Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Kerkorde dient niet tot dwang maar tot welzijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkorde dient niet tot dwang maar tot welzijn

8 minuten leestijd

De (vrije) oud gereformeerde gemeente van Kralingseveer heeft vorige week een predikant gekregen op een ongebruikelijke manier. Ds. M. Pronk heeft er intrede gedaan, nadat hem door een ouderling de vragen zijn gesteld uit het bevestigingsformulier. De aangekondigde bevestiging door ds. J. W. Kloot uit Gouda ging niet door, omdat deze zich vanwege gezondheidsredenen terugtrok. Betekent de nu gevolgde procedure dat de bepalingen van de Dordtse Kerkorde over de bevestiging van de dienaren des Woords van minder belang zijn? Dat ze rustig aan de kant gezet kunnen worden? Dat zij verre! Ze zijn immers gegeven tot welzijn van de kerk.

Wie het heil van Gods kerk beoogt houdt zich aan die Dordtse Kerkorde. Die kerkorde is weliswaar mensenwerk. Maar ze is opgesteld en goedgekeurd -als niet in tegenspraak met de Bijbel- door dezelfde godvruchtige vaderen die de plannen beraamden voor de zo zeer geprezen Statenvertaling.

Afscheiding
Onwillekeurig gaan de gedachten terug naar de "eeuw der Afscheiding". Ouderlingen stelden elkaar in de eerste Gereformeerde Kerken onder het Kruis in het leraarsambt. Deze kerken waren immers in conflict geraakt met de 'hoofdstroom' van de Afscheiding en hadden daardoor geen predikanten meer die de sacramenten konden bedienen. Op een van de zondagen in juni 1840 las ouderling A. Schouwenberg uit Zwolle het bevestigingsformulier en daarna legde hij W. W. Smitt en D. van der Werp de handen op. In de avond van die dag werd Schouwenberg door Smitt bevestigd tot predikant.
Ds. G. H. Kersten, die een groot aandeel had in de tientallen jaren later plaats hebbende vereniging van de (nog overgebleven) Geref. Kerken onder het Kruis en de Ledeboeriaanse gemeenten, had wel enig begrip voor die handelwijze. Desondanks schreef hij: „Deze daad sterkt geenszins tot navolging. Het ouderlingenambt is van het leraarsambt altijd onderscheiden geweest en aan het laatste komt de openbare bediening van Gods Woord toe, waarvan de bevestiging van ambtsdragers niet te scheiden is".

Andere gevallen
In dezelfde tijd als waarin onder andere Smitt en Van der Werp predikant werden hebben zich in de schaduw van de Hervormde Kerk soortgelijke gevallen voorgedaan. De bekende B. Sterkenburg is rond 1840 als predikant aanvaard, terwijl hij waarschijnlijk helemaal niet in het ambt is bevestigd, zelfs niet door ouderlingen.
Binnen de gemeenten, gegroeid uit het werk van ds. L. G. C. Ledeboer, ontstond een conflict tussen ds. P. van Dijke en oefenaar D. Bakker. Dit had een scheuring tot gevolg in de Ledeboeriaanse gemeenten. Een deel was verstoken van de bediening van de sacramenten, omdat ds. Van Dijke er niet meer kwam. Binnen die gemeenten werden dan ook aan oefenaar Bakker de handen opgelegd door de ouderlingen A. van Overbeeke, P. Maliepaard, S. van der Wel en J. Rooze.
Ik haast mij om erop te wijzen, dat er sprake is van enig verschil tussen de genoemde feiten uit de vorige eeuw en het nu gebeurde in Kralingseveer. Het vermelde over de "eeuw der Afscheiding" betreft immers uitsluitend mannen die voor het eerst in de bediening gesteld werden. In artikel 4 van de Dordtse Kerkorde wordt die (eerste) bevestiging nadrukkelijk genoemd als werk van een predikant.

Geen ruimte
In artikel 5 -over "de beroeping van in dienst zijnde predikanten"- wordt echter over de dienaar des Woords bij de bevestiging niet met zoveel woorden gesproken. Ligt hier dan geen ruimte voor de bevestiging door een ouderling?
Ik meen van niet. Het was immers beslist niet de bedoeling van de Dordtse Kerkorde om ruimte te scheppen voor een bevestiging door iemand anders dan een predikant. De acta van de nationale synode van Dordrecht van 1578 sluiten zowel hen die voor het eerst in de bediening gesteld worden als hen die reeds eerder elders dienden in, als zij zeggen: „Daer na sullen sy van eenen Dienaer in haren dienst met bewillighinghe ende beantwoordinghe der navolghendestucken bevesticht worden...".
De Westminster kerkorde van 1645 stelde als regel: „De classis zal tot de plaats komen, of er zullen tenminste drie of vier bedienaren des Woords van de classis derwaarts gezonden worden, van dewelke een, die door de classis aangesteld wordt, prediken zal voor het volk over het ambt en de plicht van de dienaren van Christus...".

