slag.
En dat mogen we bij Nixon letterlijk opvatten. Voor hem stond politiek bedrijven gelijk aan het leveren van een veldslag. In zo'n crisissituatie is je eigen carrière, sterker nog de toekomst van het vaderland in het geding. En dan, ja dan zijn alle middelen geoorloofd. Watergate komt in het vizier.

Bewonderaar Kissinger
Maar, zo waarschuwde dezer dagen Nixons rechterhand in de buitenlandse politiek, Henry Kissinger: „Laten we ons niet blind staren op het Watergate-schandaal. Nixon was werkelijk een kei in de buitenlandse politiek. Ik heb nog altijd contact met hem om te profiteren van zijn grote kennis van en diepe inzichten in het wereldgebeuren. Natuurlijk vond ik het allerminst prettig dat hij ook mijn telefoon liet afluisteren, maar al met al overwegen voor mij de positieve aspecten van zijn staatsmanschap".
In de jaren vijftig circuleerde de grap dat „wanneer de burger Nixon de politicus Nixon tegenkwam, ze elkaar beleefd de hand schudden". Historisch onderzoek doet echter sterk vermoeden dat er slechts een Nixon bestond: de publieke figuur Nixon. Juist dat brak hem tenslotte lelijk op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 21 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Mondiaal

Bekijk de hele uitgave van woensdag 21 oktober 1987

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken