Bekijk het origineel

UIT DE KERKELIJKE PERS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

UIT DE KERKELIJKE PERS

9 minuten leestijd

GEREFORMEERD WEEKBLAD

In het "Gereformeerd Weekblad" van deze week schrijft ds. W. van Gorsel, hervormd predikant te Gouda, over "Het gebed op de kansel". Hij houdt daarbij de lezers onder andere uitspraken van Alexander Comrie voor. Het middelste deel van het artikel nemen wij over.
„In het zogenaamde "grote gebed" -de naam zegt het al!- kwam en komt nogal wat aan de orde. Uiteraard wordt de Heere gedankt voor alle zegeningen, vooral voor het feit dat het weer zondag is en we weer mogen samenkomen rondom het Woord. Er wordt gebeden om het licht van Zijn Geest over de bediening van het Woord. Om een zegen ook voor hen die thuis moesten blijven. Er wordt in vele gevallen ook gedacht aan hen die er geen behoefte aan hadden en hun plaats leeg gelaten hebben.
En dan zijn er de verschillende noden van de gemeente: van bejaarden, eenzamen, zieken, gehandicapten, rouwdragenden. Ook de vreugden van hen die mochten genezen, thuis mochten komen uit het ziekenhuis, een jubileum mochten vieren, enzovoorts.
Het is de vraag of dit alles hóórt in het gebed vóór de preek. Wanneer het gebed vóór de Schriftlezing wordt gedaan is het misschien beter om al deze voorbeden op te schuiven naar het laatste gebed en het eerste uitsluitend te gebruiken als een bede om de opening van het Woord en om de verlichting met de Heilige Geest.
Zo gebeurt het trouwens ook in de formuliergebeden die we achter in ons psalmboek aantreffen. Het eerste, "gebed des zondags voor de predikatie" is alleen een gebed voor de verkondiging van het Woord. Het tweede, "een gebed voor allen nood der christenheid, des zondags na de predikatie", dat véél langer is dan het eerste, bevat allerlei voorbeden: voor de kerk, voor de overheid, voor de zieken en aangevochtenen, enzovoorts. Maar ook van deze dingen moeten we natuurlijk geen wet van Meden en Perzen maken.
We zullen het er wel over eens zijn: onze gebeden moeten niet te lang zijn. Dat was dan ook één van de kritische punten van mijn broeder-ouderling, die deze zaak aan de orde wilde stellen. Een vóórgebed van een kwartier, soms twintig minuten, is geen bidden meer. Dan staan we eigenlijk -met excuus voor de uitdrukking- tegen de Heere te preken. En dat ontsiert het gebed, dat neemt ook het wezenlijke uit het gebed weg.
Want we mogen in het gebed onze noden aan de Heere voorleggen, maar we hoeven Hem niet vóór te schrijven hoe Hij in die noden moet voorzien. En wanneer een gebed nodeloos lang wordt gemaakt, dan loopt het daarop uit, dat we héél de weg der bekering, of héél de orde van het heil aan Hem voorleggen. Dan wordt het gebed een preek vooraf, maar dan beantwoordt het niet meer aan z'n doel".

Hervormd Weekblad

In het confessionele "Hervormd Weekblad" schrijft dr. R. ten Kate een artikel dat als titel heeft "Hoog bezoek bij Maria". Ten Kate gaat op het eind in op het verschil met Rome ten aanzien van de marialogie. Het begin van het artikel en het slot nemen wij over.
„Kerkvader Augustinus schijnt het precies te hebben geweten: in zijn werk over de Drieëenheid zegt hij: „Octavo kalendas apriles conceptus creditus, quo et passus", dat is op de achtste dag voor 1 april, zo geloofde men, heeft de conceptie plaatsgevonden, op welke datum Jezus ook aan het eind van zijn lijden is gekomen. Omdat de twee genoemde tijdsaanduidingen volgens Latijnse gewoonte beide meegerekend moeten worden, is dus 25 maart bedoeld (precies negen maanden voor 25 december).
Eén onzer vroegste literaire schrijvers en dichters, Jacob van Maerlant (dertiende eeuw), heeft het in zijn Rijmbijbel, een uitvoerige, berijmde bijbelse geschiedenis bevattend, overgenomen (ik geef het Middelnederlands wat modemer weer): „Ontvangen werd Jezus, dat is bekend/voor april op de achtste kalende;/ en op die dag vond Hij ook zijn einde".
Na hem heeft een- dominikaner monnik het nog wat nader gepreciseerd: het was de zesde ure van de dag (dus circa elf uur, immers om zes uur begint het eerste uur), want volgens Lucas 23 vers 44 viel toen ook de duisternis in, die aan Jezus' sterven voorafging; en wat ligt er meer voor de hand dan dat, als bij Jezus' dood duisternis de gehele aarde bedekte (aldus de Statenvertaling niet ten onrechte tegenover de Nieuwe Vertaling: het gehele land), dat dan de aankondiging van de geboorte van Jezus als het Licht der Wereld óók op dat uur plaatsvond?
Natuurlijk waren er ook andere opvattingen. „De engel die de boodschap bracht,/ kwam bij Maria in de nacht", zo staat in een middeleeuws lied, terwijl anderen pleiten voor de dageraad, omdat de Zon der gerechtigheid wel opgegaan zal zijn op het tijdstip, waarop ook de zon als hemellichaam opkomt. Hoe dan ook, in navolging van oudchristelijke auteurs verklaren middeleeuwse schrijvers unaniem dat God mens geworden is, opdat de mens goddelijk kon worden; dat Hij van de hemel op aarde is neergedaald, opdat de mens van de aarde in de hemel kon komen; dat Jezus een mensenkind geworden is, opdat de mens Gods kind zou worden; dat de Onsterfelijke sterfelijk werd, opdat de sterfelijke onsterfelijk zou worden; dat God arm is geworden, opdat wij rijk zouden zijn, en dat het licht , verduisterd is, opdat de duisternis verlicht zou worden.
(...)
Het gaat in het geschil met Rome niet om enkele teksten en hun exegese. Het gaat om de grondtoon, de klank, de melodie van het Evangelie der genade Gods voor arme zondaren. Wanneer we onze zaligheid zoeken bij Maria dan verloochenen wij metterdaad de enige Heiland en Zaligmaker. Genade is niet zomaar "iets", genade is gunst van God. Maar bij Rome is genade wel iets, namelijk een kracht waarvan Maria vol is, zodat in de Maria-leer ook het genadebegrip in het geding is.
Ergo: sola fide, sola gratia, solo Christo! Geen enkele menselijke prestatie, maar enkel en alleen Gods gratie! Ik moge eindigen met een stelling uit de dissertatie van Ridderbos: Het is van het hoogste belang dat in het gesprek met Rome en de Reformatie de protestantse gesprekspartners niet vergeten dat de rechtvaardiging door het geloof alléén nog steeds articulus stantis et cadentis ecclesiae is. (Dat wil zeggen, een artikel waarbij de kerk staat of valt.)"

Het gekrookte riet

In "Het gekrookte riet" schrijft redactielid ds. Tj. de Jong in de rubriek "Tot het leven" over echtscheiding. Hij waarschuwt voor te vroeg en te jong trouwen, voor korte verkeringen die gericht zijn op geluk en genot, vaak in lichamelijke zin en wijst op de diepe roeping die het huwelijk in zich draagt. Hij betreurt het „dat de Kerk in dezen niet meer spreekt of verkeerd spreekt". Een gedeelte nemen wij over.
„Heeft de Kerk in dezen ook een taak, roeping? Ik zou dit niet willen ontkennen. Waaraan ik denk? Aan het gebed en wel de voorbede voor de gehuwden en hen wier huwelijk onder spanning staat; dat mag zijn in de openbare eredienst, zonder namen te noemen. Ik denk aan het gebed in het persoonlijke waar de ambtsdrager mee inkeert in de binnenkamer. Ik denk ook aan het gebed tijdens een pastoraal bezoek en gesprek. Daarmee is een tweede zaak genoemd, het gesprek met beide huwelijkspartners, of met elk eerst afzonderlijk en later te zamen; hetzij een gevraagd gesprek, hetzij van de pastor zelf uit. Dit kan ook resulteren in meerdere gesprekken.

Vervolgens mag gedacht worden aan het huwelijksonderricht en onderwijs bij voorbeeld in de huwelijksdiensten, die meegemaakt zouden moeten worden door hen die daartoe in de gelegenheid zijn. Ik vind het weleens diep treurig dat honderden op de receptie komen en een handjevol in de kerk.

Het zou goed zijn om het schriftuurlijk huwelijksformulier eens degelijk te bestuderen. Wat zegt de Schrift van het huwelijk?
In een en ander mag en kan de tucht niet ontbreken, ook niet in vermanende zin en een eerlijk en open gesprek waarin beiden op hun foutieve en zondige levenshouding, woordenwisselingen enzovoort, gewezen worden. Dat is niet aangenaam; het kan zijn dat de twistende echtelieden zich samen keren tegen de pastor in dezen omdat hij beide op hun fouten wijst en niet genoeg de ander op zijn of haar zonden! We dienen daarbij te bedenken dat wie de hoofdschuldige is voor de buitenwacht dat niet altijd is, wanneer men alle feiten, ook die binnen de muren blijven, weet en in ogenschouw neemt!
Wees voorzichtig om in zulke gevallen al te gemakkelijk de een of de ander te beschuldigen; oorzaken liggen dieper dan aanleiding; de persoon die de aanleiding geeft tot scheiding is niet altijd degene die de oorzaak is. Dat leert mij de ervaring en praktijk.

In de pastorale begeleiding speelt natuurlijk ook mee of de echtgenoten een gesprek willen en hoe ze dat gesprek willen. Meestal wil men het wel maar dan als een soort zelfbevestiging, d.w.z. de pastor moet aan hun kant gaan staan; hoe vaak is dat niet zo in geestelijke gesprekken over geloof, bekering. Avondmaal. De pastor moet adviseren wat de gesprekspartner hem eerst zelf vertelt en in de mond legt.

Overigens is het niet zo dat een predikant of ouderling op kan treden als maatschappelijk werker, immers dat is een vermaatschappelijking en verhorizontalisering van zijn taak en ambt. Ik bedoel vanzelf niet dat deze problemen hen koud laten en men dit zomaar van zich afzette. Alleen de materie is tijdrovend, moeilijk en levert veel verdriet op en weinig resultaat, terwijl ik ook niet, en dat is de andere kant, altijd weg ben van de religieuze grondslag van waaruit maatschappelijke werkers adviseren. Het gaat in dezen ook niet om wat beiden willen, of wat de een wil, maar wat de Heere ons zegt en wat Hij van ons eist naar Zijn recht en inzetting".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

UIT DE KERKELIJKE PERS

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 december 1987

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken