Bekijk het origineel

Logeren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Logeren

8 minuten leestijd

Ik ben in de herfstvakantie wezen logeren bij mijn oom en tante in IJsselstein. We zijn toen naar de Italiaan geweest en daar moest ik zeggen: „Oeno Spaghêttie ale bolle nesse". En er hingen emmers en lepels en andere dingen boven ons hoofd, want we zaten daar in een kelder. We hebben ook met de elektrische trein gespeeld en toen we een keer naar mijn oma toe waren geweest kreeg ik een heleboel huisjes voor bij de elektrische trein. We zijn ook naar een museum geweest van treinen. En we zijn ook nog een keer met de echte trein geweest. En ik heb van mijn oom een horloge gekregen, en het batterijtje kregen we er gratis bij. Donderdags heeft mijn oom me naar de gezinsbeurs in Utrecht gebracht, want daar waren heit en mem ook en mijn broer en zusjes. Op de beurs zijn we bij de politie wezen kijken, en nog bij een heleboel andere dingen, ook bij het RD daar heb ik een vlieger gewonnen. Daarna zijn we weer naar huis gegaan.

'Willem Boonstra Oudemirdum, 8 jaar Hallo allemaal! In het allerlaatste oom-Rienstukje van dit jaar maken we een plaatsje vrij voor drie nieuwelingen: Bastiaan in Rhenen, Annelies in Acquoy en Krijny in Katwijk aan Zee. Jullie zijn de laatste klanten van onze puzzelwinkel, die we in 1987 een welkom toeroepen. En wie krijgt de allerlaatste prijs van dit jaar? Laat ik die eens sturen naar: Henriëtte Nijkamp, Mokkenland 18 in Staphorst voor haar fijne brief en de tekening van oom Rien met z*n vrouw en de beide honden. Als 't een beetje meezit, heb je de verrassing nog vóór Nieuwjaar in de bus.

Je opstel, Willemien, heb ik doorgegeven aan de mensen van de krant. Het is een heel leuk ding. Opstellen moet je niet naar mij toesturen, want ik heb daar niks over te vertellen. Daar gaat een andere ome over. Sommigen denken dat ik op zolder een kolossale kist met prijzen heb staan. Eens in de week hijst oom Rien dan puffend en kreunend zich het steile laddertje op en duikt tussen de pennen, boeken en wat er nog meer in zit. Iemand schreef: „Als ik aan de beurt ben, wilt u mij dan "Val in de bunker!" toesturen of "Voor joden verboden!"? Maar zó gaat het niet. Ik heb helemaal geen prijzen thuis; daar zorgen de krantemensen voor. Ik hoor dat de meeste winnaars een boekebon krijgen voor hun 300 punten. Daar kun dan voor kopen wat je zelf wilt.

Mag ik van één puzzelaar weten hoe je gevlekte dierenfiguren maakt? In zulke figuren waren de antwoorden van de puzzels ingevuld. Ik vond het baaie mooi. Nog één geruststelling: je prijs komt er aan, Jolanda. Het was, denk ik, een klpin vergissinkje. Ik ben nog driftig aan het sparen voor een grote reis en ondertussen vertel ik iets over een paar krantestukjes, die ik nog in m'n map heb zitten. „Op tijd thuis", zei moeder, „denk erom, we eten om kwart over vijf. Vader moet naar de ledenvergadering van de kerk, Winston heeft les op de avond-mts, Elise krijgt haar eerste autorijles, ikzelf heb bak- en braadles en grandfather wil vroeg naar bed". Ralph bromde dat-ie 't begrepen had, sjorde z'n laarzen aan, hees zich in z'n regenjack en banjerde naar de schuur. Daar lag de opblaasbare rubberboot. Hij sloeg de boot over de schouder, klemde de peddels onder zijn linker- en de pomp onder zijn rechterarm en knalde de deur achter zich dicht. Bangs!! Vader keek verstoord op van zijn krant en gromde: „Zachtjes kan natuurlijk weer niet". Ralph hoorde het niet. Fluitend slofte hij door de straatjes van het kleine dorpje naar de zeekant. Daar stonden John en Peter al te wachten. „Waar bleef je toch?", mopperde John, „We staan al een uur te wachten". „Aardappelschillen", grinnikte Ralph, „voor acht personen, tel uit je winst. Wie pompt er eerst?" „Laat mij maar", antwoordde Peter, die nog niks gezegd had, „Jullie kwaken te veel. Als we daar op moeten wachten, staan we met Sint-Juttemis nog aan de kant. Heb je de dopjes niet vergeten?"

Nee, déze keer niet. En dat mocht wel een wonder heten. Het oppompen duurde gauw een twintig riiinuten. Een hele tijd... De grote zeeaal had de hele dag lekker liggen suffen in de modder langs de kant. Zo tegen het midden van de middag werd hij wakker. Hij gluurde stiekem rond. Niets te zien. Dat was ook geen wonder. De andere vissen waren bang voor hem. Hij was verreweg de grootste van allemaal en nogal humeurig. Deze zee was van hem en iedereen had daar rekening mee te houden. En anders kwam hij het wel even uitleggen. Per slot van rekening kan er maar één baas wezen én dat wasjjij. Hij rekte z'n drie en een halve meter lange lijf en gleed naar de oppervlakte. En wat zag hij daar?

Ach, wat jammer, de ruimte is op.

Puzzels?

Dit is de laatste puzzel van het jaar 1987. Volgende week vrijdag is het Eerste Kerstdag en dan wordt er géén krant bezorgd. De week daarop is het op vrijdag precies 1 januari. Dan krijgen we óók geen RD. Puzzel 88 vind je dus bij gezondheid in de krant van 8 januari. Wat een lange tijd! Zullen jullie me niet vergeten? Laat ik jullie ter afsluiting 's een gemakkelijke puzzel geven. Gemakkelijk? Ja, want van elke vraag krijg je de eerste letter. Krijgen? Nou ja, je moet er iets voor doen.

Laten we maar samen beginnen. Vraag 1: Hoe heette de moeder van Jezus? Antwoord: Maria. Schrijf maar op. De laatsteletter van Maria, dus de a, is de éérste letter van het tweede antwoord. De laatste letter van het tweede antwoord is weer de eerste letter van het derde antwoord. En zo maar door totide laatste. 1. Hoe heette de moeder van Jezus? 2. Naar wie werd Jezus éérst gebracht, nadat Hij was gevangen genomen? (Johannes 18). 3. Wie nam het Kindeke Jezus in zijn armen en maakte toen een lofzang? 4. Welke discipel zat zaak onder een vijgeboom? (Johannes 1 vers 19). 5. Welke discipel was eerst toUe- ' 6. Wat was de tweede naam van Judas? 7. Wie heeft in Bethlehem een heleboel kleine kinderen laten vermoorden? iï I 8. Welke discipel heeft gezegd: « ' f~ „ik ken de Mens niet!" (twee woorden). 9. De man, die de halfdode reiziger hielp, noemen we: de barmhartige 10. Welke schriftgeleerde kwam 's nachts tot Jezus? (Johannes 3). 11. Welke jonge Farizeeër vervolgde de Christenen en werd bekeerd op de weg naar Damaskus? (drie woorden). 12. Waar heeft Jezus in Zijn jeugd gewoond? 13. Een man, voor wie Paulus Timotheüs ernstig waarschuwde. (2 Timotheüs 2 vers 17). 14. Bij de (twee woorden) zat een kreupele bedelaar. (Handelingen 3). 15. Een discipel, die niet wilde geloven, datjezus was opgestaan. Beste kameraden en kameradinnen, jullie hebben me dit jaar niet in de steek gelaten. Een paar mensen hebben afscheid genomen, maar dat kon ik begrijpen. Op een zeker ogenblik begin je een beetje te oud te worden. Onthoud dit maar: je mag van mij net zo lang meedoen, als je zin hebt. Niemand zal je wegjagen, ab-so-luut niet.

Allemaal een fijne kerstvakantie gewenst en gezegende kerstdagen. De groeten aan iedereen thuis. En van ónze kant: Loebas en Floris bedanken Jan en alleman voor de tientallen aaien, krabbels en klopjes, die jullie gestuurd hebben. Ze hopen op een goeie voortzetting in het nieuwe jaar. Ten slotte: hartelijke groeten van oom Rien zijn vrouw en vaji hemzelf. Doeg! Oom Rien Dag allemaal, Deze keer is er voor jullie een rekenopdracht over de herfst. Je ziet dat hier een gedichtje in deze rubriek staat. Bij dat gedichtje kun je nog zelf een mooie tekening bedenken. Dat kan natuurlijk van alles en nog wat zijn. Maar het moet wel over de herfst gaan. De tekening hierbij is ook door een knutselklantje gemaakt. Daar is ook veel wind bij. Dat kun je goed aan de blaadjes en aan het meisje onder de boom zien. Wat denk je van de wolkenlucht in de herfst?

En die staat hier niet eens op! Misschien heb je al lang een idee gekregen. Het materiaal mag je zelf kiezen. Potlood en kleurpotlood, verf en wasco zijn erg geschikt als je met mengen van kleuren wilt werken. En de herfst heeft veel mengkleuren, oranje/rood, bruin/geel, groen/bruin. Met viltstiften bij voorbeeld kun je niet gemakkelijk mengen. Je kunt wel met zwart de tekening maken en met ander materiaal inkleuren. Ook Oostindische inkt kun je erg goed gebruiken en ecoline laat zich ook prachtig vermengen bij het kleuren. Jongens, 't verhaal wordt alweer veel te lang. Hier volgt het gedichtje. We hopen tot de volgende keer. Herfst is weer gekomen. Blaadjes bleek en bruin, vallen van de bomen, dwarr'len door de tuin. Kaal worden dan de bomen. Al het dorre blad, waait nu door de straten, ritselt langs het pad. God blijft in de winter, toch Zijn werk nog doen, eens geeft Hij weer de lente. Dan wordt alles groen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

Logeren

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 34 Pagina's

PDF Bekijken