Eén uitzondering
Slechts in één geval kan (voorlopig) de zoals hierboven omschreven ordelijke bevestiging van een predikant —het sluitstuk van het wettige beroep- achterwege blijven. Dat is in zeer bijzondere omstandigheden, bij voorbeeld bij vervolging of rampen. Maar men kan zich op deze regel niet zo gemakkelijk beroepen. De ontwerpers van de Dordtse Kerkorde hebben -niet onkundig van de vindingrijkheid van de menselijke geest en het bederf van het menselijk hart- een extra 'veiligheidsvoorschrift' ingebouwd voor het geval ambtsdragers zich al te vrijpostig zouden beroepen op de 'noodsituatie'.
Een van de effecten van de Afscheiding is onmiskenbaar geweest, dat leden van diverse kerken gemakkelijker zijn overgegaan tot nieuwe scheidingen en scheuringen omwille van de zuivere waarheid. Er kan dan sprake zijn van een noodsituatie. Bij voorbeeld het ontbreken van de sacramentsbediening. In de Gereformeerde Kerken onder het Kruis achtte men het nodig nieuwe predikanten aan te stellen en in het werk van de bevestiging de ouderlingen een rol toe te bedelen.

Andere voorwaarde
De Dordtse vaderen hebben de Afscheiding niet voorzien. Maar ze wisten vanuit hun eigen dagelijkse praktijk stellig, dat er weleens over de zuivere waarheid gesproken wordt in de kerk als er feitelijk sprake is van de werken van het 'vlees'. En dus hebben ze ook nog andere voorwaarden verbonden aan de bevestiging, dan dat deze door een predikant moet geschieden.
Artikel 5 van de Dordtse Kerkorde zegt dat degenen die van een andere gemeente overkomen „vertonen zullen goede kerkelijke attestatie van leer en leven". Deze attestatie komt "eigenlijk zo ongeveer in de plaats van het classicale examen zoals dat wordt afgelegd door een kandidaat. De attestatie vormt het bewijs, dat de bewuste dienaar des Woords zich heeft gedragen zoals van een getrouw dienstknecht van Christus verwacht mag worden.

Ook de kerkeraad
Er is echter nog meer. De provinciale synode van Dordrecht spreekt in 1574 over de predikant van Heenvliet, Michael Andries. Hij verliet deze gemeente „der waerheijt mach gheseijt worden, trowlooselijck" en bood zijn diensten aan te Dirksland. Dat kan niet, zegt Dordt in 1574: „Een Dienaer is ghehouden te blijuen tot sijn doot of tot eenen behooriicken afscheijdt toe".
In de acta van de nationale synode van Dordrecht (1578) ligt dat als volgt vast: „Het sal oock den Dienaer niet gheoorloft syn met verlatinghe synder ghemeynte eene andere beroepinghe elders aen te nemen sonder het consent synes Kerckenraets ende Classis, ghelyck oock gheen andere Kercke hem sal moghen ontfanghen, eer hy wettelicke ghetuyghenisse syns afscheyts ghetoont hebbe".
Overigens ligt er ook een forse verantwoordelijkheid bij de kerkeraad van de (vertrekkende) predikant. Attestatie en acte van ontslag behoren via een meerdere vergadering (de classis) te worden verzonden. Dat gebeurt niet zonder reden! De kerkeraad heeft zich -juist bij beginnende moeilijkheden het broederlijke advies van die classis zeer ter harte te nemen.

Kerk niet in opspraak
Zijn die voorwaarden, is een naleven van kerkordelijke bepalingen nu echt van zo groot belang? 't Zijn toch allemaal maar menselijke regels? Jawel, maar toch van heel groot belang. Wie door eigenmachtig handelen de wijze en redelijke regels van de kerkorde, gegeven tot welzijn van de kerk. schendt, loopt grote kans de kerk in opspraak te brengen.
De regels van de kerkorde - ik zei het al - zijn gegeven omdat de vaderen van Dordt heel goed wisten dat ons eigen ik en onze eigen eer zo gemakkelijk zwaarder weegt dan die van de Heere en Zijn gemeente.
De kerkhistorie heeft bewezen dat breuken die door eigenmachtig optreden terzake van de bevestiging van predikanten werden geslagen, heel moeilijk te helen zijn. Dat onder andere was een voorname verhindering tot eenwording tussen de hoofdstroom van de Kruisgezinden en de Afscheiding, een vereniging waarbij men overigens om andere redenen vraagtekens kan zetten. Maar dat ter zijde.

Weg terug
Gelukkig is er een weg terug. Op allerlei terreinen van het kerkelijk leven. Telkens weer. De kerkorde is geen (harde) wet van Meden en Perzen. Ze is gebaseerd op de Schrift. Dat Woord spreekt van zonde en genade. Daarom ontsluiten de gereformeerde belijdenis en de kerkorde een weg terug.
Die weg houdt in elk geval in: erkenning dat independentistisch, onafhankelijk handelen het welzijn van de kerk schaadt. Dat kerkordelijke bepalingen er niet zijn om ambtsdragers in een bepaald keurslijf te dwingen, maar tot welzijn van Gods kerk. De juiste weg te gaan is in het kerkelijk leven altijd nodig, wil men zegen verwachten op de ambtelijke dienst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Saturday 14 November 1987

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Kerkorde dient niet tot dwang maar tot welzijn

Bekijk de hele uitgave van Saturday 14 November 1987

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken