Bekijk het origineel

Museen wil het „fascinerende verhaal over de mens en zijn wereld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Museen wil het „fascinerende verhaal over de mens en zijn wereld" tonen

De aarde zou zich ontwikkeld hebbén „uit een grote wentelende stofwolk

6 minuten leestijd

„Ons lager onderwijs maakt een evolutie door en zij, die in de school bekend zijn en heugenis hebben van hoe 't vroeger was, zullen die karakterveranderingen kunnen constateeren. Langzaam aan gaat alles mee, ook 't achterlijkste. (...) De altijd bij 't kind ontwaakte belangstelling wordt benut als een kostbaar goed - waardoor 't geheele onderwijs meer levend en daardoor weer intensiever wordt. Om deze richting in ons onderwijs, die zich laat karakteriseeren door de woorden zien en doen, te bevorderen, wenschen ondergeteekenden aan autoriteiten op onderwijsgebied, aan hun collega's, en voorts aan allen, die belangstellen in de ontwikkeling van ons onderwijs, 't volgende plan in overweging te geven, een plan hun door de directie van De Avondpost aangeboden en door hun met graagte geaccepteerd".

De aanhef van een artikel van P. W. Akkerman in "De Avondpost" van 28 augustus 1904. Het schrijfsel had een achtergrond. Omstreeks het begin van deze eeuw begonnen de lessen op de Nederlandse lagere scholen te veranderen. Onderwijzers versierden hun lokalen met leerzame wandplaten en opgezette dieren. Steeds vaker namen zij hun leerlingen mee op wandelingen door stad, park of bos, als onderdeel van de lessen aardrijkskunde, geschiedenis en kennis der natuur.
Frits van Paasschen, directeur van "De Avondpost", was het van harte eens met dit nieuwe inzicht in het onderwijs. Hij nam zijn zoontjes regelmatig mee naar een fabriek. Door kijken bleken zij veel meer te leren dan door alles wat hun vader over de suiker- en katoenindustrie wist te vertellen. Tijdens een van de bezoeken aan een fabriek kwam Van Paasschen op het idee een verzameling leermiddelen bijeen te brengen. Wat had het voor zin, zo vroeg hij zich af, leerlingen te vertellen over katoenindustrie, als zij niet wisten hoe ruwe katoen, spindels, weefgetouwen of een fabriek eruit zagen? Hoe konden zij ooit begrijpen wat de woorden van een onderwijzer betekenden? Van Paasschen speelde met de gedachte van een „soort museum waar onderwijzers met hun klas naar toe konden gaan of waar zij 'aanschouwingsmiddelen' konden lenen". De basis voor het Museum van Onderwijs, was gelegd.

Leermiddelen
Op 25 oktober 1904 richtten Van Paasschen en Akkerman de "Vereeniging het Museum ten bate van het Onderwijs" op. In de statuten, die op 23 januari 1905 bij Koninklijk Besluit werden goedgekeurd, omschreven zij hun doel als „het samenstellen en onderhouden van een verzameling van leermiddelen, meer in het bijzonder voor het lager onderwijs, dienende zoowel voor het aanschouwelijk onderricht van de leerlingen, als tot leidraad van onderwijzers en leeraren". In 1909 betrok het museum een voormalig hotel aan de Nieuwe Markt in Den Haag. Het museum, in de volksmond al snel "Schoolmuseum" geheten, telde vier afdelingen: Nijverheid, Biologie, Land- en Volkenkunde en Geologie. Er was een leslokaal beschikbaar. De gemeente Den Haag nam op 1 juli 1920 het museum over. Burgemeester Patijn had er, na een bezoek, niet erg vleiende woorden voor over. „Er was zeer weinig licht en veel trappen. Er was een zeer stoffige, rommelige uitstalling, waarvan ik mij verbaasde, dat men het een museum durfde noemen".
Het zoeken naar een ruimere behuizing leidde in 1929 tot de opening van het museum in een voormalig schoolgebouw aan de Hemsterhuisstraat in Den Haag. In 1976 kreeg een tweede schoolgebouw in deze straat eenzelfde bestemming. Overigens had het gemeentebestuur van de hofstad in het begin van de jaren vijftig al in principe besloten tot nieuwbouw voor het instituut. Een definitief besluit volgde in 1977 en in 1981 verkreeg het ontwerp van architect W. G. Quist unanieme goedkeuring. Met de opening van het Museon (MUSEum voor ONderwijs) aan de Haagse Stadhouderslaan werd op 4 maart 1986 een nieuwe periode ingezet.

Grondwet
Het Museon grenst aan het Haagse Gemeentemuseum. De musea delen een gemeenschappelijke ingang. Een glazen hal legt de onderlinge verbinding.
„Jong en oud kunnen kennisnemen van het fascinerende verhaal over de mens en zijn wereld", is de leuze van het Museon. Jaarlijks brengen tienduizenden scholieren en andere belangstellenden een bezoek aan het museum. Permanente exposities geven een indruk van de verscheidenheid aan vormen en uitingen van het leven. Dat begint al direct bij de ingang. Het geraamte van een enorme potvis 'trekt' de bezoekers naar binnen. Het skelet, veertien meter lang en drie meter hoog, is van een mannetjesvis die in 1979 bij Egmond aanspoelde. Het dier maakt deel uit van de expositie "De aarde, ons huis". Op een groot bord wordt dit thema uitgelegd. „Onze aarde is rijk aan leven en van een verrassende schoonheid. Die rijkdom en schoonheid mogen wij niet verspelen. Daarom moeten wij zowel onze aarde als onze medemensen respecteren en ons houden aan de spelregels van de samenleving. Voor Nederland zijn die spelregels in de vorm van rechten en plichten vastgelegd in de grondwet..Zij vormen de leidraad van deze tentoonstelling".
De expositie vraagt aandacht voor de nietigheid van de planeet Aarde, die niet meer is dan een stipje in de ruimte. Op de Aarde komen verschillende culturen voor. In elke cultuur verschillen opvattingen over godsdienst, levensovertuiging en politieke gezindheid. Het Museon wil duidelijk maken dat dit nooit een reden mag zijn tot discriminatie.

Verder komen in deze tentoonstelling onderwerpen als wonen, werk en onderwijs aan de orde. Boven al het tentoongestelde hangt een lichtkrant-waarop enkele rechten en plichten verschijnen, die zijn neergelegd in de Nederlandse grondwet.
Op de parterre van het Museon treft de bezoeker gewoonlijk een of meer tijdelijke tentoonstellingen aan.

„Miljarden jaren"
Het voornaamste d«el van de permanente tentoonstelling bevindt zich op de eerste verdieping. Het Museon presenteert daar zijn centrale verhaal "Tussen mens en nevelvlek". Over een oppervlakte van 800 vierkante meter is de geschiedenis van onze planeet in beeld gebracht, van de mens en zijn wereld. Op 53 'eilanden' zijn de verschillende onderwerpen uitgestald. Rond de centrale ruimte bevinden zich achttien les- en expositieruimten. Hier worden thema's als milieu, vervoer, fotografie en mens en informatie verder uitgediept. Deze ruimten zijn door wandhoge draaideuren af te sluiten voor het publiek. Dit om het lesgeven —want dat is de bedoeling van deze ruimten— te vergemakkelijken.
Het centrale verhaal "Tussen mens en nevelvlek" begint met het onstaan van de aarde. En daar ligt het belangrijkste punt van kritiek op het Museon. Een opschrift van een der panelen: „De aarde, ontstaan uit een grote wentelende stofwolk, heeft zich in de loop van miljarden jaren ontwikkeld tot de planeet die wij nu kennen". Het is duidelijk dat wij ons in dat verhaal in het geheel niet kunnen vinden. Ronduit jammer is het dat een museum, bedoeld voor het gehele Nederlandse onderwijsveld, op een dergelijke manier de schepping gaat verklaren. Werkelijk nergens is iets terug te vinden van het wonder van Gods schepping.

Het verhaal 'vertelt' verder over de evolutie van het leven, de geschiedenis van de mens en de ontwikkeling van wetenschap en techniek. Het eindigt bij de vele culturen die zich over de aarde hebben verspreid. Het Museon, een kritisch bezoek waard.

Mede n.a.v. "De geschiedenis van het Museum voor het Onderwijs" door Hub Kockelkorn, 40 blz. Een uitgave van het Museon, Den Haag, 1987. Prijs: 5 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

Museen wil het „fascinerende verhaal over de mens en zijn wereld

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 30 Pagina's

PDF Bekijken