Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vaderlandse letterkunde van het Souterlied tot Marnix vol variatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vaderlandse letterkunde van het Souterlied tot Marnix vol variatie

Schriftuurlijke liederen soms op wereldse wijze gezongen

5 minuten leestijd

In de Hervorming stond het Woord centraal, maar ook het mensenwoord dat daarop in proza en poëzie reageerde, nam een zeer voorname plaats in. De boekdrukkunst verbreidde niet alleen krachtig de Schriften, maar ook het kerkelijk en geestelijk lied, het gezang van en over de martelaren, de lofprijzing van Gods historiedaden en de smaad over de vijanden, die voor 'ons' vooral Rome en Spanje waren. Souterliedekens, geuzenliederen, psalmberijmingen van Petrus Datheen en Marnix van St. Aldegonde tonen ons een zingende gemeente.

Het is nuttig dat deze zaken voor een breder publiek op een rij werden gezet en dr. J. de Gier heeft dat gedaan in zijn "Van de Souterliedekens tot Marnix", waarin hij een beknopt overzicht met veel liedteksten geeft van "stromingen en genres binnen de letterkunde der hervorming in de zestiende eeuw". We kunnen niet zeggen, dat dit thema verwaarloosd is. Er zijn de laatste tijd diverse boeken verschenen over de psalmberijming van Marnix van St. Aldegonde en het Wilhelmus. In de Reformatie Reeks, bedoeld om de gemeenteleden toe te rusten, dus niet om lijvige vakstudies te publiceren, is zo'n boekje op z'n plaats.

Rome en Reformatie
De Gier beperkt zich in zijn overzicht tot de poëzie die begint omstreeks 1540 met de bundel "Souterliedekens" (het eerste volledig berijmde psalter) en hij eindigt met Philips van Marnix, die deze 16e eeuw ongeveer afrondt. Hij combineert achtergrondinformatie en bloemlezing en moet zich beperken tot de poëzie, zodat een fors prozastuk uit Marnix' "Byencorf achterwege moest blijven. Zijn boek van 176 pagina's telt zes hoofdstukjes. Hij begint met "Ontstaan en ontwikkeling der Reformatie", waarin een algemeen historisch overzicht wordt geboden, inclusief de Moderne Devotie, het bijbels humanisme, en achtereenvolgens de sacramentariërs, wederdopers en als derde periode de calvinisten en het hart der hervorming.
Daarna krijgt het grensgebied van Rome en Reformatie een korte behandeling, met het bekende "Devoot ende profitelyck boecxken" van uitgever Symon Cock uit Antwerpen anno 1539. Souterliedekens, kritische rederijkers, de Gentse spelen van 1539, de bundels refereinen (een geliefde dichtvorm der rederijkers) en de bijbelvertalingen van die eeuw: Liesveldt, Vorsterman, Biestkens en Deux-Aes. De roomse dichteres Anna Bijns verfoeit Maarten van Rossum en Maarten Luther, maar Luther het meest, omdat die volgens haar de ziel verwoest, terwijl de Gelderse edelman slechts lichamen vernielen kan: „Noch schijnt Merten van Rossom de beste van tween", zo heet het.

Wederdopers
Bij Symon Cock komt in 1540 de bundel "Souterliedekens" uit, terwijl in latere verzamelingen van refereinen verzen van de lutheraan Willem van Haecht en de calvinist Jan Fruytiers zijn overgeleverd. De wijsaanduiding van sommige psalmen uit die Souterliedekens noemt De Gier opmerkeiijK. AO staat bij Psalm 150 „na die wize: Die bruid en wou niet te bedde", en dat klinkt wel anders dan „Den Heere wilt altijd loven/Al in Zijn heil'gen goed". Maar wereld en godsdienst lopen -ook in de 16e eeuw al— soms verrassend door elkaar heen.
In hoofdstuk 3 wordt de poëzie van de wederdopers belicht, waaronder ook Carel van Mander, die we vooral als schilder en auteur van het Schilder-Bocck kennen. Aangrijpende verzen zijn nog altijd de regels gewijd aan Weynken Claesdochter van Monnikendam, die in 1527 als „slachtschaepken Christi" werd verworgd en verbrand. Het doperse martelaarsboek "Het offer des Heeren" gaf haar een voorname plaats en in onze tijd heeft geestverwant Klaas Heeroma dat als Muus Jaoobse nog eens mooi en gevoelvol overgedaan in zijn gelijknamige gedichten over deze dopers, van Weyntjen Claes tot Jan van Leiden. Doopsgezind is ook het Schriftuurlijk lied "Ik arm schaap aan de groen heide".
Interessant voor ons zijn natuurlijk vooral de hoofdstukken over het Schriftuurlijk lied der calvinisten, de Psalmberijmingen en de Geuzenliederen. Bij Gilles van der Erven in Emden kwamen in 1558 "Veelderhande gheestelicke liedekens" uit en dat lijkt qua titel op de doperse bundel "Veelderhande liedekens", maar inhoudelijk zijn de verschillen zeer duidelijk. Het is juist een dogmatisch calvinistisch verzet tegen de bestaande liedboeken.
Een calvinistisch dichter van schriftuurlijke liederen is Joris Wybo of Sylvanus, predikant te Antwerpen, balling te Emden en voorganger van de Nederlandse vluchtelingengemeente in Londen, wiens "Gheestelijcke liedekens" postuum in 1582 in Antwerpen verschenen en in 1596 in Gorkum herdrukt werden. Ook de rederijker jonker Jan van der Noot geldt als calvinistisch dichter, niet van Schriftuurlijke liedekens, wel van psalmen en op de Openbaring aan Johannes geïnspireerde sonnetten. Veel aandacht krijgt natuurlijk Marnix van St. Aldegonde. Al vrij spoedig komt er verzet tegen de Souterliedekens en de nieuwe psalmberijmingen dienen zich aan: Jan Utenhove, Petrus Dathenus en Marnix. Ook de lutheranen hadden hun berijmingen, echter veelal uit het Duits vertaald.

Geuzenliedboek
De Geuzenliederen in vele soorten vormen het slothoofdstuk, van het Geuzenliedboek tot en met Valerius' Gedenkklank en het Wilhelmus, waarvan een aantal na vier eeuwen nog zijn plaats heeft in het huidige Liedboek voor de Kerken, terwijl ook de verzetspoëzie van de Tweede Wereldoorlog onder die aanduiding bekendheid kreeg.

Kortom, dit boekje van De Gier -vrij uitvoerig maar slecht geïllustreerd- is nuttig voor de liefhebber van het kerkelijk en geestelijk lied, voor de historie-minnaar en de scholier die voor Nederlandse literatuurgeschiedenis niet alleen op de rederijkerij behoeft te zijn aangewezen. De gelijmde uitgave van 176 blz. is een uitgave van Kok te Kampen en kost 28,75 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 2 november 1987

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Vaderlandse letterkunde van het Souterlied tot Marnix vol variatie

Bekijk de hele uitgave van maandag 2 november 1987

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken