Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Zuiderzee-scheepswrakken, van grote betekenis voor de kennis van de Nederlandse scheepvaart

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Zuiderzee-scheepswrakken, van grote betekenis voor de kennis van de Nederlandse scheepvaart

MEER DAN 400 VERGANE VAAR TUIGEN OP DE BODEM

7 minuten leestijd

HARDERWIJK — Eeuwenlang hebben schepen voor de visserij en het goederentransport de Zuiderzee bevaren. Bij ruw weer was de Zuiderzee een gevaarlijk vaarwater, ondanks het feit dat het een binnenzee was. In de loop der eeuwen zijn daarom vele schepen in de golven verdwenen. Diverse typen schepen van allerlei afmetingen rustten op de bodem van de Zuiderzee. Bij het droogleggen van delen van de vroegere Zuiderzee voor landbouwgronden kwamen ze, al dan niet diep weggezonken in de bodem, toch boven water.

Vele scheepswrakken waren met afzettingen bedekt. De meeste ontdekkingen hadden daarom ook pas plaats bij de ontginningswerkzaamheden in de drooggelegde polders. De schepen bevonden zich meestal in een vergane toestand. In totaal zijn er meer dan 400 wrakken gevonden. De helft hiervan is opgegraven en onderzocht.
„Het onderzoek van al deze scheepswrakken", aldus een woordvoerder van het Museum voor Scheepsarcheologie in Ketelhaven in Oostelijk Flevoland, „is voor de kennis van de Nederlandse scheepvaarthistorie van grote betekenis. Vooral over de kleinere schepen is nog veel onduidelijkheid ten aanzien van de bouwwijze. Dit vindt met name zijn oorzaak in de manier waarop schepen werden gebouwd. Men werkte niet aan de hand van tekeningen, zoals thans, maar alleen met ervaringen uit de praktijk. Men bepaalde de hoofdafmeting van een te bouwen schip en 'op het oog' werden de verhoudingen tijdens de bouw nader ingevuld".

Vissersschepen
Werden van de grotere schepen eerst namaakmodellen gebouwd, van de kleinere vissersschepen gebeurde dat niet. De kleine werfjes konden zich deze luxe niet veroorloven. De geringe kennis van deze groep vaartuigen maakt de opgravingen van scheepswrakken des te interessanter.

Bijna alle in de Zuiderzee gevonden scheepswrakken behoren tot de categorie kleine vissersschepen. Dit kwam omdat de Zuiderzee maar een geringe diepte van gemiddeld vier meter had, waarbij een varend schip te weinig diepgang had om echt te kunnen zinken.

Ook interessant is de manier waarop deze vissersschepen waren ingericht. Belangrijk bij opgravingen waren de huishoudelijke voorwerpen, de navigatiemiddelen, de ladingen en de scheepsonderdelen. Bij opgraving van een eeuwenoud schip ontstaat dan een uniek beeld hoe het aan boord toeging en welke de materiële omstandigheden waren.

Hoe gaat men te werk als er een scheepswrak gevonden wordt? „Wel", zegt de museum woordvoerder, „als een wrak wordt ontdekt, worden eerst de afmetingen van het wrak bepaald en welk type schip het is. Als hieruit blijkt dat een nader onderzoek interessant is, worden er proefsleuven gegraven. Omdat niet alle wrakken kunnen worden gelicht, wordt het schip op een lijst geplaatst".
„In een later stadium wordt bepaald of het wrak wordt opgegraven. Uiteraard kunnen niet alle wrakken worden onderzocht. Dat zou te veel tijd en geld kosten. Naar enkele typen, zoals de kogge (vrachtschip) en de waterschepen is wel uitgebreid onderzoek gedaan. De waterschepen waren voorzien van een zogenaamde "bun", waarin de vis levend werd vervoerd. Deze worden wel gezien als de voorlopers van de Spakenburgse botters".

Analyse
In 1971 werd bij het ploegen van een perceel grond in oostelijk Flevoland een wrak ontdekt van een vrij groot schip. Het was ongeveer negentien meter lang, ruim zes meter breed en drie vier meter hoog. Het schip was in twee delen te splitsen, namelijk in een woon- en een berg- of werkruimte. De woonruimte was voor in het schip gesitueerd. Hier was ook een stookplaats, die diende als kookplaats en verwarming. De bergruimte was verdeeld in een voor- en achteronder. Deze waren door een wand van de woonruimte gescheiden. Er was ook een bun aanwezig.

In en rond het wrak lagen ongeveer 200 voorwerpen, zoals spijkers, kookpotten, kruiken, een dekzwabber en een handzaag. Ook een hoosschop en een kist met tegels werden aangetroffen. De kist was met zand gevuld. Daarop lagen 25 tegels. Uit beschadiging van de middelste tegels werd vastgesteld, dat deze kist dienst had gedaan als stookplaats. In de tegels was het jaar 1561 gegroefd.
Het schip was gezonken op ongeveer 6,5 kilometer ten noordwesten van Harderwijk. Vroeger stond hier ongeveer 2,5 meter water. Het scheepswrak werd aangetroffen op ongeveer 1.80 meter beneden het maaiveld. De achtersteven en de kiel bleken nog intact te zijn. Waarschijnlijk door ijsgang of ontginningswerkzaamheden was dit wrak zwaar beschadigd. Onderzoekers kwamen tot de conclusie dat het schip wellicht vòòr 1600 was gezonken. Waardoor het schip is vergaan, heeft men niet kunnen achterhalen.

Werkschuiten
Uit publikaties van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders blijkt dat er vier werkschuiten zijn opgegraven. Het betrof twee modderschouwen, een vuilnisschuit en een veenderijschuit. Ze werden gevonden bij Lelystad. Het waren platte schuiten die moesten worden voortgeduwd met een boom.
In een wrak werden het wapen van Amsterdam en het jaartal 1664 aangetroffen. Uit nader onderzoek is gebleken dat Amsterdam deze schuiten gebruikte voor vuilnisafvoer en voor het transport van zand en modder.
Deze modderschuiten werden gemaakt door de stadsschuitemaker Jan Lucasz Root. Zij deden dienst bij het schoonbaggeren van de Amsterdamse havens. Niet duidelijk is hoe deze modderschouwen in de Zuiderzee zijn terechtgekomen. Misschien zijn ze bij storm losgeslagen en op drift geraakt om ten slotte in de Zuiderzee te zinken.
In 1973 werd een scheepswrak gevonden bij het Museum voor Scheepsarcheologie in oostelijk Flevoland. In 1976 werd hier nader onderzoek naar gedaan. Omdat de voorkant dieper was weggezonken, was de voorsteven beter intact gebleven dan de achtersteven. De lengte was meer dan twaalf meter en de breedten ongeveer vier en een halve meter.

Een andere vondst betrof een lang smal schip. Bij het graven van een sloot in 1963 in de buurt van Dronten had een graafmachine dwars door dit schip gegraven. Het schip was zestien meter lang en ruim twee meter breed. Het was eigenlijk minder geschikt voor het varen op zee. Bij de opgraving is niet aan het licht gekomen of het een zeilschip was of een schip dat geboomd moest worden. Naar aanleiding van in het wrak gevonden munten van het Bisdom Utrecht, van de steden Groningen en Kampen en uit Vlaanderen en Frankrijk kon worden bepaald dat het schip rond 1460 moet zijn vergaan.

Riolering
Nog een schip werd gevonden bij het leggen van riolering in Lelystad in 1975. Het begon met de vondst van een kan. Het werd na onderzoek duidelijk dat men hier te maken had met een scheepswrak uit de tweede helft van de vijftiende eeuw.
Dit scheepje bleek ruim achttien meter lang te zijn en ruim twee meter breed. Uit de bouwwijze viel af te leiden dat het schip een mast had gehad en eenvoudig van constructie was geweest. Het bestond namelijk uit een aantal aan elkaar gelegde planken, die door leggers met elkaar waren verbonden. Om scheuren te voorkomen, moest het houtwerk van het wrak natgehouden worden.
Niet alleen in de Zuiderzee zijn scheepswrakken gevonden. Erg bekend zijn de scheepsresten die in Zwammerdam boven water kwamen. Met een boomstamkano, die in Drenthe is gevonden, vormen deze de oudste bekende vaartuigen.
Over scheepsarcheologie is veel te vinden in het Museum voor Scheepsarcheologie in Ketelhaven. Daar bevinden zich bovendien tekeningen en inventarissen van schepen. Ook veel fotomateriaal van opgravingen treffen we er aan.
Er ligt een dertig meter lange zeventiende-eeuwse koopvaarder te pronk. Dank zij de goede kwaliteit van het eikehout was het mogelijk dit schip te conserveren. Een bezoek aan dit museum is voor de geïnteresseerde dan ook zeker de moeite waard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Zuiderzee-scheepswrakken, van grote betekenis voor de kennis van de Nederlandse scheepvaart

Bekijk de hele uitgave van woensdag 2 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken