Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Moeilijk lezen kan ook fijn lezen worden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Moeilijk lezen kan ook fijn lezen worden

Verscheidene series gemakkelijk leesbare boeken voor gehandicapte kinderen

6 minuten leestijd

Een poosje geleden kreeg ik een brief van de min of meer wanhopige moeder van een 17-jarig doofgeboren meisje. Of ik geen boeken wist die geschikt waren voor haar dochter. Geschikt, dat wil zeggen dat de inhoud moest aansluiten bij haar leeftijd, maar de gebruikte taal bij de gevolgen van haar handicap. Ik kon nauwelijks een positief antwoord geven: zulke boeken zijn er immers maar zeer weinig.

Als je in je directe omgeving geen doofgeborene kent, sta je niet zo gauw stil bij de problemen die zo'n gehandicapte heeft om de taal te leren. Kinderen met normale oren doen dat spelenderwijs; als ze een jaar of drie zijn, kennen ze al zo'n negenhonderd woorden. Zo niet het dove kind. Dat moet zich de woordenschat zeer moeizaam onder leiding van deskundigen veroveren.
En die woordenschat beperkt zich dan vooral nog tot de zeer concrete woorden, voor zichtbare, aanwijsbare zaken en handelingen dus, zoals stoel en auto, liggen en lopen. Abstracte woorden, voor dingen die niet zichtbaar gemaakt kunnen worden, —lidwoorden bij voorbeeld of het werkwoord zijn— geven dove kinderen de grootste problemen. En als ze eenmaal, met heel, heel veel moeite zich een minimale talenkennis hebben verworven, dan kunnen ze niet eens de boeken voor hun eigen leeftijd lezen.

Groot legioen
Doofgeborenen vormen slechts een deel van het grote legioen van moeilijk-lezenden: kinderen (en volwassenen) die het leesonderwijs op school niet hebben kunnen bijbenen. Daar kunnen vele en verschillende oorzaken voor zijn, die zowel binnen het kind kunnen liggen als daarbuiten. Een zwakke begaafdheid bij voorbeeld, maar ook een weinig inspirerend milieu; of woordblindheid, of stoornissen in het gevoelsleven, of ook een verkeerde aanpak op school (ieder kind is per slot van rekening anders). Al deze kinderen (en volwassenen) zijn dan aangewezen op boeken die in eenvoudige taal zijn geschreven.
Een jaar of vijftien geleden waren dat vrijwel altijd boeken die voor een jongere leeftijd bedoeld waren. 'Kinderachtige' boeken dus: een 12-jarige die Pinkeltje moest lezen. Daarmee kweek je geen leesplezier.
Moeilijk lezende kinderen hebben immers óók behoefte aan boeken die wat sfeer en belevingswereld betreft passen bij hun leeftijd; maar dan dienen ze dus geschreven te zijn in een taal die die kinderen kunnen 'behappen'.

De eerste die dat hier in Nederland inzag en er wat aan deed, was Heleen Kernkamp-Biegel. Haar oudste twee kinderen bleken namelijk dyslectisch (woordblind zeg maar) te zijn. Zij kwam daarom op het idee verhalen uit de wereldkinderliteratuur te herschrijven naar een niveau dat voor haar kinderen begrijpelijk was. Zo werd de eerste steen gelegd voor de Wenteltrapserie, die vanaf 1963 bij Wolters verschenen is, met onder meer door haar vervaardigde bewerkingen van "Alleen op de wereld" en "Avonturen van de Baron" (van Münchhausen).
Diezelfde Heleen Kernkamp-Biegel bezocht in 1979 samen met vertegenwoordigers van het Nederlands Bibliotheek- en Lectuurcentrum (NBLC) het jaarlijkse weekend van het (christelijk) Schrijverskontakt in hotel De Bosrand bij Ede. Ze riep de daar aanwezige kinderboekenauteurs op om voor kinderen-met-leesproblemen te gaan schrijven, met name voor verstandelijk gehandicapte kinderen.

Leeslift
Die oproep was niet aan dovemans oren gedaan. Nauwelijks twee jaar later, in het Internationale Jaar van Gehandicapten, startte bij Omniboek (een dochter van Kok, Kampen) de Leeslift, een serie boekjes voor verstandelijk gehandicapten, geschreven door leden van het Schrijverskontakt. De stimulerende en inspirerende kracht was Liesbeth Lems, die zich —totdat dit haar door een dodelijke ziekte onmogelijk werd— met al haar enthousiasme (en dat was veel) voor dat werk inzette.
Er is wel eens kritiek op die serie geweest. Te vaak zouden lange zinnen, om ze maar kort te maken, gewoon in stukken zijn gehakt. De woordkeus was niet altijd even trefzeker en concreet. Sommige boekjes bleken in een veel te groot lettertype gezet om toch maar een boek van een beetje formaat te krijgen. De boekjes zouden, kortom, tekenen van gehaastheid vertonen. Ik vind deze kritiek onterecht: het was allemaal min of meer pionierswerk. Mogen er dan misschien wat kinderziektes zijn?
Simpel schrijven is namelijk verschrikkelijk moeilijk. Een spannend moment uit "Wedden om een zoen" van Liesbeth Lems, bestemd voor lezers van twaalf tot vijftien jaar. De hoofdpersoon rijdt met z'n brommer in een wak:
EN DE BROMMER ZAKT SNEL IN HET GAT.
HIJ SCHIET WEG NAAR DE DIEPTE.
KEES HEEFT HET STUUR VAN ZIJN BROMMER NOG VAST.
HIJ GLIJDT MEE HET WATER IN.
DE TWEE KINDEREN OOK. KOPJE-ONDER GAAN ZE.

Eenvoudig
Wat direct opvalt, dat zijn de korte zinnen en de eenvoudige maar niet kinderachtige woordkeus. En zo zijn er meer dingen waar de schrijver van een dergelijk boek op moet letten: korte hoofdstukken die toch spannend eindigen, geen dubbelzinnig en abstract taalgebruik, een eenvoudige, logische compositie.
De Leeslift is geschreven door christen-auteurs. Dat betekent niet dat die boeken een specifiek christelijk karakter dragen. De doelgroep zou voor de uitgever dan veel te beperkt zijn geworden. Maar ze zijn voor christenen èn nietchristenen aanvaardbaar, zeer aanvaardbaar zelfs.
De Wenteltrapserie en de Leesliftserie hebben intussen al een respectabele omvang bereikt. Delen van de Leeslift zijn zelfs vertaald in het Zuidafrikaans. Daarnaast zijn ook andere uitgevers op de markt met het gemakkelijk leesbare boek: Zwijsen met Zoeklicht, Ploegsma met Streepjes-boeken, Dijkstra met de Appie-Kapreeks, Thieme met Woordbeeld. Langzamerhand begint er dus meer keus te komen voor jongere en oudere kinderen die zich bij het lezen gehandicapt weten. Maar voor 17-jarige doofgeborenen is er nog steeds maar zeer weinig.
Het KPC (Katholiek Pedagogisch Centrum) heeft een "Boekenlijst voor moeilijk lezenden" uitgegeven, een lijvig boekwerk, met daarin besprekingen (kritisch) van alle geschikte boeken. Prijs: 25,50 gulden. Adres: Postbus 482, 5201 AL Den Bosch. Verder is er het driemaandelijkse blad "Pijler", dat een uitgave is van de "Landelijke Vereniging van ouders met kinderen met leer-, ontwikkelings- en/of gedragsstoornissen". Daarin staan regelmatig besprekingen van nieuw verschenen boeken. Bovendien heeft men daar voor u een lijst van al die door het KPC geschikt geachte boeken (zonder nadere bespreking uiteraard). Het adres van die vereniging is: Willebrordstraat 80,1971 DE IJmuiden.
Hans van Holten is docent jeugdliteratuur aan de pabo Felua in Ede. Tevens is hij secretaris van het Schrijverskontakt.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1987

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Moeilijk lezen kan ook fijn lezen worden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 november 1987

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken